Categorie archief: (bijna) vergeten dichters
Fabrique
Willem van Toorn
.
Willem van Toorn (1935) is schrijver, dichter, toneelschrijver, vertaler en bloemlezer. Met name in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw was Willem van Toorn een grote naam in de poëzie. Hij won in die periode vele poëzieprijzen, publiceerde vele bundels en zat in een aantal jury’s van poëziewedstrijden. Een uitgebreide bio- en bibliografie kun je lezen op de website van schrijversinfo.nl op http://www.schrijversinfo.nl/toornvanwillem.html . Willem van Toorn’s gedichten zijn doortrokken van een liefdevolle ironie waarbij het thema (on)zekerheid centraal staat.
Uit de bundel ‘Gedichten 1960-1997’ uit 2001, het gedicht Fabrique.
.
Fabrique
.
Is dit nog wel een tuin? Wat moet ik met
deze pagode zonder goden, obelisk
die slechts zichzelf gedenkt, een niks
met niks verbindende brug uit Tibet.
.
Vijvers waar je ook kijkt. Wolken erin
maar van een mens geen spiegelbeeld. Ik buig
mij over leegte. Een jachthuis
waar nooit een jager in woonde. Onzin.
.
Vond ik je hier, was je een herderin
met valse blossen. Nagespeeld. Niet pluis.
.
Willy Spillebeen
Dichter, schrijver, vertaler, bloemlezer, essayist
.
Afgelopen zaterdag, op de bundelpresentatie van Hervé Deleu (zie post van afgelopen maandag) had ik de eer om voorgesteld te worden aan één van Vlaanderens grootste dichters/schrijvers Willy Spillebeen. Willy (81 jaar) is een allervriendelijkste bescheiden man. Nog vol plannen en ideeën voor romans en nieuwe uitgaven. Zo vertelde hij me dat in het voorjaar van 2014 een aantal liefdesgedichten van E.E. Cummings (een van mijn favoriete dichters) in zijn vertaling op de markt komen.
Willy Spillebeens oeuvre bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. Schrijven is de zingeving van zijn bestaan. De werken van Spillebeen kunnen worden gezien als een geschreven zoektocht die gaat van chaos naar orde, van verbrokkeling naar eenheid en van metafysieke twijfel naar een vrijzinnig geloof in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. (bron: Wikipedia).
In totaal bracht hij 11 poëziebundels uit, 34 romans, 11 essays, 10 vertalingen, 5 bloemlezingen en vele kritische bijdragen over poëzie. Voorwaar een groot schrijver/dichter waar best weer eens wat aandacht aan besteedt mag worden.
Hieronder een prachtig gedicht van zijn hand.
Vlieger
.
Ik spit in mijn tuin van heden
en het handvat van mijn spade
wordt plots de houten klos –
het vliegertouw schiet los
en de vlieger op een windvlaag
springt als een vis in de hemel.
.
We liepen die middag over de stoppels
van de keiheuvel
bij het kastanjebos.
Het was de laatste augustusmaand
van mijn kinderjaren en ons spel
duurde niet langer dan een uur.
Maar dat ene uur bleef leven
en zoveel latere jaren zijn dood.
.
Plots brak een onweer los.
De wereld leek te vergaan.
De vlieger werd doorweekt.
Hij is nooit meer omhooggegaan.
.
uit: Land van vergeten, (Gent, Poëziecentrum 1995)
Met dank aan http://www.poezie-leestafel.info
.
Vlakbij je hart
Harriet Laurey
.
In de categorie (bijna) vergeten dichters vandaag Harriet Laurey. Harriet werd in 1924 in Eindhoven geboren. Zij is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor jonge kinderen.
Als dichteres debuteerde Laurey in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in De Nieuwe Eeuw. Snel volgden meer gedichten en zij werd enkele jaren redactrice van het tijdschrift Roeping en medewerkster van Nieuwe Stemmen. Haar eerste zelfstandige publicatie is een kleine cyclus liefdeslyriek die in 1950 verscheen onder de titel Voorland.
De bundel ‘Triple alliantie’ verscheen ongedateerd (in 1951) bij Uitgeverij Helmond en bevat behalve van Harriet Laurey ook gedichten van Lou Vleugelhof en Frans Babylon. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley‘, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Net als de bundel ‘Oorbellen‘ (1954), met liefdesgedichten in kwatrijnvorm, vond dit werk veel bijval bij een groot publiek.
Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘Vlakbij je hart’.
.
Vlakbij je hart
.
Vlakbij je hart moet ik soms denken aan
het droefste liefs, en kan het niet vertellen,
maar uit mijn donker schokt het zich vandaan,
zo driftig en gehaast als waterbellen.
Ik lig het bijna, bijna te verstaan,
met open mond, om het langzaam te spellen.
.
Maar wat ik zeggen kan, is zo gering,
bij ’t onuitsprekelijke vergeleken,
dat ik weer stil word van verwondering.
En als ik zo lang naar je heb gekeken,
dat alle woorden zijn teruggeweken,
weten mijn lippen maar van: lieveling…
.
Pik in ’t is winter
Albert Donk
.
In de serie (bijna) vergeten dichters vandaag Albert Donk (1929). De Rotterdammer Donk publiceerde een aantal dichtbundels (Vogels van steen, Ontroerend is dit alfabet, De doos van het gedicht) en verhalenbundels. Hij was docent aan de pedagogische academie en schreef teksten voor de NCRV schoolradio. In 1973 publiceerde hij bij De Beuk in Amsterdam Pik in ’t is winter.
Uit deze bundel het gedicht Een vrouw is … (1)
.
Een vrouw is … (1)
.
Een vrouw is een hele uitstalling
een marktkraam vol begeerlijke zaken
zelfs een steentje in haar schoen
weet ze nog charmant te verkopen
zelfs een sliertje haar verkeerd
of een zakkende kous
wekt de toeschouwer tot eetlust
.
’t is goed zaken doen met vrouwen
hoewel,
soms geven ze alles voor niets
zonder restricties gratis
aan een platzakke koper
.
en sta je met geld in je hand
raar op je eenzame neus te kijken
.
(bijna) vergeten dichters
Nieuwe categorie
.
Iedereen die van poëzie houdt kent wel een dichter, overleden of nog levend, waar nauwelijks of geen interesse meer in is. Een (bijna) vergeten dichter. Bijna, want anders zou je niet op de naam of het gedicht kunnen komen. Als ik in mijn boekenkast kijk staan daar dichtbundels van dichters die je nooit ergens tegenkomt, niet in verzamelbundels, niet op gedichtenwebsites, nergens en die toch de moeite waard zijn.
Voor al die (bijna) vergeten dichters ga ik een klein maar fijn podium ter beschikking stellen. Heb je zelf een dichter waarvan je vindt dat deze nog eens een extra podium verdient? Ken je een gedicht van een (bijna) vergeten dichter die je nog eens in het zonnetje wil zetten?
Mail dit dan door aan mij op woutervanheiningen@yahoo.com
Ik zal met enige regelmaat (bijna) vergeten dichters aan de vergetelheid ontrukken in deze nieuwe categorie. Vandaag beginnend met de dichter Mea Strand.
Mea Strand werd geboren in 1924 en uit haar bundel Orion (De windroos, Amsterdam 1956) het gedicht ‘Ik zag’.
.
Ik zag
.
Ik zag er kwam een geur uit mijn hand
ik keek een handvol spiegeltjes
versplinterende zon of honderd brandglazen
sprongen mijn ogen in diamanten
elke scherf een grotere geur
en elke geur een zwaar woord
en elk woord een wond
en elke wond een wonderlijke kleurige haan
handpalm vrolijke wonderschelp
.
Uit: Nieuwe griffels schone leien (Bert Bakker, 1957)
Omdat het zo’n prachtig gedicht is.
Wordsworth (1770-1850)
.
“Daffodils” (1804)
.
I wander’d lonely as a cloud
- That floats on high o’er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
- A host, of golden daffodils;
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.
.
Continuous as the stars that shine
.
- And twinkle on the Milky Way,
They stretch’d in never-ending line
- Along the margin of a bay:
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.
.
The waves beside them danced; but they
.
- Out-did the sparkling waves in glee:
A poet could not but be gay,
- In such a jocund company:
I gazed — and gazed — but little thought
What wealth the show to me had brought:
.
For oft, when on my couch I lie
.
- In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye
- Which is the bliss of solitude;
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.











