Categorie archief: Vlaamse dichters

Co. 7

Eriek Verpale

.

Eriek Verpale  (1952 – 2015) zijn werkelijke naam was Eric Verpaele was een Vlaams dichter,schrijver, toneelschrijver.  Hij werd opgevoed door zijn uit Litouwen afkomstige joodse overgrootmoeder, die vlak naast hem woonde. Hierdoor werd zijn belangstelling gewekt voor de Joodse cultuur. Hij heeft dan ook verschillende vertalingen uit het Jiddisch en Hebreeuws op zijn naam staan (hij studeerde onder andere twee jaar Hebreeuws). Verpale ontving in 1992 de prestigeuze NCR literatuurprijs in België  voor ‘Alles in het klein’ uit 1990.

Uit “Op de trappen van Algiers’ uit 1980 het gedicht Co. 7

.

Co. 7

.

Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –

zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:

niets daarvan wil ik bewaren, laat staan

in een verouderd vers als dit verdoken

tot het mijne maken

.

Maar het dunne stof, geschud

uit diepe mantelzakken, oud

speelgoed dat eens op je kamer stond,

of de beduimelde bril

– ik bewonder de dikke glazen –

.

Alleen dàt wil ik van je sparen.

.

Wat een ander niet krijgen wil

zal ik van je hebben:

.

Het hoogste bod zal de wereld

niet eens verbazen.

.

verpale

Vingerafdrukken op het venster

Herman de Coninck

.

Ik plaats nu alweer sinds 21 juni ( dus al 3 maanden lang) elke zondag een gedicht van Herman de Coninck op dit blog. Omdat ik de poëzie van Herman elke keer weer betoverend vind en omdat ik vind dat een ieder die Herman de Coninck nog niet kent (kan dat?) zijn poëzie moet leren kennen. Ik voel het bijna als een opvoedende taak. Drie maanden is alweer zo’n 12,13 gedichten verder en ik vraag me af hoe lang ik hier mee door moet gaan? Ik hoor graag van jullie, mijn lezers of ik nog even door moet gaan met het promoten van de poëzie van Herman de Coninck of dat ik moet of mag stoppen.

Zover is het nog niet, dus ook vandaag gewoon een gedicht van hem. Vandaag heb ik gekozen voor het gedicht ‘Vingerafdrukken op het venster’ uit de bundel ‘Vingerafdrukken’ uit 1997.

.

Vingerafdrukken op het venster

Ik denk dat poëzie iets is als vingerafdrukken
op het venster, waarachter een kind dat niet kan slapen
te wachten staat op de dag. Uit aarde komt nevel,

uit verdriet een soort ach. Wolken
zorgen voor vijfentwintig soorten licht.
Eigenlijk houden ze het tegen. Tegenlicht.

Het is nog te vroeg om nu te zijn. Maar de rivieren
vertrekken alvast. Ze hebben het geruis
uit de zilverfabriek van de zee gehoord.

Dochter naast me voor het raam. Van haar houden
is de gemakkelijkste manier om dit alles te onthouden.
Vogels vinden in de smidse van hun geluid

uit, uit, uit.

.

vingerafdrukken

Drie soorten van lachen

Herman de Coninckdag

.

Op deze Herman de Coninckzondag een gedicht over drie soorten lachen. Zelf (50+) schater ik nog regelmatig van het lachen. Om dit gedicht moest ik echter glimlachen. Zou hij dan toch gelijk hebben? Uit het hoofdstuk ‘Kijk eens hoe echt’ uit ‘Zolang er sneeuw ligt’ het gedicht ‘Over drie soorten van lachen’.

.

Over drie soorten van lachen

.

Giechelen is iets wat je nooit helemaal doet,

altijd bijna, tenminste als je een meisje bent

van wie niemand weet of ze achter haar hand

de woorden ‘hihi’ opeet, of zomaar een koekje.

Giechelen doe je als je 17 bent

en bijna moet lachen om wat

bijna gezegd is.

.

