Maandelijks archief: oktober 2016
Thuis is zo Treurig
Philip Larkin
.
In de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ kiest schrijfster Mensje van Keulen voor het (vertaalde) gedicht ‘Thuis is zo Treurig’ (Home is so Sad) van Philip Larkin (1922-1985). De vertaling is van Harry G. de Vries.
Over het gedicht zegt Mensje van Keulen onder andere: “Hoe veelzeggend voor eindeloos veel huizen die ontzield achterblijven en de treurende, achterblijvende dierbaren.”
Hieronder de vertaling, het origineel en de uitvoering op YouTube voorgelezen door Philip Larkin zelf.
.
Thuis is zo Treurig
.
Thuis is zo treurig. het blijft zoals men het achterliet,
Gericht op het gerief van die het laatst zijn weggegaan
Alsof het ze terug wil winnen. het gaat echter teniet,
Beroofd van iemand om te behagen, terwijl het aan
Moed ontbreekt om zich de diefstal niet
.
Aan te trekken en terug te keren tot hoe het begon, als
Een speelse gooi naar wat het eigenlijk wezen moet,
Reeds lang buiten spel. Je kunt zie hoe het was:
Kijk naar de schilderijen en het serviesgoed.
De muziek in de pianokruk. Die vaas.
.
Home is so Sad
.
Home is so sad. It stays as it was left,
Shaped to the comfort of the last to go
As if to win them back. Instead, bereft
Of anyone to please, it withers so,
Having no heart to put aside the theft
.
And turn again to what it started as,
A joyous shot at how things ought to be,
Long fallen wide. You can see how it was:
Look at the pictures and the cutlery.
The music in the piano stool. That vase.
.
Morgen is het jouw beurt
Gedichten van het Griekse verzet
.
In 1967 werd door Griekse kolonels een staatsgreep gepleegd. In de periode daarvoor was er veel politieke onduidelijkheid en er werd zelfs al rekening gehouden met een staatsgreep van links of rechts. De nieuwe militaire junta liet iedereen arresteren met linkse of vermeende linkse sympathieën. Onder de gearresteerden bevonden zich invloedrijke politici, zoals vader en zoon Papandreou, maar ook gewone burgers verdwenen achter de tralies of werden naar de Griekse eilanden in de Middellandse Zee gedeporteerd. Van ruim 480 communisten werd het staatsburgerschap afgenomen. De componist Theodorakis werd in augustus 1967 gearresteerd wegens het oprichten van een “communistische” verzetsbeweging.
Tijdens het bewind werd er door vele linkse partijen en groepen buiten Griekenland actie gevoerd tegen de junta. In 1973, een jaar voordat de junta werd afgezet en de weg naar democratie werd ingezet, verscheen er bij Van Gennep in Amsterdam de bundel ‘Gedichten van het Griekse verzet’. In deze bundel worden twee periodes belicht; Deel 1 voor de staatsgreep (1936 – 1967) en deel 2 na de staatsgreep (1967 – 1973).
Waar in deel 1 vooral dichters aan de orde komen die tegen de Duitse bezetters ageerden, gaat het in deel 2 over dichters en schrijvers die vervolgd werden om hun linkse ideeën en idealen.
Dit boek kwam destijds tot stand op initiatief van de PAM (ΠΑΜ, Patriotisch Antidictatorisch Front) in Nederland en werd geïllustreerd door Varda Raz met typische jaren zeventig houtdrukken (denk ik).
Mikis Theodorakis (1925) was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het Griekse verzet, en werd gevangengenomen en gemarteld. Hij was ook actief tijdens de Griekse Burgeroorlog van 1944 tot 1949.
In 1967 na de staatsgreep ging Theodorakis ondergronds, en stichtte het “patriottisch front”. Met decreet Nr. 13 werd het verboden om de muziek van Theodorakis te spelen en te beluisteren. Hij werd gearresteerd en daarna verbannen. Later werd hij geïnterneerd in een concentratiekamp te Oropos. Dankzij een internationale campagne waarin onder anderen Dmitri Sjostakovitsj, Leonard Bernstein, Arthur Miller en Harry Belafonte actief waren, werd hij in 1970 vrijgelaten, maar uit Griekenland verbannen.
Tijdens zijn verbanning was hij een onvermoeid voorvechter van de strijd tegen het kolonelsregime, hij gaf honderden concerten en werd zo een boegbeeld van het verzet.
