Site-archief
Bernardo Ashetu
(bijna) vergeten dichter
.
Bernardo Ashetu (pseudoniem van Henk van Ommeren) leefde van 1929 tot 1982 en was Surinaams dichter. Ashetu debuteert in 1962 in de reeks Antilliaanse Cahiers van de Bezige Bij met de bundel ‘Yanacuna’ met gedichten en prozagedichten. Zijn poëzie is in in die dagen afwijkend van de mainstream poëzie die vooral strijdbaar is. Ashetu schrijft gevoelige gedichten waarin hij fijnzinnig observeert hoe droom en werkelijkheid uit elkaar groeien en er slecht droefenis overblijft voor alle ontheemden overal ter wereld.
Bernardo Ashetu, zoon van een joodse moeder en een creoolse vader, voelde zich een ‘zwarte’ dichter en verwant aan Stokely Carmichael, Aimé Césaire, Frantz Fanon. Zijn poëzie heeft evenwel de klankrijkdom die Gezelle, Gorter, Van Ostaijen, Engelman, Lodeizen aan de Nederlandse taal wisten te geven.
In 1995, dertien jaar na zijn overlijden verschijnen er gedichten van zijn hand in tijdschriften als Bzzlletin, Poëziekrant, De Tweede ronde en Dietsche Warande. In 1995 worden gedichten van hem gepubliceerd in de Spiegel van de Surinaamse poëzie. In 2002 verscheen een bundeltje van hem in Paramaribo met als titel ‘Marcel en andere gedichten’ en in 2007 een keuze uit zijn werk (door Gerrit Komrij samengesteld) met de titel ‘Dat ik zong’. Ook in 2007 verscheen een bibliofiele editie van zijn gedicht ‘Indiaans’. In 2011 tenslotte verscheen bij IndeKnipscheer de bundel ‘Dat ik je liefheb’ samengesteld door Michiel van Kempen.
Uit ‘Yanacuna’ het gedicht ‘Baleh-baleh’.
.
Baleh-baleh
Och, dat ik rijk ware
dat ik water had
en land
en wolken,
dat ik rijk ware
en de macht had
om zon en duister,
bloed en adem
te zetten naar mijn wil –
Och, dat ik rijk ware
en het beter had
alleen maar om lang te rusten
om lang en zoet en lang
te rusten een baleh-baleh
met klamboe van rode zijde
.
Meer lezen over Bernardo Ashetu of zijn poëzie kun je op http://werkgroepcaraibischeletteren.nl/tag/ashetu-bernardo/page/7/
Gedicht van Gerrit Achterberg
Gedicht
.
Omdat er zoveel mooie gedichten in staan nog maar een uit ‘Het Weerlicht op de kimmen’ van Gerrit Achterberg .
.
Continuïteit
.
Gij gist in mij met ongestorvenheid.
Wat gij zonder uw dood had kunnen zijn
wil met zijn voortzetting tesamen zijn
volgens de wet der continuïteit
.
Aan beide zijden van de spa die splijt,
kronkelt de worm en weet zich zonder eind.
En de geamputeerde voelt nog pijn
in voet of hand die hem is afgezet
.
Zo ook beweegt zich langs dezelfde lijn
van onze zielen de saamhorigheid,
stip en gedachtestreep ten spijt.
.
.
Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt gezien als een van de grootste Nederlandse dichters van de 20e eeuw. In Utrecht waar hij op kamers woonde, vermoordde hij zijn 40-jarige hospita en verwondde hij haar dochter Beppie. Hij werd opgesloten in het Rijkasyls voor Psychopathen ‘Veldzicht’ in Balkbrug (gemeente Avereest) waar hij van 1938 (tot 1941) werd belast met het beheer van de bibliotheek.
Bovenstaande informatie komt van het zeer informatieve blog Hetvergetenboek. Over schrijvers en dichters die bibliothecaris waren (en dat zijn er nogal wat) lees je alles op http://hetvergetenboek.blogspot.nl/2011/02/ditmaal-geen-vergeten-boek-maar-een.html
Gerrit Achterberg
Het weerlicht op de kimmen
.
