Categorie archief: Vakantie poëzie
Ja liefste
K. Michel
.
In de vakantie mogen liefdesgedichten natuurlijk niet ontbreken. Van dichter K. Michel (1958) is het gedicht ‘Ja liefste’ dat verscheen in zijn debuutbundel ‘Ja! Naakt als de stenen’ uit 1989.
.
Ja liefste
.
Ja liefste Tot mijn lippen bloeden
Tot het plafond naar beneden komt
Tot de nacht wit wegtrekt
Tot de katten in de tuinen krijsen
Tot het licht de ramen openschuift
Tot er vogels door de kamer vliegen
Tot de buren over het balkon klimmen
Tot de fietsers op straat stilstaan
Tot het wolkendek openbreekt
Tot alles blauw is
Tot alles rood wordt
Tot de tijd ontploft
Tot mijn hart stopt
.
Logny-les-Aubenton, Aisne
Rob Schouten
.
Voor de vakantiegangers die graag in heel kleine dorpjes komen is Logny-les-Aubenton vlakbij de grens met Wallonië een aanrader; het telt slechts 76 inwoners. Voor dichter Rob Schouten (1954) was het voldoende om er een gedicht over te schrijven. Uit de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.
.
Logny-les-Aubenton, Aisne
.
Op reis met beurs en kijk: iets bezienswaardigs,
gebrandschilderde ramen of dat ventje
zo kleurrijk in zijn deur, en wolkpartijen
schemer, weemoedig gloren, bloesemingen –
mijn God, de onzin, weggesmeten geld!
.
Ik wil er niets meer over horen, elders,
over het schone niet, de desillusie,
rijke gedachten op de Place de Ville
of afdingen bij een vergeelde drel,
dat alles staat mijn buitengewoon tegen.
.
Laat het gedicht thuis a.u.b.
en mest het vet met je verbeelding,
leg het te drogen in de centrifuge.
.
Logny-les-Aubenton, Aisne
is overigens een dorp van drie keer niks,
ook niet met mij, Rob Schouten, erdoorheen.
.
Alp
Anneke Brassinga
.
Voor iedereen die de bergen intrekt deze zomer het gedicht ‘Alp’ van Anneke Brassinga (1948) uit de bundel ‘Aurora’ uit 1987.
.
Alp
.
De koe is groeiensmoe
zij loeit zo droef
op de veranda,
de koe is moe
zij draagt er twee
– enculée de sa mère.
.
De boer slaat flank, hij roemt haar
boezeroen van vlees en wimpers.
Donsoor trilt, neus snurkt roze
rauw, zij weent en roept
teloor in ’t stille dal.
Het is niet groen, ’t is wit.
.
Begraafplaats
Jean Pierre Rawie
.
Wie mij een beetje kent weet dat ik een voorliefde heb voor het bezoeken van begraafplaatsen. Daarom vandaag in het kader van vakantiepoëzie het gedicht ‘Begraafplaats’ van Jean Pierre Rawie (1951) uit de bundel ‘Woelig stof’ uit 1989.
.
Begraafplaats
.
De mannetjes die hier wat werken
doen alles maar op hun gemak,
ze harken de paden en perken
en scheren de sierheesters strak.
.
Ze weten van elk van de zerken
het nummer, de rij en het vak;
ze zouden het zeker bemerken
wanneer er een dode ontbrak.
.
Dat zal ook wel nooit meer gebeuren.
De mannetjes kennen hun plicht,
het hek met de ijzeren deuren
gaat tegen de schemering dicht.
.
Waarover de treurwilgen treuren,
wie, wie die er wakker van ligt?
.
Gedachten aan jou
Toon Tellegen
.
Zoals elk jaar neem ik ook dit jaar weer even wat gas terug in de vakantieperiode. Dat wil niet zeggen dat er niet dagelijks een bericht van mij zal verschijnen met een gedicht, maar dat zal het dan ook zijn, een gedicht uit één van de vele bundels uit mijn boekenkast met verwijzing naar welke bundel. Vandaag wilde ik beginnen met het gedicht ´Gedachten aan jou´ van Toon Tellegen (1941) uit de bundel ´Mijn winter´ uit 1987.
.
Gedachte aan jou
.
Gedachten aan jou zijn lastig –
ze zeuren,
vragen iets onmogelijks,
willen nooit slapen,
ruimen nooit iets op
en sturen dagen, misschien wel jaren, grondig in de war,
maken nooit iets af.
Aan welke wereld ik ook denk,
de een probeert het bed,
een ander maakt iets los,
een derde geeuwt alsof,
een vierde is ernstig – mag meteen weer vertrekken –
een vijfde vindt een boek
‘Houses and rooms are full of perfumes… the shelves
are crowded with perfumes…
een zesde leunt op mijn tafel,
aarzelt tussen twijfel en verbazing,
een zevende is verlegen,
maar de achtste gedachte aan jou weet iets beters,
sluipt op haar tenen
de gangen door de trappen op naar de kantelen,
schrikt van de inktzwarte lucht om haar heen
en het heden,
.
overal.
.
Spreeuw
Judith Herzberg
.