Na de val van het kolonelsregime kwam hij terug naar Griekenland, naast zijn muzikale werk ging hij in de politiek, en was meermalen lid van het Griekse parlement en was van 1990 tot 1992 minister in de regering van Konstantinos Mitsotakis.
In de eerste periode na de staatsgreep zat Theodorakis ondergedoken in een kelder en schreef hij aantal liederen. Hij zette ze op band met als enige muzikale ondersteuning het kloppen van zijn hand op een tafel. Ze werden naar het buitenland gesmokkeld en later op plaat gezet. In het gedicht ‘In het geheim spreken de bergen’ hebben de laatste twee zinnen betrekking op de verzetsorganisatie PAM.
.
In het geheim spreken de bergen (krifa miloune ta vouna)
.
In het geheim spreken de bergen tot elkaar,
in het geheim ook de steden:
de Hymettos tot de Parnis
en Kokkinia met Tavros.
.
Zo groot als de zee is, zo groot is ook mijn verlangen,
zo breed als de golven zijn, zo breed ook mijn zuchten.
.
In het geheim spreken ook de mensen,
in het geheim de jongens,
overdag lopen ze en ’s nachts zingen ze.
.
Ik roep de jeugd van Mei op,
ik roep ook de arbeiders;
een diepe oceaan te worden
en alle kolonels te verzwelgen.
.
In jouw hart, Athene,
heb ik mijn stem geplant,
ik ben het front,
ik roep de patriotten op.
.
Honger en dorst
Simon Vinkenoog
.
Op een dag als vandaag, dat dichter en poëzievriend Derrel Niemeijer wordt gecremeerd, past een gedicht van beatdichter Simon Vinkenoog (1928 – 2009). Uit zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950 heb ik gekozen voor het gedicht ‘Honger en dorst’.
.
Honger en dorst
.
Honderd woorden schreef ik
die ik kende, en de andere zocht ik op.
Soms dacht ik, sta op, zoek niet langer,
ga uit. Maar het regent buiten
en zwart is de nacht.
.
(ik kan liegen alsof het gedrukt staat,
want papier is gewillig
en ik heb niemand tot getuige).
.
Maar ik kan niet, ik durf niet naar buiten,
want woorden zijn bedrog,
een kil verraad dat tocht binnenlaat
dat slapen gaat en ademt
dat honger lijdt en dorst
.
(ik sta voortdurend in het krijt
maar niemand maant mij
tot betalen).
.
Mijn lichaam leeft van renteloze woeker
en woorden zijn ongeneeslijk –
.
niet van binnen, waar de pijn mort
en niet naar buiten,
waar het regent.
.
Camera Obscura
Adriaan Morriën
.
In de kringloopwinkel kocht ik weer een paar mooie bundeltjes. Een ervan is de ‘Dichters omnibus’ de 16e bloemlezing uit 1970. Ik had al een aantal van deze omnibussen uit de jaren ’60 maar dit exemplaar nog niet. In deze omnibus veel dichters die ik ken maar ook een aantal onbekenden. Een dichter die ik wel ken is Adriaan Morriën.
Adriaan Morriën (1912 – 2002) debuteerde in 1939 met de bundel ‘Hartslag’. Hij werkte na WO II vooral aan vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool. Daarnaast werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Hij was betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren. Als redacteur van een aantal literaire tijdschriften (onder andere Tirade), beoordeelde hij manuscripten. Ook was hij adviseur van de uitgeverijen G.A. van Oorschot en De Bezige Bij. Een aantal belangrijke schrijvers, onder wie Harry Mulisch, Gerard Reve en W.F. Hermans en de dichter Hans Lodeizen, werden door hem ‘mede-ontdekt’. Ook vertaalde hij verschillende Franse schrijvers.
Voor zijn vertalingen ontving hij in 1962 de Martinus Nijhoff-prijs en voor de dichtbundel ‘Oogappel’ kreeg hij in 1988 de Herman Gorterprijs. Uit de bundel ‘Het gebruik van een wandspiegel’ uit 1968 (en dus uit de Dichters omnibus) het gedicht ‘Camera Obscura’.
.
Camera Obscura
.
Door je grote pupillen
zou ik mijn hand willen steken
om op de tast te zoeken naar
de beelden die je van me bewaart.
.
Ik zou mijn eigen aanblik voelen
en weten waar ik je heb aangeraakt,
waar ik nog warm ben in je
en waar ik al ben afgekoeld.
