Categorie archief: Favoriete dichters
Het huis woont in mij
Peter Swanborn
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Het huis woont in mij’ van Peter Swanborn. Swanborn is dichter, schrijft liedteksten, is literair medewerker van de Volkskrant en redacteur van Tortuca. Tortuca is een tijdschrift voor literatuur en beeldende kunst dat sinds 1997 in Rotterdam wordt uitgegeven. Ieder nummer van Tortuca bevat een afgewogen compositie van verhalen, gedichten, tekeningen, foto’s en schilderijen. (meer info op http://tortuca.com/).
Een aantal gedichten uit deze bundel verscheen eerder in Het liegende konijn, Liter, Poëziekrant Tirade en Tortuca. De bundel bevat 31 gedichten in 3 hoofdstukken en werd uitgegeven door uitgeverij Podium in 2013. Uit deze bundel het gedicht ‘Avond op het balkon’ uit hoofdstuk 3 ; Geen mens te zien.
.
Avond op het balkon
.
Op de daken wacht een bed van vuur. De wind veegt
door de binnentuin.Ik stap over de reling, laat me vallen
als word ik gedragen, via de vijver, een moment verloren
in een muggenzwerm, dan langs achtergevels steil omhoog
naar vlammen die gretig over de rand slaan. Mijn arm strekt,
mijn hand grijpt, als het hoofd, bezweet, om orde roept en ik
met een schok in mijn oude vorm tot stilstand kom.
.
Niets
Leonard Nolens
.
Leonard Helena Sylvain Nolens (of L. Nolens 1947) is dagboekschrijver en dichter en wordt gezien als één van de belangrijkste levende Vlaamse dichters. Nolens woont en werkt in Antwerpen (waar anders ben ik geneigd te zeggen, zovele prachtige Vlaamse dichters zijn actief vanuit Antwerpen) en is een romanticus Dat wil zeggen, hij schrijft vaak over liefde en over de manier om aan de identiteit te ontsnappen.
Leonard Nolens debuteerde in 1969 met de bundel ‘Orpheushanden’ en publiceerde sindsdien 25 poëziebundels. Nolens ontving in zijn leven verschillende prijzen zoals de Poëzieprijs van de Provincie Antwerpen in 1976, de Jan Campertprijs in 1991, de VSB Poëzieprijs in 2008 en de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren in 2012.
Uit zijn bundel ‘Manieren van leven’ uit 2001 het gedicht ‘Niets’.
.
Niets
Je weet niet wat er is. Je bent gestruikeld
In je slaap, een zon heeft je geslagen
Om de hoek en je koopt blind een brood,
Verdwaalt. De straat gaat met je op de loop.
Een vreemde brengt je thuis, het is je vrouw
Die napraat over je begrafenis.
Je lag te roken in je kist, zegt zij,
En pakt een pan en bakt je dode hart.
Je weet niet wat er is. Je zit al dagen
Als een schaduw van je schaduw thuis.
De dokter komt, betokkelt je contouren
En vindt niets. Je bent het met hem eens.
.
Met dank aan gedichten.nl en Wikipedia
Runa Svetlikova
Winnaar Herman de Coninckprijs
.
Runa Svetlikova (1982) is dichter, grafisch ontwerper en schrijver en haar debuutbundel ‘Deze zachte witte kamer’ won dit jaar op 27 januari, de Herman de Conincklamp voor het beste debuut van 2014. In het juryrapport staat te lezen:
“Het aantal debuten dit jaar was mager, maar de jury zag daar dit jaar geen reden in om de debuutprijs niet uit te reiken. Een van de debuten steeg namelijk duidelijk boven de anderen uit. Een sterke authentieke bundel met een volstrekt eigen idioom. Pittige vragen als de vermaarde “Wie zijn we? en Waar komen we vandaan?” worden met lef, originaliteit en een scherpe onafhankelijke geest benaderd. Dit is een bundel die een volwassenheid toont die menig dichter die het debuteren al lang achter de rug heeft zou sieren. De debuutprijs 2015 gaat naar de bundel ‘Deze zachte witte kamer’ van Runa Svetlikova”.
