Site-archief

Album van licht

Maria de Groot

.

Op 7 mei schreef ik over de 100 beste gedichten van 2014 en deelde een gedicht van Maria de Groot daaruit op dit blog. Ik schreef toe dat Maria de Groot voor mij nog een onbekende dichter was. Afgelopen week kocht ik de bundel ‘Album van licht’ uit 1979 van haar hand. Op de achterflap lees ik dat zij al in 1966 haar eerste dichtbundel uitgaf met de intrigerende titel ‘Rabboeni’. Maria de Groot (1937) is naast dichter ook theologe en ze publiceerde vanaf haar debuut al 40 dichtbundels, de laatste in 2008 met de titel ‘Psalmen van een vrouw’.

Ze studeerde Nederlands en theologie in Amsterdam. Daarna ging zij werken als docent en wetenschappelijk medewerker. Hierna ging zij aan de slag bij de VPRO voor de dagopening en werd vervolgens predikante in de Kloosterkerk in Den Haag. Ze verliet in 1975 haar ambt als predikante en richtte vervolgens met twee Protestante voorgangers en zes Katholieke pastores, de oecumenische basisgemeenschap “Ekklesia” op. Hierna ging zij aan de theologische faculteit in Utrecht werken.

Maria begon later steeds meer interesse te krijgen in het geven van cursussen over de bijbel en spiritualiteit en het schrijven van gedichten.

De bundel ‘Album van licht’ bestaat uit drie afdelingen: Album van licht waarin ze probeert met andere zintuigen dan het gezicht onder andere bloemen zichtbaar te maken, Androgyn, over de vormgeving van de literatuur die misschien ooit menselijk genmoemd zal worden (nu heel actueel met de hele genderdiscussie) en Lichtbeeld waarin ze de motieven uit haar bundel ‘Carmel’ uit 1977 voortzet (religieuze en spirituele motieven).

Ik koos voor een gedicht uit de afdeling Androgyn met de titel ‘Sonnetten’.

.

Sonnetten

.

Sonnetten dienen zich geruisloos aan

en zoeken vaste voet als vluchtelingen

die bijna in de wereldbrand vergingen

en nu een ogenblik ter ruste gaan

 

bij mij die hen met eerbied wil omringen.

Zij liggen naakt tegen mijn lichaam aan.

Ik heb hun wonden van het vuil ontdaan.

Ik zal hun vrijheid met mijn bloed bedingen.

 

Achter de krotten van mijn povere wijk

schrijven de zeeën hun verliefde brieven

aan Venus die ontvluchtte aan het slijk

 

en spoorloos achterbleef in de archieven

van continenten die één bom bestrijkt.

Sonnetten, dat zij zich uit schuim verhieven!

.

                                                                                                                                                                                    Met dank aan Wikipedia

Mond vol demonen

Daniël Dee

.

Op de dag dat Daniël Dee (1975) aankondigt op Facebook dat hij een week in afzondering gaat om zijn nieuwe bundel af te maken, lees ik zijn bundel ‘Mond vol demonen’ uit 2016. Deze bundel is één van de bundels uit de doos van Passage waarin naast ‘Mond van demonen’ nog 9 andere bundels zitten.

Wat ik vooral zeer waardeer aan de poëzie van Daniël is zijn georkestreerde gekte zoals ik het graag noem. Zijn soms bizarre wendingen, de onderwerpen van zijn poëzie en de liefde waarmee hij over zijn kinderen schrijft (vader van dochters, herkenning vandaar). En de humor ligt altijd op de loer, niet als middel maar als bijproduct. Een heerlijke bundel kortom. Daniël heeft me eens gezegd dat hij mijn keuze van gedichten uit bundels zo apart vindt, blijkbaar zou hij juist voor een andere gedicht kiezen dan dat ik dat doe. Benieuwd hoe hij over de keuze voor ‘We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten’ denkt.

.

We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten

.

Ineens was ik omsingeld. Ik weet niet hoeveel er waren. Zeven of acht. Het was echt

een traumatische ervaring. Een nachtmerrie. Ik wilde snel even een broodje kopen

in de supermarkt voor mijn lunch. Ze zaten allemaal in van die scootmobiels. Het

metallic, rode, blauwe metaal glom. Het was een chaotische blur van zuurstoftanks,

gerochel, shagrook en vetkwabben. Ze reden doelbewust tegen mijn schenen, mijn

achilleshiel.