Vorige week heb ik bij een winkel in tweedehands goederen (en op dat moment veel poëzie) een paar zeer aardige verzamelbundels gekocht. Een daarvan was ‘Het weerlicht op de kimmen, een keuze uit de gedichten’ van Gerrit Achterberg, een herdruk uit 1988 van Querido.
Sinds ik in de ontmoetingskamer van museum het Dolhuys in Haarlem ( Nationaal museum van de psychiatrie) een ‘pop’ van Achterberg tegenkwam en me wat meer in hem heb verdiept is het één van mijn favoriete dichters.
De ontmoetingszaal was tussen 1800 en 1850 een ziekenzaal waarin men kon doodgaan. Men leverde daartoe een loden penning in. Daar komt het spreekwoord ‘het loodje leggen’ vandaan. Tegenwoordig staat de zaal vol met poppen van bekende mensen die te maken hebben met de relatie creativiteit – gekte zoals Gerrit Achterberg.
Uit de bundel het bekende maar prachtige gedicht dat Achterberg schreef in 1962 over Den Haag ‘Passage’.
.
Passage
Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.
Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.
Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.
.
Films gebaseerd op poëzie
Deel 1: Lady Lazarus
.
Was ik al een categorie begonnen over poëzie in films (meestal gedichten of delen van gedichten die in een film voorkomen), er zijn ook films gebaseerd op een gedicht of een dichtbundel. In deze nieuwe categorie zal ik een aantal van deze films behandelen.
Vandaag als eerste ‘Lady Lazarus’ van Sylvia Plath (1932 – 1963).
Deze experimentele film uit 1991 van filmmaakster en feministe Sandra Lahire is gemaakt rond het beroemde gedicht van Sylvia Plath ‘Ladfy Lazarus’. De film bestaat behalve uit audio fragmenten waarbij Sylvia Plath gedichten voordraagt als Lady Lazarus, Cut, Daddy, Ariel en Ouija ook uit een interview met haar uit 1962.Sandra Lahire beschrijft haar film als de eerste in een trilogie waarbij de film een visuele reactie is op de woorden van Sylvia Plath die vooral een voorbeeld zijn van haar zwarte humor en cinematografische visie, aldus Lahire. Een carrousel van ingeraamde beelden in een atmosfeer van constante metamorfose; haar poëzie als film.
.
Hieronder kun je de film bekijken.
https://player.bfi-staging.org.uk/free/film/watch-lady-lazarus-1991-online
.
Dichters Omnibus
Uit mijn boekenkast
.
Jaren geleden heb ik eens een 6tal bundeltjes gekocht uit de serie Dichters Omnibus. Deze, door ESSO Nederland uitgegeven bloemlezingen werden in Den Haag gemaakt en verspreid rond kersttijd onder de werknemers van ESSO. Uit de 8e bloemlezing (1962) een gedicht van Johan van Nieuwenhuizen.
.
Nieuwe Herengracht
.
De nieuwe heren van de gracht
de oude vrouwen voor de ramen
God hoeft zich voor geen mens te schamen,
wij hebben het een eind gebracht –
.
het water is ons moederland,
de wegen die wij gaan, de kaden
door bruggen worden wij verraden:
elk huis staat aan de overkant.
.
Johan van Nieuwenhuizen (1926 – 2001) was uitgever/redacteur van de Haagse Cahiers.
.
Before the wind
Gedichtendag 2013
.
Een dag voor gedichtendag 2013 leek het me aardig een gedicht te plaatsen dat zou refereren aan precies dat feit. Zoiets is niet eenvoudig. Als je echter nagaat hoeveel ‘wind’ er morgen gaat waaien door poëtisch Nederland en Vlaanderen dan is dit eigenlijk een best aardige poging.
Het gedicht Before the wind is van Kathleen Jamie. Jamie (1962) is een dichter uit Schotland en op 19 jarige leeftijd won zij de prestigieuze Eric Gregory award en op 20 jarige leeftijd debuteerde ze met de bundel Black Spiders. Jamie schrijft muzikale gedichten waarbij de natuur, de geschiedenis, sexe en de taal een belangrijke rol spelen.
.
Before the Wind
If I’m to happen upon the hill
where cherries grow wild
it better be soon, or the yellow-
eyed birds will come squabbling,
claiming the fruit for their own.