Uit deze bundel het gedicht ‘Ge liet iets achter’.
.
Ge liet iets achter
.
Ge liet iets achter maar niemand kan het vinden
ge deed iets goed maar niemand weet wat
ge zijt nen held maar niemand weet waarom ge
heel uw leven vocht en wie zo hard terug sloeg.
Het doet er niet toe, ge haalde de finale –
maar niemand weet van wat
Het was niet hardlopen, ge liep kreupel.
Het was niet hoogspringen, ge zat voltijds aan de grond.
Ge trok geen treinstellen voort met uw vals gebit.
Ge zijt een vraagteken, maar wie schreef de zin
en wie stelt de vraag? Ik zoek een schone foto en ik vind:
uw handen: Uw stompe vingers. Uw vergeelde vingertoppen
en uw kromme nagels. Mijn kind heeft die ook.
.
Cummings en de Coninck
De gedichten
.
Voor mijn verjaardag heb ik ‘De gedichten’ van Herman de Coninck gekregen. Eeen fantastisch boekwerk met al de gedichten die Herman de Coninck tijdens zijn leven heeft gepubliceerd of voor publicatie bestemd waren, aangevuld met een beperkte selectie uit het nagelaten werk. Ruim 600 pagina’s genieten dus. Omdat ik dichtbundels zelden bij de eerste pagina begin te lezen (als een roman bijvoorbeeld) sloeg ik ook nu de bundel ergens open om te beginnen te lezen.
Groot was mijn verbazing toen ik zag bij welk gedicht ik deze bundel opensloeg; E.E. Cummings. Een van mijn favoriete dichters aller tijden en misschien wel de favoriet uit het Engelse taalgebied (al twijfel ik, misschien ex aequo met Yeats). Blijkbaar voor Herman de Coninck ook een favoriet wat hem nog verder in mijn achting doet stijgen (kan dat nog?).
Hier het gedicht.
.
E.E. Cummings
.
Het is prettig om klein
en je lippen te zijn.
Het is nog veel prettiger
om je met vier lippen samen
te schamen
.
Je bent zo onder elkaar met jezelf.
Ik hou van jou, zo voorzichtig als misschien,
zo ongelooflijk als ja,
zo lang als we zullen wel zien.
.
Gelukkig ben ik op tijd vertrokken
om voor de nacht eindigen in mijn vingertoppen.
.
Octavio Paz
Dorp
.
Octavio Paz (1914 – 1998) was een Mexicaans schrijver, dichter en diplomaat. Hij geldt als een van de belangrijkste Spaanstalige schrijvers van de 20e eeuw en won in 1990 de Nobelprijs voor de Literatuur.
Paz heeft in zijn hele leven veel van zijn tijd met lezen doorbracht. Zijn vroege werken zijn met name beïnvloed door de Europese dichters Gerardo Diego, Juan Ramón Jiménez en misschien wel de bekendste Antonio Machado. Op zeventienjarige leeftijd publiceerde Paz zijn eerste gedicht, ‘Caballera’. Twee jaar later, op 19 jarige leeftijd, kwam zijn eerste bundel uit: ‘Luna Silvestre’. Paz ging naar de Universidad National in Mexico om Rechten en Literatuur te studeren.
Octavio Paz heeft vele literaire prijzen gewonnen waaronder de Grand Prix International de Poésie, België (1963), de Cervantes prijs (Nobelprijs voor Spaanstalige literatuur) in 1981 en de Neustadt Prize, de belangrijkste literaire prijs in de VS voor niet iuit de VS afkomstige schrijvers (2-jaarlijks) in 1983 en dus de Nobelprijs voor de literatuur.
Daarnaast ontving hij in 1994 het Grootkruis van het Franse Legion d’Honneur en in 1998 het Grootkruis van Isabel la Católica, Spanje. Tevens werden hem eredoctoraten toegekend aan 4 universiteiten.
In de vuistdikke bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International’ staan een aantal van zijn gedichten in het Spaans en in een Nederlandse vertaling van Laurens Vancrevel. Hier het gedicht ‘Pueblo’ of ‘Dorp’.
