Categorie archief: Liefdespoëzie
Vrouw
Jozef Deleu
.
De Vlaamse schrijver en dichter Jozef Deleu (1937) ziet in zijn poëzie als in zijn proza de mens continu geprangd tussen heden, verleden en toekomst. Het besef van de tijdelijkheid van alle leven verleent aan zijn werk een sterk melancholisch karakter. Deleu stelde naast zijn werk als schrijver en dichter ook verschillende bloemlezingen samen zoals ‘Het Groot Verzenboek, vijfhonderd gedichten over leven, liefde en dood’.
In een bloemlezing van Christine D’haen met de titel ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde uit 1980, staat dan weer een gedicht van Deleu met als titel ‘Vrouw’. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘De stilte groeit’ uit 1974.
.
Vrouw
.
Van ieder woord
ben jij de pit
de harde korrel
in de bolle druif
het zachte vlees
van de amandel.
.
Je bent plantaardig
ring op ring
vormen zich de kringen
woord op woord
wordt harde hoorn.
.
Met de seizoenen
dubbel-zinnig
blauwe zomer
rode winter.
.
Mals en eetbaar
hard en bitter
pure pit.
.
Zó ben jij
van mij.
.
Zo ben ik.
.
Geen dag zonder liefde
Ed. Hoornik
.
De winter vind ik een uitgesproken jaargetijde voor liefdesgedichten met een randje. Dat kan een randje nostalgie zijn, een donker randje, spijt, verdriet, zolang het maar geen vrolijk en opgetogen liefdegedicht is. In de onvolprezen bundel ‘Geen dag zonder liefde’ Honderd jaar Nederlandse liefdespoëzie uit noord en zuid, uit 1994, staat een mooi voorbeeld van zo’n gedicht van dichter Ed. Hoornik (1910-1970) met als veelzeggende titel ‘Eenzaamheid’. Dit gedicht verscheen eerder in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1972.
.
Eenzaamheid
.
We ruilden plechtig de ringen;
ik hoorde mij trouw beloven.
Gij waart mij reeds vreemdelinge,
toen we langzaam de kerk uitschoven.
.
Al geloofde ik het soms even,
als ik in uw armen verstilde,
nooit werd mee uitgedreven
de eenzaamheid, die ik niet wilde.
.
Tweelingen schiepen mijn dromen,
eender als druppelen water.
Geen zal de avond doorkomen:
elk is alleen, vroeger, later…
.
Dichter van de maand Januari
Hagar Peeters
.
Zondag in januari dus een gedicht van Hagar Peeters. Vandaag koos ik voor het wonderschone liefdesgedicht ‘Je bewoont al jaren’ uit haar bundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ uit 1999.
.
Je bewoont al jaren
.
Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.
Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.
Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie
en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.
Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont
ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.
.
Trouw poëziecollectie
Judith Herzberg
.
In 2013 selecteerde het dagblad Trouw de mooiste Nederlandstalige poëzie in een tiendelige serie. Het eerste deel betrof dichteres Judith Herzberg. Hierna volgden nog o.a. verzamelbundels van Eva Gerlach, Remco Campert, maar ook Ingmar Heytze en Ester Naomi Perquin. In een mooi en met zorg uitgegeven bundel staan 50 gedichten, een keuze uit haar vele dichtbundels.
Ik heb uit deze bundel gekozen voor het gedicht ‘Hij bidt’ uit de voor mij nog onbekende bundel ‘Zoals’ uit 1992.
.
Hij bidt
.
Hij bidt maar niet tot god
niet tot maar bidt.
Dan moet hij plassen en staat op
maar komt, vóór kleren, auto, weer in bed,
omhelzend verlangt hij naar omhelzen, haar.
Een hemelsbreedte rekt zich in hem
om haar, dagelijks, omhelsbaar.
.
Weet je
Liefdesgedicht
.
Hans Andreus gaf in 1973 de bundel ‘Om de mond van het licht’ uit met als ondertitel ‘een kleine case history’. Deze bundel is verbonden met wat hem al in zijn vroegste werk bezighield; het licht. Zintuiglijke waarneming samengaand met een soms bijna mystieke aandacht en extase was toen zijn manier van benadering. In deze bundel staat het terug verlangen naar het licht meer nog in het middelpunt van de poëzie.
