Magisch Zomerpodium

Ongehoord!

.

Wat is dat toch met het Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin? Is het de Jacobustuin, een oase van rust in het drukste stukje Rotterdam? Zijn het de dichters die zich juist in zo’n ambiance van hun beste kant laten zien? Is het de muziek die buiten zoveel anders klinkt dan binnen? Is het de ontspannen zit in het zonnetje met een drankje en een hapje? Of is het juist de combinatie van al deze dingen?

Wat het is is het, maar wederom kan ik constateren dat het Zomerpodium in de Jacobustuin magisch was. De dag begon wat fris maar met de zekerheid dat het droog zou blijven stonden om klokslag 1 uur de eerste mensen al voor de tuin te wachten tot ie open ging. Thijs Paffen met de geluidsinstallatie, de eerste dichter, Jan de Koning met de sleutel van de binnentuin en ondergetekende.

Een uurtje om alles op te bouwen, klaar te zetten, koffie,thee, stoelen, geluid en we zijn er klaar voor. Al snel loopt de tuin vol met geïnteresseerden, sommige met nog een lange nacht Poetry International achter de kiezen, anderen van buiten Rotterdam en natuurlijk veel Rotterdammers.

Na een openingswoord van Peter de Knegt, voorzitter van stichting Ongehoord! met een kort gedicht is het de beurt aan Arthur van der Elst, geboren Rotterdammer maar geen Rotterdamse dichter volgens eigen zeggen. Aan zijn tongval zou je het niet zeggen overigens. Poëzie met spot, humor en dubbele bodems maar ook mooie poëzie die even tot nadenken aanzet.

Na Arthur vanuit Eindhoven nam Wen van der Schaaf plaats achter de microfoon. Hoewel niet groot van gestalte greep ze haar publiek vast en liet dat niet meer los tot na het laatste gedicht. Persoonlijke poëzie in mooie zinnen met een performance die in alle eenvoud enthousiasmeert.

Peter W.J. Brouwer en Michael Abspoel ( u weet wel, de stem van Man bijt hond) brachten in drie delen hun bijzondere hommage aan chansonnier Jacques Brel. Met persoonlijke teksten over de invloed van Brel op hun leven en liedjes van Brel. Michael op zang begeleidt door Peter op afwisselend accordeon en elektrische piano.

In de pauze was er volop gelegenheid om oude bekenden weer eens te spreken, de dichters en muzikanten te complimenteren, een dichtbundel te kopen, contacten te leggen of gewoon met een hapje en een drankje te genieten van de omgeving en het zonnetje.

Na de pauze bereikte me het bericht dat Ibunda door persoonlijke omstandigheden helaas niet kon komen. Omdat er al veel dichters zich hadden opgegeven voor het open podium kwam er daardoor wat meer tijd vrij voor hen. Maar eerst was het tijd voor Von Solo. Daags voor het Zomerpodium nog één van de dichters die de nieuwe bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ van mijn uitgeverij MUGbooks gepresenteerd zag worden en hier dus solo. Von Solo weet als geen ander met zijn sprankelende performance zijn publiek te boeien. Met zijn zoontje, die in het kader van Vaderdag zelf een gedichtje mocht voordragen, en daarna helemaal solo bespeelde Von Solo met name de dames in het publiek met zijn olijke oogopslag en zijn doeltreffende poëzie. Uit ‘Wij dragen Rotterdam’ droeg Von Solo het gedicht ‘Holy’ voor en inderdaad, dat was het.

Na de tweede set van Peter W.J. Brouwer en Michael Abspoel was het tijd voor Erwin Troost. Na het uitgeven van zijn debuutroman ‘De zoektocht naar mijn ongelijk’ was dit zijn eerste publieke optreden na zijn vrijwillige terugtrekking uit het literair landschap. Ongehoord! was er blij mee. Erwin deed zijn ding zoals alleen Erwin dat kan en zijn voordracht over zijn teddybeer zal velen nog lang in het geheugen blijven.

Op het open podium waren maar liefst 10 dichters te genieten. In volgorde van opkomst: Wilma Blanken, Dineke Ypeij, Frank Vingerhoets, Rob Hilz, Rotterdamse Keet (ook met gedichten uit ‘Wij dragen Rotterdam’), Rieneke Minderman, Derrel Niemeijer, Irene Siekman, Madeleine van der Velde en Renato.

Tot slot kwamen Peter W.J. Brouwer en Michael Abspoel voor hun laatste set (inclusief toegift) over Jacques Brel aan de beurt. Het voltallig publiek (over de hele middag ruim 100 mensen) bleef massaal zitten en luisteren en beëindigde deze zeer geslaagde middag met een ovationeel applaus waarna het nog lang gezellig bleef.

