Site-archief

Brommerdagen

Uit mijn boekenkast

.

Ik sta voor mijn boekenkast met poëzie en dan ineens valt me een oranje rug op. Het is de rug van ‘Brommerdagen’ van Jan Baeke (1956). Van de meeste poëziebundels weet ik dat ik ze heb maar ook waar ik er ooit aan gekomen ben, van deze bundel weet ik n iet hoe ik eraan kom, sterker nog, ik was vergeten dat ik hem had.

En dat is ten onrechte want bij herlezing blijkt de poëzie van Jan Baeke zeer genietbaar. In 2008 schreef de jury van de VSB Poëzieprijs over ‘Groter dan de feiten’: Onontkoombaar en huiveringwekkend. Op Wikipedia staat: Het is poëzie die in gewone taal en met directe beelden een mysterie weet op te roepen.

Oordeel zelf over het gedicht uit ‘Brommerdagen’ getiteld ‘In a sentimental mood’.

.

In a sentimental mood

.

Op een middag zeg ik zoveel tegelijk
ik moest aan vallen denken, aan explosies
hoe de jaren zeventig zijn weggevaagd.

Ik zat in mijn kinderkamer
had alles uitgestald wat mij toebehoorde.
Daarmee redden wat ik ben, het kon niet meer.

Ik nam de telefoon op met mijn moeders naam
en staarde de middag in. Een serieus fantast
met veel te veel herinneringen, zoals

dat ik ziek was en dat nooit te boven kwam
of dat de oorlog op de hoek stond, wachtend
op het juiste jaar, de juiste landverrader

viel ook goed te overzien waar zich
een haan mocht roeren en hoe.
en hoe de dingen zijn als je de mens weglaat.

.

Politiek

Yeats

.

Toen ik de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ aan het doorlezen was, wist ik bij het lezen van het gedicht ‘Politiek’ of ‘Politics’ zoals het origineel getiteld is, meteen dat ik hier iets over ging schrijven.

In deze bundel staan de mooiste gedichten van Yeats in de oorspronkelijke Engelse taal en in vertaling van een aantal vertalers waaronder Jan Eijkelboom die het gedicht ‘Politics’ vertaalde.

Waarom dan hier dit gedicht? In een tijd waarin de politieke meningen polariseren en waarin het steeds moeilijker lijkt om een kabinet te vormen (dat krijg je met zo’n versnipperd politiek landschap) is het misschien goed om af en toe even als Yeats te denken. Laat alle problemen hoe groot ook eens even los en denk aan het liefhebben van (in zijn geval) een meisje. Maar een jongen mag natuurlijk ook. Hoe dan ook een mooie gelegenheid om weer eens iets van deze prachtige dichter te plaatsen.

.

Politics

.

‘In our time the destiny of man presents its meaning in political terms‘ – Thomas Mann

.

How can I, that girl standing there,

My attention fix

On Roman or on Russian

Or on Spanish politics?

Yet there’s a travelled man that knows

What he talks about,

And there’s a politician

That has read and thought,

And maybe what they say is true

Of war and war’s alarms,

But O that I were young again

And held her in my arms!

.

Politiek

.

‘In onze tijd drukt het lot van de mens zich uit in politieke termen’ – Thomas Mann

.

Hoe kan ik mijn aandacht bepalen,

terwijl daar dat meisje staat,

bij wat er in Rome of Rusland,

of Spanje, aan politiek omgaat?

Toch is hier een bereisde man

die weet waarover hij het heeft

en daar is een politicus

die nadenkt en veel leest,

en ’t kan wel waar zijn wat ze zeggen

over oorlog en oorlogsgevaar,

maar o, wat was ik liever jong

en vrijde ik me haar!

.

 

Man gevonden geen wormen wel maden

Tsead Bruinja

.