.
Te laat
Toon Tellegen
Vandaag heb ik het gedicht ‘Te laat’ van de dichter van de maand oktober Toon Tellegen gekozen. Enerzijds omdat het gedicht me raakt in deze rare tijden en anderzijds omdat Toon Tellegen als geen ander waarheden kan verkondigen die je meteen bereid bent om aan te nemen. Zo ook in het gedicht ‘Te laat’ uit de bundel ‘Gewone gedichten’ uit 1998.
.
Te laat
We zijn te laat,
we hebben gedanst, hadden we niet moeten doen,
we zijn wanhopig geweest, niet goed,
we hebben reusachtige lasten op onze schouders genomen,
we hadden moeten vragen: waarom zijn deze lasten niet licht,
we hadden moeten denken: dit is verkeerd,
we hebben over liefde gesproken in zorgvuldig gekozen bewoordingen,
zorgvuldig??
durven we dát woord in de mond te nemen?
liefde,
en dan zorgvuldig?
we hebben verontschuldigingen gezocht,
ons koninkrijk hebben wij willen geven voor een verontschuldiging –
we zijn te laat,
we moeten onszelf maar niet vergeven,
laten we dat maar niet doen,
nee.
.
Gratis poëzie
Op internet en als E-book
.
Ik schreef al eens over de fijne app Muze, de app die je maandelijks nieuwe gratis gedichten biedt op je telefoon of tablet. Maar er zijn meer mogelijkheden om gratis poëzie tot je te nemen. Natuurlijk gaat er niets boven het bezitten of het lezen van een dichtbundel van papier maar het moet gezegd, tegenwoordig zijn er zoveel meer mogelijkheden om poëzie tot je te nemen.
Zo biedt de digitale bibliotheek van Nederland (waartoe je gratis toegang hebt als je lid van de bibliotheek bent) een keur aan dichtbundels die je kunt lenen en lezen vanaf je telefoon, tablet of pc. En waar deze (leen) variant ophoudt gaan andere diensten verder. Zo is er de prachtige website gedichten.nl waar een keur aan gedichten staat te lezen van bekende en onbekende dichters.
Waar ik vandaag echter op wil wijzen zijn de wesbites waar gratis poëziebundel in E-book formaat worden aangeboden. Ook ik heb inmiddels twee (kleine) dichtbundels gepubliceerd op E-book formaat en deze zijn behalve via deze website ook te downloaden van de website http://ebook.gratis-downloaden.nu/2016-03-30/xx-xy-liefdesgedichten of via http://ebook.gratis-downloaden.nu/2014-07-23/winterpijn
Maar er zijn er meer. Als je googled op gratis E-books kom je er vast en zeker nog meer tegen. De kwaliteit en het aanbod is wisselend maar voor de poëzieliefhebber met een kleine beurs is dit zeer de moeite waard.
Derrel Niemeijer
Bij het overlijden van een dichter
Vanmorgen ontving ik het bericht dat dichter, poëzievriend en bijzonder mens Derrel Niemeijer gisteravond is overleden op 39 jarige leeftijd aan de gevolgen van slokdarmkanker. Een groot verlies voor zijn ouders, voor allen die hem lief hebben en voor het poëzielandschap in Nederland.
Derrel was een bron van verbazing, vermaak, ontroering, blijheid en verrassing. Steevast werd ik op een formele manier benaderd, u zeggend en meneer maar altijd met de hem zo bekende tongue in cheek humor. In de loop der tijd heb ik hem wat beter leren kennen en heb ik een aantal van zijn bundels gerecenseerd.
Zijn poëzie was zoals Derrel was. Eerlijk, rauw soms, dan weer heel liefdevol maar altijd authentiek. Met zijn podium Pepperplus en zijn uitgeverij onder die naam was hij goed aan de weg aan het timmeren. Zijn deelname aan de Poëziebustoer 2015, zijn optredens bij het Ongehoord! podium, zijn voordrachten in het algemeen en zijn aanwezigheid als mens maken dat heel veel mensen vandaag in rouw zijn en eigenlijk sinds bekend werd dat hij ongeneeslijk zien was al waren. De wereld heeft dichters als Derrel nodig en mede daarom wordt zijn overlijden als een groot verlies gevoeld.
In de laatste weken voor zijn overlijden hebben vele dichters een gedicht geschreven voor hem, gedichten aan hem opgedragen en ook ik heb een poging gedaan. Dat gedicht is hieronder te lezen.
