Site-archief
A. den Doolaard
Poëzieweek 2019
.
Zoals op elke zondag deze maand aandacht voor de komende poëzieweek die loopt van 31 januari t/m 6 februari. Op zondag 27 januari echter trappen we in Maassluis al af met o.a. een optreden van de dichter Ingmar Heytze https://www.poezieweek.com/activiteit/poeziemiddag-4/
Op de zondagen in januari schrijf ik over gedichten van Ingmar Heytze of over het thema van deze Poëzieweek ‘Vrijheid’. Vandaag een gedicht over de vrijheid van schrijver, dichter, journalist A. den Doolaard of Bob Spoelstra (1901 – 1994), zoals zijn echte naam was.
Al heel vroeg, nog ver voor de oorlog, publiceerde A. den Doolaard waarschuwende artikelen tegen het opkomende fascisme. Een aantal kritische artikelen die hij schreef voor het Nederlandse dagblad Het Volk over totalitaire landen werd gebundeld in 1937 in ‘Swastika over Europa – een grote reportage’ . Deze anti-nazi-artikelen resulteerden in uitzetting uit Italië, Oostenrijk en Duitsland. De Duitse krant Völkische Beobachter beschuldigde Den Doolaard van lasterlijke berichtgeving.
Van de oplage van 1000 exemplaren werden er ongeveer 500 onverkochte exemplaren in mei 1940 door uitgeverij Querido vernietigd , toen het Duitse leger Nederland binnenviel en hij en zijn vrouw naar het zuiden vluchtten. Uiteindelijk slaagden ze erin Engeland te bereiken als Engelandvaarder , na bijna een jaar in Frankrijk te hebben doorgebracht. In Londen werkte hij voor de Nederlandse radio-omroep Radio Oranje en vaak verzorgde hij toespraken voor de Nederlandse bevolking onder Duitse bezetting, wat weerstand aanmoedigde.
In 1944 verscheen in Londen van zijn hand de dichtbundel ‘De partisanen en andere gedichten’. In 1945 werd deze bundel bij De Bezige Bij herdrukt. Uit deze bundel het gedicht ‘De partizanen’.
.
De partizanen
.
Dit is de roem der partizanen:
Te strijden, de uitkomst ongeteld,
Niet deinzend voor het dichtst geweld
Noch zijn miljoenen onderdanen,
.
Alleen te staan desnoods, met God,
Alleen, gesteund door ’t straf geweten;
In ’t kleed, tot op de draad versleten
Koning te zijn in ’t vuilste kot.
.
Dit is het lot der partizanen:
Gebrand te worden en gekerfd
Gelijk een waas te zijn verscherfd
Druipend van bloed en bittere tranen,
.
Van hoofd tot scheen te zijn bedekt
Met d’eretekens der wonden,
Door ketenen te zijn geschonden,
Misvormd te zijn en uitgerekt.
.
Dit is het loon der partizanen
Tien regels in ’t geschiedenisboek,
Een kuil, in een vergeten hoek
En hier en daar herdenkingstranen.
.
Wie over vijfentwintig jaar
Als straten naar ministers heten
Kent nog de man, die heeft gesmeten
Die eerste bom, in ’t eerste jaar?
.
Grafsteen van A. den Doolaard met daarop, volgens zijn eigen zeggen, de mooiste zin die hij ooit schreef.
Het kleine meisje
Nâzım Hikmet
.
In de vuistdikke bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie, samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries staat een enorme schat aan gedichten van vrijwel elke Europese dichter die er toe doet. Vele bekende dichters en een groot aantal ( voor mij) onbekende dichters.
Zo ook de dichter Nâzım Hikmet Ran (1901 – 1963). Hikmet was een Turks dichter, toneelschrijver, romanschrijver, regisseur en memoires schrijver. Hij stond vooral bekend om zijn vloeiende lyrische manier van schrijven. Hij werd ook gezien als een romantische communist en romantische revolutionair. Hij werd regelmatig gearresteerd om zijn politieke ideeën en hij zat daardoor een groot deel van zijn volwassen leven in de gevangenis of buiten Turkije als politiek vluchteling. Zijn gedichten werden in meer dan 50 talen vertaald.
In 1981 verscheen het Masereelfonds in Gent de bundel ‘Turkse gedichten’. Daar komt ook de vertaling vandaan van het gedicht ‘Het kleine meisje’ door Joris Iven en Perihan Eydemir.
.
Het kleine meisje
.
Bij zovelen klopte ik aan,
wie weet, ook bij jou misschien.
Maar doden zijn onzichtbaar,
ik kan me niet laten zien.
.
Het is nu tien jaar geleden
dat ik in Hiroshima stierf.
Ik ben een meisje van zeven,
dode kinderen groeien niet.
.
Eerst vatte mijn haar vuur,
dan verbrandde mijn ogen.
Ik werd een handvol as,
mijn bloed is vervlogen.
.
