Categorie archief: light verse

Aan de reiziger

Dag 20: Lévi Weemoedt

.

Uiteraard mag enige light verse ook niet ontbreken in de vakantie. En dan kom je al snel terecht bij de meester van de tragikomische treurigheid en pessimisme Lévi Weemoedt (1948). Uit de bundel ‘Met enige vertraging’ uit 2014 komt het gedicht ‘Aan de reiziger’ over Drenthe waar Weemoedt al jarenlang woont.

.

Aan de reiziger 

.

Het streekvervoer in Drenthe

is kortgezegd aldus:

indien er al

iets langskomt

is het een collectebus

.

Waterman

Lévi Weemoedt

.

Toen ik bekend werd met het fenomeen sterrenbeeld en horoscopen was ik daar enorm door gefascineerd. Ik las alles over de verschillende sterrenbeelden en de vermeende eigenschappen die bij elk sterrenbeeld horen. Ik was zo gefascineerd omdat ik alle eigenschappen die bij mijn sterrenbeeld, Waterman, feilloos kon plaatsen. Ik herkende ze allemaal bij mezelf. En hoe meer ik me ging verdiepen herkende ik ook de eigenschappen van andere sterrenbeelden bij mensen die ik kende. Aan het feit dat ik ‘vermeende’ eigenschappen hierboven schrijf kun je al afleiden dat ik er tegenwoordig wat kritischer in sta.

Zowel in de westerse horoscopen als in de Chinese horoscopen en dierenriemen. Want ook die laatste heb ik bestudeerd. In de Chinese dierenriem ben ik op een paar dagen na nog net een Tijger. Op een periode van 12 jaar vind ik dat best weinig maar toch herkende ik me weer helemaal in de eigenschappen van de Tijger. Maar zoals gezegd, ik ben inmiddels wel wat kritischer en dag, week of maand horoscopen beschouw ik als grote onzin. De algemene eigenschappen van sterrenbeelden, daar zie ik nog steeds wel wat in.

Deze inleiding leidt uiteraard naar een gedicht. In dit geval een gedicht van Lévi Weemoedt (1948, pseudoniem van van Isaäck (Ies) Jacobus van Wijk) uit de bundel ‘Van Harte Beterschap’ Kleine trilogie der treurigheid uit 1982. het grappige feit doet zich voor dat dit gedicht eigenlijk helemaal niet gaat over een sterrenbeeld of horoscopen.

.

De Waterman

.

Geen kleuterschool zag ooit zo’n zoete jongen

als ik: ik vocht niet, brak geen ruit;

‘k zat aan mijn tafeltje als alle and’ren sprongen

en prikte dag aan dag hetzelfde eendje uit.

.

Maar als ik klaar was en het eendje lag, gescheiden

van ’t blijde waterleven, doodsbleek in mijn hand,

dan weende ik bitter om dit aangerichte lijden

en ‘k dacht: heeft Blijheid steeds zo’n zwarte binnenkant?

.

Om tien voor vier renden mijn tijdgenoten

dwars door de schooldeur heen, op weg naar Vrolijkheid;

.

ìk zat nog ’s avonds laat, door werksters ingesloten,

snikkend het eendje terug te stoppen in zijn bijt.

.

PS

O, ‘k zag de juffrouw heus wel op haar voorhoofd tikken,

maar ‘k vroeg de dag erna tóch of ik weer mocht prikken!

.

 

De minnaar spreekt

Rien Vroegindeweij

.

Ik kreeg de bundel ‘Zo klinkt dus weggesmeten geld’ De geestige gedichten, bijeengebracht door Meindert Burger en Jos Versteegen uit 2007 onder ogen en al bladerend kwam ik een gedicht van Rien Vroegindeweij (1944) tegen. Deze Rotterdamse schrijver/dichter publiceerde proza en poëzie, en was actief als columnist, publicist, vertaler, en bloemlezer. Ik volg Rien al jaren, stond ik ooit samen met hem op een dichtsalon in Rotterdam (’t Kapelletje) en was Rien jurylid van de Gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! in 2015.

In de bundel ‘Zo klinkt dus weggesmeten geld’ een typische bundel vol light verse of humoristische poëzie, is Rien vertegenwoordigd met het gedicht ‘De minnaar spreekt’ waarin taalvirtuositeit en humor met elkaar strijden om de aandacht.

.

De minnaar spreekt

.

Vanavond uit eten bij de B’s

(ze waren bijna uit elkaar);

geen wild gebraad als vorig jaar,

maar vegetarisch: bij het zee-

.

wier komen wel de A’s ter sprake

en volgt de rest van het alfabet:

T gaat met O en F met U naar bed.

