Categorie archief: Liefdespoëzie
Catullus
Kleine vogel
.
Voor dat je gaat denken dat ik hier over katten ga schrijven (had zomaar gekund, er is veel poëzie bekend en beschikbaar over katten) of dat ik poëzie in het Latijn ga plaatsen; niets van dat al. Gaius Valerius Catullus (±84-54 v.Chr.) was de eerste grote Latijnse lyricus. Als een van de invloedrijkste dichters van de 1e eeuw voor Christus uit de Ciceroniaanse periode – Romeinse literatuur – schreef hij ongeveer 116 gedichten (totaal circa 2300 verzen (versregels)). Deze gedichten werden later gebundeld in de ‘Carmina Catulli’. Zijn stijl is gevarieerd en zijn werk bevat onder andere liefdesgedichten, spotgedichten en epische gedichten (epigrammen).
In ‘Het Grote Dieren Gedichten Boek’ dat in 2007 werd samengesteld door Guus Luijters en gepubliceerd bij uitgeverij Nieuw Amsterdam staan een aantal van de gedichten van Catullus in vertaling opgenomen. Zo ook het gedicht zonder titel hieronder.
.
Kleine vogel, speeltje van mijn lieveling,
jij, met wie ze zich vermaakt, jij, op haar schoot,
jij, naar wiens snavel ze haar vinger uitsteekt
om hem tot scherpe pikjes te prikkelen,
wanneer ze maar zin heeft, haar blik vonkend van
verlangen naar mij, in een lief spel met jou –
als tedere troost voor haar pijn, denk ik,
zodat de gloed van haar hartstocht tot rust komt –
kon ik toch maar met jou spelen zoals zij,
en het verdriet dat mijn hart drukt verlichten!
.
Rogi Wieg
- Liefdesgedicht
.
Zondag dus een gedicht van de dichter van de maand augustus Rogi Wieg.
Robert Gabor Charles Wieg, een kind van Hongaarse immigranten, debuteerde in 1981 met de bundel Cis-trans. In 1987 kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverdrijf’. Zijn afscheidsgedichten verschenen in het literaire tijdschrift ‘Extaze’. Uit deze bundel uit 1986 heb ik vandaag gekozen voor het gedicht ‘Liefdesgedicht’.
.
Liefdesgedicht
.
Dit is een jaar van ongemakken, lange
maanden waarin vreemde wendingen. Men
ziet het niet dat ik van heel dichtbij wat bange
uitdrukkingen heb. Het is ook dat ik niets verken,
.
niets werkelijk, geen stadsgedeelten voor een woord
dat teder is. Alsof mijn moedertaal
zich afsluit voor mijn dagverdrijf. De soort
van lichtval deze kleine dag bepaal
.
ik niet. Maar verder is er brood
zoals altijd en woordenboeken,
alfabet van wonderen. Of van een groot
.
verbruik van lettertekens, ik schrijf
toch dat ik van je houd,
al is het dat ik met mijn taal je hand verdrijf.
.
Ver reeds is de tijd
René Verbeeck
.
Na al die gedichten op bijzondere plekken is het weer eens tijd een voor bijzonder gedicht. Een liefdesgedicht van de dichter René Verbeeck. Verbeeck was voor de oorlog een actief dichter. Met André Demedts, Pieter G. Buckinx en Jan Vercammen richtte hij het tijdschrift ‘De Tijdstroom’ (1930-1934) op. Hij was oprichter van uitgeverij Eenhoorn (Mechelen, 1936). Hij stichtte in 1937 de poëziereeks ‘De Bladen voor de Poëzie’, waarvan hij tot 1944 de leiding had. Begin 1943 verhuisde hij met de reeks naar de collaborerende uitgeverij Steenlandt. Hij zat na de oorlog 22 maanden gevangen.
Uit de bundel ‘De zomer staat hoog en rijp’ uit 1965, het gedicht ‘Ver reeds is de tijd’.
.
Ver reeds is de tijd
.
Ver reeds is de tijd toen het nestelen begon
tegen een bergflank van de Ardennen.
.
maar zie hoe wild en fier zij is,
nog kregen de jaren haar niet klein,
.
van liefde als hars en bosgrond krachtig
is zij nooit verzadigd
.
en dank noch medelijden
stillen de honger van haar hart.
.
de dienstmaagd van man en kinderen
heeft de minnares niet omgebracht:
.
het wilde meisje houdt mij omstrengeld
in mijn zomerse vrouw.
