De oude mannen

Vasalis

.

Aangezien ik niet meer tot de jongste generaties behoor noemen mijn kinderen mij graag oude man. Mijn vrienden, leeftijdsgenoten, hebben die term samen met mij omarmd want waarom ontkennen wat nu eenmaal zo is. Oude mannen als kracht.  Tot ik het gedicht ‘De oude mannen’ van M. Vasalis (1909 – 1998) las in haar bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1954 (mijn exemplaar is uit 1984). Toen realiseerde ik me dat er vele tinten grijs zitten in het begrip oud. Dit ging om echte oude mannen, mannen zoals mijn vader en opa’s. Oude mannen zoals wij ook ooit gaan worden, maar nog niet zijn.

.

De oude mannen

.

Ik kwam twee oude mannen tegen

met dunne halzen en met haperende voet.

Ik zag de hitte op hun maagre schouders wegen,

zij liepen krom, maar met hun hoofden opgeheven,

zo ingespannen en verwonderd als een zuigling doet,

ik zag hun bleke onderlippen beven,

zij keken zacht en zinneloos en goed.

.

Het waren oude kinderen geworden

op weg naar huis, waar geen moeder wacht,

eens blinkenden, maar nu verdorden

en stromplend naar hun laatste nacht.

En plots begon het hele park te beven,

bomen en blaadren golfden in een warme vloed

van tranen, die binnen mijn ogen bleven,

wijl men om het bestaan niet wenen moet.

.

Ein älteres Paar sitzt am Montag (19.10.2009) in Pillnitz bei Dresden auf einer Parkbank. Nach einem verregneten Wochenende entschädigt die Sonne zu Wochenbeginn und sorgt für angenehme Temperaturen. Foto: Matthias Hiekel dpa/lsn +++(c) dpa – Bildfunk+++

De onkuisheid

Hugues C. Pernath

.

Woensdagavond keek ik naar De Vooravond, de talkshow op de vooravond op NPO 1. In deze aflevering was Wilfried de Jong aanwezig wat mijn aandacht trok. Hij presenteert met de Vlaamse Ruth Joos vanaf aanstaande zondag wekelijks het programma ‘Brommer op Zee’, waarin ze schrijvers en dichters interviewen over hun werk. In deze aflevering werd de beide presentatoren gevraagd naar mooie zinnen en Ruth Joos pakte een dichtbundel en las de eindzin van een gedicht voor ‘Hier ben ik, want ik blijf’ zonder verdere uitleg van wie het gedicht was of uit welke bundel het kwam.

Uiteraard ga ik dan zoeken en zo kwam ik bij het gedicht van Hugues C. Pernath ‘De onkuisheid’ uit.

Hugues C. Pernath (pseudoniem van Hugo Wouters, 1931 – 1975) was een Vlaams dichter. Zijn werk neigt naar het pessimistische, is emotioneel sterk geladen en was in het begin modern maniëristisch. Later wilde hij zich hieraan ontworstelen; zijn poëzie werd toen toegankelijker en meer gestructureerd. Pernath was redacteur van de literaire tijdschriften ‘Gard Sivik’ en ‘Het Cahier’. Later verliet hij deze redacties om zitting te nemen in de redactie van het ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’. Tevens was hij (vanaf 1973) lid van het Antwerps genootschap ‘Pink Poets’. Pernath ontving voor zijn werk onder andere de Jan Campert-prijs (1974) en postuum de Grote Driejaarlijkse Staatsprijs voor poëzie (1977). Er is een poëzieprijs naar hem vernoemd: de Hugues C. Pernath-prijs.

Het gedicht waaruit Ruth Joos citeerde was het gedicht ‘De onkuisheid’ en dat nam ik uit de bundel ‘Mijn tegenstem’ Gedichten 1966-1973 uit 1975.

.

De onkuisheid
Voor Myra

.

Geloof in mij, want ik geloof in jou
Weigerend wat was en wetend wat ons weerhield.
Ik zal je vernoemen, je mee voorbij dit leven dragen
Jij, Enige, en schaduw die mij bedekt.
Door jou ben ik geworden en met de littekens
Van jouw weefsels, de waas van jou.

.

Zo ons zwijgen, zo ons zeggen.
Niets werd ons beloofd, alleen het leven
Dat wij kozen kan ons nemen of verlaten,
Geen medelijden, want niets heeft ons gemaakt.

.