De van oorsprong Friese dichter Tsead Bruinja (1974) debuteerde officieel in 2000 met de Friestalinge bundel ‘De wizers yn it read/ De wijzers in het rood’.  Zijn eerste publicatie is echter al van 1998 ‘Vreemdgaan’ (uitgegeven in eigen beheer). In 1999 publiceerde hij met onder andere Daniël Dee ‘Startschot’, ook in eigen beheer uitgegeven.  In 2001 en 2002 verschenen nog Friestalige bundels maar zijn Nederlandstalige debuut ‘Dat het zo hoorde’ werd gepubliceerd in 2003 en het jaar daarop genomineerd voor de Jo Peterspoëzieprijs.  De laatste bundel van Bruinja vescheen in 2015 getiteld  ‘Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden’.

Samen met Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Hagar Peeters en Ramsey Nasr was Bruinja genomineerd als volgende Dichter des Vaderlands voor de periode 2009-2013. Ramsey Nasr won die verkiezingen. Met het collectief ‘Gewassen’ (2001-2004), met onder anderen dichter Sieger MG en videokunstenaar Alan D. Joseph, won hij in 2002 het Hendrik de Vriesstipendium.

Uit zijn bundel ‘Overwoekerd’ uit 2010 het gedicht ‘man gevonden geen wormen wel maden’.

.

man gevonden geen wormen wel maden

.

vind je een lijk in een huis
kijk dan onder de deurmat
in de spleten van de vloer

in welke fase zijn de insecten
zijn het nog maden of zijn er al poppen?

eerst komen de maden en poppen van bromvliegen

bromvliegen kunnen binnen een uur eitjes leggen
ze ruiken een lijk over zestig kilometer afstand

er bestaat een bromvliegsoort waarbij de poppen op het lijk uitkomen
andere soorten maden kruipen van het lijk af
om enkele meters verderop te verpoppen

bij warm weer wordt een lijk binnen twee weken opgegeten door de maden

het eindigt met spektorren die eten droog vlees
museumkevers eten andere insecten
kleermotten eten haren en huid

het langste duurt het om huid en skelet te verteren

daartussenin zitten mijten
die de eieren van de vliegen opeten

met honderden tegelijk kruipen ze door je vlees

.

                                                                                                                                                                        Foto: Tineke de Lange

Meer informatie: www.tseadbruinja.nl.

Strombolicchio

Peter Holvoet-Hanssen

.

Eerder schreef ik over de poëzie van Peter Holvoet-Hanssen in de categorie ‘Gedichten op vreemde plekken’ daar Peter in zijn tijd als stadsdichter van Antwerpen (2010-2011) poëzie plaatste op de kademuren van Antwerpen en de zijkant van een schip. Peter Holvoet-Hanssen (1960) publiceerde in diverse literaire tijdschriften als De Gids, Optima, Dietsche Warande en Parmentier en debuteerde in 1998 met de bundel ‘Dwangbuis van Houdini’ dat door de Standaard der Letteren uitgeroepen werd tot mooiste bundel van dat jaar.

In 1999 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker zijn bundel ‘Stromboliccho, uit de smidse van vulcanus’ (Strombolicchio is een vulkanisch eiland in de buurt van Sicillie). Volgens de achterflap voert ‘Strombolicchio’ de lezer mee op een hallucinerende reis naar de poëzie.. van onbedaarlijk tot wegstervend, van meedogenloos tot meedogend.

Bijzonder zijn de gedichten zeker, Steeds anders van vorm, van toon, van opbouw en opzet en hoewel er rode lijnen zijn te ontdekken in de opbouw van de bundel ‘ontglippen de verzen van Holvoet-Hanssen elk etiket’ zoals ook op de achterflap te lezen is.

Ik koos voor het gedicht ‘Voor Grant Hart’. Ik kende Grant Hart niet (zoals ik wel meerdere personages en namen uit de bundel heb moeten opzoeken wat een bijzondere ontdekkingsreis op zich was) maar weet nu dat Hart de drummer en mede-tekstschrijver  was van de band Hüsker Dü en later Nova Mob.

.

Voor Grant Hart

.

Siciliano. De korsten scheuren.

Ik hoor je zingen. Je vuurt het water aan met je capriccio.

Vuur door het water, vuur door de lucht.

.

Dans de tarantella aan de rand van de poëtica.

Oogst want niets staat vast.

Alles wordt vloeibaar.

.

Ik doe buskruit in je kroes. Wij zijn boekaniers van goede sier.

