Literaire routes app

Letterkundig museum

.

Het Letterkundig museum in Den Haag heeft samen met 7scenes een App ontwikkeld met literaire routes en wandelingen. Tijdens het museumweekend in 2013 presenteerde het museum de eerste wandeling over Jan Siebelink langs diverse Haagse decors uit Siebelinks boeken.

In mei 2013 volgde een route door Noordwijk. Schrijvers en dichters verkozen door de tijd heen dit pittoreske dorp voor rust, inspiratie of afzondering. Noordwijk was de woonplaats van schrijvers als Henriette Roland Holst, Albert Verwey J.B. Charles. Ook P.F. Thomése, Harry Mulisch en Susan Smit hebben zich laten inspireren door het decor van duinen, bollenvelden en boulevard, strand en zee. De Literaire Route Noordwijk is ontwikkeld is samenwerking met Stichting Schrijvers Pantheon. De gids op deze tour is acteur Hans Croiset. 

Er is ook nog een Couperus route door Den Haag.  Deze wandeling voert door het Den Haag van Couperus, langs de huizen waar hij woonde en de plekken die een rol spelen in zijn werk.  De Couperus-wandeling is ontwikkeld in samenwerking met het Couperus Genootschap.

.

De App is gratis te downloaden via de Appstore of Google play.

.

LR

 

logo LM

 

 

 

Van de dichter J.B. Charles het gedicht: Aan de schrijvers uit: Ik ben het (1990)

 

Aan de schrijvers

Neem een schep woorden,
schep mij een taal,
kom op, vertel een verhaal.

Maar tel ’t op je vingers na:
het moet helemaal
zelf zijn verzonnen.

Anders hoef ik het niet.
Wat jij hebt gevoeld
dat wil niemand horen,
ook niet wat je ‘bedoelt’.
Dus doe niet te echt.
Praat mij niet van wetten,
ik stik al in recht.

Maar tover mij voor
en ik ben je knecht:
samen krijgen wij die verdomde
werkelijkheid er wel onder.

Suzanne Vega

Poëzie in muziek

.

De zangeres Suzanne Vega is vooral bekend als zangeres van hits als ‘Luka’, ‘Tom’s diner’ en ‘Left of center’. Wat minder bekend is, is dat ze ook gedichten schrijft en verhalen.

Zo verscheen van haar in 1999 het boek “The Passionate Eye: The Collected Writing of Suzanne Vega” met daarin verhalen, herinneringen, gedichten en songteksten. Op haar officiële website is zelfs een pagina besteed aan gedichtjes uit haar jeugd. Daar kun je al lezen dat ze op zeer jonge leeftijd talent had voor taal.

Haar jeugdpoëzie staat op http://www.suzannevega.com/suzannes-childhood-poems/

Maar ook in de teksten van haar liedjes blijkt een poëtisch taalgevoel. Hieronder de tekst van een van haar grootste hits Luka.

.

Tom’s Diner

I am sitting
In the morning
At the diner
On the corner

I am waiting
At the counter
For the man
To pour the coffee

And he fills it
Only halfway
And before
I even argue

He is looking
Out the window
At somebody
Coming in

“It is always
Nice to see you”
Says the man
Behind the counter

To the woman
Who has come in
She is shaking
Her umbrella

And I look
The other way
As they are kissing
Their hellos

I’m pretending
Not to see them
Instead
I pour the milk

I open
Up the paper
There’s a story
Of an actor

Who had died
While he was drinking
It was no one
I had heard of

And I’m turning
To the horoscope
And looking
For the funnies

When I’m feeling
Someone watching me
And so
I raise my head

There’s a woman
On the outside
Looking inside
Does she see me?

No she does not
Really see me
Cause she sees
Her own reflection

And I’m trying
Not to notice
That she’s hitching
Up her skirt

And while she’s
Straightening her stockings
Her hair
Has gotten wet

Oh, this rain
It will continue
Through the morning
As I’m listening

To the bells
Of the cathedral
I am thinking
Of your voice…

And of the midnight picnic
Once upon a time
Before the rain began…

I finish up my coffee
It’s time to catch the train

.

Slammin’

Marc Kelly Smith

.