Ook in dit liefdesgedicht met een lichte erotische toets komt dat naar voren.
.
Weet je,
je was altijd fenomenaal
in ons horizontaal
buikdansen:
.
hoe stil op het laatst
je trance
van lichaam samen met
dat gelokene
.
in je gezicht:
ogen niets ziende,
oren niets horende,
.
totaal verloren de
tijd, de
gebrokene.
.
Co. 7
Liefdesgedicht van Eriek Verpale
.
Omdat het alweer even geleden is vandaag een liefdesgedicht. Uit de bundel ‘Op de trappen van Algiers’ uit 1980 van de Vlaamse dichter Eriek Verpale (1952 – 2015) het gedicht ‘Co. 7’.
.
Co. 7
.
Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –
zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:
niets daarvan wil ik bewaren, laat staan
in een verouderd vers als dit verdoken
tot het mijne maken.
.
Maar het dunne stof, geschud
uit diepe mantelzakken, oud
speelgoed dat eens op je kamer stond,
of de beduimelde bril
– ik bewonder de dikke glazen –
.
alleen dàt wil ik van je sparen.
.
Wat een ander niet krijgen wil
zal ik van je hebben:
.
het hoogste bod zal de wereld
niet eens verbazen.
.
liefdesgedicht
Moment
.
Zondag, dus de dichter van de maand september Jean Pierre Rawie. Vandaag heb ik voor een rijmend gedicht gekozen maar dit keer geen sonnet. Het is een prachtig liefdesgedicht uit de bundel ‘Wij hebben alles nog te goed’ met als ondertitel ‘de mooiste liefdesgedichten’ uit 2001 met als titel ‘Moment’.
.
Moment
Soms hoor ik onverwacht weer achter
gewone woorden die je uit
een zoveel zuiverder en zachter,
adembenemender geluid,
dat ik opnieuw naar je moet kijken
of ik je nooit tevoren zag.
Laat al die jaren maar verstrijken;
zolang ik dit bewaren mag
kan jou en mij de tijd niet deren:
weer voor het eerst met je alleen
hoor ik de harmonie der sferen
door alle alledaagsheid heen.
.
Catullus
Kleine vogel
.
Voor dat je gaat denken dat ik hier over katten ga schrijven (had zomaar gekund, er is veel poëzie bekend en beschikbaar over katten) of dat ik poëzie in het Latijn ga plaatsen; niets van dat al. Gaius Valerius Catullus (±84-54 v.Chr.) was de eerste grote Latijnse lyricus. Als een van de invloedrijkste dichters van de 1e eeuw voor Christus uit de Ciceroniaanse periode – Romeinse literatuur – schreef hij ongeveer 116 gedichten (totaal circa 2300 verzen (versregels)). Deze gedichten werden later gebundeld in de ‘Carmina Catulli’. Zijn stijl is gevarieerd en zijn werk bevat onder andere liefdesgedichten, spotgedichten en epische gedichten (epigrammen).
In ‘Het Grote Dieren Gedichten Boek’ dat in 2007 werd samengesteld door Guus Luijters en gepubliceerd bij uitgeverij Nieuw Amsterdam staan een aantal van de gedichten van Catullus in vertaling opgenomen. Zo ook het gedicht zonder titel hieronder.
.
Kleine vogel, speeltje van mijn lieveling,
jij, met wie ze zich vermaakt, jij, op haar schoot,
jij, naar wiens snavel ze haar vinger uitsteekt
om hem tot scherpe pikjes te prikkelen,
wanneer ze maar zin heeft, haar blik vonkend van
verlangen naar mij, in een lief spel met jou –
als tedere troost voor haar pijn, denk ik,
zodat de gloed van haar hartstocht tot rust komt –
kon ik toch maar met jou spelen zoals zij,
en het verdriet dat mijn hart drukt verlichten!
.















