Site-archief
Tuimelen
Herman Brood
.
In de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ staat een bijzonder stukje van Lola Brood, dochter van all round rock & roll mens Herman Brood (1946 – 2001). Toen Lola ooit ziek was op vakantie schreef Herman een brief aan haar, die ze alleen mocht openen ‘als ze zich kut voelde’. Een half jaar na de dood van Herman Brood opende ze de brief en vond daarin een gedicht aan haar gericht.
.
Tuimelen
.
Voor Lola
.
(Zinloze mededeling?)
POËZIE
.
Ik pak haar hand
terwijl ze sliep
een elktriese stroom
vibratie stoot
stoot
door mij heen
doet mij tuimelen
tuimelen
tuimelen
door de heelal
m’n hart begint
op te zwellen, wel
lekker maar ik
moet haar loslaten
om de explosie te
voorkomen.
Liefde verscheen in
een niewe gedaante
en opschrijven verpest het
(bijna)
.
Betreffende vogels
Hans Warren
.
Sinds afgelopen zondag is het bundeltje ‘Betreffende vogels’ van Hans Warren in mijn bezit. Dit kleine bundeltje met 24 gedichten bij miniaturen van H. J. Slijper werd in 1974 uitgegeven door Erven Thomas Rap en mijn exemplaar is gesigneerd door Hans Warren (1921 – 2001) en H.J. Slijper (1922 – 2007). In deze bundel staan dus 24 gedichten gerangschikt in 4 hoofdstukken met namen als; Dode vogels, Historische vogels, Vogels in de spiegel en Zingende vogels en ze worden voorafgegaan door een gedicht getiteld ‘Slechtvalk en duif’.
Warren en Slijper hebben elkaar gevonden door hun wederzijdse voorliefde voor vogels. Slijpers illustraties sierde met regelmaat de voorkant van het blad ‘Vogeljaar’ en Warren vertaalde meerdere natuur- en vogelboeken. Ik heb voor het gedicht ‘De Wielewaal’ uit dit bundeltje gekozen omdat het een vreemd gedicht is, omdat Hans Warren in dit gedicht aan de haal gaat met de vele namen van de Wielewaal en tot slot eindigt in een vreemd soort klankdeel.
.
De Wielewaal
.
Oriolus, Gele Gouw, Gele wielewouw,
Loriot, Figo l’Aouriaou, Migliora,
Ajulu, Gabrieli, Agruppa filu,
Rigogolo, Crusuelo, Pirol,
Shulz von Milo, Schulz von Bülow,
Oropendola. ‘Hio bulo!
gidleo gitatidlio gigilio
gipliagiblio gidleeah!’
.
Onoverwinnelijk
Gebruik van poëzie
.
In het Volkskrant magazine van 28 juli las ik een stuk over Leon Emmen van wie in 2015, na een infectie met een streptokokkenbacterie, beide benen moesten worden afgezet. Dit artikel gaat over hoe mensen hun ‘geluk’ ervaren. Nu drie jaar nadat zijn benen zijn afgezet en hij met prothesen heeft leren lopen geeft hij zijn leven een 8+.
Op zichzelf een interessant artikel maar ik werd gegrepen door het plaatsen van een gedicht bij het artikel. Het betreft het gedicht ‘Onoverwinnelijk’ een vertaalde versie (door Kris Eikelenboom) van het gedicht ‘Invictus’ van de Engelse dichter William Ernest Henley (1849 – 1903).
Leon Emmen putte kracht uit dit gedicht tijdens zijn revalidatie. Het origineel hangt nu ingelijst in zijn woonkamer. Mooi kan je nu denken, maar ik moest terug denken aan een stuk dat ik op 9 juli 2012 schreef op dit blog over de terrorist Timothy McVeigh, die vlak voor hij ter dood gebracht werd (hij had de doodstraf gekregen na na het plegen van een bomaanslag op een gebouw van de federale overheid in Oklahoma city) een briefje aan zijn bewaker gaf met daarin juist dit gedicht (handgeschreven) als ‘Final written statement’.
Twee totaal verschillende gevallen, de een een macaber geval van een Amerikaanse veteraan uit de Golfoorlog die na terugkeer radicaliseert en met een bom 168 mensen vermoordt onder wie 19 kinderen. De ander een gewone Nederlander die na een schijnbaar eenvoudige operatie zo ongelukkig is om besmet te raken met een bacterie en zijn benen verliest maar uit de situatie juist kracht put om verder te leven.
