Suzanne Vega
Poëzie in muziek
.
De zangeres Suzanne Vega is vooral bekend als zangeres van hits als ‘Luka’, ‘Tom’s diner’ en ‘Left of center’. Wat minder bekend is, is dat ze ook gedichten schrijft en verhalen.
Zo verscheen van haar in 1999 het boek “The Passionate Eye: The Collected Writing of Suzanne Vega” met daarin verhalen, herinneringen, gedichten en songteksten. Op haar officiële website is zelfs een pagina besteed aan gedichtjes uit haar jeugd. Daar kun je al lezen dat ze op zeer jonge leeftijd talent had voor taal.
Haar jeugdpoëzie staat op http://www.suzannevega.com/suzannes-childhood-poems/
Maar ook in de teksten van haar liedjes blijkt een poëtisch taalgevoel. Hieronder de tekst van een van haar grootste hits Luka.
.
Tom’s Diner
I am sitting
In the morning
At the diner
On the corner
I am waiting
At the counter
For the man
To pour the coffee
And he fills it
Only halfway
And before
I even argue
He is looking
Out the window
At somebody
Coming in
“It is always
Nice to see you”
Says the man
Behind the counter
To the woman
Who has come in
She is shaking
Her umbrella
And I look
The other way
As they are kissing
Their hellos
I’m pretending
Not to see them
Instead
I pour the milk
I open
Up the paper
There’s a story
Of an actor
Who had died
While he was drinking
It was no one
I had heard of
And I’m turning
To the horoscope
And looking
For the funnies
When I’m feeling
Someone watching me
And so
I raise my head
There’s a woman
On the outside
Looking inside
Does she see me?
No she does not
Really see me
Cause she sees
Her own reflection
And I’m trying
Not to notice
That she’s hitching
Up her skirt
And while she’s
Straightening her stockings
Her hair
Has gotten wet
Oh, this rain
It will continue
Through the morning
As I’m listening
To the bells
Of the cathedral
I am thinking
Of your voice…
And of the midnight picnic
Once upon a time
Before the rain began…
I finish up my coffee
It’s time to catch the train
.
Gedicht op een schip
Peter Holvoet-Hanssen
.
Tijdens zijn stadsdichterschap (2010-2011) heeft Peter Holvoet-Hanssen een aantal gedichten op bijzondere plekken laten verschijnen. Zo schreef ik al eens over zijn gedicht langs de kademuren van Oostende. Vandaag voeg ik daar zijn gedicht op de zijkant van een schip aan toe. De Festina Lente werd versierd met het gedicht ‘Scheldeduiker’ in een ontwerp van Jelle Jespers.
Scheldeduiker
wind in de tijd – straatkinderen van het Eilandje
wapperen daar bij die vierde toren – ontij croont
voor de thuislozen die kruipen in lofts van karton
bij de prefabbuildings
waai die daghengsten weg – draai
klimmend als opstandig gras door scheuren in beton
torens zijn de wachters, staan als bakens voor de maan
schepen schaatsen op een ton weerbarstig in de zon
van drip drop en klip klip klop, wij kiezen voor het sop
scheep in, dravend langs de kant dwars door het Scheldeland
want de wereld stoomt de wereld stroomt aan ons voorbij
snel dus trager, haast u langzaam; zeefier –
trossen los
de zeeleeuwerik tiereliert en hoort de witte zoutmerel
.
Het gedicht ‘Scheldeduiker’ is met foto opgenomen in de dubbelbundel ‘Antwerpen/Oostende’ uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 2012.
De Festina Lente met het Stads- en Scheldegedicht is nog steeds te bewonderen. Het heeft een aanlegplaats te Willemdok nabij het MAS (Museum aan de Stroom) aan de Hanzestedenplaats 1 te Antwerpen. Op http://www.antwerpenboekenstad.be zijn ook bewegende beelden van het Schip en Peter Holvoet-Hanssen te zien.
Stadsdichters
Avond met stadsdichters Rotterdam en Antwerpen
.
Afgelopen vrijdag- en zaterdagavond organiseerden het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Antwerpen Boekenstad & Poetry International in samenwerking met de Arenbergschouwburg en Bibliotheek Rotterdam twee avonden met stadsdichters van Rotterdam en Antwerpen. Ik ging naar de avond in het Bibliotheektheater in Rotterdam.
Presentator en interviewer Ernest van der Kwast ging in gesprek met de huidige stadsdichters Stijn Vranken (A) en Daniël Dee (R) en voormalig stadsdichters Jana Beranová (R) en Joke van Leeuwen (A).
De gesprekken gingen over wat een stadsdichter doet, welke vrijheden hij of zij zich kan permitteren, welke projecten men had gedaan en aan welke men werkte, over de lengte van het stadsdichtersschap en over de relatie met het gemeentebestuur, de stad en de inwoners van de stad. Behalve veel interessante informatie en een kijkje in het leven van de stadsdichters droegen zij ook allemaal een aantal gedichten voor.
Van Stijn Vranken was net daags ervoor een nieuwe bundel gepubliceerd. Helaas was die daar nog niet te krijgen. Persoonlijk was ik zeer onder de indruk van zijn (stads)gedicht ‘Spat onder stroom’.