.

tuin9

Arthur van der Elst

tuin10

Wen van der Schaaf

tuin11

Peter W.J. Brouwer en Michael Abspoel

tuin5

Von Solo (solo)

tuin4

Von Solo (met kids)

tuin3

Pauzetafereel

tuin1

Pauzetafereel

tuin7

Erwin Troost

tuin8

Vanaf de dichters gezien

Succesvolle presentatie

Wij dragen Rotterdam

.

In een bomvolle lobby van de Rotterdamse Schouwburg vond gistermiddag (onder meer) de presentatie plaats van de eerste papieren bundel van MUG books, mijn uitgeverij, van negen Rotterdamse dichters met als toepasselijke titel ‘Wij dragen Rotterdam’.

Van 16.00 tot 18.00 uur presenteerde Daniel Dee een literaire talkshow voor Poetry International met een aantal buitenlandse dichters en dus de presentatie van de bundel.

Een aantal van de dichters uit de bundel droegen gedichten voor en Mark Boninsegna werd gevraagd naar het hoe en waarom van dit initiatief. Op zijn geheel eigen wijze antwoordde Mark op de vraag naar de noodzaak van deze bundel: Noodzaak, gewoon Rotterdam!

De bundel is te koop en vandaag staan een aantal van de dichters uit de bundel op het zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin in Rotterdam (Von Solo, Rotterdamse Keet).

Het eerste exemplaar van de bundel werd door Mark uitgereikt aan Jana Beranová die de gedichten selecteerde.

Hieronder een korte foto-impressie van de presentatie.

.

wd

Daniël Dee (ook in de bundel) in gesprek met Mark Boninsegna

wd1

Von Solo

wd2

Gino van Weenen

wd3

Marco Martens

wd5

Kobus Carbon

wd6

Edwin de Voigt met Jana Beranová en Mark Boninsegna

wd7

 

Uitreiking van het eerste exemplaar

 

Iris

Laten we mijn lichaam delen

.

Uit de prachtige debuutbundel uit 2013 ‘Laten we mijn lichaam delen’ van Iris Brunia (1977) het titelgedicht.

.

Laten we mijn lichaam delen

om de week, afwisselend een weekend
Over halve dagen valt te praten

Mijn hemd deed ik bijna uit, hier, midden in het café
Gelukkig bedacht ik me, maar O die dag, dat ik te laat ben

wil je de notaris bellen?

Rond etenstijd kwam je binnen, we aten pannenkoeken met zeewier
Ik keek uit op het aquarium. Twee vissen treuzelden –

Een bubbelend in een boterhamzak, de ander lippen tuitend op haar af
botste, stuiterde kopje duikelend terug

Om te wennen zei de ober, anders gingen ze dood
De overgang zou te groot zijn

wennen? de dood?

Een pin van mijn kam schoot mijn nagelriem in. De rekening
Ik graaide in mijn tas

dus ja, ik bloed wel eens, maar ik vergeet

Bijna kregen we ruzie, omdat het aquarium klinkt als onze koelkast
Je wilde geen nieuwe zolang hij het deed, maar geluiden
kunnen ondraaglijk zijn

Ik las dat drie appels per dag goed zijn voor een gezond verstand
Je keek over je bril, slikte een hap weg, dat ik de boodschappen
dan niet moest vergeten

Ik begon maar weer over die vissen, dat ik me als ik een vis was
daar in het water niet thuis zou voelen, dat ik beter gedij
op plekken waar ik niet verwacht word

maar als ik naar je kijk ben ik er nog
en als ik glimlach beaam jij dat

.

Iris

Gedicht als inspiratie voor song

Cucurucu

.

Donderdagochtend was singer-songwriter Nick Mulvey bij de ochtendshow van Giel Beelen. Zijn nieuwste single Cucurucu is, zo vertelde hij, een combinatie van een gedicht van D.H. Lawrence en een kinderrijmpje dat zijn moeder vroeger voor hem zong.

Het gedicht van D.H. Lawrence heet ‘Piano’ en dat kun je hieronder lezen.

.

Piano

.

Softly, in the dusk, a woman is singing to me;

Taking me back down the vista of years, till I see

A child sitting under the piano, in the boom of the tingling strings

And pressing the small, poised feet of a mother who smiles as she sings.

 

In spite of myself, the insidious mastery of song

Betrays me back, till the heart of me weeps to belong

to the old Sunday evenings at home, with the winter outside

And hymns in the cosy parlour, the tinkling piano our guide.

 

So now it is vain for the singer to burst into clamour

With the great black piano appassionato. The glamour

Of childish days is upon me, my manhood is cast

Down in the flood of remembrance, I weep like a child for the past.

.

 

En dit is wat Nick Mulvey ervan heeft gemaakt.

.

.

Met dank aan Youtube en 3FM

Hel en Paradijs

Ilya Kutik

.