Ik vraag van jullie niets,
je hoeft niet te boeten.
Een kind dat verbrandde
kan niet eens meer snoepen.
.
Ik klop weer bij jullie aan:
geef me toch je woord van eer.
Laat de kinderen snoepen.
en doodt hen nooit meer, nooit meer.
.
Kuttje compleet
Ronflonflon Reeks Deel 3
.
Eind jaren 80 was er op 3FM (wat toen nog radio 3 heette) het legendarische middagprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond. Als er ooit een radioprogramma was dat het absurdisme hoog in het vaandel had dan was het dit programma van Wim T. Schippers. Volledig absurde dialogen, interviews die meestal geen interviews waren, liedjes die ineens werden afgebroken of waar volledig doorheen gepraat werd, bedenk het gekste wat je kunt verzinnen en dan nog gekker.
Een vast onderdeel van het programma waren de gedichten van Wilhelmina Kuttje. Het onderdeel dat steevast werd aangekondigd als “de gedichten van Wilhelmina Kuttje met twee t, waarna even later Jan Vos (het alter ego van Clous van Mechelen) inbrak in het programma met de woorden: Wie had er twee thee besteld?
Volledige anarchie op de radio gebracht door de VPRO. Van dit programma zijn 4 boekjes verschenen. Deel 1: Gevoelige plekjes van wilhelmina Kuttje, deel 2: Wel, en ook, het grote Jaap Knasterhuis Filmwoordenboek, deel 3: Kuttje compleet, gedichten van Wilhelmina Kuttje uitgelegd aan Jacques Plafond en deel 4: De grote hoop, tips en wenken van Jan Vos uitgelegd aan Jacques Plafond.
Aan deel 3, Kuttje compleet wil ik hier de komende weken aandacht besteden. Van de achterflap:
“Uit de honderden dichtbundels die haar grootmoeder, Wilhelmina Kuttje Sr. voornemens was te voltooien bij leven en welzijn (1901 – 1967) deed haar kleindochter, Wilhelmina Kuttje Jr. een welgemikte keuze, niet alleen als voordrachtsstof in het befaamde radioprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond’maar ook bijeengebracht in deze verzamelbundel. Uitvoerig geannoteerd en keurig van voetnoten voorzien geven zij een helder inzicht in de gedachtenwereld van de terecht herontdekte grote dichteres en als zodanig een cultuur-historisch overzicht van de eerste drie/vijfde van de 20ste eeuw. Met een voorwoord van haar kleindochter en een inleiding van Remco Campert.”
.
Brand* (uit de bundel ‘Verlangens’)
.
Nietsvermoedend zeurt
mijn diepgang voort
balancerend geurt
mijn oppervlakte, gloort
ginder spookt verlangen
naar het onbekende grote.
.
Wist ‘k maar waar het zich ontblootte
in zonneschijn en juub’lend denken
aan kreeg’lend vallen en weer opstaan
zie, daar staat vergeefs de hoop te wenken
laat ik maar een eindje verder gaan…
.
En plots: Daar vat ik vlam,
mijn leven en welzijn explodeert
ik sta in brand, ik wordt begeerd…
door jou, die in mijn leven kwam
maar hoelang? Houden wij die haard wel aan?
.
Immers, alles wat begint zal tot as vergaan
maar voorlopig brandt mijn ziel nog door…
Ik red het nog wel… tot den ochtendgloor
.
*Dit gedicht schreef Wilhelmina Kuttje op haar 22ste, kort nadat tekenaar H. Zedden haar voor het eerst bezocht, Zedden die op 18jarige leeftijd een pentekening van haar maakte.
.
Tsjechië 2012
Terug van weggeweest
.
De afgelopen weken heb ik doorgebracht in Tsjechië vandaar dat het wat stil was op dit blog. Tsjechië is een land van dichters en schrijvers. Een beroemde Tsjechische dichter is Jaroslav Seifert (1901-1986). Deze Tsjechische dichter won verschillende grote prijzen voor zijn gedichten en twee jaar voor zijn dood in 1984 won hij de Nobelprijs voor de literatuur. Hieronder een door Jana Beranova vertaald gedicht van hem uit 1984 (uit de bundel: En vaarwel Agathon).
.
Ze gingen van deur naar deur…
.
Ze gingen van deur naar deur
als straatverkopers
en boden de dood aan.
Ik schaam me dat ik het heb overleefd.
Vladislav Vancura
schreef zijn grootste gedicht
op de muren van de Pankrác-cel.
En het salvo op het schietterrein
was alleen een donderend applaus
voor zijn leven.
.
Maar doden waren overal.
Op ijzerdraad van fabrieksmuren,
op stoepranden,
op trappen, het hoofd naar beneden,
op voetsteunen van schoolbanken
op altaartreden en boven riolen.
.
Ze lagen zoals onze koningen
op graftomben.
En de puinen van hun schoenen
wezen naar de sterren.
.