Omdat ik voor jou mijn speeksel spaarde, en nu
Na de nacht en de nevel, in jouw angsten herleef
En tracht je te beschermen tegen de gruwel.
Er is geen klacht meer nodig, de pijn heeft opgehouden
En voldaan. Slechts jij en ik ontkiemen en gedijen
In het louterende onbekende van de tederheid.

.

Onwennig ligt ons landschap, een scheppingsverhaal
In ons zoeken en ons vinden, het reddeloze volgen
Van de onderwerping die onze lichamen rekt.
Spin. Spin en bewaar mij in jouw liefde.

.

Zo zullen wij beschreven staan, ouder wordend
Dan de valk die zijn vlucht begint en rimpels trekt
Over de dorre braaklanden van vroeger en voorheen.
Geen misverstand. Tussen jou en mij geen overleven
Want deze dag betekende voor mij het begin der dagen.
Jij bent mijn eerste dag. Hier ben ik, want ik blijf.

.

Ik ben een renner

Alex Roeka

.

Op verzoek vandaag een post over zanger en liedtekstdichter Alex Roeka (1945). In 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/02/02/alex-roeka/ schreef ik al eens over de poëtische kracht van zijn teksten en dat doe ik graag nogmaals.

Op het album ‘Zachtaardig vergooid’ uit 2010 staat het nummer ‘Ik ben een renner’. In dit nummer neemt Roeka je mee in het leven van een wielrenner dat vol staat met verwijzingen naar het leven dat iedereen leidt, vol verwachtingen, uitdagingen, vreugde, teleurstellingen en uiteindelijk de conclusie dat je op het laatst alleen overblijft. Een metafoor voor het leven. De vertolking van Roeka tijdens de Sint Willebrord Sessions Vol.1 geven de tekst nog een extra lading mee.

.

Ik ben een renner

.

Ik ben een renner

Ik ken het gat dat valt

De zwarte sneeuw, het bijtend grint

De mensenzee die in je oren bralt

Het snijden van de wind

.

Ik ben een renner

Minstens duizend keer kapot gegaan

Heb dagen langs de kant staan wachten op een ander wiel

Om verder door de hel te kunnen gaan

Want ik ben een renner

.

Ik ben een renner

Een soort beest dat jaagt

Op buit en prooi, roem en eer

En waar zelf ook op gejaagd wordt weer

Door gekken vol met gif

.

Ik ben een renner

Ze hebben me in de sloot geduwd

Me recht in mijn gezicht gespuwd

Om me te leren hoe het gaat

En dat je er nooit over praat

Want ik ben een renner

.

En in sportlokaal ‘Het Valse Plat’

Daar hangen ze aan de bar

En roepen dronken naar elkaar

Dat ik de tour ooit nog eens win

.

Ik ben een renner

Ik voel me slap en ziek

Een zwabbervod, een noodsignaal

Als ik het nu niet haal

Dan is mijn toekomst de fabriek

En dat wil ik verdomme niet

Want ik ben een renner

.

En zie ineens is daar het wonder weer

En gaan mijn benen wondermooi te keer

In beheerste razernij

En is de glorie weer voor mij

Want ik ben een renner

.

Ik ben een renner

Ik rij mijn levenskoers

Mijn dodenrit, mijn heldenstuk

Waar tussen verlies en winst

Niet meer dan een haartje zit

De luim van het geluk

Ik ben een renner

.

En wie mijn vriend is hier in deze trein

Zal na de volgende bocht mijn vijand zijn

Tot slot is er niet een

Op het laatst rij je alleen

Want ik ben een renner

.

En in sportlokaal ‘Het Valse Plat’

Daar hangen ze aan de bar

En roepen dronken naar elkaar

Dat ik hem had kunnen winnen toen

.

Ik ben een renner

.

 

Lente rite

Seamus Heaney

.

Veel van de Ierse dichter Seamus Heaney’s vroege poëzie kwam voort uit het opgroeien op een boerderij in Noord-Ierland, het graven in moerassen en het begrip van werktuigen, evenals de natuur, de dieren, de kikkervisjes. Heaney (1939 – 2013) begreep het komen en gaan van generaties en hij begreep het komen en gaan van de seizoenen. Het gedicht ‘Rite of Spring’ gaat over het inpakken van een bevroren pomp in stro en deze aan het einde van elke winter in brand steken.

Ik moest hieraan denken toen ik een buitenkraan nog maar pas geleden met een stevige ijspegel bevroren en wel ontdekte. Te laat natuurlijk, ik had deze kraan moeten aftappen of in stro en doeken moeten wikkelen zoals Heaney doet in dit gedicht. Maar ja, ik ben niet opgegroeid in een boerderij. Uit de bundel ‘Opened Ground, Poems 1966 – 1996’ het gedicht ‘The Rite of Spring’.