Uit de bundel ‘Gedichten’ van Judith Herzberg (1934) komt een gedicht, dat door het thema mij in ieder geval deed denken aan de zomer. Het betreft hier het gedicht ‘Spreeuw’.
.
Spreeuw
.
Had niets te beweren
te klein voor veren
te nat om bruin te heten
en snavel dicht
ook tegen eten.
.
Maar werd een hoogst
warmpotig geleerde
specialistisch geïnteresseerde
zeehondgeveerde
vetervereerder.
.
Frivoolkelige imitator
een parel-bespetterde
wezel, een vliegende
ongeletterde triomfator.
,
Vakantieliefde
Dubbel-gedicht
.
Over reizen en over liefde zijn vele gedichten en zelfs bundels vol geschreven. Gedichten over liefdes op reis zijn wat schaarser. Maar ze zijn er. Daarom vandaag in de categorie ‘Dubbel-gedicht’ de vakantieliefde, of in dit geval de vakantieflirt want de liefde is kort, vluchtig maar intens.
Het eerste gedicht is van Esther Jansma (1958) en is getiteld ‘Vakantie-flirt’. Het gedicht komt uit het literair tijdschrift ‘De Tweede Ronde’ uit 1985. Het tweede gedicht is van Simon Carmiggelt (1913-1987) en is getiteld ‘Verliefde reiziger’. Het gedicht komt uit ‘De gedichten’ uit 1999.
.
Vakantie-flirt
.
Witter dan zout ligt boven zee
het labyrint van oude trappen
waar wij, bij toeval uit de nacht
ontstaan, de ronde van toeristen
gaan en pizza eten.
.
Ons gesprek spoelt af en aan
tegen de stadsmuur van Sperlonga.
.
Wat jouw gezicht voor mij betekent
blijft onzeker, wel weet ik
hoe in dit licht mijn lichaam staat
en hoe jij rekent.
.
Verliefde reiziger
.
In ’t kust-pension kwam liefde hem bezoeken.
Zij at haar visje en zijn hart werd warm.
De zoutpot gaf hij haar met blijde charm
en hij sprak Engels zonder een woord op te zoeken.
.
Zijn lieven thuis geraakten in het duister,
want in zijn knieën kwam een oud gevoel.
Hij schertste wervend naar zijn zondig doel.
Zijn nieuwe pak gaf hem ’n ongekende luister.
.
Eerbiedig keek ze naar de stempels in zijn pas,
het werd haar prentenboek – een meisjesdroom.
Haar kus bleek kinderlijk; het vreemd idioom
dwong hem alleen te melden dat ze lovely was.
.
Bij ’t afscheid werd geweend; op zo’n station
spant alles samen tegen een romantisch slot.
Hij reed naar huis en voelde zich een vod,
maar leerde spoedig, dat hij snel vergeten kon.
.
Zo waren zij 1
Rosemarie Mels
.
Vandaag gewoon een gedicht, zonder verdere toelichting (vooral omdat ik niet meer weet uit welke bundel uit mijn boekenkast ik dit gedicht nam..) maar mooi in al haar eenvoud.
.
Zo waren zij 1
.
Zo waren zij.
Als was er enkel
water tussen hen
dat niet bewoog.
Onhoorbaar.
Zij waren roerloos
en volkomen stil.
.
En de hand van de ene
bewoog het water
en zo de ander
maar zacht,
zacht.
.
Zomer in de bergen
Marijke Boon
.
Soms kan een gedicht je op de verkeerde voet zetten met een titel. Zo las ik in de bundel ‘Tranen op het tafelzeiltje’ van Marijke Boon uit 1999 het gedicht ‘Zomer in de bergen’ dat begint met te verwachten zinnen maar eindigt anders dan verwacht.
.
Zomer in de bergen
.
Zomer in de bergen
het regent
kinderstemmen in het dal
een uil zit in de olmen
hij braakt een bal
hij schudt zijn veren
en denkt
krijg allemaal de klere.
.
We zijn er!
Arjen Duinker
.
In 2009 verscheen bij Querido de dichtbundel ‘Buurtkinderen’ van Arjen Duinker (1956). Duinker studeerde psychologie en filosofie en debuteerde in 1980 in ‘Hollands Maandblad’. Duinker ontving voor zijn poëzie onder meer de VSB poëzieprijs, de Jan Campert-prijs en voor de bundel ‘Buurtkinderen’ de Awater Poëzieprijs.
Duinker publiceerde meer dan 10 dichtbundels en 1 roman. Uit de ruim 200 pagina’s gedichten die de bundel ‘Buurtkinderen’ telt koos ik een, bij de vakantie, toepasselijk gedicht getiteld ‘We zijn er!’ met als ondertitel voor Kim.
.
We zijn er!
voor Kim
De zomer wordt ’s zomers één, twee, drie…
De windmolen versnippert kleine wolken…
Een blik, en ik zag die als een groet…
Een blik, en ik zag die als een groet…
Zo mooi om de kiezels te bewonderen, zo mooi…
We zijn er!… Maar waar dan?… waar je wilt…
De handen zullen bloeiende namen vinden…
De insecten zullen schateren met de ogen…
.














