Auteursarchief: woutervanheiningen
Kanonnenvlees
Lotte Dodion
.
Aanstaande zondag is het zover, het leukste podium van Ongehoord! in één van de mooiste en gezelligste binnentuinen van Rotterdam. In de Jacobustuin (Jacobusstraat 105) in hartje Rotterdam, op een paar minuten lopen van het Centraal Station viert Ongehoord! haar jubileum. Vijf jaar stichting Ongehoord!, vijf edities van de Gedichtenwedstrijd.
Zondagmiddag vanaf 14.00 uur (toegang gratis) zullen optreden:
Lotte Dodion (van wier debuutbundel Kanonnenvlees inmiddels een derde druk is verschenen)
Else Kemps (winnares van de Turing poëziewedstrijd en 3FM dichter bij Giel in de ochtend)
Alja Spaan (winnares van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2015 en 2e bij de Turing Poëziewedstrijd)
Edwin de Voigt (Rotterdammer en dichter)
Marco Martens (als dichter en met zijn band)
Irene Siekman (dichter, hoofdvrouw van de Poëziebus en duizendpoot)
.
Om alvast in de stemming te komen een opwarmertje in de vorm van een gedicht van Lotte Dodion, de Vlaamse dichter die Vlaamse en Nederlandse poëzie scene bestormt als geen ander. Uit haar debuutbundel ‘Kannonenvlees’ het gedicht ‘Het gesprek’.
.
Het gesprek
.
Ik heb u monogaam bedrogen
maar serieel aan u gedacht
ik weet niet eens of ik echt wilde
misschien heeft ze mij verkracht
ze was geen vrouw
ze was een zwart gat
een bodemloos vat
met hendels om van te houden
maar niets om graag te zien
het was dan ook onvoorzien en per ongeluk
dat wij opeens
what the f*ck
ge moet me geloven
ik ben moedwillig verleid
graag uw begrip want
ik denk wel dat het mij spijt
.
Stripfiguur
Jan Elburg
.
Van 3 tot en met 12 juni zijn de nationale stripdagen en daarom dacht ik dat het wel leuk zou zijn een gedicht over strips te delen met jullie. Dat is nog niet zo eenvoudig, zoveel gedichten over strips of stripfiguren zijn er niet te vinden.
Toch heb ik een mooi voorbeeld gevonden van de dichter Jan Elburg (1919 – 1992), de Vijftiger die onder andere de Jan Campert-prijs en de Constantijn Huygens-prijs won.
.
Stripfiguur
Rillend, maar aanwijsbaar niet van kou,
in je kamer, waar de kachel uit bleek.
Een blauw wolkje uit mijn mond met
– tekenend – : hou je van mij?
Zo ronduit als een cupmaat.
Nauwelijks een proefballon te noemen.
Meer nog dan het daarin vervatte,
dit de vraag: wat ging er scheef
met mijn recht op informatie,
toen je met boe noch ba op bed ging liggen?
.
Dichter van de maand juni
Remco Campert
.
Na Gerrit Komrij is Remco Campert de tweede dichter van de maand. Remco Campert was één van de eerste dichters die mijn liefde voor poëzie heeft aangewakkerd en waar ik een bundel van kocht. Het was meteen ook een lijvig werk met meer dan 450 van zijn gedichten. De bundel ‘Alle bundels gedichten, 1951 – 1970’ werd in 1976 uitgegeven door de Bezige Bij. Mijn exemplaar is een derde druk uit 1983.
Dit verzameld werk bevat de eerste 10 poëziebundels van Remco Campert. Ik heb voor deze eerste zondag in juni gekozen voor het gedicht ‘Nacht’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Bij hoog en bij laag’ dat oorspronkelijk uit kwam in 1959.
.
Nacht
.
Wereld van aarde,
alle lichten uit.
.
Slapend lichaam van grond,
geurend lieve mandarijn,
.
hangend aan je gedroomde takje
in de nachtgaard.
.
Regen in juli,
liefde in woorden.
.
Je lichaam slaapt
als de schim van jonge bomen.
.
Jan Arends
Korte venijnige poëzie
.
Afgelopen zondag presenteerde ik een poëziemiddag waar ook Alexander Franken optrad. Als singer-songwriter en als dichter. Alexander heeft een paar korte maar krachtige gedichtjes geschreven die altijd aanslaan. Ook bij mij, ook al heb ik ze al meerdere malen gehoord uit zijn mond. Dit deed me denken aan de schrijver, dichter en literair vertaler Jan Arends.
Jan Arends (1925 – 1974) was Hagenaar van geboorte (net als Franken overigens). Hij had een moeilijke jeugd en omdat het werk van Jan Arends veel autobiografische elementen bevat, is zijn leven en zijn literaire werk sterk met elkaar vervlochten. In zijn werk geeft Arends een kritische visie op de maatschappij vanuit een persoonlijk perspectief.
Jan Arends heeft nog geen twee jaar als schrijver en dichter de aandacht van een breed lezerspubliek getrokken en in de publiciteit gestaan. Op 21 januari 1974, de dag waarop zijn gedichtenbundel ‘Lunchpauzegedichten’ verschijnt, pleegt hij zelfmoord door uit het raam van zijn woning op de vijfde etage van een flat in Amsterdam te springen. Uit zijn nalatenschap werd door Remco Campert de dichtbundel ‘Nagelaten gedichten’ samengesteld die in 1975 verscheen. In 1983 verschijnt het ‘Verzameld werk’ met daarin een aantal niet eerder gepubliceerde gedichten. (Bron Wikipedia).
Hieronder twee gedichten van Arends, kort, krachtig en venijnig. De eerste uit ‘Lunchpauzegedichten’ en de tweede uit ‘Nagelaten gedichten’.