Zeg, hoe vind je die tofu smaken?

.

’t komt uit Gods eigen haute cuisine,

het maakt als vlees niet agressief

(we waren bijna uit elkaar, hè lief?)

.

en ’t zit barstensvol met vitaminen.

O vrouw B. Hoe heerlijk uw diners!

Maar ‘k geef de voorkeur aan uw vlees.

.

Tweemaal de zee

Dubbelgedicht

.

Over werkelijk elk onderwerp dat je kan bedenken is waarschijnlijk ooit een gedicht geschreven. Over sommige onderwerpen zelfs heel vaak. Zoals de zee. Ik leerde ooit dat wanneer je depressieve gevoelens hebt, dat elke dag een uur lang over het strand wandelen langs de oneindig ogende zee, een zeer heilzaam effect op je kan hebben. Een beetje zoals poëzie lezen maar dan anders.

Ook ik schreef gedichten over de zee zoals mijn eigen Weesgedicht ‘Strand‘ en het gedicht ‘Eb‘ fraai vormgegeven door Brrt.graphic.design. Maar voor wie heel nieuwsgierig is, zoek op zee in mijn blog en verwonder je over de vele gedichten over de zee.

Vandaag twee gedichten over de zee, zeg maar een dubbelgedicht waarbij de een light verse met een stukje maatschappij kritiek van Ivo de Wijs (1945). Het gedicht is getiteld ‘Zee-eend’ en komt uit de Tweede Ronde uit 1988. Het andere gedicht is getiteld ‘Zee’ van Anton van Wilderode (1918-1998) en komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987.

.

Zee-eend

.

Het leven, zegt een zee-eend

Speelt een spel met de ellende

Er krepeert een PCB-eend

Er resteert een E-legende

.

Zee

.

Vaak als het nacht wordt in de kleine huizen

verneem ik vagelijk de zee van verre

en loop ik haastig weg onder de sterren

haar wijdheid zoekend en geweldig ruisen.

.

Als sneeuw verspat de schuimvlok op mijn handen

die dorstig naar haar blauwe diepe reiken;

de kleine vogelen lopen als gelijken

haastig en angstig langs haar grote stranden.

.

Lullopertje

Lévi Weemoedt

.

Ik ben, zolang ik me kan herinneren, al een groot liefhebber van nieuwe woorden in de taal en spelen met taal. Dat is denk ik ooit met van Kooten en de Bie begonnen en later met taalkunstaars als Drs. P, Hugo Brandt Corstius (Opperlandse Taal- & letterkunde) maar ook tekstschrijvers als Bram Vermeulen en Lennart Nijgh (en zo zijn er nog velen). Het verzinnen of maken van nieuwe woorden, al dan niet samengestelde woorden, is daarin, vind ik, een bijzonderheid. Kees van Kooten was daar een meester in (de Geilneef, Sombermans etc.) maar ook Levi Weemoedt kan er wat van getuige zijn gedicht ‘Lullopertje’ uit de bundel ‘Van Harte Beterschap’ kleine trilogie der treurigheid. uit 1982.

In het gedicht ‘Lullopertje’ wordt een jongen opgevoerd die er vooral voor spek en bonen bijloopt op tijdens een voetbalwedstrijd. Iemand die er voor lul bij loopt; een lullopertje.

.

Lullopertje

.

‘k Was ied’re wedstrijd weer de droefste van het veld
en liep neerslachtig wat van achteren naar voren.
Er was geen grasspriet of ik had hem al geteld,
En ‘k wist bij god niet of we wonnen of verloren.
.
Alleen bij toeval raakte ‘k in het spel betrokken:
Soms kreeg een tegenstander plots de slappe lach
Als hij mijn broek zag, tot de schouders opgetrokken;
Ik liep intussen snikkend naar de cornervlag.
.
Daar gaf ‘k wanhopig zó een trieste draaibal voor
(die met een laatste zucht in ’t struikgewas bleef hangen)
dat ied’reen weghinkte, zich kermend liet vervangen.
Ook van de tegenstander bleek ineens geen spoor.
.
Dan blies de scheidsrechter met zó veel doodsverlangen
de wedstrijd af. Alleen mijn tranen speelden door.

.

Aubergine

Drs. P

.