.

Rite of Spring

.

So winter closed its fist
And got it stuck in the pump.
The plunger froze up a lump
.
In its throat, ice founding itself
Upon iron. The handle
Paralysed at an angle.
.
Then the twisting of wheat straw
into ropes, lapping them tight
Round stem and snout, then a light
.
That sent the pump up in a flame
It cooled, we lifted her latch,
Her entrance was wet, and she came.

.

                                                                                                                                                                                                     Foto: Micheline Pelletier

Een slaperige ruis

Jan Kleefstra

.

De Friese dichter Jan Kleefstra heeft meerdere Fries- en Nederlandstalige bundels uitgegeven bij De Friese Pers en uitgeverij Aspekt. Daarnaast brengt hij samen met zijn broer Romke al ruim tien jaar in verschillende internationale samenwerkingen muziek- en filmreleases met Friese titels en Friestalige poëzie uit. Die worden over de hele wereld uitgegeven.

Zijn laatste bundel ‘Veldwerk’ is uit 2020 dat hij samen maakte met Christiaan Kuitwaard. De bundel gaat over de teloorgang van de biodiversiteit in het Friese Landschap. Het is de neerslag van een project ‘woorden en waterverf’, dat heeft geduurd van half maart 2018 tot en met begin maart 2019. Eén avond per week of twee weken trokken ze er samen op uit. Ze kozen een plek uit op het Friese platteland, op grond van herinneringen of intuïtief, waar ze zich installeerden. ‘Een uur lang schilderde Christiaan wat hij zag en schreef Kleefstra op wat hij hoorde of zag en wat mogelijk aan zijn schildersoog ontsnapte.’

.

Een slaperige ruis
vlinder diepe zee
stug aan alles geloven

.

we dragen land naar het duin waar zilvermeeuwen broeden
leggen er wat wolken over
een stem om niet te bederven

.

maan ogen verwilderd schuin over de met wijnrank
gevangen nevel uit onbewoonde burchten

.

een gele kelk om mijn verzinsels
op bijenhaar te lijmen

.

zandkrassend fijngewreven koortskruid
uitgebrand muggenlijf
huid doorzichtig om een beetje tijd
zoutminnend spuug op haar wijd
uitgestreken wang
bij schubbentreden opgeklommen bloei

.

MUG #7 komt eraan

Bas Belleman

.

In het tweede jaar van haar bestaan publiceert MUGzine volgende week alweer haar tweede editie (nummer 7 in totaal). Dit keer met poëzie van Bas Belleman, Alja Spaan, Evy Van Eynde, Marie-Anne Hermans en mijzelf. De poëtische illustraties zijn van Martens&Martens, Samenzwerende Kunst (volg ze op Instagram @Martens&Martens) en natuurlijk is er een nieuwe Luule.

Uiteraard is de nieuwe MUG te vinden op de website http://mugzines.nl/ waar je deze gratis kan downloaden maar voor de ware liefhebber wordt er ook een papieren versie van gemaakt. Die papieren versie kan van jou zijn voor een habbekrats (€ 4,-) of je kan verzekerd zijn van automatische toezending naar elk adres van keuze in Nederland of België, als je donateur wordt. Lees hier hoe je donateur voor een jaar wordt http://mugzines.nl/word-donateur

In #7 van MUGzine poëzie van Bas Belleman (1978) met een sprookjesachtig gedicht. Belleman studeerde cultuurwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Hij was recensent voor dagblad Trouw en De Groene Amsterdammer, zat twee jaar in de jury van de AKO Literatuurprijs (tegenwoordig BookSpot Literatuurprijs) en bespreekt soms bundels voor poëzietijdschrift Awater. Hij schreef columns en essays voor Filosofie Magazine. Enkele jaren verzorgde hij de programmering van de Maastricht International Poetry Nights.

Bas Belleman publiceerde dit jaar de bundel ‘Shakespeares Sonnetten’, met inleiding en commentaar. Deze sonnettenbundel werd zeer goed ontvangen en krijgt her en der de lof die het verdient. Eerder publiceerde Bas Belleman de dichtbundels’ ‘Nu nog volop ventilatoren’ die in 2003 verscheen in de Sandwich-reeks van Gerrit Komrij (nominatie voor de C. Buddingh’-prijs voor beste debuutbundel) en de bundel ‘Hout’ in 2006. Hij schreef recensies voor dagblad Trouw, de Groene Amsterdammer en Awater. In 2014 verscheen van hem de bundel ‘De drift van Sneeuwwitje’, reden om hem te vragen voor MUG #7.