Hieronder de gefilmde versie van (delen van) dit gedicht voorgedragen en besproken door Stijn zelf en de volledige tekst van het gedicht..
Spat onder stroom
(een bovenaanzicht)
Zie uzelf daar eens liggen, daar beneden, zo licht, gij stuk
stad, al dat stralen staat u precies goed, al dat schijnen
zit u blijkbaar diep in het bloed, gij brandt als vaneigens
bijna door de kaart, zo vurig als gij uzelf bemint en dit
brave land bevlekt, zo hard, zo hels, mijn god, gij non
stop big bang (in miniatuur, jaja, maar toch) – ach, waar
moet dat stranden, met uw steeds oeverlozer gescheld,
uw gebreek en gebouw, uw gegraaf en gedemp, uw
geschipper en gevaar, uw keer om keer altijd maar
weer wat aan de hand – niet te geloven hoe luid gij lijdt
aan uw zelfverklaarde rand – kom op schat, schitter nog
maar wat feller, ja gij, vermakelijke vlek, flikker voort
met uw geschilder en geschets, uw geschrijf en gezwets,
uw gekunst en gekitsch, uw gefuif en gefoor (ga door!)
met uw gesmoor en gesnuif, uw gesnor en gekuif, uw
getjing en getjoek, uw gezeik en gezoek, uw gedoe en
gedroom – allez, komaan, vooruit, licht uzelf nog eens
wat hogerop (armen genoeg) – zie, voila: zo valt daar
dan toch (uit uw eigen warme handen, jaja, maar toch)
een verdomd verdiend applaus (geklap, geklap!) voor u
en uzelf en vooral voorgoed, want zo zijt gij (dat ziet ge
nu eens van hier), gij schitterende plek
welgemorste mensheid, onbeschaamd schuim
op dit schiftend land, gij onuitwisbare
spat onder stroom.
.
© stadsgedicht Antwerpen 2014. Met dank aan de de organisatie van deze avond.
Oud gedicht
Uit begin jaren tachtig
.
Het lijden van de jongen W.
.
Alweer zit ik,
met in mijn hoofd jouw belofte,
aphatisch te staren
naar een nauwelijks
interessante plint
.
Je foto buiten mijn gezichtsbereik.
Teveel van jou in momenten
van twijfel, hardnekkig ontwijkend
.
Dus sta ik op, loop van je weg
en schenk mezelf een borrel in.
Toch weer iets dat ook jij zou doen.
Mine Stemkens
Poëzie op banieren
.
Al eerder (19 december 2013) schreef ik over Mine Stemkens. Zij is een kunstenares die veel met gedichten en poëzie werkt. Of zoals ze over zichzelf schrijft op http://www.straid.nl/: Woorden en (beeld)taal zijn de rode draad door het werk van Mine. Deze Maastrichtse maakt gedichten en afbeeldingen die prachtig tot hun recht komen op de authentieke (papier)producten van Straid.
Ging het in 2013 over poëzie op papieren zakken, deze keer over poëzie op linnen banieren. In 2012 was de Royal Mosa porseleinfabriek de centrale plek van de KunstTour.
Naast heel veel kunst waren de linnen banieren van Mine Stemkens te bewonderen.
.
Met dank aan http://berthi.textile-collection.nl/





















Carollade
23 mei
Geplaatst door woutervanheiningen
Versvorm bedacht door Lewis Carrol
.
Deze versvorm werd bedacht door Lewis Carrol, schrijver van onder meer Alice in Wonderland. De Carollade bestaat uit steeds 6 regels waarvan de eerste zin steeds begint met: Hij dacht dat hij een … zag.
De tweede zin begint met het woord ‘die’ of ‘dat’.
De derde zin luidt: Maar toen hij weer keek was het slechts.
Regel 5 en 6 bevatten commentaar.
.
Hieronder een voorbeeld.
.
Hij dacht dat hij een Schoonheid zag
Daar in de maneschijn.
Maar toen hij weer keek was het slechts
Een oude chagrijn.
“O God!”, riep hij en wendt zich af,
“Dit is beslist geen gein.”
Hij dacht dat hij een Vrome zag,
Daar naast zich in de kerk.
Maar toen hij weer keek was het slechts
Een stukje duivelswerk:
“t Is maar”, zei hij “Uit zestien tien
Een blauwhardstenen zerk”.
Hij dacht dat hij een Wijze zag,
Een wijsgeer voor zijn hart.
Maar toen hij weer keek was het slechts
De domheid, zeer benard.
Hij riep: “Dit is het ook al niet,
Val dood nu voor mijn part!”
Hij dacht dat hij zich zelve kent
(Hij is al vijftig jaar).
Maar toen hij weer keek zag hij slechts
Een domme oude vent.
Hij zei: “Ik ga geen kant meer uit,
‘k Blijf zitten op mijn krent”.
.
Met dank aan: https://sites.google.com/site/versvormen/
Dit delen:
Geplaatst in Versvormen, websites over poëzie
1 reactie
Tags: 6 regelig, Alice in wonderland, Carollade, commentaar, gedicht, gedichten, Lewis carrol, poëzie, schrijver, vaste vorm, versviorm, versvormen