Het is voor mij altijd een groot plezier om te lezen in de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’, liedteksten van Drs. P (1919-2015) uit 1999. Natuurlijk ken ik de teksten, liedjes en gedichten van Drs. P niet allemaal (het zijn er vele!) en dus word ik nog weleens verrast wanneer ik de bundel lees of doorblader. Zo ook dit keer. Om twee redenen eigenlijk.

Allereerst omdat het gedicht ‘Aubergine’ bij mij onmiddellijk de gedachte naar boven bracht aan de emoiji of emoticon van een aubergine, die, zoals je ongetwijfeld weet, wordt gebruikt als penis in SMS- en Whatsappberichten maar als tweede deed dit gedicht of deze liedtekst mij ook meteen teruggaan naar de tijd dat de poëziestichting Ongehoord! nog tweemaandelijks een poëziepodium organiseerde in de openbare bibliotheek van Rotterdam.

Vaste gastdichter daar was de onvolprezen en bijzondere Rieneke Minderman-Grobben (1944-2018), de lady in pink (ze was altijd volledig gekleed in het roze). Zij las haar gedichten steevast voor vanaf een behangrol die ze zelf beschreven had. In haar gedichten maakte ze graag gebruik van opsommingen en had daarbij ook soms een voorkeur voor Franse termen zoals bijvoorbeeld in haar gedicht ‘Op z’n Janboerenfluitjes’ en ‘Crime passionel’. Het gedicht ‘Aubergine’ deed me daar meteen aan denken.

.

Aubergine

.

De aanblik van la belle Philippine
Was een der top-attracties van de stad
Zij was een twintigjarige blondine
Elle est tres fine, elle est divine
Zowel de koopvaardij als de marine
Alsook de brandweerlieden zeiden dat

.

Het was opwekkender dan cocaine
Als Philippine voor ’t venster zat
Gekleed in allerfijnste Crepe de Chine
Of mousseline, of levantine
Gelijk een pronkjuweel in een vitrine
Gelijk een jonge prijsbekroonde kat

.

Zij was in hoge mate feminiene
De mannen die haar zagen gingen plat
En zij begeerden haar als concubine
Maar Philippine had discipline
Was ongenaakbaar als een capucine
Of als een dichtgevroren sleutelgat

.

Een oude rijkaard in een limousine
Kwam echter zeer strategisch op haar pad
Hij toonde haar een mooie aubergine
Een aubergine, een aubergine
Hij mocht naar binnen voor een aubergine
Een aubergine die ze daarna at

.

Kerstmis

Ivo de Wijs

.

Morgen is het Kerstmis en daarom wil ik vandaag graag een gedicht delen hier van Ivo de Wijs (1945). Uiteraard hoop ik dat we een mooie Kerst hebben en vrede op aarde (al weet ik zeker dat dat niet, nooit zal gebeuren) maar een knipoog naar alle goede wensen lijkt me, ook deze Kerst, wel weer op zijn plaats. Desalniettemin wens ik al mijn lezers een hele mooie en vredige Kerst toe.

In de bundel ‘Vroege vogel’ nieuwe en oude verzen van Ivo De Wijs uit 1999, een keuze uit de zeven eerder verschenen verzenboeken rondom het radioprogramma Vroege vogels,  staat het gedicht ‘Kerstmis’.

.

Kerstmis

.

Zaligheid de zaligheden

Engelen en arresleden

Maria en haar metgezel

En uit de dorpen en de steden

Rijen gezangen en gebeden

Van ingetogen eerherstel

Een kindeke sloot langgeleden

Voorgoed de hel

.

Kinderen, kom naar beneden

Moeder heeft al brood gesneden

’t is Christmas, Weihnachten, Noël

En wie niet gloeit van rust en vrede

Van goede wil en vrome zeden

Verdraagzaamheid en samenspel

Die krijgt een lel!

.

 

Redeloze rijmen

Daan Zonderland

.

Heel af en toe vind ik ergens een bundel waar ik met verbazing en plezier naar kijk. Meestal zijn dit wat oudere (maar niet exclusief), bijzonder vormgegeven bundels. Bundels waar het plezier van het maken vanaf spat. Zo’n bundel is ‘Redeloze Rijmen’ van Daan Zonderland uit 1952. Nu bezit ik geen exemplaar uit 1952 helaas, die werden bij de jaarwisseling aan vrienden en relaties van uitgeverij Het Spectrum aangeboden en zijn zeldzaam, nee ik bezit sinds kort een facsimile-herdruk uit 1976.