Schateren daarentegen zijn drie

lettergrepen als dokwerkers

die elkaar daverend op de schouders slaan,

schateren is het proletariaat van de lach,

ik droom van een revolutie

die alles zal wegschateren,

dan zal er niet meer gelachen worden!

.

Schrijf ik op mijn 30. En glimlachen

is helaas wat je daar vermoedelijk

op je 50ste om doet.

.

glimlach

LOL

giechel

Ik lees geschiedenis

Ter ere van de goedertieren maan

.

Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.

Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:

Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler.  De gedichten ademen een soort luguber realisme.

Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.

.

Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.

Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd

en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd

en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.

.

En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen

en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt

door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen

en door de absurde energie, daaraan gewijd.

.

Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat

heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.

Maar hoeveel moediger is niet een man

.

die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,

dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,

kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.

.

vincent-millay1

 

 

Toekomst

Met een klank van hobo

.

Zondag, Herman de Coninckdag. Vandaag uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980 het gedicht ‘Toekomst’.

.

Toekomst

.

Weggaan. En terugkomen.

Dromen. En niet meer dromen.

En niet meer weggaan.

.

En echte weemoed, niet om hoe het vroeger was

maar om hoe het ook vroeger nooit is geweest.

De herinnering aan wat nooit heeft bestaan.

.

Ik steek nog even een sigaar

niet op, drink nog even niet van een glas Marc,

wacht nog even op wat ik heb, bedachtzamer.

.

Want we hebben de tijd.

Je bent in mij als schemer in de kamer.

We hebben de verleden tijd.

.

photorealistic 3d sky-high future ahead street sign

photorealistic 3d sky-high future ahead street sign

Wie zie je het liefst?

De hectaren van het geheugen

.

Zondag dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag is mijn keuze komen te vallen op het titelloze gedicht  dat begint met de regel ‘Wie zie je het liefst, de poes’ uit de bundel ‘De hectaren van het geheugen’ uit 1985.

.

‘Wie zie je het liefst, de poes
of mij?’ vraagt ze.

En zoent me, niet om mij,
maar om haar lippen te proberen.

Als ik haar optil, slaat ze haar armen
om me heen omdat ze anders valt.

Als ik haar neerzet loopt ze weg
en ik haar na.

Nader is een comparatief die nooit
eindigt, zoals vader.

.

Hectaren

Nog maar eens Paul van Ostaijen

Alpejagerslied

.

Aangemoedigd door een aantal reacties die ik kreeg op het schrijven op dit blog over Paul van Ostaijen zijn gedicht ‘Melopee’ ging ik op zoek naar andere gedichten van zijn hand. Over ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ had ik al eens geschreven maar het onnavolgbare ‘Alpejagerslied’ (dat hij schreef voor E. du Perron) is in zijn soort uniek en daarom voor iedereen die het niet kent, hier en nu dit gedicht.

.

Alpejagerslied

.

Een heer die de straat afdaalt
een heer die de straat opklimt
twee heren die dalen en klimmen
dat is de ene heer daalt
en de andere heer klimt
vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx
vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx van de beroemde hoedemakers
treffen zij elkaar
de ene heer neemt zijn hoge hoed in de rechterhand
de andere heer neemt zijn hoge hoed in de linkerhand
dan gaan de ene en de andere heer
de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende
de rechtse die daalt
de linkse die klimt
dan gaan beide heren
elk met zijn hoge hoed zijn eigen hoge hoed zijn bloedeigen hoge hoed
elkaar voorbij
vlak vóór de deur
van de winkel
van Hinderickx en Winderickx
van de beroemde hoedemakers
dan zetten beide heren
de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende
eenmaal elkaar voorbij
hun hoge hoeden weer op het hoofd
men versta mij wel
elk zet zijn eigen hoed op het eigen hoofd
dat is hun recht
dat is het recht van deze beide heren.

.

Uit: ‘Gedichten’ uit 1918.

.

Highhats

Melopee

Paul van Ostaijen

.

