Site-archief
Op reis
Dubbel-gedicht Menno Wigman en Hans Bouma
.
Vandaag in het Dubbel-gedicht twee dichters die nogal van elkaar verschillen (en daarom is het zo aardig om de twee met elkaar te verbinden middels een thematisch gedicht); Menno Wigman (1966 – 2018) en Hans Bouma (1941). Menno Wigman, de dichter, vertaler en bloemlezer bij wie de dood in zijn gedichten een prominente rol speelde en Hans Bouma, Nederlandse protestants-christelijke schrijver, dichter, spreker en dierenactivist.
Van Menno Wigman koos ik het gedicht ‘Herostratos’ uit zijn bundel ‘Slordig met geluk’ uit 2016 en van Hans Bouma koos ik het gedicht ‘Jericho’ uit zijn bundel ‘Op reis – om weer thuis te komen’ poëtisch dagboek uit 1998.
.
Jericho
.
Tienduizend jaar geschiedenis
deden we met gemak
in drie uur af –
.
waarbij we ook nog
een half uur
voor de lunch uittrokken.
.
Herostratos
.
Er tikken pissebedden in mijn hoofd.
Ze naaien mijn gedachten op.
Ik denk al dagen aan een daad, zo groot
zo hevig en dramatisch dat mijn naam
in alle kranten komt te staan.
.
Napoleon, las ik, was kleurenblind
en bloed was voor hem groen als gras.
En Nero, die bijziend was, hield het spel
in zijn arena bij door een smaragd.
.
Nu even stilstaan. Moet je horen: ik
ga straks de straat op, ik besta het, schiet
me leeg en verf de feeststad groen.
.
Nog voor het eind van het festijn
zal ik de grootste zoekterm zijn.
.
Help mijn man is klusser!
Koenraad Goudeseune
.
Ik weet niet of het programma ‘Help mijn man is klusser!’ bekend is, maar ik moest er onwillekeurig aan denken toen ik het gedicht ‘Klusser’ van Koenraad Goudeseune las. Niet dat het in dit gedicht gaat over gemankeerde klusmannen die hun vrouw tot hysterie en verdriet drijven door hun huis te gaan verbouwen en het dan niet afmaken, het huis in een staat van oorlog achterlatend, en toch moest ik hieraan denken.
De in Ieper (West Vlaanderen) geboren Koenraad Goudeseune (1965) publiceerde zijn eerste gedichten in Dietsche Warande & Belfort en het Nieuw Wereldtijdschrift. Hij debuteerde in 1987 met de bundel ‘Album’ die hij in eigen beheer uitgaf. In 1998 verscheen zijn tweede bundel ‘Dat zij mij leest ‘bij uitgeverij Atlas.
In 2011 verschijnt zijn bundel ‘Dichters na mij’ en de omslag van deze bundel doet mij heel erg aan mijn eigen bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit datzelfde jaar. Uit deze bundel dus het gedicht ‘Klusser’. Een bijzonder gedicht, waarin de hoofdpersoon andere problemen heeft dan het niet afmaken van de verbouwing, met een verrassend einde.
.
Klusser
.
Je was in een Doe Het Zelf.
Je weet hoe makkelijk het is
te zondigen tegen je enige principe:
ga nooit zo’n winkel binnen.
Je deed het toch, je wist weer beter.
.
Je had naast een hamer iets nodig
dat je zelf in elkaar kon steken
iets met een handleiding
en pijlen die van hoe het precies zat
de richting wezen.
.
En je vond alleen een hamer.
En toen je uit de winkel kwam,
had je alleen een hamer bij je
En je liep over straat als een idioot.
.
En je was niet blij dat je hem had gestolen.
.
…, want nooit wordt alles gezegd
Alphons Levens
.
Als het gaat om poëzie van de Antillen of Suriname heb ik op dit blog berichten gewijd aan R. Dobru, Michaël Slory en Alette Beaujon. Ik ben altijd op zoek naar werk van dichters uit Suriname of de Antillen maar vreemd genoeg vind ik maar zelden iets. Nu heb ik echter een bundel gedichten gevonden van de Surinaamse dichter Alphons Levens.
Alphons Levens (1949) werd op Curaçao geboren maar verhuisde op zijn 5e met zijn ouders naar Suriname. Van 1969 tot 1977 woonde Levens in Nederland waar hij o.a. psychologie studeerde. Weer terug in Suriname werkte hij als onderwijzer, correspondent van de Hilversumse VARA-radio en als redacteur van het weekblad ‘Pipel’ dat na de decembermoorden in 1982 door het militaire regime werd gesloten.