De meeste mensen zullen niet meteen de naam Marc Kelly Smith kunnen plaatsen. Ik denk dat maar weinig mensen, inclusief slam dichters weten dat hij de grondlegger was van de Slam Poetry in Chicago in de jaren 80 van de vorige eeuw.

In november 1984 begon  bouwvakker en dichter  Marc Kelly Smith een poëzieavond serie in een  jazzclub in Chicago genaamd de ‘Get Me High Lounge’, op zoek naar een manier om nieuw leven in poëziepodia  te blazen. Hij noemde dit podium ‘The monday night poetry reading’. Hoewel gevestigde dichters de vorm die hij koos bespotte (op deze manier voordragen in plaats van gedragen voorlezen) groeide het podium en werd snel populair. Smith zag zijn aanpak als een opgestoken middelvinger naar de gevestigde dichters die hij verwaand en versleten beschouwde want op hun evenementen “luisterde niemand naar ze”.

Of zoals Smith het verwoorde,  nadat hij zelf ooit naar een dergelijk evenement was geweest met zijn manuscripten verborgen in een krant:

“Het woord ‘poëzie’ stoot mensen af. Waarom is dat? Door wat de scholen er mee hebben gedaan. De slam geeft het terug aan de mensen .. We hebben mensen nodig om via poëzie met elkaar praten. Dat is hoe we onze waarden communiceren, onze harten, de dingen die we hebben geleerd, die maken dat we zijn, wie we zijn.”

Volgens Smith waren de eerste Slams meer een variété show dan een competitie. Hoewel Slams overal anders zijn is Smith verantwoordelijk voor kenmerken als de publieksjury en de cash prijzen. In het begin maakt hij zelfs gebruik van show elementen als het aandoen van bokshandschoenen bij de dichters waarna ze samen in een soort boksring geplaatst werden.

Na het succes in Chicago breidde de Slams zich uit over meer dan 500 plaatsen in de Verenigde Staten. Marc Kelly Smith kreeg de koosnaam slampapi die hij nog altijd voert op zijn website http://www.slampapi.com/

Eind jaren 90 begon poetry slam over te waaien naar Europa. In Duitsland is poetry slam inmiddels een televisiefenomeen. Ook in Frankrijk bestaat een actieve slambeweging. In Nederland worden sinds 1998 slams gehouden. Sinds 2002 wordt er een jaarlijks Nederlands kampioenschap poetry slam georganiseerd.

Van de hand van Marc Kelly Smith het gedicht ‘The sign rattled, it had all these buttons of glass’.

.

The sign rattled, it had all these buttons of glass

Stanley’s store at the end of our alley
Had a dead end sign shaped like a diamond
Set into the ground at the back of the curb
Turned up on a point,
One of its kind left in the world.
Euclid Avenue ran into it.
Eighty-fourth Place crossed it.
Tootie-Fruitie Freddie and Ricky Cooke
Pitched pennies on the sidewalk behind it.
I raced Kenny Knottingham
In a race I regarded
As the race of my life
From the blotched beige bark
Of the big leaf sycamore
Peeling
To within a tag-hand’s reach of winning
Rattling the buttons of glass
That covered the sign
As I fell to the ground —
A hand on the curb,
A hand in the mud.
My face scraped by the pipe
That supported that sign.
It was the race of my life
Lost boarded up abandoned
Block by block purchased and sold.
And try as I may not to
I run it again and again.
Sometimes in my dreams.
Sometimes while sipping coffee in North Shore cafes
Or on the Gold Coast
When the autumn dusk drops its lavender air
And the electric lights in the buildings
Square themselves double on the damp streets
Making the people I do not know
Weave in and out of the mist
To become the people I forgot to keep with me
Walking out of my mind
Into places that will never be again.
Stanley’s store at the end our alley.
A pane of glass framing another world.
A dead end sign.
And I race backwards
Never able to win.

.

slam

 

slam2

 

Slam3

 

Carollade

Versvorm bedacht door Lewis Carrol

.

Deze versvorm werd bedacht door Lewis Carrol, schrijver van onder meer Alice in Wonderland. De Carollade bestaat uit steeds 6 regels waarvan de eerste zin steeds begint met: Hij dacht dat hij een … zag.