Wild means stones barely
clothed in flesh, but that’s rich
coming from me. A mouth
contains a cherry, a cherry
a stone, a stone
the flowering branch
I must find before the wind
scatters all trace of its blossom,
and the fruit comes, and yellow-eyed birds.
.
Wil je het gedicht beluisteren ga dan naar http://castroller.com/podcasts/PoemOfThe/3256077
.
Lyriek
Literaire kunst door H.J.M.F Lodewick
.
Ik heb al eerder geschreven over het boekje Literaire kunst van lodewick uit 1962. Hierin staat alles uitgelegd over deze vorm van kunst. Al eerder behandelde ik de Epiek. Nu wat meer over de Lyriek.
Onder Lyriek verstaan we de uiting van de subjectieve gedachten en gevoelens van de schrijver. De schrijver of dichter kan zijn gevoelens direct uiten (de directe lyriek) maar hij kan ook gestalten scheppen waarin hij zijn gevoelens als het ware projecteerd (indirecte lyriek). De meester van de lyriek is ongetwijfeld de Duitse dichter Rainer Maria Rilke. In de Nederlandse letterkunde is M. Nijhoff een groot lyrisch dichter.
De Lyriek kunnen we onder verdelen in de volgende genres:
– het lied
– de ode, de hymne en de dithyrambe
– Elegie of klaagzang
– satire of hekeldicht (met als subgenre de parodie)
– het epigram of puntdicht
– het oosters kwatrijn
.
Het lied
Het lied is wel het meest voorkomende genre in de lyriek. Het geeft , in vrij beknopte vorm, de directe uiting aan de gevoelens, de stemming, die dan ook altijd hoofdzaak zijn. Verder kenmerkt zich het lied door een zekere eenvoud en zoetvloeiendheid, terwijl het bijna altijd in strofenvorm geschreven is.
Liederen zijn te onderscheiden in geestelijke en wereldlijke liederen.
De meest voorkomende liederensoorten zijn:
– Religieuze liederen
– Natuurliederen
– Liefdesliederen
– Nederlandse en historieliederen
Het Wilhelmus en de Marseillaise zijn voorbeelden van deze laatste soort.
.
Een bijzonder aardige uitgave over de Lyriek is Lessen in Lyriek van W. Bronzwaer uit 1993. Full text te lezen op: http://www.dbnl.org/tekst/bron013less01_01/
.
Literaire kunst
Nieuwe categorie
Wie mij kent weet dat ik nogal van de boeken ben. Ik mag erg graag tussen oude boeken snuffelen en zo vond ik bij een tweedehandsboekenwinkel het volgende boekje uit 1962.

Literaire kunst van H.J.M.F. Lodewick, leraar aan het stedelijk Lyceum te Maastricht.
In dit boekje heel veel theorie over literaire kunst en met name over poëzie. Omdat ik denk dat elke (aspirant) dichter in ieder geval iets zou moeten weten over de theorie van poëzie ga ik de komende tijd jullie vermaken met voorbeelden van Vorm en Inhoud want; “Vorm en Inhoud zijn een” zoals door de Tachtigers al sterk naar voren is gebracht (dit laatste verzin ik niet, dat staat in dit leuke boekje).
De nadruk zal liggen op de inhoud met zijn letterkundige voortbrengselen. Je ziet de taal is hier en daar wat ouderwets maar ja het boekje is dan ook al bijna 50 jaar oud. Maar de theorie besproken staat nog altijd als een huis.
E.E. Cummings
Nog maar een gedicht van een bijzondere dichter E.E. Cummings
Ik had weer eens zin in een mooi gedicht van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings (1894-1962).
.
I like mybody when its with your
body. It isso quite new a thing.
Musclesbetter and nerves more.
I like yourbody. I like what it does,
I like itshows. I like to feel the spine
of yourbody and its bones, and the trembling
-firm-smooth ness and which I will
again andagain and again
kiss, Ilike kissing this and that of you,
I like,slowly stroking the, shocking fuzz
of yourelectric fur, and what-is-it comes
overparting flesh . And eyes big love-crumbs
Andpossibly I like the thrill
of under me you so quite new
.















