Site-archief
Aan mijn broer
Christo Botev
.
De Bulgaarse dichter Christo Botev (1848 – 1876) was dichter en nationaal revolutionair . Botev wordt door Bulgaren algemeen beschouwd als een symbolische historische figuur en nationale held.
In 1875 publiceerde Botev zijn poëtische werken in een boek genaamd ‘Liederen en gedichten’, samen met een andere Bulgaarse revolutionaire dichter en toekomstige politicus en staatsman Stefan Stambolov . Botevs poëzie weerspiegelde de gevoelens van de arme mensen, vol met revolutionaire ideeën, strijdend voor hun vrijheid tegen zowel buitenlandse als binnenlandse tirannen. Zijn poëzie wordt beïnvloed door de Russische revolutionaire democraten en de figuren van de Parijse Commune . Onder deze invloed verrees Botev zowel als dichter als revolutionair democraat. Veel van zijn gedichten zijn doordrenkt van revolutionaire ijver en vastberadenheid. Anderen zijn romantisch, zelfs elegisch. Misschien wel de grootste van zijn gedichten is ‘The Hanging of Vasil Levski’ (“Obesvaneto na Vasil Levski”).
Het gedicht ‘Aan mijn broer’ werd vertaald uit het Bulgaars door Ton en Marijke Delemarre.
.
Aan mijn broer
.
Hard is het, broertje, tussen
stupide mafkezen te leven
die mijn zielevuur verblussen
zout in mijn hartewond wreven.
.
Vaderland lief, u bemin ik.
Over uw oude erfgoed beschik ik
maar inwendig broertje, verstik ik,
zo haat ik die dwazen verschrikkelijk.
.
Duistere dromen, woeste gedachten
folteren mijn jonge geest.
Ach wie legt zijn handen zachte
rond dit hart, zozeer verweesd?
.
Niemand, niemand, nooit begeert het
noch geluk, noch vrijheid want
zo uitzinnig resoneert het
op de noodkreet van het land.
.
Waarlijk broertje, heimlijk huil ik
op het graf van het volk geknecht.
Maar zeg mij: wat wint uiteindelijk
op deze aardkloot nog respect?
.
Niets toch. Niets! Er is geen antwoord
op een roep oprecht en vrij.
En ook jouw ziel heeft geen antwoord
op Gods stem – het volksgeschrei.
.
Vakantiegedicht
Manuel Kneepkens
.
In de serie vakantiegedichten vandaag het gedicht ‘Bodegraven’ van de Rotterdamse dichter Manuel Kneepkens uit 1975.
.
Bodegraven
.
Het Holland van de avonden van mijn geluk begint
achter de appelboomgaard bij de brug van Bodegraven
waar de dochter van de spoorwegwachter
schuilt tussen vochtige
pindaneuzen van konijnen; manshoog wuivend gras
.
Stilte van lathyrus en clematis en tuinbonen, gebroken
door het staag gedender van een late trein
.
mierikswortelzoet scholierenlichaam onder de koelte
van de wilgen, waar gouden ikonen van vlinders
zich ontdoen, lachend, fluisterend, van hun jurken
.
Hoor, de ritssluiting van de spoorbaan kreunt en rinkelt
De trein naar Alphen passeert. Heel even scheert
de zwaluw van zijn schaduw langs je haren
.
Voorbij.
.
Album van licht
Maria de Groot
.
Op 7 mei schreef ik over de 100 beste gedichten van 2014 en deelde een gedicht van Maria de Groot daaruit op dit blog. Ik schreef toe dat Maria de Groot voor mij nog een onbekende dichter was. Afgelopen week kocht ik de bundel ‘Album van licht’ uit 1979 van haar hand. Op de achterflap lees ik dat zij al in 1966 haar eerste dichtbundel uitgaf met de intrigerende titel ‘Rabboeni’. Maria de Groot (1937) is naast dichter ook theologe en ze publiceerde vanaf haar debuut al 40 dichtbundels, de laatste in 2008 met de titel ‘Psalmen van een vrouw’.
Ze studeerde Nederlands en theologie in Amsterdam. Daarna ging zij werken als docent en wetenschappelijk medewerker. Hierna ging zij aan de slag bij de VPRO voor de dagopening en werd vervolgens predikante in de Kloosterkerk in Den Haag. Ze verliet in 1975 haar ambt als predikante en richtte vervolgens met twee Protestante voorgangers en zes Katholieke pastores, de oecumenische basisgemeenschap “Ekklesia” op. Hierna ging zij aan de theologische faculteit in Utrecht werken.