In 1971 had hij zijn debuut gemaakt bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam met de dichtbundel ‘Bezinning en strijd’. Bekendheid verwierf hij met zijn sinds 1991 frequent verschijnende gedichten in het dagblad ‘De Ware Tijd’ en de ‘Weekkrant Suriname’ in Nederland. Hij publiceerde ze in de dichtbundels ‘Bezinning en strijd’ (1971), ‘Mogelijk’ (1996), ‘…, want nooit wordt alles gezegd’ (1998) en ‘Wee het volk dat niet meer denkt!’ (2002).
Zijn gedichten hebben een minimum aan poëtische eigenschappen maar zitten vol engagement en hebben een socialistische en anti-militairistische inslag. Levens denken, dichten en schrijven zijn sinds 1970 bijzonder beïnvloed door zijn directe en indirecte ervaringen bij de ontwikkelingen in Suriname en de rest van de wereld, en dan met name de derde wereld.
In de bundel ‘…, want nooit wordt alles gezegd’ staan 100 gedichten die door hun titels alleen al duidelijk maken waar het bij Levens om draait. Titels als ‘Het roer moet om!’, ‘Niet opgeven’, ‘Desinformatie’, ‘Emancipatie’ en ‘Censuur’ laten meteen zien dat hier een sociaal geëngageerde dichter aan het woord is. In het gedicht ‘Mobutu Sese Seko’ uit 1997 blijkt dat Levens geen onderscheid maakt tussen onrecht door kolonialisten of onrecht van het eigen volk.
.
Mobuto Seso Seko
.
Als op die dag de veel oudere
Nelson Mandela hem niet had opgetrokken,
was hij echt niet van die stoel kunnen komen.
.
Toch bleef hij vergaren en beschermen
miljarden gestolen rijkdommen
die zijn berooide volk toebehoorden
.
De laatste dagen van zijn leven
probeerde hij nog te leven,
maar dat was geen echt leven
.
Ik begrijp niet dat in deze tijd
van moderne telecommunicatie
er op aard’ nog zoveel Mobuto’s zijn
.
En er zelfs nieuwe bij komen.
.
De kapitein (deel II)
Acda en de Munnik
.
In 1998 brengen Thomas Acda en Paul de Munnik de CD ‘Naar huis’ uit. Op deze CD staat het nummer ‘De kapitein’. In 2000 verschijnt de CD ‘Hier zijn’ met daarop ‘De kapitein deel II’en dat nummer wordt een grote hit, waarbij bij iedereen vooral de regel ‘CD van jou, CD van mij, CD van ons allebei, maar gekregen van mijn moeder, van mijn moeder dus van mij’ zich herinnert. Het nummer ‘De kapitein deel II’ staat weer volop in de belangstelling door het programma ‘De beste zangers van Nederland’ maar eerlijk gezegd vind ik het eerste deel ‘De kapitein’ qua tekst veel mooier en poëtischer. Dit nummer gaat over een relatie waar alles in orde is, ondanks alle problemen om het stel heen waarover dit nummer gaat. Omdat dit nummer minder bekend is kun je het hier nalezen en zelf je mening bepalen.
.
De kapitein
.
En aan bakboord zwemmen haaien
Maar ik hou vannacht het roer wel recht
De nacht deint als een zee rustig om me heen
En ik weet precies waarheen we gaan
Want ik ben de kapitein
Dit huis is mijn kajuit
En het schip kan alleen nog maar vooruit
De nacht ligt glad
Probleemloos voor me uit
En de verwachtingen zijn eindelijk eens goed
Vannacht een keer geen regen
Vannacht een keer geen storm
Eindelijk een nacht zoals het moet
En aan bakboord zwemmen haaien
En ik kus je tranen weg
En ik vertel je van de liefde
Geloof me als ik zeg
Dat alles goed is
Ga maar rustig slapen
Want ik ben de kapitein
En wie de kapitein is,
Die houdt de wacht
We gaan nog niet ten onder
Ze hebben ons niet zomaar
We zullen echt nog niet vergaan, echt nog niet vergaan, vannacht
En aan bakboord zwemmen haaien
dus wat zou ik mij daar nou druk om maken
de bodem is nog heel en de zeilen doen het nog
wie of wat zou ons nou kunnen raken?