Daarin schuilt voor mij de kracht van poëzie, dit laat zien dat poëzie geen grenzen kent (goed of fout), niet discrimineert en voor elk mens, in welke omstandigheid dan ook, iets bijzonders kan betekenen.
Wil je het gedicht ‘Invictus’ in het Engels lezen ga dan even naar 9 juli 2012 (in de rechterbalk) of via deze link https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/07/09/de-terrorist-en-de-poezie/ of lees het hier in de Nederlandse vertaling van Kris Eikelenboom.
.
Onoverwinnelijk
.
Vanuit een peilloze diepte, zwart als de nacht,
Een duisternis zo lang als mijn leven,
Dank ik een God, welke is mij om het even,
Voor een ziel met onverwoestbare kracht.
.
Het lot grijpt mij met klauwen beet,
Maar ik geef geen krimp, slaak geen enkele kreet.
Al regent het nog zo veel slagen in mijn leven,
Mijn hoofd is bebloed, maar ik houd het geheven.
.
Want waar ik nu slechts ween en smacht,
Is het enkel een schaduw die op mij wacht.
Al duren de jaren nog zo lang,
Ze mogen verstrijken, ik ben niet meer bang.
.
De poort is smal, een nauwe gang,
De lijst met straffen ellenlang,
Maar ik houd de teugels strak in handen,
Mijn zielenheil leg ik nimmer aan banden.
.
Slagbaai
Alette Beaujon
.
Uit de serie ‘dichters omnibus’. Heb ik nu ook deel 6 bemachtigd. Een klein beetje waterschade maar dat mag de pret niet drukken. In dit deel uit 1959 , een geschenk van Esso Nederland n.v., staan weer een aantal dichters die ik niet ken. Een daarvan is de dichter Alette Beaujon.
Alette Clemence Beaujon, geboren op Curacao (1934 – 2001) studeerde in Chicago en Amsterdam. In de jaren ‘60 werkte Beaujon als klinisch psycholoog. Schreef poëzie in het Engels, Papiamento maar hoofdzakelijk in het Nederlands. Van haar hand verscheen een grote bundel ‘Gedichten aan de baai en elders’ en de dichtbundel ‘De schoonheid van blauw’. Daarnaast publiceerde ze poëzie in het magazine ‘Amigoe’ in de Nederlandse Antillen.
.
Slagbaai
.
Stil te zitten in de schemering
voor een huis te staren
wanneer de hemel plots
heel laag zijn kleuren offert
aan de nacht
.
Snelle Spaanse waaiers in de lucht
een dansend begin
wordt langzaam donker in de verte
en komt vreedzaam naar ons toe
in de omtrek sterft het weg
.
De gladde strekenvan de zee
slepen nog kleine stenen mee
alle beweging is moeizaam
en boeit niet meer
.
Ik kom hier elke dag
de avond zoeken
en de dag want beide
heb ik op dit strand voor het eerst gevonden
heel lang geleden
.
Stof zijn wij
Brein en poëzie
.
Voor de bundel ‘Stof zijn wij, brein en poëzie’ zochten Rutger Kopland en Neerlandicus Reinier Spreen gedichten bijeen waarin hersenen en hersenfuncties een rol spelen. Rutger Kopland (pseudoniem van Rudi van den Hoofdakker) die als hoogleraar biologische psychiatrie, hoofd was van een afdeling waarin onderzoek wordt gedaan naar de relatie tussen hersenen en gedrag, was de juiste dichter om deze bundel met Reinier Spreen samen te stellen.
De gedichten in dit bundeltje, dat werd uitgegeven in 2002 door Vergouw Publishing, getuigen van het besef dat het brein een wonderbaarlijke stoffelijke machinerie is, die ons met onszelf en met de wereld om ons heen verbindt.
In deze bundel staan 25 gedichten van dichters als o.a. Leo Vroman, Wiel Kusters, J. Bernlef, M. Vasalis, Gerrit Kouwenaar en Gerrit Achterberg. Het gedicht dat ik koos is van Willem van Toorn, is getiteld ‘Geheugen’en verscheen eerder in ‘Gedichten 1960 – 1997’ uit 2001.
.
Geheugen
.
Hoe je bestaat in mijn hoofd:
op filmpjes van oude tijd
in lussen opgehoopt.
Beelden verstild, maar bereid
.
tot leven te komen zodra
licht van verlangen of spijt
door kristallen schijnt.
Een straat. We kijken je na.
Deur waar je achter verdwijnt.
.
Of: haast onzichtbaar klein
diep in een landschap bewaard,
deel van een ansichtkaart
uit een ontroerd domein
kennelijk. Wie je heeft gespaard
in dat boordevol hoofd van mij
moet wel haast ik zijn.