In de serie over Russische dichters vandaag de dichter Ilya Kutik. Een scherprechter zou zeggen: Die Kutik is een Oekraïner die tegenwoordig in de Verenigde Staten woont. Klopt maar Ilya Kutik (1961) is weliswaar geboren in de Oekraïne (Lvov) maar studeerde Letteren in Moskou en vormde samen met dichters als Jerjomenko, Parsjtsjikov en Zjdanov een groep die bekend werd onder de noemer ‘Metarealisten’, die zich afzetten tegen het socialistisch realisme en via verbeeldingskracht nieuwe realiteiten aftasten.

Naast dichter is Kutik ook vertaler en criticus en woont en werkt hij in de Verenigde Staten aan de Northwestern University in Chicago en doceert daar Russische literatuur. Kutik trad in het verleden o.a. op bij Poetry International.

.

Hel en Paradijs

.

In deze duisternis, in het holst van deze nacht

zijn wij gekooid, als in een kist of koker.

In ons zijn Hel en Paradijs bijeengebracht,

als rook en zuurstof in de longen van een roker.

.

Ze zijn geen polen maar, naar ik veronderstel,

als lucifers dicht bij elkaar gelegen.

Zo hebben deze twee een plaats gekregen,

dus Paradijs naast Paradijs en Hel naast Hel.

.

Maar wordt het donkerder op aarde, uur na uur,

verlaat een engel goedgezind de Hemelhaven,

strijkt op zijn glijvlucht langs het Hellezwavel

en geeft ons met zijn flakkerende vleugel vuur.

.

kutik

Ilya Kutik is ook gewoon op Facebook te vinden.

Met dank aan: Spiegel van de Russische poëzie, Facebook en Poetry International

Voetbalpoëzie

Voetbal en gedichten

.

Nu het Wereldkampioenschap voetbal in Brazilië rap dichterbij komt lijkt het me een goede zaak eens een stuk te schrijven over voetbal en poëzie. Misschien staan de gedichten van de spelers die het Europees kampioenschap van 1988 wonnen nog in het geheugen of zijn er lezers van Hard Gras onder de lezers van dit blog. Hoe dan ook, er is wel wat te vertellen over voetbal en poëzie.

Om maar met het EK van 1988 te beginnen, in 1989 verscheen van de hand van Theun de Winter het boek ‘Nederland-Duitsland: Voetbalpoëzie’ met bijdragen van o.a. Hans van Breukelen, Ruud Gullit, Johnny Rep, Ruud Krol, Stanley Menzo, Jan Wouters, Wim Suurbier, Frans de Munck, Arnold Mühren, Johan Neeskens, Jan Mulder, Jules Deelder en Theo van Gogh.

.

voetbalpoezie

 

.

Ook Nico Scheepmaker publiceerde in de bundel Nederland-Duitsland (1989) een gedicht over de overwinning, met een verwijzing naar een beroemde slotregel uit een sonnet van J.C. Bloem (1887-1966): ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’.

.

2-1 & 1-2

De wedstrijd was het juiste spiegelbeeld
van die 2-1 in het gedoemd verleden.
Eerst werd ik in de Hel gevierendeeld,
en daarna kwam ik in de Hof van Eden.

Twee-een verliezen of met 2-1 winnen:
ontgoocheling of een waanzinnig feest.
Je kunt er maar het best niet aan beginnen,
dan is je leven wel zo kalm geweest.

Ik vond het jammer dat wij toen niet wonnen,
want winnen is het doel van elke sport.
Maar anderzijds is voetbal maar verzonnen:
geen mens die er veel menselijker door wordt.

Natuurlijk was ik blij met onze zege,
als journalist was ik zelfs dubbel blij.
Wij hadden immers iets cadeau gekregen:
kopij, kopij, o en voorgoed kopij!

.

Maar ook een dichter als Elly de Waard heeft haar liefde voor voetbal, of in dit geval voor de voetballer Pierre van Hooijdonk in een gedicht vastgelegd. Hieronder het Typoscript van het gedicht van Elly de Waard (1940), oorspronkelijk geschreven naar aanleiding van het wereldkampioenschap voetballen 1994, maar voor de gelegenheid (tijdens een uitzending van het tv programma Laat De Leeuw) aangepast voor Pierre van Hooijdonk, oktober 1999.

.

VP Elly

Maar niet alleen Oranje inspireerde dichters, ook een groot voetballer als Abe Lenstra kreeg een eigen gedicht van Rutger Kopland in het NRC van 11 juni 1994 (vandaag op de dag af 20 jaar geleden).

.

Abe

 

.

En natuurlijk mag Jules Deelder niet ontbreken. De voetballiefhebber (Sparta) onder de dichters met het gedicht over Sparta.