.

Ze zijn te dik en leven te lang. Van onze belastingcenten. Die babyboomers – meer

dood dan levend – teren enkel op ons; zij zijn de parasieten van onze maatschappij.

Ergens is er iets misgegaan. Ze dragen niets bij. Dat geld kunnen we beter steken in

het onderhouden en uitbreiden van ons snelwegennet.

.

Kan de regering niet een vloot drones op ze loslaten. Drones met artificiële intel-

igentie die de vraag stellen waarom ze op maandagmiddag niet aan het werk zijn.

Als ze geen geldige reden hebben, laat zo’n drone dan een dodelijke injectie afschie-

ten. Dat is het meest efficiënt en het meest humaan voor alle betrokkenen. Zwarte

drones lijken me het beste, dat is indrukwekkend en angstaanjagend. Nee, drones in

camouflagekleuren zodat ze ze niet aan zien komen vliegen en geen tijd hebben om

te vluchten. En laat de drones eerst schieten en dan pas vragen stellen, beter safe

than sorry.

.

Laat de regering dat probleem eens aanpakken. De ziektekosten rijzen toch de pan

uit? De frituurpan in dit geval.

.

Kop dicht bundel

Ronald Snijders

.

Schrijver, presentator en komiek Ronald Snijders (1975) is bij de meeste mensen waarschijnlijk wel bekend van het VPRO televisieprogramma ‘De staat van verwarring’ of als schrijver van het boek ‘De alfabetweter’ waarin hij maar liefst 1000 woorden aan onze taal toevoegt met evenveel nieuwe betekenissen. Een mooi voorbeeld is Benefietkeeper: een doelman die voor het goede doel staat.

Minder bekend is hij van zijn ‘Kopdichten’ die hij een jaar lang iedere zaterdag voor Het Parool maakte. Een kopdicht bestaat uit krantenkoppen van de afgelopen week met de bedoeling de koppen zoveel mogelijk los te zingen van de actualiteit en als dichtregel de fantasie in te trekken.

Want dat is wel een beetje zijn ding, fantasievol met de taal omspringen. In de bundel ‘Kopdichtbundel’ zijn door uitgeverij De Harmonie 43 van deze kopdichten bijeengebracht. Naast de kopdichten staan er ook een aantal collages in de bundel. Je zou deze kopdichten als een spoort readymades kunnen beschouwen.

Hier een voorbeeld van twee collages en het readymade gedicht of het kopdicht bij de collage ‘De shit’.

.

De shit

.

De schoonheid duikt op in het onverwachte

Sparta-doelman wordt met ‘lul’ op voorhoofd

wakker na titelfeest

Uniek, modern en schimmig

Na die nacht was ik als een verdoofd vogeltje

De menselijke maat blijft voorop staan

Om moedeloos van te worden

.

Daar wapperen de witte zakdoekjes weer

Sta ik daar voor janlul met mijn schepnetje

Tot op het bot vernederd

Ik wil nú genieten

Overgave en creatieve extase

In een rolstoel door het hele land

De bezoekers opfokken

.

Prima dat mensen me

een takkewijf noemen

Met ‘klein’ geluk gaan we het in de 21ste eeuw

niet redden

.

 

Ilco Fix

Louis de Bourbon

.

Hoewel ik al eens eerder over Louis de Bourbon (1908 – 1975) schreef kwam zijn naam me niet meteen bekend voor toen ik in de bundel ‘Erts’ een bloemlezing uit de poëzie van heden, een gedicht van zijn hand las. In deze bundel uit 1955 staan een paar wat minder bekende dichtersnamen. Die van de Bourbon is er dus een van. Op 26 september 2014 behandelde ik deze dichter nog in de categorie ‘dichter in verzet’ vandaag dus in de categorie (bijna) vergeten dichters.

In dit gedicht, dat werd gepubliceerd in ‘Ibidem’ komt een dichter naar voren die aan de ene kant speelt met de taal op een bijna post moderne wijze ( de vermenging van talen, het willekeurig noemen van merken) en aan de andere kant zelfs licht dadaïstische trekjes vertoont. Hoe dan ook, het is een intrigerend gedicht.

.

Ilco Fix

.

