Men mag er niet aan denken
Paul Bogaert
.
Paul Bogaert (1968) is een Vlaams dichter. Hij studeerde Germaanse filologie aan de universiteiten van Brussel en Leuven. Hij publiceerde tot nu toe vijf gedichtenbundels. In 1996 debuteerde hij met de bundel ‘Welkom Hygiëne’. In 2008 schreef hij het Gedichtendagessay (Verwondingen). In oktober 2010 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste poëzieprijs van de Nederlanden. In 2011 kreeg Paul Bogaert de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Poëzie voor zijn bundel ‘de Slalom soft’; de bundel waarmee hij ook de Herman de Coninckprijs won in 2010.
Op zijn website http://www.paulbogaert.be/ zijn de gedichten van drie bundels integraal te lezen. Uit de bundel ‘Circulaire systemen’ uit 2002 het gedicht ‘Men mag er niet aan denken’.
.
Men mag er niet aan denken
dat het herbegint.
Men is op versnelling uit.
Men oefent in afwachting een uitspraak
of men staart zo een detail aan
dat het irritant wordt.
Niemand ontsnapt
aan gewenning.
Zelfs voor wie er niet aan went,
is hetzelfde nooit genoeg.
.
Fitness
Axel van der Ende
.
Axel van der Ende (1967 Rotterdam) is dichter, tekst- en liedjesschrijver, columnist en werkt voor de radio (o.a. Theater van het Sentiment). Op Gedichten.nl schrijft hij al jaren op actuele snelsonnetten en op nederlands.nl tevens een tweewekelijkse column op donderdagen. Axel van der Ende is een vormvast dichter, niets is voor hem zo aantrekkelijk als alles op een rijtje krijgen binnen de beperkingen van de vorm. Na vele poplimericks bekwaamde hij zich verder in onder meer kwatrijn en ollekebolleke en ontwierp hij de SMS-poëzie voor mobiele telefoons.
Het gedicht ‘Het monster van fitness is te lezen op Gedichten.nl
.
Het monster van fitness
.
We sporten thans in scholen, veilig binnen
Het trimmen, joggen, surfen is passé
Al tweeënhalf miljoen doen eraan mee
Aan bodycombat, steppen en aan spinnen
De fitnessfreaksverzameling groeit straf
En valt dezelfder tijd meteen weer af
.
Iemand moet altijd gemist worden
Recensie van een dichtbundel van Antoinette Sisto
.
Afgelopen zaterdag presenteerde Antoinette Sisto haar derde dichtbundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’. Na de bundels ‘Het verre huis’ uit 2006 en ‘Dichter bij de dagen’ uit 2013 nu dus haar derde bundel bij uitgeverij Oorsprong.
Ik was een van de dichters die Antoinette had uitgenodigd om de presentatie extra glans te geven maar door een ongelofelijke stomme fout van mijn kant (vergissen in de dag) was ik er niet bij. Ik kan aanvoeren dat ik een hele drukke week achter de rug had en me de hele week al niet lekker voelde maar feit blijft dat ik Antoinette in de steek heb gelaten en daar baal ik enorm van. Desondanks was de presentatie een groot succes met bijdragen van Herbert Mouwen, Peter W.J. Brouwer, Jos van Daanen, Wilma van den Akker en niet in de laatste plaats Antoinette zelf.
Dan de bundel.
´Iemand moet altijd gemist worden´ bestaat uit 7 delen of hoofdstukken met als titel: Onderweg, Focus, Achter glas, Iemand moet altijd gemist worden, De man in het gedicht, Schrijven als anderen slapen en Zicht op de stad.
De poëzie van Antoinette laat zich het best omschrijven als observerend waarbij ze gebruik maakt van elegante taal. In het hoofdstuk ‘Onderweg’ is de afwezigheid van de ander steeds aanwezig, in een vorm van melancholisch herinneren. In ‘Focus’ staat liefdespoëzie die ik het liefste lees, tussen de regels doorlezen op zoek naar waar de liefde zich bevind. Maar ook hier overvalt me soms een zekere triestheid bij het lezen. ‘Achter glas’ lijkt het keerpunt in deze bundel. In de eerste twee hoofdstukken moeten zaken uit het verleden worden beschreven, verwerkt om in ‘Achter glas’ met een schone lei, opnieuw te kunnen beginnen. Dit hoofdstuk ademt een nieuw positief gevoel uit, een nieuwe start (lentezon, het jonge gras).