.

Vroeger of later
Ga je dood
Dat staat als een paal
Boven water
Zo oud als Sparta
Word je nooit

En als je gaat
Is het je tijd geweest
Dat is één ding
Dat zeker is

Zo niet
Ofter een hemel is
Maar álster één is
Dan zal je zien
Dat de Hemelpoort
– Oh brok in ons keel –
Verdacht veel weg heeft
Van Het Kasteel

.

deelder-sparta

 

Met dank aan dbnl.org

Presentatie eerste boek

MUGbooks

.

Het zal de oplettende lezer van dit blog niet ontgaan zijn dat ik een (netwerk) uitgeverijtje voor poëzie ben begonnen, MUGbo0oks. Dat wil zeggen dat ik dichters help bij het uitgeven van poëzie als E-bundel of op papier. Dit volledig zonder winstoogmerk. Lees alle informatie op http://mugbookpublishing.wordpress.com/

Na de proefpublicatie van mijn vierde bundel als E-bundel, Winterpijn, wordt aanstaande zaterdag mijn eerst papieren bundel gepresenteerd in de Rotterdamse Schouwburg bij Poetry International, ‘Wij dragen Rotterdam’. De Rotterdamse Schouwburg is gelegen aan het Schouwburgplein 25.

‘Wij dragen Rotterdam’ is een initiatief van Mark Boninsegna samen met 8 Rotterdamse dichters te weten Daniël Dee (Stadsdichter Rotterdam), Gino van Weenen, Rotterdamse Keet, Edwin de Voigt, Kobus Carbon, Von Solo, Miguel Santos en Marco Martens.

De bundel is reeds te koop via  http://www.wijdragenrotterdam.nl/ maar natuurlijk ook bij de presentatie van de bundel aanstaande zaterdag. De presentatie begin om 16.00 uur en duurt tot ca. 18.00 uur.

Hier alvast wat pers over dit mooie initiatief.

.

WDR

 

WDR1

Tot zaterdag zou ik zeggen!

Het andere gedicht

Gedichtenwedstrijd

.

Via mijn werk bij de bibliotheek kreeg ik een mail van de organisatoren van Het andere gedicht, of ik aandacht wilde besteden aan een bijzonder initiatief. Omdat het hier poëzie betreft en ook nog eens als doel heeft poëzie te verspreiden als stijlmiddel bij een groep verstandelijk gehandicapten kon ik hier natuurlijk geen nee tegen zeggen.

Wat houdt Het andere gedicht in?

Het Andere Gedicht is een landelijke poëziewedstrijd voor iedereen vanaf 12 jaar met een verstandelijke handicap. Je hoeft geen ervaring met dichten te hebben.
Schrijf zelf een gedicht over het thema… PLEZIER! Het gedicht mag rijmen, maar dat hoeft niet. Je kunt dichten over jezelf, gebeurtenissen, dromen, verzinsels, mensen, dieren, gevoelens… Alles mag, zolang het gedicht maar in het Nederlands is en door jou verzonnen en geschreven is. Je mag ook een tekening maken bij het gedicht, dit is niet verplicht.
De mooiste gedichten komen in een feestelijke dichtbundel te staan. Deze bundel ligt straks in de boekwinkel en als je gedicht er in staat krijg je natuurlijk zelf een exemplaar.
Wil jij graag meedoen? Stuur jouw gedichten digitaal in via poezie.specialarts.nl of via de post naar: Special Arts, Het Andere Gedicht, Zonnehof 4a, 3811 NC Amersfoort. Je mag met één, twee of drie gedichten meedoen. Gedichten insturen kan tot uiterlijk 15 juli 2014. Wie weet win jij wel een plekje in de dichtbundel! 

.

andere gedicht

Let the sun shine

Hans Andreus

.

Omdat het zulk prachtig weer is vandaag een toepasselijk gedicht van Hans Andreus (1926 – 1977) uit ‘Muziek voor kijkdieren’ uit 1951 (Windroosserie deel 12).

.

Liggen in de zon

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
er ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.

.

liggen

 

Lees ook de boeiende bespreking van dit gedicht op http://klassiekegedichten.net/index.php?id=87 van Joris Lenstra.

Verzet!

Drs. P.

.

Dichters verzetten zich soms ook tegen futiele zaken, zoals Drs.P. hier bewijst.

.

Hoe ik me ook verzet

Hoe ik me ook verzet, het zal niet baten
Het deprimeert me, en het maakt me bang
De buurman heeft het vast niet in de gaten
Het is voor hem allicht van geen belang
Een tijdlang onderging ik het gelaten
Allengs heb ik de aanblik leren haten
En ’t gaat niet weg, dat bloemetjesbehang.

.

bloemen

 

Uit de bundel ‘Grabbelton’ uit 2001.