Klaar voor het gevecht
En aan bakboord zwemmen haaien
Maar ik hou vannacht het roer wel recht
Festina Lente
De Poëzieslag pakt uit
.
Vanaf het begin en de opstart van de Poëziebus ben ik betrokken bij dit mooie initiatief om de podiumpoëzie te promoten. De Poëziebus zet zich in het bijzonder in voor de performancepoëzie. Als zodanig is ze niet de enige, er zijn meer podia die de nadruk leggen op de performance, denk aan spoken word podia, maar wat ik niet wist is dat er jaren geleden al een initiatief werd gestart juist om de podiumpoëzie te promoten, De Poëzieslag. Op de website van de Poëzieslag staat te lezen: De Poëzieslag bestaat sinds mei 1998 en is een gezamenlijk initiatief van Gerard Beentjes, docent schrijven en Felix von Schmid. Van meet af aan is het de bedoeling geweest om een Nederlandse variant van Poetry Slam te ontwikkelen. http://www.epibreren.com/slam/poezieslag.html
Pas geleden kocht ik de bundel ‘Festina Lente presenteert, de poëzieslag pakt uit’ uit 2001. In de inleiding schrijft Gerard Beentjes onder andere: De Poëzieslag is nu bezig aan het derde seizoen in successie. Het is een maandelijkse poëzieslam, een voordrachtwedstrijd voor publiek. En: Simon Vinkenoog is als jurylid een vaste gast van de Poëzieslag. Van zijn hand is de inleiding van deze bundel, het is een pleidooi voor podiumpoëzie, voor het laten horen van gedichten op een verstaanbare manier, lezend van papier of voordragend uit het blote hoofd.
Een aantal dichters die meededen en in deze bundel zijn vertegenwoordigd, zijn niet de minste: Erik Jan Harmens, Florence Tonk, Jannah Loontjens en Gerard Beentjes. Een speciale plek in de bundel is gegeven aan vaste bezoeker en deelnemer Frank Mol (1957 – 2000). Voor in de bundel is een stuk van een gedicht van hem opgenomen.
.
Mijn leven is twijfel
en ik leef van twijfel
alles wat ik tot nu toe
uit twijfel ondernam
is geslaagd
waarom zouden we dan nu niet slagen?
.
In zijn inleiding ‘Credo 2001’schrijft Simon Vinkenoog: geen experiment is verboden, geen onderwerp taboe, geen andere maatstaf dan de schok of de verrassing, herkenning of ontroering die de lezer of toehoorder van het gedicht ondergaat, als het eenmaal op papier is gezet of door de dichter wordt voorgelezen. Ik ben het helemaal eens met Vinkenoog. In de bundel staat een gedicht van Erik Jan Harmens dat het experiment niet schuwt getiteld ‘Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel’.
.
Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel
.
Zeg me lief, is het verwonderlijk niet dat wij elkaar de keel dichtknijpen in
dromen. In werkelijkheid kijken we de ander wat aan zonder (in jaarcijfers
uit de drukken) doel. We lopen door de stad en ik hou je vast met mijn arm
strak om je nek zodat een ieder zegt: die twee hebben wat (laat niemand
naar je kijken of zelfs maar naar de schaduw van je krullen op de keien).
.
De koele kikker onder tweetwintig volt lijkt nauwelijks te bedaren 9 ik lees
op een schwarzenegger-poster: wie een dubbelleven leidt kent tweemaal
zoveel gevaren).
.
we kunnen naar Afrika gaan en ons laten dragen door een oude van dagen
met een lege maag. we kunnen ook doen alsof we afgereisd zijn en
onderduiken onder een rijdende trein.
.
Bel me als het niet meer gaat. ik heb een antwoordapparaat.
.
Anadroom
Rosalie Hirs
.
Toen ik hoorde dat het televisieprogramma ‘Man bijt hond’ weer terug komt op de televisie (bij SBS 6) en wel met dezelfde bekende stem van Michael Abspoel, moest ik terug denken aan een prachtige middag in de Jacobustuin in Rotterdam, aan het Zomerpodium van Ongehoord! van 2014. Michael Abspoel en dichter Peter WJ Brouwer, die een programma over Jacques Brel verzorgden.