De tweede zin begint met het woord ‘die’ of ‘dat’.

De derde zin luidt: Maar toen hij weer keek was het slechts.

Regel 5 en 6 bevatten commentaar.

.

Hieronder een voorbeeld.

.

Hij dacht dat hij een Schoonheid zag

Daar in de maneschijn.

Maar toen hij weer keek was het slechts

Een oude chagrijn.

“O God!”, riep hij en wendt zich af,

“Dit is beslist geen gein.”

 

Hij dacht dat hij een Vrome zag,

Daar naast zich in de kerk.

Maar toen hij weer keek was het slechts

Een stukje duivelswerk:

“t Is maar”, zei hij “Uit zestien tien

Een blauwhardstenen zerk”.

 

Hij dacht dat hij een Wijze zag,

Een wijsgeer voor zijn hart.

Maar toen hij weer keek was het slechts

De domheid, zeer benard.

Hij riep: “Dit is het ook al niet,

Val dood nu voor mijn part!”

 

Hij dacht dat hij zich zelve kent

(Hij is al vijftig jaar).

Maar toen hij weer keek zag hij slechts

Een domme oude vent.

Hij zei: “Ik ga geen kant meer uit,

‘k Blijf zitten op mijn krent”.

.

lewis_carroll

Met dank aan: https://sites.google.com/site/versvormen/

Aleksander Jerjomenko

Russisch dichter

.

Aleksander Jerjomenko  (1950) werd geboren in de Altaj (een deelrepubliek van Rusland, grenzend aan China, Mongolië en Kazachstan, ook wel het Tibet van Rusland genoemd). Voordat hij ging studeren aan een literatuurinstituut werkte hij als matroos op een vissersschip.

De poëzie van Jerjomenko is typisch postmodernistisch. satire, parodie en veel citaten uit andermans werk waaronder dat van klassieke dichters. Hij behoort tot de ‘metametaforisten’

.

Heer, wijs mij naar de bioscoop de weg,

en geef mij dan frambozenjam te eten.

Al wat wij denken is allang gezegd;

wij kunnen slechts herhalen wat wij weten.

.

Zoals een dichter, door zijn tijd vergeten,

een zei toen hij een kaartje had gelegd:

naar delingregels worden wij gespleten,

dus ruk mijn tong maar uit – het geeft niet echt!

.

De regen zal over de hele breedte

van je gedichten voor je exegeten

accenten zetten. ’t Weer is buiten slecht.

.

Hier wordt elk gen voor wat genie wil heten

steeds aan het aantal botsingen gemeten.

Ook dat was lang gelden al gezegd.

.

altaj1

 

Met dank aan Spiegel van de Russische poëzie

Gedicht op een schip

Peter Holvoet-Hanssen

.

Tijdens zijn stadsdichterschap (2010-2011) heeft Peter Holvoet-Hanssen een aantal gedichten op bijzondere plekken laten verschijnen. Zo schreef ik al eens over zijn gedicht langs de kademuren van Oostende. Vandaag voeg ik daar zijn gedicht op de zijkant van een schip aan toe. De Festina Lente werd versierd met het gedicht ‘Scheldeduiker’ in een ontwerp van Jelle Jespers.

 

Scheldeduiker

wind in de tijd – straatkinderen van het Eilandje
wapperen daar bij die vierde toren – ontij croont
voor de thuislozen die kruipen in lofts van karton
bij de prefabbuildings
waai die daghengsten weg – draai
klimmend als opstandig gras door scheuren in beton

torens zijn de wachters, staan als bakens voor de maan
schepen schaatsen op een ton weerbarstig in de zon
van drip drop en klip klip klop, wij kiezen voor het sop
scheep in, dravend langs de kant dwars door het Scheldeland
want de wereld stoomt de wereld stroomt aan ons voorbij
snel dus trager, haast u langzaam; zeefier –
trossen los

de zeeleeuwerik tiereliert en hoort de witte zoutmerel

.

Gedicht op een boot

 

Festina_Lente

 

Het gedicht ‘Scheldeduiker’ is met foto opgenomen in de dubbelbundel ‘Antwerpen/Oostende’ uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 2012.