.
Pueblo
.
Las piedras son tiempo
El viento
Siglos de viento
Los árboles son tiempo
Las gentes son piedra
El viento
Vuelve sobre si mismo y se entierra
en el dia de piedra
No hay agua pero brillan los ojos
.
Dorp
.
De stenen zijn tijd
De wind
Eeuwen van wind
De bomen zijn tijd
De mensen zijn steen
de wind
Komt op zichzelf terug en begraaft zich
In de dag van steen
Water is er niet wel glinsteren de ogen
.
Bermtoeriste
Hester Knibbe
.
Na afgelopen dinsdag benoemd te zijn tot stadsdichter van Rotterdam was de koek nog niet op voor Hester Knibbe deze week. Woensdagavond werd in een drukbezochte Kunsthal bekend dat ze ook nog eens de VSB poëzieprijs heeft gewonnen met haar bundel ‘Archaïsch de dieren’. Genomineerden waren Piet Gerbrandy, Alfred Schaffer, Hester Knibbe, Peter Verhelst en Sasja Janssen.
Volgens de jury stelt Knibbe in haar bundel grote levensvragen op een “stevige, klankrijke en hedendaagse” manier, zonder dat ze “bezwijken onder hun eigen gewicht”. Zo gaat het bijvoorbeeld over de vraag waarom de mens op aarde is of over hoe we de doden kunnen herdenken. “Antwoorden zijn er niet te vinden in deze gedichten; de goden geven niet thuis”, aldus de jury van de VSB poëzieprijs.
Hester won met haar bundel een prijs van € 25.000,- en een glassculptuur.
Van haar hand een ouder gedicht uit 2009 verschenen in Het Liegend Konijn met als titel ‘Bermtoeriste’.
.
Bermtoeriste
Men houdt het oog steeds op de weg gericht
niet op de berm waarin ik ooit bij toeval werd
gedropt en nu verwijl als vreemde
deftigheid. Ik sta hier in een soort
verlatenheid en niemand in de weg, men
sjeest langs mij, ik word niet opgemerkt. Behalve
soms door iemand die zich niet fixeert op eigen
pad, mij plots gewaarwordt, afstapt, zich aandachtig
naar mij overbuigt, verrast betast en
concludeert: ach wat een zeldzaamheid, o
delicate kelk, dat je hier
zoiets ziet! Kijk, dan
verheug ik mij, verwelk ik niet voor niets
.
Met dank aan gedichten.nl
Haarspeld
Erotische gedicht van Paul Claes
.
Uit de niet te versmaden bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’samengesteld door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze vandaag een gedicht van de dichter Paul Claes (1943). Dit gedicht werd gepubliceerd in de bundel ‘Rebis’ uit 1999.
.
Haarspeld
.
Soms speelt hij met de haarspeld in zijn hand.
Over de ribbels van haar ruggengraat
strelen zijn vingers, tot ze zich ontspant
en opengaat,
.
als hij zijn vingertop ertussen brengt,
en telkens weer kan hij er niet genoeg
van krijgen het te doen, terwijl hij denkt
aan wie haar droeg
.
Daniel Dee
Stadsdichter Rotterdam geeft zijn functie door aan Hester Knibbe
.
Gisterochtend werd tijdens een bijeenkomst in de centrale bibliotheek van Rotterdam (in het Bibliotheektheater) het stadsdichterschap overgegeven van Daniel Dee naar Hester Knibbe. Daniel heeft de afgelopen 2 jaar Rotterdam gediend als stadsdichter met mooie projecten en dito gedichten. De stadsdichter schrijft in ieder geval elk jaar 6 gedichten met de stad en haar bewoners als inspiratiebron. Daarnaast heeft de stadsdichter de vrije hand in hoe hij of zij het stadsdichterschap invulling wil geven.
Daniel heeft zich heel veel begeven onder de inwoners van Rotterdam, heeft vrijwel geen enkele uitnodiging afgeslagen en heeft dus in opdracht minimaal 12 gedichten geschreven over Rotterdam en de Rotterdammers. Zijn laatste gedicht werd tijdens de bijeenkomst getoond met een animatie van Daniel Oliveira Prins.