.
Waarover zal ik zingen
Jan Hanlo
.
Jan Hanlo kennen we natuurlijk allemaal van zijn gedichten ‘Mus’ en ‘Oote’. Beide bijzondere gedichten (over de laatste werden zelfs kamervragen gesteld) in een typische Hanlo stijl. Jan Hanlo schreef echter ook zeer toegankelijke en mooie poëzie, denk bijvoorbeeld aan ‘Zo denk ik dat ook jij bent’ en ‘Ik noem je bloemen’, beide intieme liefdesgedichten. Ook ‘Waarover zal ik zingen’ is zo’n voorbeeld. Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2006.
.
Waarover zal ik zingen
.
Waarover zal ik zingen
over regenjassen over het lover van geboomte
of zal ik van de liefde zingen
Waarover zal ik zingen over vliegmachines
blinkend aluminium in de zon en blauwe lucht
of zal ik zingen over de liefde
Over auto’s over steden en historie
of zal ik zingen over de liefde
Over vele vreemde dingen
over de gewone
of zal ik zingen over de liefde
Over bloemen over water
over mooie dingen of wat droevig is
of zal ik zingen over de liefde
Over tabak en vriendschap
over geur en wijn
over schepen zeilen meeuwen over ellende
over de ouderdom over de jeugd
of zal ik over de liefde zingen
.
Rien Vroegindeweij
Liefdesgedicht
.
In 2015 was hij nog jurylid van de Ongehoord! Poëziewedstrijd (ook in 2016 is er weer een wedstrijd, nog inzenden tot en met 31 mei 2016: https://stichtingongehoord.com/2016/03/03/ongehoord-gedichtenwedstrijd-2016/) en in oktober stond ik nog samen met hem bij dichtsalon ’t Kapelletje, maar Rien Vroegindeweij is toch vooral bekend als dichter.
Rien Vroegindeweij (1944) is dichter en (toneel)schrijver uit Rotterdam (geboren Middelharnis). Hij beschreef de stad en haar culturele leven in de dagbladen Het Vrije Volk, het Rotterdams Dagblad, NRC Handelsblad en vele tijdschriften. In 2006 ontving hij van de stad Rotterdam de Erasmusspeld en in 2007 won hij de Anna Blaman Prijs.
Vroegindeweij schreef naast 10 poëziebundels proza, toneelstukken, een film en hij stelde verschillende bundels samen. Uit zijn bundel ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973 het liefdesgedicht ‘Herinnering’.
.
Herinnering
.
Jij was bij een oefening van het Rode Kruis
Gewonde en ik zag je eerste hulpeloze blikken
Bracht ik jou of mezelf toen aan het schrikken
Want we waren jong en mooi en ontzettend kuis
.
Ik droeg je in mijn armen. Dichtbij het huis
Voelde ik toen je kleine borsten, warm en teder
In het veld legde ik je zachtjes neder
Op een bed van bladeren en opende je kruis
.
Het was voor ons beiden de eerste keer
’t Ging een beetje moeilijk en zonder genot
Sterren zag ik, heel laag bij de grond
.
Vogels vlogen over. De oefening was meer
Dan een oefening. ’t Was een komplot
Er vloeide bloed en jij was echt gewond
.
Foto: Helena van der Kraan
Weerzien
Liefdesgedicht van Anna Enquist
.
In 1994 verscheen van Anna Enquist (1945) de bundel ‘Een nieuw afscheid’ met daarin het prachtige ‘Weerzien’ en gedicht over de liefde tussen een man en een vrouw.
.
Weerzien
.
Hoe de mensen, hoe deze mensen, hoe
een man en een vrouw na jaren elkaar –
hoe na jaren deze mensen elkaar zullen
zien, harnas van vroeger over het sleets
lichaam, hoe in hun botten moeheid
en deceptie jaar na jaar kerven.
.
Hoe mensen, door afscheid op afscheid
gestriemd en geslagen, het kijken
verdragen in de laatste smalle kier
die de tijd hen laat, in laat licht
ontluisterd. Dat ligt aan de ogen;
genadig wrikt tovenaar geheugen
aan de deur van de tijd; ontzien
in het zien (weggeblazen heupen,
dood haar). Die daar staan ont-
staan voor elkaar bedrieglijkerwijs
in vijvers van vroeger. Zij bieden
elkaar een diep water, hier.
.