Maria begon later steeds meer interesse te krijgen in het geven van cursussen over de bijbel en spiritualiteit en het schrijven van gedichten.
De bundel ‘Album van licht’ bestaat uit drie afdelingen: Album van licht waarin ze probeert met andere zintuigen dan het gezicht onder andere bloemen zichtbaar te maken, Androgyn, over de vormgeving van de literatuur die misschien ooit menselijk genmoemd zal worden (nu heel actueel met de hele genderdiscussie) en Lichtbeeld waarin ze de motieven uit haar bundel ‘Carmel’ uit 1977 voortzet (religieuze en spirituele motieven).
Ik koos voor een gedicht uit de afdeling Androgyn met de titel ‘Sonnetten’.
.
Sonnetten
.
Sonnetten dienen zich geruisloos aan
en zoeken vaste voet als vluchtelingen
die bijna in de wereldbrand vergingen
en nu een ogenblik ter ruste gaan
bij mij die hen met eerbied wil omringen.
Zij liggen naakt tegen mijn lichaam aan.
Ik heb hun wonden van het vuil ontdaan.
Ik zal hun vrijheid met mijn bloed bedingen.
Achter de krotten van mijn povere wijk
schrijven de zeeën hun verliefde brieven
aan Venus die ontvluchtte aan het slijk
en spoorloos achterbleef in de archieven
van continenten die één bom bestrijkt.
Sonnetten, dat zij zich uit schuim verhieven!
.
Met dank aan Wikipedia
Mond vol demonen
Daniël Dee
.
Op de dag dat Daniël Dee (1975) aankondigt op Facebook dat hij een week in afzondering gaat om zijn nieuwe bundel af te maken, lees ik zijn bundel ‘Mond vol demonen’ uit 2016. Deze bundel is één van de bundels uit de doos van Passage waarin naast ‘Mond van demonen’ nog 9 andere bundels zitten.
Wat ik vooral zeer waardeer aan de poëzie van Daniël is zijn georkestreerde gekte zoals ik het graag noem. Zijn soms bizarre wendingen, de onderwerpen van zijn poëzie en de liefde waarmee hij over zijn kinderen schrijft (vader van dochters, herkenning vandaar). En de humor ligt altijd op de loer, niet als middel maar als bijproduct. Een heerlijke bundel kortom. Daniël heeft me eens gezegd dat hij mijn keuze van gedichten uit bundels zo apart vindt, blijkbaar zou hij juist voor een andere gedicht kiezen dan dat ik dat doe. Benieuwd hoe hij over de keuze voor ‘We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten’ denkt.
.
We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten
.
Ineens was ik omsingeld. Ik weet niet hoeveel er waren. Zeven of acht. Het was echt
een traumatische ervaring. Een nachtmerrie. Ik wilde snel even een broodje kopen
in de supermarkt voor mijn lunch. Ze zaten allemaal in van die scootmobiels. Het
metallic, rode, blauwe metaal glom. Het was een chaotische blur van zuurstoftanks,
gerochel, shagrook en vetkwabben. Ze reden doelbewust tegen mijn schenen, mijn
achilleshiel.
.
Ze zijn te dik en leven te lang. Van onze belastingcenten. Die babyboomers – meer
dood dan levend – teren enkel op ons; zij zijn de parasieten van onze maatschappij.
Ergens is er iets misgegaan. Ze dragen niets bij. Dat geld kunnen we beter steken in
het onderhouden en uitbreiden van ons snelwegennet.
.
Kan de regering niet een vloot drones op ze loslaten. Drones met artificiële intel-
igentie die de vraag stellen waarom ze op maandagmiddag niet aan het werk zijn.
Als ze geen geldige reden hebben, laat zo’n drone dan een dodelijke injectie afschie-
ten. Dat is het meest efficiënt en het meest humaan voor alle betrokkenen. Zwarte
drones lijken me het beste, dat is indrukwekkend en angstaanjagend. Nee, drones in
camouflagekleuren zodat ze ze niet aan zien komen vliegen en geen tijd hebben om
te vluchten. En laat de drones eerst schieten en dan pas vragen stellen, beter safe
than sorry.
.
Laat de regering dat probleem eens aanpakken. De ziektekosten rijzen toch de pan
uit? De frituurpan in dit geval.
.
Kop dicht bundel
Ronald Snijders
.