Het gedicht ‘een boom’ haalde ik van de website van Tzum.

.

een boom

en nog een boom

en nog een en nog een en nog een.

mijn ziel, waar ben je gebleven?

ik zwerf langs de stammen van de slaap

en kom je nergens tegen,

word wakker als een aap.

een bos is een boom

en nog een boom

en nog een en nog een en nog een.

de ziel is een droom

en nog een droom

en nog een en nog een en nog een.

.

Leegstand

Esther Jansma

.

Ik was op de website van de KB (Koninklijke Bibliotheek) wat aan het rondstruinen in de sectie Nederlandse Poëzie en daarbinnen weer in de afdeling Moderne Nederlandse dichters (het blijft een bibliotheek) en daar kwam ik bij Esther Jansma een term tegen die ik nog niet kende: dendrochronologe. De definitie die ik vond is: Dendrochronologie of jaarringonderzoek is de wetenschapsdiscipline die zich bezighoudt met het dateren van houten voorwerpen of archeologische vondsten aan de hand van in de voorwerpen herkenbare groeiringen.

Esther Jansma (1958) is dan ook naast dichter en schrijfster van proza ook archeologe. In 1988 debuteerde Jansma met de bundel ‘Onder mijn bed’ waarna nog 11 dichtbundels (sommige met vertalingen) van haar hand zouden verschijnen waaronder haar laatste bundel ‘Reizen naar het einde van de honger’ uit 2020.

In 2015 verscheen de bloemlezing ‘Voor altijd ergens’ met een keuze uit haar gedichten en in die bloemlezing staat het gedicht ‘Leegstand’. Ik vind het altijd bijzonder om te merken dat ik bij gedichten blijf hangen in bundels die een losse of wat vastere referentie hebben met gedichten die ik zelf schreef. In dit geval aan het gedicht met dezelfde titel die hier te lezen is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/12/04/beeldgedichten-2/ . Het gedicht van Jansma verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Hier is de tijd’ uit 1998.

.

Leegstand

.

De manier is steeds anders, een vuist

balt zich en valt, uit het water lekt langzaam

de kanker van schimmels, maar daarna

is altijd hetzelfde weg: samenhang,

.

de glans van gebruik. Hier staat geen wand

zichzelf te betekenen, geen raam speelt

voor spiegel, geen hoek is nog recht.

Nutteloosheid is de schoonheid van verval en later

.

wil ik ook zo zijn, zo vanzelf

door leeftijd als gras overgroeid

scheef zitten in mijn stoel

en daar heel goed in zijn.

.

 

Zijn reis is net begonnen

Ellen Brenneman

.

Afgelopen weekend zat mijn familie op Netflix naar de een of andere obscure serie te kijken met als titel ‘The One’. Ik heb met een half oog mee zitten kijken, het idee van de serie is dat er (via DNA) voor ieder persoon op aarde één perfecte match is. Een vrij onwaarschijnlijk gegeven maar ja, in fictie is alles mogelijk.

Normaal gesproken zou ik hier niet over schrijven ware het niet dat in een aflevering bij een begrafenis een gedicht wordt voorgedragen dat ik nog niet kende. Even googlen op een paar zinnen en ik had het gevonden. Op een website over hulp bij begrafenissen funeralhelper.org.

Het betreft hier het gedicht ‘His Journey’s Just begun’ van de dichter Ellen Brenneman. Op zoek naar meer informatie van deze dichter kwam ik niet verder dan vele duizenden websites waar dit gedicht gedeeld wordt. Maar niets, maar dan ook helemaal niets over Ellen Brenneman. Geen informatie over haar leven, over mogelijk meer werk van haar, helemaal niets! Desalniettemin is het een fraai gedicht dat (vooral) veel aandacht krijgt bij begrafenissen.

Mocht er iemand zijn die meer informatie over Ellen Brenneman heeft laat me dit dan even weten.

.

His Journey’s Just Begun 

.

Don’t think of him as gone away
his journey’s just begun,
life holds so many facets
this earth is only one.
.
Just think of him as resting
from the sorrows and the tears
in a place of warmth and comfort
where there are no days and years.
.
Think how he must be wishing
that we could know today
how nothing but our sadness
can really pass away.
.
And think of him as living
in the hearts of those he touched…
for nothing loved is ever lost
and he was loved so much.