.
Wat
geeft dat toch
een angstig gevoel
van vrede
als vader
zijn bijl slijpt.
.
.
Kanker…
is
een goede dood.
Teplettervallen
is
een goede dood.
Verdrinken
is
een goede dood.
Zelfmoord
is
een goede dood.
Elke dood
is
een goede dood.
Maar
de dood
die je
te wachten staat
dat is
een slechte dood.
Altijd.
.
Een uitzicht op de eeuwigheid
Leo Vroman
.
Vandaag heb ik een gedicht gekozen uit een bundel uit mijn boekenkast. Inmiddels beslaan dichtbundels reeds meerdere meters in mijn boekenkast en af en toe pak ik daar een bundel uit zonder te kijken welke het is. Op die manier herlees ik bundels soms alsof het voor het eerst is.
Vandaag pakte ik de bundel ‘De gebeurtenis en andere gedichten’ van Leo Vroman (1915 – 2014) uit de kast. Deze bundel verscheen in 2001 en wat mij trof was het gegeven dat in veel van zijn gedichten de wetenschap (in algemene zin) en god regelmatig een rol spelen. Leo Vroman was behalve een zeer begenadigd dichter, eerst en vooral (in zijn eigen ogen) wetenschapper namelijk bioloog en hematoloog (medisch specialisme dat zich bezighoudt met afwijkingen van het bloed).
Ook in het gedicht ‘Een uitzicht op de eeuwigheid’ komen deze genoemde elementen terug.
.
Een uitzicht op de eeuwigheid
Ieder staat aan de kant van iets groots:
de rand van het leven en des doods.
Wij staren onze toekomst in
en zien geen eind en geen begin,
een uitzicht dat geen inzicht geeft,
een leven waar niets buiten leeft
binnen de korte warme poos
van onbewust naar bewusteloos.
Hoe vinden wij, het lijf ten spijt,
tijd voor een geloof in eeuwigheid?
Niets is immers voor altoos?
En bloemen, vlinders, aarde dan,
waarom genieten wij daarvan?
Wij raken immers alles kwijt?
Maar het vervallen van de roos,
het rode zwellen van de vrucht
dat niemand nog begrijpen kan
onder de dodeloze tijd
die elk jaar weer de dood herhaalt
en dan de zon die stijgt en daalt,
en altijd weer dat overdoen en
wederkeren der seizoenen…
wordt hier een les gerepeteerd?
Doen wij dus alles nog verkeerd?
En aldoor weer gedichten schrijven
om na mijn dood nog wat te blijven,
zoals onvruchtbaaar rozenzaad
gelooft dat het eeuwig voortbestaat?
Dat kan geen wiijsheid wezen, want
zoiets doet elke bloeise plant.
.
Agony
Giuseppe Ungaretti
.
Ik heb nog niet vaak over Italiaanse dichters geschreven maar daar komt vandaag verandering in. Geen gedicht in het Italiaans, sorry liefhebbers die ook Italiaans lezen, maar vertaald in het Engels. In een boekhandel in Londen kwam ik een vuistdikke bundel tegen met vertaalde hedendaagse Italiaanse dichters. Ik heb er een paar opgetekend en die wil ik vandaag met je delen.
Giuseppe Ungaretti (1888 – 1970) werd geboren in Alexandrië in Egypte als zoon van een immigrant die had meegewerkt aan het Suez Kanaal. In 1912 verhuisde hij naar Frankrijk om te studeren aan het Collegè de France en de Sorbonne. Daar leerde hij kunstenaars kennen als Guillaume Apollinaire, Pablo Picasso, Giorgio de Chirico, Georges Braque, en Amedeo Modigliani.
In 1921 verhuisde hij naar Rome waar hij voor de Gazzetta del Popolo begon te schrijven. Tijdens een congres van de Pen Club in Brazilië ontving hij een uitnodiging voor de functie van docent van de Italiaanse taal en literatuur aan de universiteit van San Paulo. In 1942 keerde hij terug naar Italië waar hij docent werd aan de universiteit van Rome van hedendaagse Italiaanse literatuur. In 1956 heeft hij de ‘Grand Prix International de Poesie’ gewonnen.
Zijn gedichten zijn kort en vertonen een grote eenvoud en zeggingskracht. Hij voelde zich sterk beïnvloed door Petrarca en Leopardi met name door de zang en de maat, en beoefende enige tijd het vrije vers. Al vroeg maakt hij kennis met de Franse symbolisten. Dit heeft Ungaretti ertoe gebracht om de typische techniek van verduistering over te nemen. “Ware poëzie moet een duistere manier van onthulling hebben” zo zei hij eens. De techniek beschikt over alle mogelijkheden om het enkele woord meer vrijheid te geven, door middel van afschaffing van interpunctie, stilistische isolatie of met een compositie van puntdicht.
Belangrijke modernistische thema’s in de poëzie van Ungaretti zijn de ballingschap, de versplintering van het ‘ik’-personage, de reis of zoektocht naar een belofte of een antwoord in de wereld of de natuur. En hoewel hij zich tot het fascisme aangetrokken voelde en zich ook aansloot bij het fascisme in 1942 is hiervan in zijn werk niets terug te vinden.
Patrick Creagh en Kevin Hart vertaalde de onderstaande gedichten in het Engels.
.
Eternal
.
Between one flower picked and the other given
the inexpressible nothing
.
Agony
.
To die like thirsty larks
beside the mirage.
.
Or like the quail
crossing the pounded beach
to die
in the first bushes because
it has lost the will
to fly.
.
But not to feed on grief
like a blinded finch.
.

