Schrijver, presentator en komiek Ronald Snijders (1975) is bij de meeste mensen waarschijnlijk wel bekend van het VPRO televisieprogramma ‘De staat van verwarring’ of als schrijver van het boek ‘De alfabetweter’ waarin hij maar liefst 1000 woorden aan onze taal toevoegt met evenveel nieuwe betekenissen. Een mooi voorbeeld is Benefietkeeper: een doelman die voor het goede doel staat.
Minder bekend is hij van zijn ‘Kopdichten’ die hij een jaar lang iedere zaterdag voor Het Parool maakte. Een kopdicht bestaat uit krantenkoppen van de afgelopen week met de bedoeling de koppen zoveel mogelijk los te zingen van de actualiteit en als dichtregel de fantasie in te trekken.
Want dat is wel een beetje zijn ding, fantasievol met de taal omspringen. In de bundel ‘Kopdichtbundel’ zijn door uitgeverij De Harmonie 43 van deze kopdichten bijeengebracht. Naast de kopdichten staan er ook een aantal collages in de bundel. Je zou deze kopdichten als een spoort readymades kunnen beschouwen.
Hier een voorbeeld van twee collages en het readymade gedicht of het kopdicht bij de collage ‘De shit’.
.
De shit
.
De schoonheid duikt op in het onverwachte
Sparta-doelman wordt met ‘lul’ op voorhoofd
wakker na titelfeest
Uniek, modern en schimmig
Na die nacht was ik als een verdoofd vogeltje
De menselijke maat blijft voorop staan
Om moedeloos van te worden
.
Daar wapperen de witte zakdoekjes weer
Sta ik daar voor janlul met mijn schepnetje
Tot op het bot vernederd
Ik wil nú genieten
Overgave en creatieve extase
In een rolstoel door het hele land
De bezoekers opfokken
.
Prima dat mensen me
een takkewijf noemen
Met ‘klein’ geluk gaan we het in de 21ste eeuw
niet redden
.
Ilco Fix
Louis de Bourbon
.
Hoewel ik al eens eerder over Louis de Bourbon (1908 – 1975) schreef kwam zijn naam me niet meteen bekend voor toen ik in de bundel ‘Erts’ een bloemlezing uit de poëzie van heden, een gedicht van zijn hand las. In deze bundel uit 1955 staan een paar wat minder bekende dichtersnamen. Die van de Bourbon is er dus een van. Op 26 september 2014 behandelde ik deze dichter nog in de categorie ‘dichter in verzet’ vandaag dus in de categorie (bijna) vergeten dichters.
In dit gedicht, dat werd gepubliceerd in ‘Ibidem’ komt een dichter naar voren die aan de ene kant speelt met de taal op een bijna post moderne wijze ( de vermenging van talen, het willekeurig noemen van merken) en aan de andere kant zelfs licht dadaïstische trekjes vertoont. Hoe dan ook, het is een intrigerend gedicht.
.
Ilco Fix
.
.
Poëziebus toer 2017
En dit zijn de dichters
.
De Poëziebus gaat ook in 2017 weer rijden. Voor de derde keer alweer doet de Poëziebus weer 10 steden aan in Nederland en België. Van 4 augustus tot en met 13 augustus komt de Poëziebus naar Rotterdam, Leiden, Leeuwarden, Zwolle, Breda, Brussel, Sint-Niklaas, Herentals, Sint-Truiden en Antwerpen. De komende dagen stel ik een aantal van de dichters voor met een gedicht en informatie over de dichter.
Heidi Koren (1975) debuteerde in 2015 met de poëziebundel ‘Gedachten over een mogelijk einde’ bij Uitgeverij Voetnoot (Antwerpen). Heidi geeft poëzieles aan kinderen en volwassenen en werkt in een boekhandel. Daarnaast is zij moeder, een levensinvulling waar zij, net als van haar dichterschap, nooit één maand huur van kan betalen maar waar zij bijzonder rijk van wordt.
.
Nu zal het dan wel bijna gedaan zijn
.
Nu het gras is gemaaid De voordeur
geschilderd Ik mijzelf een weekendabonnement
cadeau heb gedaan en gestopt ben met roken
Nu we ons bed voor het raam hebben geschoven zodat
we de sterren kunnen zien en jij mij liever hebt dan ooit tevoren
Nu er een bordje naast de voordeur hangt We nieuw
zesdelig servies in de kast hebben staan Nu een leven
nog voor me ligt Nu is het vast heel snel gedaan.
.
Het huis
Martinus Nijhoff
.