Temperen niet voor de zwart geblakerde.

Dit vuur woedt in alle talen.

.

Yo soy capitán. Bedaar, jij bent admiraal.

.

                                                                                                                                   Foto: Andy Huysmans

Hier gebeurt niets

Ben jij het

.

Het gedicht van de dichter van de maand Neeltje Maria Min van vandaag laat zien dat een goed gedicht over echt van alles kan gaan en zelfs hele banale of op het oog onbelangrijke gebeurtenissen op een poëtische manier kan beschrijven.

Uit  2010 het gedicht ‘Ben jij het’.

.

Ben jij het

Ben jij het vroeg ik de dode
die in de deuropening stond.
Iets donkers bewoog in het donker:
Ik ben het, ik ben het.

Ja, wie anders krijgt het in zijn hoofd
om in het holst van de nacht
zijn opwachting te maken.
Mijn hand vond zijn wang. Zeker
een week niet geschoren. Maar
hij was het, hij was het.

.

NLMD02_M-00936-IV-158, 27-07-2007, 15:07, 8C, 4086×3138 (1899+3104), 100%, LMzw2, 1/100 s, R52.5, G33.6, B41.9

Weekoverzicht

Joke van Leeuwen

.

De schrijfster, dichter, illustrator en cabaretier Joke van Leeuwen (1952) studeerde grafische kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en de Hogeschool Sint-Lukas Brussel in Schaarbeek, en geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel.

Ze is vooral bekend van haar kinderboeken, won het Camerettenfestival, ze deed theatervoorstellingen en Ze wordt al enige jaren genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award. Voor volwassenen schrijft ze in 2008 ‘ Alles nieuw’ een geïllustreerde roman; maar ook gedichtenbundels zoals ‘De tjilpmachine’ (1990), ‘Wuif de mussen uit’ (2006). Verzameld werk,  ‘Fladderen voor de vloed’ ( 2007), ‘Hoe is’t ‘ (2010) en ‘Half in de zee’ (2012). Van 2008 tot 2010 was ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit de bundel Fladderen voor de vloed’ het gedicht ‘Weekoverzicht’.

.

Weekoverzicht

Na de autoloze zondag
kwam gehevenhoofden maandag
het herhalingshuppelen
van jottem en allez.

En de zogezonde dinsdag,
alleman de ramen open,
zingend van de vitamines
en de jodium aan zee.

En de levendelen woensdag,
alleman de deuren open,
roepend over jicht en jachtig
en theïne in de thee.

En de donderdag en vrijdag
mocht naar eigen inzicht blijven,
werd gebotst, gemoord, gemopperd
en het stonk op zaterdag.

.

Misschien moet alles eerst op tekening hersteld

Alja Spaan

.

Dichter Alja Spaan ken ik al jaren. Ooit was ik haar vriendelijke lezer, ik droeg voor bij haar thuis bij Alkmaar Anders, in haar huiskamer atelier, ze droeg voor het eerst voor op een podium van Ongehoord! (dat wist ik toen niet) en later nog eens en we brachten samen een bundel uit ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ in 2010 met prachtige illustraties van schilder-tekenaar Pierre Struys. Later won ze niet alleen de tweede prijs van de Turingwedstrijd maar ook won ze de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd in 2015 en stond ik op haar podium van Reuring.

En dan is er nu haar nieuwe bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld worden’, mooi uitgegeven door uitgeverij Watervis. Feitelijk is dit haar debuut als solodichter (eerder gaf ze ook al een andere bundel met Nina Barhorst) zo staat voorin de bundel maar volgens mij is dat haar bundel ‘De hand de beweging laten maken’. Omdat ik haar als mens en dichter goed ken, omdat ik haar ‘geschiedenis’ redelijk goed ken ( het overlijden van haar moeder, haar verhuizing naar Sint Pancras en de geboorte van haar eerste kleinzoon Scott David aan wie deze bundel is opgedragen) is het lezen van deze bundel voor mij een echt feest. Soms een feest van herkenning, dan weer een feest van poëtische vervoering, ontroering en genieten.

