Categorie archief: Gedichten in vreemde vormen
Ver Vers app
Lies van Gasse, Vicky Francken
.
In opdracht van de bibliotheek Midden Brabant, literair productiehuis TILT en de universiteit Tilburg, ontwikkelde Jeroen Braspenning samen met dichter Vicky Francken (1989) en dichter, kunstenaar en stadsdichter van Antwerpen Lies van Gasse (1983), de Ver Vers app. Met deze app maak je in een handomdraai je eigen graphic poem, of grafisch gedicht. Je doet dit met zinnen die Vicky Francken heeft geschreven en illustraties van Lies van Gasse.
Natuurlijk heb ik een poging gewaagd en ik heb hier een filmpje van gemaakt. Helaas kan ik die hier niet uploaden maar probeer het zelf maar eens een keer, het is de moeite waard.
.
Ik ben mijn zwemkleren vergeten,
de buren zijn niet thuis
twee is het kleinste begin van meer
het liefst zou je het smelten remmen
maar ik loop al zo lang
er brandt licht in een huis dat niet meer bestaat
waar woon je? laat me los, ik heb je gezien
valt er iets te vieren?
.
Opruimen
Poëziekalender
.
Als je zoals ik in een huis woont waar je niet beschikt over een eigen bibliotheek (of kamer die daarvoor door zou kunnen gaan) moet je gewoon regelmatig opruimen. En omdat er steeds nieuwe poëziebundels bij komen, moet daarvoor plaats gemaakt worden. Ik kwam in een stapel dichtbundels de Plint poëziekalender 2021 tegen. Een kalender met poëzie & meesterwerken uit het Rijksmuseum. Dat wil zeggen fragmenten van schilderijen uit het rijksmuseum waarbij je wel een beschrijving nodig hebt omdat het om wel erg kleine fragmenten van schilderijen gaat.
Maar de kalender staat vol poëzie van mij (zeer) bekende en soms ook wat onbekendere dichters. Op 29 januari (vandaag dus) drie jaar geleden, staat er een gedicht van K. Schippers getiteld ‘Benn’s rhythm in 3/6′ op de kalender. Een ‘gedicht’ in een bijzondere vorm. Eigenlijk meer een cijfergedicht dan een woordengedicht. Het komt uit zijn bundel ‘Fijn dat u luistert’ uit 2014.
.
Benn’s rhythm in 3/6
.
1 4 7
2 5 8
3 6 9
– – –
6 1+5=6 2+4=6
.
10 13 16
11 14 17
12 15 18
– – –
3=3=6 4+2=6 5+1=6
.
19
20
21
–
6+0=6
7×6=4+2=6
.
Gedichtencabine
Maarten Inghels
.
Afgelopen week was ik voor mijn werk in Eindhoven bij de Dutch Design Week. Naast heel erg veel mooi, praktisch, vernieuwend en interessant design in werkelijk alle vromen kwam ik daar ook de Poem Booth tegen, of in goed Nederlands de Gedichtencabine. De Poem Booth is ontwikkeld door studio VOUW (Mingus Vogel en Justus Bruns) en werkt met AI (Kunstmatige Intelligentie). De gedichten zijn op maat afgestemd door de Vlaamse multidisciplinair kunstenaar, dichter en schrijver Maarten Inghels (1988).
Het werkt heel eenvoudig. Je gaat voor de cabine staan en je ziet jezelf in de cabine. Voor de cabine is een zuil met een rode knop. Deze druk je in en vervolgens maakt de gedichtencabine een gedicht op maat, op basis van jouw foto. Uiteraard heb ik dit gedaan. Mijn foto kun je hieronder bekijken met het gedicht. Waar ik echter achter kwam na wat onderzoek op Internet, is dat alle gedichten die gemaakt worden met de Gedichtencabine tijdens de Dutch Design Week ook op een website verschijnen. Als je weet wanneer je foto is genomen kun je dus scrollen naar de datum en het tijdstip en voila! Dan heb je je gedicht ook in het Nederlands! De gedichten die je op het scherm van de Gedichtencabine ziet zijn namelijk allemaal in het Engels.
Dat laatste heb ik dus gedaan en op 27 oktober om 12.58 verschijnt inderdaad ‘mijn gedicht’. Als je de Engelse versie voor jezelf vertaald (of de eerste zin) heb je het snel gevonden. Hieronder zie je de foto die ik nam van de Gedichtencabine met mijn gedicht en daarboven de Nederlandse vertaling. Over de inhoud en de kwaliteit van deze ‘gadget’ kun je twisten maar dat zal ik hier niet doen. Het feit dat er mensen zijn die hiermee aan de slag zijn gegaan kan ik alleen maar waarderen.