.

Primo Levi en Dirk Kroon

Dubbel-gedicht

.

Twee gedichten die een zelfde thema of titel hebben, hoeven natuurlijk niet altijd van Nederlandstalige dichters te zijn. Voor een goed Dubbel-gedicht telt slechts de overeenkomst in thema of titel. Vandaar dat ik vandaag twee gedichten heb uitgekozen die qua titel en thema Wachten overeenkomstig hebben.

Het eerste gedicht is van de Joods-Italiaanse dichter, schrijver en essayist Primo Levi (1919 – 1987) en is getiteld ‘Wachten’. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Op een onzeker uur’ uit 1988 maar ik nam het over uit ‘Spiegel Internationaal’ moderne poëzie uit 21 talen uit 1988. Het gedicht is vertaald door Maarten Asscher en Reinier Speelman en Primo Levi schreef het in 1949.

Het tweede gedicht is van de Rotterdamse dichter Dirk Kroon (1946). Het gedicht is getiteld ‘Wachttijd’ en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Dagelijkse despoot’ uit 2013. Ik nam het uit ‘Op de hoogte van de vogels’ zijn Verzamelde gedichten uit 2017.

.

Wachten

.

Dit is de tijd van bliksems zonder donder,

Dit is de tijd van niet te verstane stemmen,

Van rusteloze slaap en zinloos waken.

Gezellin, vergeet de dagen niet

Van lange gemakkelijke stilten,

Van nachtelijk toegenegen straten,

Van kalme overdenkingen,

Voordat de bladeren vallen,

Voordat de hemel betrekt,

Voordat ons opnieuw wekt,

bekend geluid, voor onze deuren,

Van met staal beslagen passen.

.

Wachttijd

.

Sta je op een tweesprong

in een uitgestorven landschap?

Kijk naar de knotwilg naast je

die na gekapt te zijn, ineens

weer uitbot of onaangeraakt

zal sterven – de takken in de lucht.

.

Wacht je met gelatenheid

de zoveelste winter af?

Bij het eerste voorjaarslicht

zal blijken of je ongemerkt

op nieuwe groei bent voorbereid.

.

Woman with blond hair an empty road. Girl waiting. Search for a new way. Hitchhiking trip. Travel, adventure. Sense of freedom, enjoy relax lifestyle. Scenic view, landscape. Explore North Norway

Na Slauerhoff’s dood

Dichters over dichters

 

In de rubriek ‘Dichters over dichters’ vandaag een gedicht van de dichter Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) die leefde van 1887 tot 1939. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste Nederlandse calvinistische dichter van zijn generatie. P.J. Meertens noemt hem een christelijk renaissancedichter en Hans Werkman, biograaf van Willem de Mérode schreef over hem: “De dichter doorleefde de tragedie van een onmogelijke liefde; hij schreef in de spanning van jongensliefde en een mystieke beleving van christelijk geloof”.

Die calvinistische en christelijke inslag komt heel duidelijk terug in het gedicht ‘Na Slauerhoff’s dood’ dat hij schreef in 1936 (13 dagen na het overlijden van Slauerhoff) en dat ik nam uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 dat in twee banden verscheen. Dit gedicht staat in het tweede deel. Beide banden werden mogelijk gemaakt met financiële steun van het ministerie van WVC (kom daar nog maar eens om).

J.J. Slauerhoff en Willem de Mérode hadden wat levensbeschouwing betreft weinig met elkaar gemeen. Het pessimistisch scepticisme van de eerste stond lijnrecht tegenover het reformatorisch, orthodox christen-zijn van de ander. Toch hadden beide dichters ook overeenkomsten zoals hun liefde voor de Chinese lyriek.

.

Na Slauerhoff’s dood

.

Dichter, je bent besproken en bezongen

Door hen die over dood lichtzinnig baazlen,

Alsof je een weekje thuis was met de maazlen.

Straks zullen zij weer met die flinke jongen

Er één op drinken, naar de meisjes gaan

En (’t leven is geen lol) landerig vertrekken

Om in de Stille Zuidzee te ontdekken

Dat de aarde bezig is met te vergaan.

.

Misschien heb jij ’t verschriklijke beseft

Dat je God overal zoekt en nergens treft,

Tot Zijn gelaat de duisternis deed wijken

En jij, Hem ziende, duister moest bezwijken?

.

Dit is zoo droef dat je bewonderaars preeken

En niemand één woord over God dúrft spreken.

.