Zo zien een man en een vrouw na
jaren elkaar of niet of anders. Vuur!
.
Voordat
Ingmar Heytze
.
De in 1970 geboren Ingmar Heytze studeerde Algemene Letteren in zijn geboortestad Utrecht, met als specialisatie Communicatiekunde. In 1997 debuteerde bij met ‘De allesvrezer’ (hoewel hij in 1989 al ‘Alleen mijn kat applaudisseert’ publiceerde bij Stichting Lift) en trad hij ook op tijdens de Nacht van de Poëzie en in het culturele seizoen 1999-2000 was hij de eerste “huisfilosoof” van het Utrechtse Centraal Museum.
In 2009 werd hij als eerste benoemd tot stadsdichter van Utrecht. Hij was stadsdichter tot 2011 en toen zijn termijn afliep is er geen nieuwe stadsdichter gekozen. Het Utrechts Dichtersgilde heeft het stadsdichterschap overgenomen.
Heytze schreef en publiceerde inmiddels 16 poëziebundels. Ook schreef hij proza en zijn een aantal van zijn gedichten in de openbare ruimte in de stad Utrecht te lezen. In 2008 ontving hij de tweejaarlijkse C.C.S. Crone-prijs en in 2016 de Maartenspenning.
Uit de bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 het gedicht ‘Voordat’.
.
Voordat
.
Voordat ik me terugtrek
bij een vrouw
van rubber of papier
voordat ik niets meer klaarmaak
dan mezelf
wil ik bij jou zijn.
.
Voordat de laatste ronde ingaat
en mijn ziel is weggezwommen
in het glas, mijn zinnen
opgelost in drank,
wil ik bij jou zijn.
.
Voordat mijn gedichten
zijn verjaard tot voorbeeld
van het een of ander,
mijn talenten zijn vervallen
tot verzameld werk,
wil ik bij jou zijn.
.
Voordat het licht
uit mijn ogen sijpelt,
mijn huid verdort tot vel,
voordat ik al mijn goud
veranderd heb in lood,
wil ik bij jou zijn
tot de dood.
.
Liefste
J.W.F. Werumeus Buning
.
Vandaag onder de noemer (bijna) vergeten dichters, de Nederlandse dichter en schrijver Werumeus Buning (1891 – 1958). Werumeus Buning was bevriend met Adriaan Roland Holst. Roland Holst moedigde zijn vriend, die op dat moment kunstredacteur bij de Telegraaf was, aan gedichten te gaan schrijven.
In 1921 verscheen zijn eerste dichtbundel ‘In memoriam’, over de dood van zijn geliefde. Daarop volgde ‘Hemel en Aarde’ (1927) waarin Werumeus Buning de stijlvorm van de ballade uitprobeerde. In die vorm dichtte hij zijn grootste succes: ‘Mária Lécina’ (1932) gevolgd door ‘Drie balladen’ (1935), waarvan de ‘Ballade van den boer’ de bekendste is ( wie kent de regel :”Maar de boer, hij ploegde voort” niet?).
In de oorlog trad Werumeus Buning toe tot de Kultuurkamer, wat hem na de oorlog een publicatieverbod van één jaar opleverde. Mede hierdoor was zijn populariteit tanende. Na de oorlog bleef hij actief als dichter en vertaalde hij werken van Shakespeare, Cervantes en Herman Melville.
Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1948 het gedicht ‘Liefste’.
.
Liefste
.
Liefste ik ben de droefenis gaan beminnen,
omdat geen andere méér uw ogen had.
Het was een duister, roekeloos beminnen;
Ik heb niet meer van haar dan u gehad.
.
Want droefenis was als gij waart in mijn leven
om uwe ogen heb ik haar bemind.
Was zij van u niet liefde’s enigst kind?
Zij was als gij, zij is niet lang gebleven.
.
En droefenis ging henen om het smeken
dat zij van u zou laten wat nog was:
de zachtheid, die in mij gebleven was
als een oud nest, waarom de takken breken.
.
En droefenis, mijn lief, heeft mij verlaten
want ik was nimmer gans met jaar alleen
ik bleef van u, ik ben alleen gelaten;
Zij was als gij, en anders was er geen.
.
En droefenis, mijn lief, heeft al het oude
gebroken uit de takken van het hart.
Waar zijn haar ogen, ùwe bleke, gouden,
en waartoe zwelt genezen in het hart?
.
