Waar ben ik in de wereld? Bahnhof Enge,
te Zürich: shoes of Ilco Fix und Schuhe
von Ilco Fix, op elke tree letters als koeien
souliers d’Ilco, I am walking par die Menge.
Wat doe ik hier? Ik vraag, wat ik hier doe?
Who’s who? Een mens: een jas, een broek, een hoed,
handschoenen en één schoen aan iedere voet,
un soulier d’Ilco Fix, ein Schuh, a shoe.
Wat is een mens als hij zichzelf niet is?
Een schaduw in de nacht, een stukje wildernis,
een brok berouw, of, als hij boft, een niks.
Een nulliteit van beenderen, water, bloed,
bijeengehouden door een jas, een hoed,
en ondersteund door Schuhe Ilco Fix.

.

Poëziebus toer 2017

En dit zijn de dichters

.

De Poëziebus gaat ook in 2017 weer rijden. Voor de derde keer alweer doet de Poëziebus weer 10 steden aan in Nederland en België. Van 4 augustus tot en met 13 augustus komt de Poëziebus naar Rotterdam, Leiden, Leeuwarden, Zwolle, Breda, Brussel, Sint-Niklaas, Herentals, Sint-Truiden en Antwerpen. De komende dagen stel ik een aantal van de dichters voor met een gedicht en informatie over de dichter.

Heidi Koren (1975) debuteerde in 2015 met de poëziebundel ‘Gedachten over een mogelijk einde’ bij Uitgeverij Voetnoot (Antwerpen). Heidi geeft poëzieles aan kinderen en volwassenen en werkt in een boekhandel. Daarnaast is zij moeder, een levensinvulling waar zij, net als van haar dichterschap, nooit één maand huur van kan betalen maar waar zij bijzonder rijk van wordt.

.

Nu zal het dan wel bijna gedaan zijn

.

Nu het gras is gemaaid De voordeur
geschilderd Ik mijzelf een weekendabonnement
cadeau heb gedaan en gestopt ben met roken

Nu we ons bed voor het raam hebben geschoven zodat
we de sterren kunnen zien en jij mij liever hebt dan ooit tevoren

Nu er een bordje naast de voordeur hangt We nieuw
zesdelig servies in de kast hebben staan Nu een leven
nog voor me ligt Nu is het vast heel snel gedaan.

.

Het huis

Martinus Nijhoff

.

De verzamelde gedichten van Martinus Nijhoff ( Bert Bakker, 1975 vijfde druk) beslaat maar liefst 532 pagina’s. Na alle bundels die in deze verzameling zijn opgenomen staan aan het einde van het boek nog een aantal nagelaten gedichten. Het gedicht ‘Het huis’ is daar één van.

.

Het huis

.

Op akkerland, met duinen in ’t verschiet,

staat, in de schaduw van nabij geboomt,

het huis dat ik ontruimde en achterliet,

en dat thans door de vijand wordt bewoond.

.

De bomen zijn, naar ik verneem, geveld;

’t huis werd een kazemat, en het terrein

– indien het waar is wat mij  wordt gemeld –

moet in een mijnenveld herschapen zijn.

.

Dit zegt men. Maar het huis zelf deelt mij mee

wanneer het in mijn dromen tot mij spreekt:

ik heb bericht ontvangen van de zee,

dat straks een reinigende storm opsteekt.

.

Dichter op verzoek

Deel 4

.

Van Jo Maes kreeg ik het verzoek via Facebook om aandacht te besteden aan de dichter Ellen Lanckman (1975). Deze Vlaamse dichter woont in Brakel (Oost Vlaanderen) en zegt van zichzelf: ‘Ik schrijf zoals ik adem: de ene keer snel, dan weer langzaam, een andere keer helemaal loos’.

Ze volgde proza en poëzie bij Wisper (Gent) en Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten (Aalst). In de zomer van 2014 verscheen de debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’ bij uitgeverij Scriptomanen.  In het voorjaar van 2015 bracht Ellen bij diezelfde uitgeverij en in samenwerking met fotograaf Hendrik Boxy ‘Dagen van glas’ uit. Haar derde bundel ‘Vogel-jong’ is via haar website bij haar te bestellen. Ze werd ze een aantal keer gepubliceerd, zowel in bloemlezingen als literair tijdschriften.  Tevens stelt ze regelmatig tentoon, altijd i.s.m. andere kunstdisciplines.