.
Tapijt poëzie
Avril Meallem en Shernaz Wadia
.
Aan de lange lijst van mogelijkheden met poëzie kan er weer een toegeveogd worden. Dit keer de tapijtpoëzie of tapestry poetry. Deze vorm van poëzie werd door de Indiase Zoöastrische dichter Shernaz Wadia en de Brits/Israëlische dichter Avril Meallem bedacht toen ze elkaar ontmoetten in 2010 in Mumbai ontmoeten. Meallem vertelde Wadia over een vorm van coöperatieve poëzie die ze een paar jaar geleden had geleerd van een andere dichter, Sarah Wurtzel, in Jeruzalem en stelde haar om deze vorm samen te proberen, omdat ze voelde dat ze gelijkgestemden waren.
Dit is hoe het werkt. Twee dichters schrijven elk een gedicht over een gemeenschappelijk onderwerp, gekozen door een van hen. Deze rol wisselt bij elk gedicht af. Vervolgens worden de gedichten uitgewisseld. Beide werken er vervolgens aan om ze te verweven tot één naadloos, vloeiend gedicht dat op zichzelf kan staan. Omdat het een gezamenlijke inspanning is, wordt de redactie een heen en weer proces, totdat elke dichter tevreden is met het eindproduct.
Verder volgen ze deze basisregels:
- Elk individueel gedicht mag niet meer of minder dan 9 regels bevatten
- Alleen degene die de titel geeft, heeft de mogelijkheid deze daadwerkelijk in het gedicht te gebruiken. Dit om herhaling te voorkomen.
- Het merendeel van de woorden van de originele gedichten moet behouden blijven, maar er kunnen enkele grammaticale veranderingen worden aangebracht, bijvoorbeeld enkelvoud naar meervoud, veranderingen in de werkwoordsvorm, enz.
- Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden kunnen worden vervangen door andere die beter bij het Tapijtgedicht passen, maar de oorspronkelijke smaak moet worden behouden.
- Alle 9 regels van elk gedicht worden gebruikt in het Tapijtgedicht, waardoor het feitelijk een gedicht van 18 regels wordt.
Hier een voorbeeld van één van hun tapijtgedichten. Hun gezamenlijke tapijtgedichten werden gebundeld en uitgegeven onder de titel ‘Tapestry Poetry; a fusion of two minds’ in 2013.
.
In your smiles (Wadia)
.
Are you hurt that
I don’t write poems for you?
If I tried to pen it in blood,
or carved open my heart
I would still fall short
of expressing my love.
Blessed I am to have you both;
In your loving smiles
My happiness you hold.
.
In your smiles (Meallem)
.
I enter your room
You cannot speak
Nor raise your hand to take mine
But when you smile
And your eyes light up
Words become superfluous
Our souls connect
beyond time and form
in the vastness of eternity
.
In your smiles (tapestrypoem of tapijtgedicht)
.
I enter your room
Are you hurt that
You cannot speak?
That I don’t write poems for you?
Nor raise your hand to take in mine?
If I try to pen it in blood,
or carve open my heart
Words become superfluous;
I still fall short
of expressing my love.
But when you smile
Blessed I feel to have you;
And, as your eyes light up
Our souls connect.
In your loving smiles,
beyond time and form,
My happiness you hold
In the vastness of eternity.
.
Concrete poëzie
Eugen Gomringer
.
Ik heb op dit blog al vaker over concrete poëzie geschreven, meestal aan de hand van een voorbeeld of naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen binnen de concrete poëzie. Nu heb ik echter een klein boekje op de kop weten te tikken dat over dit onderwerp gaat. Het betreft hier ‘Concrete poëzie’ van Erik Slagter, een vijfde deel uit de reeks Moderne Literatuur Nederlands uit 1971.
Het boekje begint met een voorwoord van Slagter waarin hij eigenlijk de essentie van concrete poëzie in de laatste alinea weet te pakken: “Maar in deze tijd van massacommunicatie telt het gevoel van één mens nog nauwelijks mee. De kunstenaar zoekt daarom naar iets anders. Hij wil met gebruikmaking van de nieuwste technieken en materialen iets vinden dat iedereen aanspreekt en verrast doordat het de dingen ineens vanuit een onverwachte hoek laat zien. Met de klank of met de vorm van het woord is dat te bereiken. Dat wil nu concrete poëzie.”