In het gedicht ‘Keukenprinses’ straalt een nieuwe ik, ondeugend en klaar voor iets nieuws. Of in het gedicht ‘Tomeloos’ waarin de herfst tot de nieuwe lente wordt gemaakt, waarna dit in het gedicht ‘Mantra’s’ nog eens wordt bevestigd.
In ‘De man in het gedicht’ legt Antoinette uit hoe het zit met de man en de vrouw in haar poëzie. Misschien had ze hier mee moeten beginnen maar aan de andere kant, het verklaard maar veranderd niet, het bevestigd mijn idee dat deze bundel een bundel van hoop is, van verandering.
In ‘Schrijven als anderen slapen’ laat Antoinette zien dat dat is wat ze doet, ze geeft een proeve weg van haar poëzie over een aantal onderwerpen die los staan van de eerdere hoofdstukken, om te eindigen met ‘Zicht op de stad’ waarin gedichten over de stad. Een voorzet voor een volgende bundel wellicht?
Al met al moet ik zeggen dat ik de bundel met veel plezier heb gelezen. Sommige gedichten moet je een paar keer lezen om ze echt goed te kunnen duiden maar de poëzie van Antoinette is heel toegankelijk en rustig van toon. Het enige dat je mist bij het lezen is de stem van Antoinette, haar te horen voordragen voegt werkelijk iets toe aan de beleving van haar poëzie.
De bundel is binnenkort te koop via de boekhandel of bij uitgeverijoorspong.nl
.
Een gedicht dat ik had willen voordragen bij de presentatie uit het hoofdstuk ‘Onderweg’ is ‘Maandag, 15.29u, Antwerpen Centraal’.
.
maandag, 15.29u, Antwerpen Centraal
.
Een snellere dienstregeling
heeft de oude verdrongen
tijd in kiosken wordt weggebladerd
lucht door optrekkende treinen verplaatst
.
een roltrap daalt naar drie niveau’s diepte
betonnen perrons onder de grond
uit mijn blikveld haasten zich reizigers
naar richtingen uiteenlopend onbekend.
.
Wie sla ik hier gade?
de man die op zijn vrouw wacht
de vrouw die verlangt naar haar minnaar
de moeder die zoekt
naar een lang gemiste zoon
.
de émigré die slechts stationsgeur
hier komt ruiken, geknars van remmen
wil beluisteren
als muziek zonder welke hij niet slapen kan.
.
Proletarische dichtkunst
Martien Beversluis
.
Afgelopen weekend bracht ik een bezoek aan de nieuwe Paagman vestiging in het centrum van Den Haag in het oude pand van De Slegte. In de boekwinkel zijn nog altijd op de eerste verdieping tweedehands boeken en antiquaren boeken te koop. Ik mag daar altijd graag in de sectie poëzie rondsnuffelen.
In de poëziekast kwam ik een bijzondere dichtbundel tegen. De bundel ‘Arbeiders-noodlot’, Proletarische dichtkunst. Een bloemlezing uit de moderne Duitsche arbeiderspoezie der laatste jaren. In Nederlandsche verzen omgezet door Martien Beversluis. uit 1930, uitgegeven door H. ten Brink in Arnhem.
Martien Beversluis (1894 – 1966) werd in 1922 lid van de SDAP (voorloper van de PvdA) en werd in 1928 literair medewerker voor de VARA. Voor deze omroep verzorgde hij het radioprogramma ‘Internationale socialistische poëzie’. In dit kader moet denk ik ook zijn bemoeienis te plaatsen zijn met de bundel ‘Arbeiders-noodlot’. Duitse Arbeiderspoëzie in Nederlandse verzen omgezet.
In de jaren dertig werd hij lid van de communistische partij en in de oorlog (1941) bij de NSB. In de jaren na de oorlog krijgt hij een publicatieverbod en uiteindelijk blijft hij tot zijn dood actief als dichter van voornamelijk religieus getinte verzen.