Toen ik het gedicht ‘Melopee’ van de Antwerpse dichter en schrijver Paul van Ostaijen (1896 – 1928) las vond ik het meteen een bijzonder gedicht door zijn opbouw en zijn ritme. Toen ik opzocht wat Melopee betekende (Het ritmische gezang dat een declamatie begeleidt) begreep ik het gedicht al beter.

‘Melopee’  verscheen in de bundel ‘Nagelaten Gedichten’ uit 1928, die postuum uitgebracht werd. Het gedicht werd opgedragen aan de expressionistisch dichter Gaston Burssens (1896 – 1965). Burssens evolueerde, net als Paul van Ostaijen, in zijn werk in de jaren ’20  van een humanitair expressionise (een kunstvorm waarin de mens centraal staat, een uitdrukking van gevoelens en emoties met felle kleuren) naar een meer organisch expressionisme waar de vorm de inhoud volgt.

Het gedicht ‘Melopee’ is een typisch voorbeeld van het organisch expressionisme.

.

Melopee

Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee
Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
Schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee

.

VanOstaijen3

Paul van Ostaijen

Burssens-0

Gaston Burssens

Maar dan zonder woorden

Slaap maar

.

Zondag dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag is mijn keuze het titelloze gedicht met als beginregel ‘Slaap maar,’ zeg ik’ uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991. Het gedicht heb ik gekozen omdat mijn dochter zeer binnenkort op kamers gaat. Toen ik het las moest ik meteen aan haar denken, vandaar.

.

‘Slaap maar,’ zeg ik
tegen een dochter die allang slaapt
en daar wakker van wordt.

Het onweert. Misschien wil ik wel
dat zij bang is, dan kan ik vader zijn.
Maar ik kan niets anders dan samen met haar
niets kunnen.

Zoals woorden. De dingen gebeuren.
Zonder woorden zouden ze ook gebeuren.
Maar dan zonder woorden.

.

HermandeC

 

enkelvoud

Najaar

Paul Van Loon

.

In een Kringwinkel (Kringloopwinkel) in de Kempen kocht ik voor 50 cent de bundel ‘De vrede ligt in je armen’ van Paul Van Loon (1952). Over de dichter Paul Van Loon (niet te verwarren met de Nederlandse kinderboekenschrijver Paul van Loon) is weinig te vinden op het internet. Op de website van Ronny De Schepper ( http://ronnydeschepper.com/) vond ik het volgende commentaar over de debuutbundel van deze Gentse dichter.

‘De vrede ligt in je armen’ (Bladen voor de Poëzie, jrg.33, nr.2, 1985, 295 fr.) is de debuutbundel van Paul van Loon. In de serie liefdesgedichten identificeert de dichter zich met de geliefde. Klassieke beelden worden in nieuwe, verrassende vorm gegoten. Is van Loon niet altijd origineel in zijn beeldvorming, hij klinkt verfrissend in de verwoording. Teder en gevoelig ook.
Soms is de auteur niet van enige pathos vrij te pleiten (cyclus De Danser). De teksten van ‘Op doorreis’ klinken dan weer speelser, terwijl de 13 gedichten van ‘De laatste einder’ dezelfde gebalde rust als de liefdesgedichten uitspelen tegen een doordachte, rijke inhoud. Een debuut met reminiscenties, maar met ook waardevolle eigen klank (J.d.B. in De Rode Vaan nr.24 van 1986).

Uit deze bundel het gedicht ‘Najaar’ (De laatste einder)

.

Najaar

.

Vandaag heb ik het teveel aan woorden

bij elkaar geharkt, het overtollige

gesnoeid en alle dorre takken

uit mijn taal in as gelegd

.

Mijn einder heb ik bijgekleurd

met het weemoedige oker van oktober,

de kruiden uit de tuin vergaard

voor de geur van een gedicht

.

En ’s avonds bij de wijn, hoe

wij ons leegstaand hart verwarmen

aan de open haard van ons verlangen

.

en hoe wij zwijgzamer dan ooit

ons koesteren aan de nagloei, onder

de uitgedoofde ogen van de nacht.

.

IMG_0855 (1)