Categorie archief: Vlaamse dichters

Nog maar eens Paul van Ostaijen

Alpejagerslied

.

Aangemoedigd door een aantal reacties die ik kreeg op het schrijven op dit blog over Paul van Ostaijen zijn gedicht ‘Melopee’ ging ik op zoek naar andere gedichten van zijn hand. Over ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ had ik al eens geschreven maar het onnavolgbare ‘Alpejagerslied’ (dat hij schreef voor E. du Perron) is in zijn soort uniek en daarom voor iedereen die het niet kent, hier en nu dit gedicht.

.

Alpejagerslied

.

Een heer die de straat afdaalt
een heer die de straat opklimt
twee heren die dalen en klimmen
dat is de ene heer daalt
en de andere heer klimt
vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx
vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx van de beroemde hoedemakers
treffen zij elkaar
de ene heer neemt zijn hoge hoed in de rechterhand
de andere heer neemt zijn hoge hoed in de linkerhand
dan gaan de ene en de andere heer
de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende
de rechtse die daalt
de linkse die klimt
dan gaan beide heren
elk met zijn hoge hoed zijn eigen hoge hoed zijn bloedeigen hoge hoed
elkaar voorbij
vlak vóór de deur
van de winkel
van Hinderickx en Winderickx
van de beroemde hoedemakers
dan zetten beide heren
de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende
eenmaal elkaar voorbij
hun hoge hoeden weer op het hoofd
men versta mij wel
elk zet zijn eigen hoed op het eigen hoofd
dat is hun recht
dat is het recht van deze beide heren.

.

Uit: ‘Gedichten’ uit 1918.

.

Highhats

Melopee

Paul van Ostaijen

.

Toen ik het gedicht ‘Melopee’ van de Antwerpse dichter en schrijver Paul van Ostaijen (1896 – 1928) las vond ik het meteen een bijzonder gedicht door zijn opbouw en zijn ritme. Toen ik opzocht wat Melopee betekende (Het ritmische gezang dat een declamatie begeleidt) begreep ik het gedicht al beter.

‘Melopee’  verscheen in de bundel ‘Nagelaten Gedichten’ uit 1928, die postuum uitgebracht werd. Het gedicht werd opgedragen aan de expressionistisch dichter Gaston Burssens (1896 – 1965). Burssens evolueerde, net als Paul van Ostaijen, in zijn werk in de jaren ’20  van een humanitair expressionise (een kunstvorm waarin de mens centraal staat, een uitdrukking van gevoelens en emoties met felle kleuren) naar een meer organisch expressionisme waar de vorm de inhoud volgt.

Het gedicht ‘Melopee’ is een typisch voorbeeld van het organisch expressionisme.

.

Melopee

Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee
Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
Schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee

.

VanOstaijen3

Paul van Ostaijen

Burssens-0

Gaston Burssens

Maar dan zonder woorden

Slaap maar

.

Zondag dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag is mijn keuze het titelloze gedicht met als beginregel ‘Slaap maar,’ zeg ik’ uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991. Het gedicht heb ik gekozen omdat mijn dochter zeer binnenkort op kamers gaat. Toen ik het las moest ik meteen aan haar denken, vandaar.

.

‘Slaap maar,’ zeg ik
tegen een dochter die allang slaapt
en daar wakker van wordt.

Het onweert. Misschien wil ik wel
dat zij bang is, dan kan ik vader zijn.
Maar ik kan niets anders dan samen met haar
niets kunnen.

Zoals woorden. De dingen gebeuren.
Zonder woorden zouden ze ook gebeuren.
Maar dan zonder woorden.

.

HermandeC

 

enkelvoud

Najaar

Paul Van Loon

.

In een Kringwinkel (Kringloopwinkel) in de Kempen kocht ik voor 50 cent de bundel ‘De vrede ligt in je armen’ van Paul Van Loon (1952). Over de dichter Paul Van Loon (niet te verwarren met de Nederlandse kinderboekenschrijver Paul van Loon) is weinig te vinden op het internet. Op de website van Ronny De Schepper ( http://ronnydeschepper.com/) vond ik het volgende commentaar over de debuutbundel van deze Gentse dichter.