Als eerbetoon aan Derrel heb ik besloten dat hij in november Dichter van de maand zal zijn en zal ik elke zondag een gedicht van hem op dit blog plaatsen.
.
Voor Derrel
Alle woorden liggen gevloerd, knock-out,
plat op de bek in een vuile hoek van de kamer.
Je spuugt jouw woorden er bovenop
in de hoop dat de schoonmaker ze zal lezen.
Het liefst brand je ze in de muur of in de
koppen van onverschilligen, dreun je ze
met hels kabaal door de stilte van lege gangen
in de hoop dat ze iemand, ergens bereiken.
Poëzie is niet vanzelfsprekend. Het is werken,
zweten en zwoegen en steeds opnieuw je stem,
rauw van het schreeuwen, schrapen en laten horen.
Laten zien dat ergens in die stapel,
jouw woorden liggen. Dat jij die poëzie bent
van vlees en bloed, dat er een hart klopt
in die zinnen en bloed stroomt door die woorden.
Wat er ook gebeurt.
Wat er ook gebeurt.
.
Herfst
J. Slauerhoff
.
Een gedicht van J. Slauerhoff dat aansluit bij de tijd van het jaar.
Uit: ‘Al Dwalend’ uit 1947 het gedicht ‘Herfst’.
.
Herfst
.
’t Is stil in de lucht, de trekkende ganzen
Richten hun zuidvlucht in wiggevorm.
Verbrijzeld, ontblaard door den laatsten storm
Hangen de takken in zilverglanzen.
.
’t Is stil… om van verre landen te droomen,
Of men vanzelf er zoo heen zal drijven,
Aan niemand gehecht, niets dat weerstand biedt,
Maar weet men wel dat men er nooit zal komen,
Om voortaan op deze plek te blijven…
Waarom op deze, op een andre niet?
.
Er is iets in dien vijver, die boomen
En ’t huis aan de heuvels dat samenhoort,
En ik ben als gast door hen aangenomen…
Nu wordt het tijd voor het laatste woord.
.
Vijfendertig tranen
Ida Vos
.
Ida Vos (1931-2006) begon met schrijven in 1975. Ze publiceerde in dat jaar de gedichtenbundel ‘Vijfendertig tranen’ na jaren van zwijgen. De vijfendertig tranen verwijzen naar vijfendertig joodse kinderen die met elkaar in één klas hebben gezeten. Slechts vier van hen overleefden de oorlog en één van die vier kinderen was Ida Vos. Hierna volgde nog de bundel ‘Schiereiland’ (1979) en ‘Miniaturen’ (1980). Na deze poëzie voor volwassenen heeft ze zich toegelegd op het schrijven van kinderboeken.
De bundel ‘Vijfendertig tranen’ was lang niet verkrijgbaar. Het exemplaar dat ik bezit is een 6e druk uit 1983. Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft een nieuwe en bijzondere uitgave gemaakt: een lees- en luisterboek.Kort voor haar dood werden de gedichten door Ida Vos zelf ingesproken.
In de bundel geeft Ida Vos op ingetogen wijze een beklemmend beeld van het drama van de jodenvervolging. Dit doet zij in korte gedichten van soms maar een paar regels. In alle gedichten is het grote drama van de oorlog en de vernietigingskampen heel voelbaar en duidelijk aanwezig.
Ik wil hier twee gedichten uit deze bundel plaatsen. Het eerste gedicht ‘aardrijkskunde’ doet bij veel mensen wel een belletje rinkelen al weet men vaak niet wie dit gedicht heeft geschreven (zo was het bij mij ook, ik herkende het gedicht toen ik het las maar had geen idee dat het uit deze bundel van Ida Vos kwam). Het tweede gedicht ‘naar buiten’ vind ik als gedicht gewoon heel erg mooi.
.
aardrijkskunde
.
zij had een onvoldoende
voor aardrijkskunde
die laatste dag
maar wist een week later
precies waar Treblinka lag
.
héél even maar
.
naar buiten
.
ze wil nu buiten spelen
gaan lopen in een bos,
rennen door sneeuw en regen
ze laten haar niet los
.
ze is er wel,
ze is er niet,
ze mag er niet meer zijn
.
de letters in haar sprookjesboek
staan niet meer op één lijn
.

