Maar ik moest ook aan het gedicht van Rozalie Hirs denken getiteld ‘Man bites dog” uit haar bundel ‘Locus’ uit 1998. Omdat ik dit gedicht al eerder plaatste https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/07/12/man-bijt-hond/ heb ik dit keer voor een ander gedicht van haar hand gekozen te weten het gedicht ‘Anadroom’.
.
Anadroom
.
Ongeacht het geslacht van de vis,
draagt de vis het mysterie van een inwendig
[voortplantingsorgaan.
Een kut zogezegd.
.
Waar is het paaibed?
In de spiegel van de gade,
in koele omhelzing van glibberige schubben –
het goed valt op de grond.
Zaad is melkstof –
kroon op drilmassa.
En het vleesgeworden kind
is vis – met gevulde kuilen
in ondiep water is de doodsangst van de school
tijdelijk uitgeschakeld.
,
Tweede vader
L.F. Rosen
.
De dichter L.F. Rosen kende ik niet maar uit zijn biografie en bibliografie blijkt dat hij inmiddels 5 bundels heeft gepubliceerd en dat zijn poëzie “behoedzaam en buigzaam is en waarin grote emoties wel omcirkeld worden maar nooit direct aangeraakt”. Uit de bundel ‘Onhandig hart’ uit 1998 het gedicht ‘Tweede vader’.
.
Tweede vader
.
Steeds strakker trok hij zijn cirkels om ons.
Hij was nooit ver. Nooit ver genoeg
dat wij ons buiten waagden zonder christendom.
Van Heere Heere zingend liepen wij door zijn jachtgebied,
keken niet op of om. Naderend tot zijn water
voelden wij zijn ogen die de sterren konden doven.
.
Later toen hij niet meer van je zijde week
en zelf een hart bezat waarin het spoken kon,
roep hij om ons door het plafond,
zocht vrede in onze dunne kelen vol ongeloof.
.
Foto: Pieter Vandermeer / Tineke de Lange
Op een dag..
Serge van Duijnhoven
.
In 1998 verscheen van dichter Serge van Duijnhoven de bundel ‘Obiit in orbit’. Als uitleg bij de titel gaf Serge destijds: De titel voor deze dichtbundel met een cd schoot me te binnen toen ik in een kerk in mijn woonplaats een kaars aanstak voor een overleden vriend, bij een beeld van Sint Joris die draak doodde. Aan de muren hingen familiewapens met geboortejaar en sterfjaar: natus 1567-obiit 1613/ nata 1623 – obiit 1678. Filologisch is de titel een vrije samenstelling; orbit is geen woord uit het Latijn het is een Engels woord.
Uit deze bundel komt het gedicht ‘Op een dag zal dit leven wijken’. Wil je de audioversie van dit gedicht beluisteren of de Hongaarse vertaling lezen kijk dan op http://www.babelmatrix.org/works/nl/Duijnhoven%2C_Serge_van-1970/Op_een_dag_zal_dit_leven
.
Op een dag zal dit leven wijken
.
Op een dag zal dit leven wijken
zul je sterven als een hond
alleen in de sneeuw
met het donker over je heen
als een deken en de koude
zal zijn als de warmte
en je laatste gedachte
als je leven en je laatste dag
als de nacht en de nacht
als de dag die einde is
en toch geen einde kent
.
op een dag zal dit leven wijken
.
heb je geen munitie meer
om je teweer te stellen
geen kogels meer geen vinger
aan de trekker en geen spanning
op de veer de keer dat je weet
dat je keren voorbij zijn
en niet weer zullen keren – terwijl
je binnen zit en je naar buiten wilt
en je kwijnt als de oogst
die blijft rotten op het veld
.
op een dag zal dit leven wijken
.
de dag dat je weet wat het is:
geveld zijn, als je dagen geteld zijn
en je niets meer bent van wat je was
zo snel als onder het gras
je ogen gepeld zijn en je aderen
gespeld zijn door maden als naalden
van zilver je dromen van glas
zo snel als je gedachten opgaan
in gas en je loslaat – alles
wat je dierbaar was
.
op een dag zal dit leven wijken
.
Man bijt hond
Rozalie Hirs
.
Componist en dichter Rozalie Hirs (1965) is een bijzondere stem in de Nederlandse poëzie. Haar poëzie en muziek zijn zowel lyrisch als experimenteel. Het avontuur van de luister- en leeservaring en de verbeelding staan centraal. Haar poëzie omvat zowel dichtbundels als digitale poëzie (ik schreef hierover al in oktober 2018 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/09/logos/ ) interactieve gedichten die ontstaan in samenwerking met beeldend kunstenaars en grafisch ontwerpers.