Uit 2015 een gedicht van haar hand getiteld ‘Weerspiegeling’.

 

Weerspiegeling

Hoe dichter ze komt
bij mijn jaren,
hoe vaker ik mezelf herken
in haar bewegingen.

We schuiven tegelijkertijd
een mok naar ons toe,
al is mijn koffie nog haar melk.

Net als ik leest ze
uren weg onder het dakraam
waar dezelfde maan binnen gluurt.

En de manier waarop ze haar haren
over de schouders schudt,
confronteert mij

met de tijd die kantelt
van proefdruk naar heruitgave
van een verloren gewaande jeugd.

.

 

Geen bevrijding zonder herdenken

Stil

.

Gisteravond was de jaarlijkse dodenherdenking. Vandaag is het bevrijdingsdag. Om toch even stil te staan bij deze twee belangrijke gebeurtenissen heb ik vandaag de bundel ‘Vijfendertig tranen’ er nog maar weer eens bijgepakt. Ida Vos schreef deze bundel en publiceerde deze in 1975 in eigen beheer. Daarna werd de bundel alsnog door een grote uitgeverij opgepikt en onder de kop Nijgh Poëzie uitgebracht door Nijgh & Van Ditmar.

De bundel volgt in 35 gedichten het lot van een joodse schoolklas in de tweede wereldoorlog. Van een klassenfoto in 1942 via de Hollandse Schouwburg en kamp Westerbork naar Auschwitz en andere vernietigingskampen.  Bij de meeste gedichten staat een stukje verklaring, zo ook bij vier gedichten die allemaal de titel ‘Stil’ dragen. Dit zijn gedichten over kinderen die moesten onderduiken voor de Duitsers en die daarom hun dagen in doodse stilte moesten doorbrengen. Kinderen die moesten onderduiken kregen ook een andere naam. Voor deze kinderen was dat zeer moeilijk te verwerken.

.

stil

.

verroer geen vin

beweeg geen teen

verborgen kind

de wereld is gemeen

.

stil

.

wees stil

want niemand

mag je horen

.

wees stil

ondergedoken

kind

.

je naam je huis

heb je verloren

.

zorg dat men niet

je lichaam vindt

.

stil

.

blijf zitten waar je zit

verroer je niet

kijk door het raam

naar buiten

ga binnen desnoods

heelheel zacht

een kinderliedje fluiten

.

stil

.

ze zou soms willem

schreeuwen stampen gillen

bijten trappen slaan

.

maar moet als

lief stil meisje

als ondergrondse mol

bijna onzichtbaar

door het

alles vernietigende

leven gaan

.

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen

Vasalis

.

In de afgelopen jaren schreef ik al vaker over de dichter Vasalis. Ze schreef dan ook prachtige poëzie. Daarom vandaag ook weer een gedicht van haar hand uit de bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1975 een liefdesgedicht met de intrigerende titel ‘Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen’

.

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
Maar ’t meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.

.

 

vasalis

mv

(bijna) vergeten dichter

Astère Michel Dhondt

.

Astère Michel Dhondt is een Nederlandse schrijver van Belgische afkomst. Geboren in Machelen-aan-de-Leie (Vlaanderen) verwierf hij in 1975 de Nederlandse nationaliteit. Dhondt was vooral in de jaren 60’en 70′ actief als dichter waarbij zijn openlijke pedofilie als thema vaker in zijn werk voor kwam. De gedichtencyclus Maartse gedichten (waarvan hier een gedeelte) verscheen oorspronkelijk in ‘De koning en de koningin van Sikkim in de Haarlemmerhouttuinen’ uit 1971.

.

Maartse gedichten

.

Vrijdag 7 maart

Prins Bernhard der Nederlanden

Loopt

Al een jaar of dertig veertig

Met een anjer in zijn knoopsgat

.

Kuilen vol dode anjers

Heeft die man

Achter zich gelaten

.

Woensdag 19 maart

Doorheen de damp

En het geraas

Van deze nijvere stad

Spoedden twee heksen zich

.

Op een gammele bezem

Van de Kinkerstraat

Naar het Concertgebouw

.

Gezegend zij de Heilige Maagd!

Het bijgeloof begint weer te gedijen

.

Amsterdam, maart 1969

.

astere