De verzamelde gedichten van Martinus Nijhoff ( Bert Bakker, 1975 vijfde druk) beslaat maar liefst 532 pagina’s. Na alle bundels die in deze verzameling zijn opgenomen staan aan het einde van het boek nog een aantal nagelaten gedichten. Het gedicht ‘Het huis’ is daar één van.
.
Het huis
.
Op akkerland, met duinen in ’t verschiet,
staat, in de schaduw van nabij geboomt,
het huis dat ik ontruimde en achterliet,
en dat thans door de vijand wordt bewoond.
.
De bomen zijn, naar ik verneem, geveld;
’t huis werd een kazemat, en het terrein
– indien het waar is wat mij wordt gemeld –
moet in een mijnenveld herschapen zijn.
.
Dit zegt men. Maar het huis zelf deelt mij mee
wanneer het in mijn dromen tot mij spreekt:
ik heb bericht ontvangen van de zee,
dat straks een reinigende storm opsteekt.
.
Dichter op verzoek
Deel 4
.
Van Jo Maes kreeg ik het verzoek via Facebook om aandacht te besteden aan de dichter Ellen Lanckman (1975). Deze Vlaamse dichter woont in Brakel (Oost Vlaanderen) en zegt van zichzelf: ‘Ik schrijf zoals ik adem: de ene keer snel, dan weer langzaam, een andere keer helemaal loos’.
Ze volgde proza en poëzie bij Wisper (Gent) en Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten (Aalst). In de zomer van 2014 verscheen de debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’ bij uitgeverij Scriptomanen. In het voorjaar van 2015 bracht Ellen bij diezelfde uitgeverij en in samenwerking met fotograaf Hendrik Boxy ‘Dagen van glas’ uit. Haar derde bundel ‘Vogel-jong’ is via haar website bij haar te bestellen. Ze werd ze een aantal keer gepubliceerd, zowel in bloemlezingen als literair tijdschriften. Tevens stelt ze regelmatig tentoon, altijd i.s.m. andere kunstdisciplines.
Uit 2015 een gedicht van haar hand getiteld ‘Weerspiegeling’.
Weerspiegeling
Hoe dichter ze komt
bij mijn jaren,
hoe vaker ik mezelf herken
in haar bewegingen.
We schuiven tegelijkertijd
een mok naar ons toe,
al is mijn koffie nog haar melk.
Net als ik leest ze
uren weg onder het dakraam
waar dezelfde maan binnen gluurt.
En de manier waarop ze haar haren
over de schouders schudt,
confronteert mij
met de tijd die kantelt
van proefdruk naar heruitgave
van een verloren gewaande jeugd.
.
Geen bevrijding zonder herdenken
Stil
.
Gisteravond was de jaarlijkse dodenherdenking. Vandaag is het bevrijdingsdag. Om toch even stil te staan bij deze twee belangrijke gebeurtenissen heb ik vandaag de bundel ‘Vijfendertig tranen’ er nog maar weer eens bijgepakt. Ida Vos schreef deze bundel en publiceerde deze in 1975 in eigen beheer. Daarna werd de bundel alsnog door een grote uitgeverij opgepikt en onder de kop Nijgh Poëzie uitgebracht door Nijgh & Van Ditmar.
De bundel volgt in 35 gedichten het lot van een joodse schoolklas in de tweede wereldoorlog. Van een klassenfoto in 1942 via de Hollandse Schouwburg en kamp Westerbork naar Auschwitz en andere vernietigingskampen. Bij de meeste gedichten staat een stukje verklaring, zo ook bij vier gedichten die allemaal de titel ‘Stil’ dragen. Dit zijn gedichten over kinderen die moesten onderduiken voor de Duitsers en die daarom hun dagen in doodse stilte moesten doorbrengen. Kinderen die moesten onderduiken kregen ook een andere naam. Voor deze kinderen was dat zeer moeilijk te verwerken.
.
stil
.
verroer geen vin
beweeg geen teen
verborgen kind
de wereld is gemeen
.
stil
.
wees stil
want niemand
mag je horen
.
wees stil
ondergedoken
kind
.
je naam je huis
heb je verloren
.
zorg dat men niet
je lichaam vindt
.
stil
.
blijf zitten waar je zit
verroer je niet
kijk door het raam
naar buiten
ga binnen desnoods
heelheel zacht
een kinderliedje fluiten
.
stil
.
ze zou soms willem
schreeuwen stampen gillen
bijten trappen slaan
.
maar moet als
lief stil meisje
als ondergrondse mol
bijna onzichtbaar
door het
alles vernietigende
leven gaan
.