‘De vrede ligt in je armen’ (Bladen voor de Poëzie, jrg.33, nr.2, 1985, 295 fr.) is de debuutbundel van Paul van Loon. In de serie liefdesgedichten identificeert de dichter zich met de geliefde. Klassieke beelden worden in nieuwe, verrassende vorm gegoten. Is van Loon niet altijd origineel in zijn beeldvorming, hij klinkt verfrissend in de verwoording. Teder en gevoelig ook.
Soms is de auteur niet van enige pathos vrij te pleiten (cyclus De Danser). De teksten van ‘Op doorreis’ klinken dan weer speelser, terwijl de 13 gedichten van ‘De laatste einder’ dezelfde gebalde rust als de liefdesgedichten uitspelen tegen een doordachte, rijke inhoud. Een debuut met reminiscenties, maar met ook waardevolle eigen klank (J.d.B. in De Rode Vaan nr.24 van 1986).

Uit deze bundel het gedicht ‘Najaar’ (De laatste einder)

.

Najaar

.

Vandaag heb ik het teveel aan woorden

bij elkaar geharkt, het overtollige

gesnoeid en alle dorre takken

uit mijn taal in as gelegd

.

Mijn einder heb ik bijgekleurd

met het weemoedige oker van oktober,

de kruiden uit de tuin vergaard

voor de geur van een gedicht

.

En ’s avonds bij de wijn, hoe

wij ons leegstaand hart verwarmen

aan de open haard van ons verlangen

.

en hoe wij zwijgzamer dan ooit

ons koesteren aan de nagloei, onder

de uitgedoofde ogen van de nacht.

.

IMG_0855 (1)

Hier

Herman de Coninck-zondag

.

Vandaag op ‘Herman de Coninck-zondag’ een gedicht in twee delen uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991, getiteld ‘Hier [1]’ en ‘Hier [2]’.

.

Hier [1]

.

Je hebt onder je ogen niets meer aan.

Het nu ligt op de grond.

Je bent eruit gestapt.

.

Een meter onder je ogen

kom ik in je, ver,

tot waar ik achter je ogen

meekijk naar mij.

.

Later word ik wakker.

Ik mis me.

Je slaapt allebei.

.

.

Hier [2]

.

Er is niet veel nodig om te wonen.

Iemand die ‘hier’ zegt tegen het onmetelijke

.

En een medaillon op de schouw,

een pasfotootje. Zo klein

is het onvergetelijke.

.

enkelvoud

Ik

Maandag in plaats van Zondag

Omdat gisteren de laatste dag was van de Poëziebus geen Herman de Coninck-zondag. Maar speciaal voor alle liefhebbers en fans van de Coninck vandaag dan een gedicht van zijn hand. Vandaag heb ik voor het  gedicht ‘Ik’ uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975.

.

Ik

.

Ik, de bij gebrek aan beter

dan maar mezelf zijnde: een soort

De Slegte voor tweedehandse

onverkochte emoties

.

ik kwam jou tegen, je was zo lief

voor mijn melancholie, dat soort

reuma van het gevoelsleven,

maar als ik het warmhield,

bij voorbeeld in jouw armen,

viel het best te harden.

.

Eigenlijk pasten we zo mooi bij elkaar

dat ik sinds je weggaan een derde

ben geworden.

Ik herinner me na twee jaar nauwelijks wie het is

die jou mist.

.

Ik

zolang

Herman de Coninckzondag

Zonder titel

.

Zondag, dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht zonder titel uit de bundel ‘Nu dus’. Dit kleine bundeltje (11 pagina’s) is gedrukt in een oplage van 25 stuks en werd gemaakt in 1995 door uitgeverij AMO.

.

Ik herinner me een gedicht dat ik nooit

schreef, waarin het woord bunker

veel wind door zich heen laat gaan

en rijmen moet op hunker.

.

Het tocht er van hartstocht.

Alles moet zich vasthouden.

Als het over is blijken wij

.

elkaar vast te houden.

Wat nu.

.

Nu, dus.

.

Nu dus

Nu dus 1

Foto’s http://veiling.catawiki.nl/

Braille

Herman de Coninck

.

Het is zondag en dus een gedicht van Herman de Coninck voor iedereen die zijn gedichten kent en lief heeft en voor alle anderen die zijn poëzie zo kunnen leren kennen.

Vandaag het gedicht ‘Braille’ uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980.

.

Braille

.

Zoals ik zonder kijken tussen mijn boeken

“Het houdt op met zachtjes regenen’ weet te staan,

zo hoef ik jou niet meer te zoeken,

alleen te vinden.

.

Jou bij mekaar tastend als een blinde

een andere blinde. Maar ziende, ziende,

en mekaar begrijpend zonder er wat van te verstaan.