De term concrete poëzie stamt uit begin jaren ’50 van de vorige eeuw. In 1953 schreef de Zwitserse dichter en beeldhouwer Eugen Gomringer (1925) gedichten die hij konstellaties noemde. In die periode reisde hij naar Zuid-Amerika en besloot samen met enkele Braziliaanse dichters om hun poëzie voortaan concrete poëzie te noemen. De naam verspreidde zich over Amerika en Europa waar veel dichters de naam gingen gebruiken, zodat het niet lang duurde voordat bijna niemand precies meer wist wat de naam inhield.
In 1967 verscheen in Amerika een bloemlezing met concrete gedichten van vijfenzeventig dichters uit 20 landen. Hoewel Gomringer in 1955 besloot zijn poëzie concrete poëzie te noemen, was hij niet de eerste die dat deed. In 1953 schreef al een Zweedse dichter Öyvind Fahlström (1928-1976), een manifest voor concrete poëzie. Dit manifest verscheen in een kleine oplage en Fahlström was toen een bekende abstracte kunstschilder. Maar in de jaren ’50 van de vorige eeuw waren er meer dichters die zich bezig hielden met een vorm van poëzie die later concrete poëzie genoemd zou worden. In Italië was er een groepje dichters in Milaan onder leiding van de dichter en futurist Carlo Belloli (1922-2003) die zijn gedichten al ‘visuele woorden’ noemde. Maar ook in Oostenrijk en Duitsland waren er dichters die met hun poëzie nauw aansloten bij deze vorm.
Wat was er nu nieuw aan deze vorm van poëzie? Gomringer wilde gedichten schrijven die zoveel mogelijk uitdrukten met zo weinig mogelijk middelen. Hij ‘ontdekte’ dat het mogelijk is poëzie te schrijven met bijvoorbeeld maar één woord, zodanig op een vel papier geschreven dat er evenveel mee wordt uitgedrukt als met een gedicht met veel woorden. Een mooi voorbeeld is zijn gedicht uit 1953 ‘ping pong’.
.
ping pong
ping pong ping
pong ping pong
ping pong
.
De dichter laat met dit voorbeeld zien dat het ping pong-spel kan worden uitgedrukt met de taal zelf, door de woorden zo te plaatsen dat het spelverloop uit het beeld is af te lezen. Wanneer je dit gedicht hardop voorleest komt de klank overeen met het geluid van de ping pong-bal op de speeltafel, wat dit gedicht niet alleen een beeldtekst maar ook een klankgedicht maakt.
Naast deze voorbeelden staan er nog vele andere concrete dichters in dit heerlijke boekwerkje. Van de Belgische dichters Mark Insingel en Ivo Vroom, de Nederlandse dichters Herman Damen en Hans Clavin en uiteraard misschien wel de bekendste concrete dichters de Fransman Stéphane Mallarmé en natuurlijk Jan Hanlo.
.
Probeer deze eens
T-shirt Ready made
.
Ik heb al een aantal keren geschreven over ready made gedichten. Je kunt ze werkelijk op allerlei manieren schrijven zoals blijkt uit dit, dit, dit, dit, dit, en dit voorbeeld maar als je doorzoekt op dit blog kom je er nog wel meer tegen. Een vorm die ik nog niet beschreven heb, heb ik zelf bedacht toen ik een paar jaar geleden op vakantie was in een Duitse stad. Ik was daar met mijn gezin en mijn dochters waren in een leeftijd waarop ze vooral erg geïnteresseerd waren in winkelen. Dat betekende dat ik of wel mee elke winkel in kon gaan (wat ik in eerste instantie ook wel deed) of wel buiten kon staan wachten tot ze klaar waren (waar ik na een winkel of drie vier met nog meer kleding en schoenen wel aan toe was).
Toen ik een tijdje buiten stond te wachten, het was zomer, viel me iets op. Vrijwel iedereen die ik zag met een t-shirt, had een t-shirt met opschrift aan. De een wat groter dan de ander maar bijna elk t-shirt dat ik zag (zowel bij mannen als bij vrouwen) had een opschrift. Ik besloot de opschriften van al die t-shirts op te schrijven als ready made gedicht. Binnen 10 minuten had ik een lijstje van maar liefst 27 opschriften genoteerd. Opvallend was het aantal Amerikaanse steden/staten in de lijst. Ik heb dit T-shirt ready made gedicht ‘T-shirt bonanza’ genoemd.
Mocht je je op vakantie vervelken of in een zelfde positie bevinden als ik destijds, of ga je erop uit om zelf een dergelijke readymade te ‘scoren’ heel veel plezier. Het heeft mijn wachttijd in ieder geval aanzienlijk leuker gemaakt. En je kunt natuurlijk ook een variatie op een dergelijke ready made maken, leef je uit zou ik zeggen.
.
Refill
Future

