Uit deze bundel het gedicht’Aan de draaibank’.
.
Dichtbundel Ongehoord! Poëziewedstrijd
Nieuw initiatief
.
Het bestuur van de stichting Ongehoord! heeft besloten om alle gedichten van de shortlist Ongehoord! Poëziewedstrijd 2014 op te nemen in een E-bundel. Alle shortlistdichters is gevraagd of ze hiertoe toestemming geven. Na de toestemmingsronde wordt de bundel vormgegeven en voorzien van een cover, een ISBN nummer (de bundel verschijnt bij MUGbooks) en zal alle gedichten bevatten van de shortlist, te beginnen bij de drie prijswinnaars, de eervolle vermeldingen en vervolgens alfabetisch op dichtersnaam. De vormgeving wordt gedaan door Brrt.nl
De E-bundel is een initiatief om ook in de volgende jaren dichters en dichters in spe aan te sporen deel te nemen aan de poëziewedstrijd en om de shortlistdichters iets ‘in handen’ te geven. De E-bundel zal naar alle shortlistdichters worden toegezonden en gratis worden verspreid via de website van Ongehoord!
.
Wafwafwaf
Tom Lanoye
.
Tom Lanoye (1958) woont en werkt in België en Zuid Afrika. Hij schrijft poëzie, romans, columns, scenario’s en toneelteksten. Hij is een van de meest gelezen en gelauwerde auteurs van zijn taalgebied (Nederland en Vlaanderen). Zo werd zijn werk bekroond met onder andere Gouden Uilen (4 maal), Humo’s Gouden bladwijzer (2 maal) en kreeg hij de vijfjaarlijkse prijs voor podiumteksten van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre.
Bij velen bekend van zijn romans en toneelwerk schreef Lanoye ook meer dan 10 poëziebundels (vooral in het begin van zijn carrière).
Uit de bundel ‘Hanestaart’ een bijzonder gedicht wat je een aantal keer zorgvuldig moet lezen om een richting te krijgen van waar het gedicht over gaat, met als titel ‘Wafwafwaf’. Uit de recensie van Wijnand Steemers over de bundel Hanestaart:
“Sprankelende boekverzorging in bijna antroposofisch opgewekt kleurenpalet, een met ontblote doch behaarde borstkas poserende dichter op de achterflap. Ingrediënten van zijn dikwijls in wanhoop gedoopte thematiek: twijfel aan eigen schrijverschap (‘jezelf executeren’), homo-erotiek, jeugd, religie, tijd, in electrificerend idioom waarin het knettert van ‘mannentaal’ als ‘geil’, ‘kloten’, ‘hifi-toren’, ‘jeans’, ‘Quartz’, ‘digitale vrouw’, ‘syfilis’, en meer trendy taal uit de hedendaagse gruwelkamers. Edoch, verstaanbaar verwoord, met forse kwast, vaak eerder schrijnend dan balsemend, maar dat typeert meer recente poëzie”.
.
Waf waf waf
Leg de ketting klaar en hark mij tegen draad van
kokkelgeur, het ganzenei moet stuk voor stuk
gezwellen. Toe maar, bakkelei wat bokbederft, jij
stropop volle maan. Je lazerij nu pruimsteen en
dan vellen speelt geen rol, maar hou van mij.
Knip mijn oren, snij die staart. Dat kindschap
zweet in appeltaart vol hoedendoos en razernij?
En dat octaven biceps buitenspel erfdienstbaar
gaan, mits bloed gescheten foute formulieren
bij? Dat scheelt geen hol. Maar hou van mij.
Zing één voor één de nagels uit mijn poten,
hák. Geen jarretellen luxe geitebrij vol sap
ontstoken lippen meer, geen molleblinden eetgerei
of ellepijpen dood getij. Geen rollen
meer. Dan hou van hou van hou van mij.
.
Nieuwe dichtbundel
Antoinette Sisto
.