De Festina Lente met het Stads- en Scheldegedicht is nog steeds te bewonderen. Het heeft een aanlegplaats te Willemdok nabij het MAS (Museum aan de Stroom) aan de Hanzestedenplaats 1 te Antwerpen. Op http://www.antwerpenboekenstad.be zijn ook bewegende beelden van het Schip en Peter Holvoet-Hanssen te zien.

Stadsdichters

Avond met stadsdichters Rotterdam en Antwerpen

.

Afgelopen vrijdag- en zaterdagavond organiseerden het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Antwerpen Boekenstad & Poetry International in samenwerking met de Arenbergschouwburg en Bibliotheek Rotterdam twee avonden met stadsdichters van Rotterdam en Antwerpen. Ik ging naar de avond in het Bibliotheektheater in Rotterdam.

Presentator en interviewer Ernest van der Kwast ging in gesprek met de huidige stadsdichters Stijn Vranken (A) en Daniël Dee (R) en voormalig stadsdichters Jana Beranová (R) en Joke van Leeuwen (A).

De gesprekken gingen over wat een stadsdichter doet, welke vrijheden hij of zij zich kan permitteren, welke projecten men had gedaan en aan welke men werkte, over de lengte van het stadsdichtersschap en over de relatie met het gemeentebestuur, de stad en de inwoners van de stad. Behalve veel interessante informatie en een kijkje in het leven van de stadsdichters droegen zij ook allemaal een aantal gedichten voor.

Van Stijn Vranken was net daags ervoor een nieuwe bundel gepubliceerd. Helaas was die daar nog niet te krijgen. Persoonlijk was ik zeer onder de indruk van zijn (stads)gedicht ‘Spat onder stroom’.

Hieronder de gefilmde versie van (delen van) dit gedicht voorgedragen en besproken door Stijn zelf en de volledige tekst van het gedicht..

 

Spat onder stroom
(een bovenaanzicht)

 

Zie uzelf daar eens liggen, daar beneden, zo licht, gij stuk
stad, al dat stralen staat u precies goed, al dat schijnen

zit u blijkbaar diep in het bloed, gij brandt als vaneigens
bijna door de kaart, zo vurig als gij uzelf bemint en dit

brave land bevlekt, zo hard, zo hels, mijn god, gij non
stop big bang (in miniatuur, jaja, maar toch) – ach, waar

moet dat stranden, met uw steeds oeverlozer gescheld,
uw gebreek en gebouw, uw gegraaf en gedemp, uw

geschipper en gevaar, uw keer om keer altijd maar
weer wat aan de hand – niet te geloven hoe luid gij lijdt

aan uw zelfverklaarde rand – kom op schat, schitter nog
maar wat feller, ja gij, vermakelijke vlek, flikker voort

met uw geschilder en geschets, uw geschrijf en gezwets,
uw gekunst en gekitsch, uw gefuif en gefoor (ga door!)

met uw gesmoor en gesnuif, uw gesnor en gekuif, uw
getjing en getjoek, uw gezeik en gezoek, uw gedoe en

gedroom – allez, komaan, vooruit, licht uzelf nog eens
wat hogerop (armen genoeg) – zie, voila: zo valt daar

dan toch (uit uw eigen warme handen, jaja, maar toch)
een verdomd verdiend applaus (geklap, geklap!) voor u

en uzelf en vooral voorgoed, want zo zijt gij (dat ziet ge
nu eens van hier), gij schitterende plek

welgemorste mensheid, onbeschaamd schuim
op dit schiftend land, gij onuitwisbare

spat onder stroom.

.

Spat

© stadsgedicht Antwerpen 2014. Met dank aan de de organisatie van deze avond.

Poëzie en Muziek in de Hof

WAK Festival

.

Afgelopen zaterdag was in de Hof van Wouw in Den Haag het eerste WAK festival in het kader van de week van de amateurkunst. Georganiseerd door Cultuurschakel en GMTekst van Geraldina Metselaar. De eerste keer dat dit festival georganiseerd werd en wat mij betreft zeker voor herhaling vatbaar. 6 dichters, 5 koren en een fanfareband waren te zien en te beluisteren op dit soepel georganiseerde, en mede door het prachtige weer, succesvolle festival.