Deze uitgave is een feest voor vormgevers, liefhebbers van lettertypen en van een ieder die een zekere vorm van gekkigheid (nonsensrijmen) in de poëzie wel kan waarderen, zoals ik. Gedrukt op pakpapier (Beetskraft van onbestemde kwaliteit) en gezet in meer dan 50 verschillende lettertypen en voorzien van ouderwetse afbeelding in zwart en rood gedrukt en voorzien van een opdracht ( ‘Allereerbiedigst opgedragen aan al mijn vrienden die Piet heten’) is dit een bundeltje om te koesteren.

Daan Zonderland (1909-1977) was het pseudoniem van Daniël (Daan) G. van der Vat. Gedichten van hem zijn in bloemlezingen in de boekenkast van vrijwel elke poëzieliefhebber te vinden. Ook schreef hij een reeks klassieke kinderboeken, onder meer over Jeroen.

In de bundel worden nonsensrijmen en wat we tegenwoordig light verse verzen zouden noemen,  aan de hand van het alfabet (en daarna nog eens in een zelf bedacht alfabet) gepresenteerd. Om een idee te geven heb ik voor de rijmen bij de letter W gekozen en uit het ‘tweede alfabet’ voor de letter Dd(t).

.

W

.

Een rechtervoet ging door de laan.

Daar liep een linker achteraan.

Die had geen andere idealen

Dan ééns de rechter in te halen.

.

Diep ging hij onder leed gebukt,

Want nimmer was het hem gelukt

Om zelfs maar één keer in zijn leven

De rechtervoet voorbij te streven.

.

(De eigenaar van deze voet

Was slager in het plaatsje Groet.

Doch er zijn andre narigheden

Waaraan door slagers wordt geleden.)

.

Dd(t)

.

In de wei daar stond een boom.

Die boom had zeven takken.

Daar zaten zeven merels op

En zeven kakkerlakken.

.

De zeven merels zongen luid.

De kakkerlakken zwegen.

Want kakkerlakken zijn van aard

Verschrikkelijk verlegen.

.

 

Dag twaalf

Vakantiegedicht

.

In de vakantie is er ook zeker plaats voor lucht en luim of light verse zo je wilt. Zoals het gedicht ‘4 x 400 meter (vrouwen)’ van Ivo de Wijs (1945) uit de bundel ‘Atletische verzen’ uit 2006.

.

4 x 400 meter (vrouwen)

.

De wissel was niet goed gegaan

Ik zag haar bij de wasbak staan

En, lieve god, wat schrok ik toen

Ik snapte wat ze stond te doen

Kokhalzend, bleek met angst en beven:

Ze moest het stokje overgeven

.

Stolp

Johan Meesters

.

Elk jaar dat de organisatie van de Haarlemse Dichtlijn hun festival organiseren op Hemelvaartsdag, wordt er ook een festivalbundel gemaakt. Ook dit jaar. De bundel getiteld ‘Plot’ onder redactie van Peer van den Hoven en Anneruth Wibautbevat alle gedichten rond het thema ‘Plot’ dat de deelnemende dichters schreven voor dit festival. Mijn bijdrage ‘Waarheidsvinding’ staat er in en nog 61 gedichten.

Een van de gedichten ‘Stolp’ is van dichter en uitgever Johan Meesters (uitgeverij Leeuwenhof). Johan Meesters (1955) is een actieve dichter, hij reist Nederland en België rond vanuit Zeeuws Vlaanderen om zijn gedichten te laten horen en om bijvoorbeeld met Jan Bulsink in Amersfoort bij Dichters in gesprek, in gesprek te gaan met dichters over hun werk. Meesters debuteerde in 2007 met de bundel ‘Churse verzen’ een bundel met light verse verzen. Voor dit jaar staan er twee nieuwe bundels op stapel waaronder opnieuw een met light verse en een met serieuzer werk..

In ‘Plot’ dus het gedicht ‘Stolp’ waaruit de creativiteit van Johan al blijkt uit hoe hij het thema heeft gebruikt in zijn gedicht.

.

Stolp

.

ik vrees

dat levens uit niets

.

verschijnen als onbeschreven bladen

waar zich verzinksels op delen en verfijnen

zich schikken en zich in daden draaien

.

plots is jouw hoofd een glazen stolp

en glinstert een verhaalverloop

in gulle golven door het spinsel

.

stemloze sterveling

inschikkelijk kreng

in chaos drijvende enkeling

.

wat trekt jou in dit ijdel taalspel?

wie of wat beheert dit bouwsel?

waarheen leiden die levenslijnen?

.

ongekluwend onbezield schepsel

onwezenlijk wezen dat moet vrezen

.

in nevels van niets

te verdwijnen

.