Op zaterdag 29 november draag ik in PERDU gedichten voor (van Antoinette en mezelf) bij de presentatie van ‘Iemand moet altijd gemist worden’, de nieuwe dichtbundel van Antoinette Sisto. Ik leerde Antoinette kennen bij het WAK festival in Den Haag waar we beide gedichten mochten voordragen. We wisselde bundels uit en ik schreef over haar bundel ‘Dichter bij de dagen’. Daarna volgde een uitnodiging om mee t3e doen met De Vallei en een interview voor Meander, want behalve begenadigd dichter schrijft ze ook erg goede interviews.
De presentatie van haar nieuwe bundel, uitgegeven door uitgeverij Oorsprong vindt plaats op 29 november bij Boekhandel Perdu.
Locatie: Kloveniersburgwal 86, aanvang: 14:30 u (zaal open om 14:00 u).
Ook Peter Brouwer, Jos van Danen, Wilma van den Akker en Herbert Mouwen dragen poëzie voor en uiteraard zal Antoinette zelf voordragen. Werner Bartels (uitgever) zal het eerste exemplaar aan Antoinette overhandigen en de presentatie van de middag is in handen van Herbert Mouwen.
Ik zal volgende week wat meer over deze presentatie schrijven en een gedicht uit haar nieuwe bundel plaatsen. Hier nu nog een ouder gedicht.
.
Achter glas
Het weerbarstige, onverzoenlijke
in je bewegingen moet ik
vastleggen
Hoe je neigt naar alles
wat distantie is
in mij –
Jouw geaardheid die
de jaren ongemerkt
zachtjes hebben ingeluid
met onzichtbare klokken
Hoe het zomaar kan – dat ik
de diepte van woorden
niet hervinden durf
Hoe ik verlangen kan – naar iets tastbaars
iets waarlangs handen
strelen, vorm kunnen raden
net als het najaarslicht
de rode kater
van de overburen vangt
in een kader
achter roerloos glas
.
De uiterste seconde
Simon Vestdijk
.
De meeste mensen zullen bij de naam Simon Vestdijk (1898 – 1971) denken aan de vele romans die hij schreef zoals Pastorale 1943, De koperen tuin, Terug tot Ina Damman, Ivoren wachters e.d. In totaal schreef Vestdijk ongeveer 200 boeken waaronder 52 romans maar ook 57 novellen, 33 essaybundels en 24 dichtbundels. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem “de man die sneller schrijft dan God kan lezen”. Als dichter was Vestdijk mij niet bekend tot ik er door iemand op gewezen werd hij veel poëzie geschreven heeft.
Toen ik me verder in zijn werk ging verdiepen bleek dat Vestdijk ook een omvangrijk wetenschappelijk werk (687 pagina’s) heeft geschreven, ‘Het wezen van de angst’. Deze, als dissertatie bedoelde, monografie werd reeds voltooid in 1949 en werd opgedragen aan H.C. Rümke, de “leermeester”. Toen ik dit las moest ik meteen denken aan een gedicht dat ik heb geschreven naar aanleiding van een uitspraak van deze professor in de psychiatrie ‘Open brief aan professor Rümke’ Hier te lezen: http://www.krakatau.nl/open-brief-aan-professor-rumke-wouter-van-heiningen/
In 1926 debuteert Vestdijk met gedichten in het tijdschrift ‘De Vrije Bladen’. Een van de gedichten die me werd aangeraden is het gedicht ‘De uiterste seconde’. Het gedicht is voor Ans Koster geschreven, met wie Vestdijk meer dan 30 jaar samenleefde.
.
De uiterste seconde
Voor Ans
Doodgaan is de kunst om levende beelden
Met evenveel gelatenheid te dulden
Als toen zij nog hun rol in ’t leven speelden,
Ons soms verveelden, en nochtans vervulden.
Hier stond ons huis; hier liep zij met de honden;
Hier maakte zij de bruine halsband los;
Hier hebben wij de stinkzwammen gevonden,
Op een beschutte plek in ’t sparrenbosch.
Doodgaan is niet de aangrijpende gedachte,
Dat zij voortaan alleen die paden gaat, –
Want niemand is alleen die af kan wachten,
En niemand treurt die wandelt langs de straat, –
Maar dit alles wàs: een werk’lijkheid,
Die duren zal tot de uiterste seconde;
Dit is de ware wedloop met de tijd;
De halsband los, en zij met de twee honden
.





