.
Hier zijn laatste stadsgedicht en het filmpje van Daniel Oliveira Prins.
.
Biopic de film van je leven flitst aan je ogen voorbij
.
als ik de film van je leven mocht regisseren
zou ik beginnen bij de virussen in je lijf
.
het menselijk lichaam bestaat
tenslotte voor negenennegentig procent uit zuurstof
koolstof waterstof stikstof calcium en fosfor
.
wat is dus werkelijk van jou
wat maakt jou
.
ik zou de virussen filmen hoe ze na het gestelde ultimatum
een alles vernietigende oorlog beginnen
zoals we die kennen van verre vreemde landen op het journaal
waar geen rambo nog iets aan kan redden
iedereen van het padje af
er er zou gesneuveld worden dat de stukken eraf vlogen
.
een oorlog die uiteindelijk resulteert in de totale overgave van je geest
zodat je niets anders kan dan naar mij verlangen
.
in de slotscène zou ik op ingenieuze wijze uitzoomen
om in softfocus in beeld te brengen hoe wij op de bank
verstrengeld met elkaar innig zoenen en versmelten
.
ik zou niet eens hoeven acteren
.
Groter dan de feiten
Jan Baeke
.
Gisterochtend op mijn verjaardag gekregen: ‘Groter dan de feiten’ dichtbundel van Jan Baeke. Een mooie bundel met vervreemdende poëzie (het is waar wat er op de achterflap staat). In vijf hoofdstukken zijn de gedichten per hoofdstuk genummerd en zonder titel. Hoewel de achterflap ook rept van ‘een zonovergoten maar beklemmende mediterrane provinciestad’ kwam bij mij bij het lezen van dit gedicht meteen het beeld boven van een klein West-Vlaams dorp (vraag me niet waarom!).
Uit het hoofdstuk ‘Alleen het begin telt’ het tweede gedicht.
.
In het café op het plein wordt alles teruggebracht
tot veraf en dichtbij.
.
Jij komt van hier.
Ik ben een maand geleden vertrokken.
.
De barman hangt in de radio
hoort onze dorst niet, hoort berichten voor het verzet.
.
Jouw nagels krassen alle neerslag weg.
Ik zie de patronen, de onhandige gebeden, kijk
vooruit de ramen in, zie dat het plein
door steeds grilliger schaduwen bezocht wordt.
.
Ik zie hoe jij mij dierbaar
zijn kan.
Je buigt je hoofd.
Het café buigt tegen jou in, stervend glaswerk.
.
Franconia
Robert Frost
.
Hoewel ik op 3 januari nog over Robert Frost schreef, ga ik het nu toch gewoon weer doen. Waarom? Omdat ik een bijzonder aardig Youtube filmpje tegen kwam over het huis van de familie Frost in Franconia, tussen 1915 en 1920 en daarna nog als zomerhuis tot 1939. In dit huis in Franconia schreef Robert Frost vele gedichten (zoals The road not taken, elders op dit blog te lezen). In het stuk grond rond het huis is dan ook een Poetry Trail gemaakt, een wandeling door het bos waarbij je vele gedichten tegen komt van Frost op borden. Een stichting heeft dit pad ingericht in 1997.
Veel mensen zien Robert Frost als de grootste Amerikaanse dichter van de twintigste eeuw. Een mooie quote van hem is: “In three words I can sum up everything I know about life: It goes on.” En zo is het. Zijn leven en werk blijft echter bestaan in het huis in New Hampshire (wat te bezichtigen is) en zijn gedichten. Zoals het gedicht ‘Nothing gold can stay’.
.
Nothing gold can stay
.
Nature’s first green is gold
Her hardest hue to hold
Her early leaf’s a flower;
But only so an hour.
Then leaf subsides to leaf.
So eden sank to grief,
So dawn goes down today.
Nothing gold can stay.
.



