Liefde is houden van mekaars gebrek eraan.

.

Is het soort gemak van kom binnen,

ach, ben jij het maar.

En een paar uur later van: ik ben moe,

.

kom jij maar klaar.

En terwijl ik nadien al slaap

jou nog horen zeggen; slaap nu maar.

.

braille

De-Coninck-8

Ze heeft alles om te zoenen

Herman de Coninck

.

Lezend in ‘De Gedichten’ van Herman de Coninck besluit ik dat ik de komende tijd (weet niet hoelang ik dit ga volhouden) jullie elke zondag op een gedicht van hem ga trakteren. En een traktatie is het, de poëzie van Herman de Coninck is zo bijzonder, zo intens en intiem, dat ik het als mijn opdracht zie om hem te introduceren bij al degene die hem nog niet kennen.

Daarom vandaag al eerste zondag in een reeks het gedicht zonder titel uit de bundel ‘Het meervoud van geluk’ uit 1990 (een kleine bundel van 16 pagina’s gedrukt in een oplage van 35 stuks).

.

Ze heeft alles om te zoenen, twee armen voor rond mijn hals

en aan het uiteinde daarvan zichzelf om te draaien en te keren.

Ze heeft twintig vragen en slechts twee ogen.

Die doen wat een vraagteken doet met een zin,

.

haar moeder met nieuwe kleren. Koketteren,

dan zal het wel mogen.

Of ze bij me slapen mag? Ze probeert te knipogen.

(Onder vier ogen mag het niet, misschien onder drie.)

.

Als ik later, tegen haar aan,

zeg: ‘het is hier lekker warm,’

antwoord ze in haar slaap: ‘dat heb ik

speciaal voor jou gedaan.’

.

meervoud van geluk

coni003_p01

De Kloostermaagd

Guido Gezelle

.

Guido Gezelle ( 1830 – 1899) was was een Vlaams rooms-katholiek priester, lyrisch dichter en hekeldichter, taalwetenschapper en vertaler die 15 talen sprak.

Van Guido Gezelle bezit ik de bundel ‘Dichtoefeningen’ uit 1892 van uitgever Jules de Meester. Een werkje dat je in veel officiële bibliografieën niet zal tegenkomen omdat het is uitgegeven door het seminarie en waarschijnlijk is bedoeld voor gebruik in het Seminarie.

De bundel begint  met de pagina Goedkeuringe en daar staat het volgende te lezen:

“’t is altijd met vruegde dat Wij de heeren Professors onzer Collegiën hunne schriften zien in het licht geven. Wij verleenen dus volgern Onze Goedkeuring aan de Vlaamsche dichtoefeningen, van den Eerweerden Heer Guido Gezelle, Pb, Professor van Poësis in ’t Kleen Seminarie te Rousselaere; dit werk dat den Schrijver moet tot eere strekken, zal ook, verhopen Wij, van langs om beter bewijzen dat Godsdienst en Deugd de schoonste stoffen leveren voor Letter- en Dichtoefening; het zal Onze jonge Leerlingen meer en meer aanmoedigen om hunne Taal te beoefenen en in weerde te houden.”

Ja zo ging dat in de 19e eeuw in Vlaanderen. Dit voorwoord, of deze Goedkeuringe zijn afgegeven in Brugge op 1858 door J.B. Bisschop van Brugge.

In de bundel dus louter religieuze gedichten en door het geloof ingegeven poëzie. Een mooi voorbeeld is het gedicht ‘De Kloostermaagd’.

.

De kloostermaagd

.

Aanschouw, met onberoerde schreên,

een jonge en eedle vrouw

ootmoedig naar den Autaar treên,

tot Christus’ heilge trouw:

het wereldsch valsch geluk, ofschoon

het haar ten deele kwam,

versmeet zij voor de doorne kroon

van ’t arm gekruiste Lam;

zij koos, in plaats van ’t prachtig huis,

een muur van naakten steen,

een houten diamanten Kruis,

een perelsnoer van been;

een lijkdoek en een boetgewaad

voor trouwkleed, voor juweel,

een boek waar Gods gebed in staat:

’t is al heur erflijk deel.

En Christus’ arme zieke leên,

zijn lijden, zijn verdriet,

voor bruidschat, is haar toegegeên

en zij het ontzegt het niet:

ze aanveerdt het met een wellekom

gelijk m’een schat aanveerdt,

want Christus is heur bruidegom

en- Hij is alles weerd.

.

GG

IMG_0463

IMG_0464