.
Waar dit je bijna raakt
loopt de film op zijn eind.
.
Young poets en Meander
Nathan van der Borght
.
De redactie van taalplatform Young Poets (initiatief van het Letterkundig Centrum Limburg) organiseert onder andere wedstrijden voor jonge schrijvers tussen de 14 en 25 jaar zoals bijvoorbeeld afgelopen lente. Het thema was ‘Vriendschap’. Bij het thema horen termen als vertrouwen, veiligheid, onvoorwaardelijkheid maar ook kwetsbaarheid, verdriet en herinnering.
De deelnemers schreven een (niet eerder gepubliceerd) gedicht van maximaal 500 woorden.
De jury werd gevormd door dichter Jonathan Griffioen, docent Nederlands Jaap Linde (Vrije School Parkstad), Elly Woltjes (Meander) en Alja Spaan (dichter, Meander). Zij kregen alleen de leeftijd van de auteur te zien. Afgesproken werd met de winnaars en Merlijn Huntjens (consulent Literatuur, het Huis van Limburg) de eerste drie winnende gedichten op de Meandersite te plaatsen. Alle winnende gedichten zijn te lezen op https://meandermagazine.net/wp/2018/05/young-poets/
Winnaar van deze wedstrijd werd Nathan Van der Borght (2001). Nathan studeert Latijn in het 5de middelbaar te Antwerpen. “Ik ben 16 zomers oud. Voor mij is poëzie een manier om met alles om te gaan, een manier om mezelf uit te drukken. Ik ben al van jongs af aan absoluut geobsedeerd door literatuur. Emoties omvormen in woorden, emoties omvormen in een metrum en vorm is iets wat me ongelofelijk veel voldoening geeft. Zijn winnende gedicht is getiteld ‘Vriendschap’.
Vriendschap
.
Vriendschap is een ochtend die je zelf hebt aangebroken.
Zelf kiezen wanneer de zon opkomt.
Vriendschap is voornamelijk geel, met vlekken gesatureerd blauw.
Zeker geen rode stukken.
Vriendschap is schappelijke wind op een
warme zomerdag.
Zon op een koude winterdag
Een vroege lente, juist wanneer je het nodig had.
Een boom die juist in die hoek groeit,
een bloesem waar de woede van afspat,
gewelddadige kleuren. Overweldigd.
Vriendschap is ook plotseling vragen vergeten en in vloeibare vorm vallen,
wetend dat het opstaan erbij hoort.
Even blijven liggen op de grond,
naar de lucht kijken en je hebt net de
hemel gezien maar je zegt er toch maar beter niets over.
Verdwijnen en wegkwijnen,
goedkope wijnen en samen rijmen.
Vriendschap zijn aders, jij bent bloed.
Vriendschap is van jezelf houden.
.
Solliciteren
Ingmar Heytze
.
Het is alweer de laatste zondag van de maand en dus de laatste keer Ingmar Heytze als dichter van de maand januari.
Vandaag koos ik voor een wat ouder gedicht van Heytze uit zijn bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 getiteld ‘Solliciteren’.
De dichter van de maand februari zal Levi Weemoedt zijn.
.
Solliciteren
.
Nog nooit zo tergend opgegeten
als tijdens dit gesprek
door een driedelige gedaste bidsprinkhaan.
Woorden stuiten op tafel, knikkers vallen
op een glasplaat. Hij neemt slokken
van mijn levensloop en boert onaangedaan.
Hij rolt mij in. Hij steekt mij aan
en rookt mij op. Dan mag ik gaan.
Later belt men mijn stoffelijk overschot.
Ik heb de baan.
Vos onder ijs
Dichter van de maand januari
.
Vandaag koos ik als gedicht van de dichter van de maand januari Ingmar Heytze het gedicht ‘Vos onder ijs’ dat ik las in de dikke verzamelbundel ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007 samengesteld door Guus Luijters. Dit gedicht verscheen eerder in o.a. ‘Alle goeds’ uit 2001.
.
Vos onder ijs
.
Deze winter, bij het schaatsen:
vos onder ijs.
Twee glazen ogen keken op
.
alsof hij zo omhoog zou springen
met open bek
als het plotseling zomer werd.
.
Ik vlucht voor honderd boeren.
Water breekt.
Ik zwem mij langzaam dood.
.
Mijn laatste woorden zijn gedacht
ik kan niet meer
en spreken gaat niet hier.
.
Het is eenzaam. Aan deze kant.
Van het papier.
Het is zo eenzaam hier.
.