De dichters (en 1 troubadour) die optraden waren in volgorde van opkomst: Simon Mulder, Wouter van Heiningen, Antoinette Sisto, Paulina Vanderbilt, Luuk Imhann en Martijn Breeman (troubadour).

Een zeer kleurrijk gezelschap met heel uiteenlopende poëzie. Simon Mulder, een dandyachtige verschijning, kwam prachtig tot zijn recht in deze historische omgeving met zijn verzen, Antoinette Sisto wist met haar mooie, breekbare poëzie de hof stil te krijgen, Paulina Vanderbilt bracht een paar Engelstalige gedichten (zij heeft 18 jaar in Schotland gewoond) en een paar prachtige gedichten over haar dochter in het Nederlands, Luuk Imhann deed het op zijn eigen, bijna surrealistische manier met wonderbaarlijke maar bijzondere poëzie en Martijn Breeman wist met zijn liederen het publiek te ontroeren en op te vrolijken in een stijl die mij nog het meest deed denken aan die van Cornelis Vreeswijk. Zelf bracht ik wat nieuwe gedichten en wat oudere waaronder ‘Noodzaak van het gunnen’ over cultuur (uiteraard), ‘Mannenman’ en een gloednieuw gedicht ‘Zwart-wit’. Hieronder kun je zien waar wij dichters zicht op hadden (publiek).

.

Publiek WAK

.

Van Antoinette Sisto kreeg ik haar laatste bundel ‘Dichter bij de dagen’ die ik zondag in het zonnetje heb zitten lezen. Een persoonlijk verslag in gedichten in een sobere maar heldere stijl. Gedichten die je vaker wil lezen om alles goed in je op te kunnen nemen. Uit deze bundel één van de mooiste gedichten wat mij betreft ‘Koorts”.

.

Koorts

.

Steevast daagden we elkaar uit

jij, de late avond en ik

.

Moeiteloos werd je mijn minnaar

met filter deluxe sigaretten

gesprekken aan tafel

die zich uitstrekten

tot bank of bed.

.

We schiepen nieuwe werelddelen

met elkaar, oceanen kleurden we in

vol gedachten

blauwe wolkenloze verwachting.

.

Een hemels visioen

van zwarte stranden, kokospalmen

heet zand dat schuurde

tussen onze tenen.

Het kwik steeg tot boven veertig.

.

Jij, de late avond en ik:

.

we vlogen over hooggebergten

heen en over schiereilanden

Jij, die geen hoogtevrees kende

noch grijze golven van heimwee.

.

wak1

Simon Mulder en Martijn Breeman

wak2

 

Paulina Vanderbilt

wak3

Luuk Imhann

wak4

Antoinette Sisto

Wak5

Wouter

.

Oud gedicht

Uit begin jaren tachtig

.

Het lijden van de jongen W.

.

Alweer zit ik,

met in mijn hoofd jouw belofte,

aphatisch te staren

naar een nauwelijks

interessante plint

.

Je foto buiten mijn gezichtsbereik.

Teveel van jou in momenten

van twijfel, hardnekkig ontwijkend

.

Dus sta ik op, loop van je weg

en schenk mezelf een borrel in.

Toch weer iets dat ook jij zou doen.

Mine Stemkens

Poëzie op banieren

.

Al eerder (19 december 2013) schreef ik over Mine Stemkens. Zij is een kunstenares die veel met gedichten en poëzie werkt. Of zoals ze over zichzelf schrijft op http://www.straid.nl/:  Woorden en (beeld)taal zijn de rode draad door het werk van Mine. Deze Maastrichtse maakt gedichten en afbeeldingen die prachtig tot hun recht komen op de authentieke (papier)producten van Straid.

Ging het in 2013 over poëzie op papieren zakken, deze keer over poëzie op linnen banieren. In 2012 was  de Royal Mosa porseleinfabriek de centrale plek van de KunstTour.

Naast heel veel kunst waren de linnen banieren van Mine Stemkens te bewonderen.

.

Maastricht 2012 3

 

Maastricht 2012 4

 

Met dank aan http://berthi.textile-collection.nl/