Als inspiratiebronnen heeft zij vele musici maar ook een dichters als Emily Dickinson en Paul Celan. Over poëzie zegt ze: “Zolang er taal is, is poëzie even onvermijdelijk als het eigen leven. In het gunstigste geval gaan poëzie en leven gepaard met een gezonde vorm van bewustzijnsverruiming. Poëzie is het buiten de oevers treden van taal. Ik denk dat poëzie onze drang om te veranderen (in beweging te blijven) laat zien. Het ligt niet in onze aard de begrenzing van de taal (of het leven) te (kunnen) accepteren.”
In 1998 debuteerde ze met haar bundel ‘Locus’ bij uitgeverij Querido die ook haar andere vijf bundels heeft uitgegeven. Haar gedichten verschenen in verschillende (literaire) magazines en websites en haar werk werd onder andere in het Duits en het Servisch vertaald. Uit haar debuutbundel ‘Locus’ het gedicht ‘Man bites dog’.
.
Man bites dog
.
Het eerste dode dier dat
ik vond als kind
was een verkreukelde vlinder-
onder een steen.
.
Een pakje liet ik altijd ongeopend
tot mijn moeder na dagen van
waanzin het papier eraf griste en
me het cadeau toesmeet.
.
Ik heb lief en sla dood
met dezelfde warme ziel-
op mijn rug staan vele
ongeldige namen-
.
gezegd en weggeschreven door
de hete naald.
Voor iedere letter heb
ik betaald met het eiland
.
van mijn daad.
De sleutels komen met steeds langere
tussenpozen-
zij zijn opgehouden
.
met praten-
de ruit beslaat van de hitte.
Ik brand levenstraag tussen
kille muren.
.
Pure Porno
Jef Rademakers
.
Twee jaar na elkaar zat Herman de Coninck in de jury van de VSB Poëzieprijs. Een keer als gewoon jurylid en een keer als juryvoorzitter. In 1996 kwam de eerste editie uit van ‘De 100 beste gedichten van…’. Dat kwam door Herman de Coninck. Hij vroeg zich als jurylid en juryvoorzitter af hoeveel van de dertig beste bundels van een jaar een criticus zijn ‘in poëzie geïnteresseerde maar niet gespecialiseerde buurvrouw’ of een niet-ongetalenteerd achttienjarig meisje dat geregeld haar wereldleed opstuurt naar het ‘Nieuwe Wereldtijdschrift’ zou aanraden? Misschien vijf?
Dat zou betekenen dat die andere 25 bundels ongelezen of niet aangeraden zouden blijven. Vandaar zijn idee om een jaarlijkse bloemlezing in samenwerking met de stichting VSB Poëzieprijs, van de beste honderd gedichten van dat jaar te publiceren in een bundel. Daarmee wilde de Coninck ‘de poëzie populariseren zonder haar ingewikkeldheid op te geven’. En hij voegde eraan toe; Eigenlijk is dit de bedoeling van al wat ik schrijf.
Tot en met 2015 werden deze bundels elk jaar uitgegeven (met uitzondering van 2010 toen de prijs niet werd uitgereikt). Elke bundel geeft in 100 gedichten een mooi overzicht van het beste van de poëzie uit dat jaar. Uit de eerste editie koos ik voor een ongewoon gedicht van een ongewoon dichter namelijk Jef Rademakers. Jef Rademakers (1949) is vooral bekend van de televisieprogramma’s die hij produceerde met zijn productiehuis Dutch Dream Productions als Klasgenoten en het spraakmakende Pin Up Club. Hij publiceerde onder andere de dichtbundels ‘Vurige tongen’ (1998), ‘Koude kermis’ (1996) en ‘Voorgoed voorbij’ uit 2010.
In ‘De 100 beste gedichten van 1996’ gekozen door Herman de Coninck staat van Rademakers het volgende gedicht.
.
Pure Porno
.
In de top drie van dingen die niet deugen
strijdt God met BMW om d’eerste plaats.
D’omroepsters van VTM scoren ook goed.
.
Het ergste lijkt mij een combinatie
Marlène de Wouters in haar 318i
op weg naar de vroegmis.
.
Ik hoop dat mijn kinderen
zoiets nooit zullen zien.
.