Waar in onze gezamenlijke bundel Alja nog niet een echte vaste dichtvorm had, daar heeft ze in de afgelopen jaren een heel duidelijk herkenbare stijl ontwikkeld waar ze bekend mee is geworden en die breed gewaardeerd wordt. Alle gedichten in deze nieuwe bundel bestaan uit strofen van twee zinnen of drie zinnen (de meeste twee zinnen) waarin, in een bijna vloeiende stijl, alsof het één lange zin is, het gedicht zich ontvouwt.

Prachtige beelden, zinnen en situaties schotelt Alja ons voor, steeds met een grote warmte en gevoel voor haar onderwerpen, de mensen in haar poëzie en de situaties die ze beschrijft. Zoals over haar moeder in ‘Koek’:

 

Ik zie haar weer in de winter, onherstelbaar

en zo half, naar opzij gevallen, niet meer

schuilend, zo laag bij de grond.

.

Of over haat terugkeer naar de stad, het vertrek uit het dorp van haar jeugd in ‘De echo’:

.

Niets is nog van mij of alles is verdeeld onder de

achterblijvers. Er hoefde niet

.

gedobbeld te worden. Mijn kleding gebukt onder

vele lagen stof, doordrenkt van

.

stadsdamp en snelverkeer, honderd mensen op een

vierkante meter.

.

In vier hoofdstukken met titels als ‘Opnieuw is de stilte weer oorverdovend, Alle portretten zijn levend geworden, Kokette neigingen en Ze is nog altijd bereikbaar geeft Alja ons een intiem kijkje in haar wereld. Een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen. Dergelijke bundels laten je deel uitmaken van de kleine intieme wereld van Alja en nodigen je uit tot herlezen, keer op keer.

In het gedicht ‘Een andere prestatie’ komt haar huis in Alkmaar langs, de lange woonkamer met de hoge wanden waar je je bij binnenkomst meteen welkom en thuis voelde.

.

Een andere prestatie

.

Nu pas mis ik mijn witte, hoge wanden

voorgoed. In dit poppenhuis

.

waar rondom de bomen dunner worden,

de straat dichterbij terwijl

.

de hemel steeds verder lijkt, blijven de

korte muren vochtig, een

,

blauwzwarte tekening volgt als een ader

mijn melkwit lijf, achter

,

de kast waarin mijn schriften liggen, groeit

een grijze boom, dik

.

dit keer. De woorden liggen gelukkig nog

droog in hun bedding,

.

wat ze bedoelden lijkt in het vorige huis

achtergebleven te zijn, alsof

,

geschreven op die hoge witte muren die

in de storm blijven staan.

.

as

 

Trek me aan

Iris Brunia

.

Het is alweer een paar jaar geleden dat Iris Brunia bij Ongehoord! voordroeg in de Jacobustuin (2012). Het jaar erna zou haar debuutbundel ‘Laten we mijn lichaam delen’ uitkomen en in de tuin deed ze gedichten uit die latere bundel. De bundel was een succes, werd meteen genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Voor de publicatie van deze bundel publiceerde ze al in Hollands Maandblad, Tirade en de Poëziekrant en ontving ze van Hollands Maandblad de schrijversbeurs voor poëzie (2009/2010). Het is echter alweer een paar jaar stil rond Iris wat ik jammer vind. Ze werkt aan een nieuwe bundel dus het is te hopen dat deze binnenkort uitkomt. Tot die tijd doen we het met haar poëzie uit haar debuutbundel zoals het gedicht ‘Schrap’.

 

.

Schrap

.

Vanaf je vertrek

klinkt het gezoem van tl-buizen

snoeihard

heb ik geen hand meer over

met de vingers die ik in mij stop

 

Ik wil je weten, zeg je

hoe je los beweegt. Hoe je mijn naam instelt

als wachtwoord op je pc

maar mijn gedachten rafelen baldadig

sinds je weg –

 

klamp ik en passant iemand vast

die jij net zo goed bent

 

(kleed je uit)

 

Trek me aan

dan ben ik jou en jij niet meer

Je kunt niet tweeledig zijn

 

En garde

De pachters van ons bijzijn

 

Beweging bevriest –                  Kies

 

met teveel grond onder de voeten

en opgesjorde acrylsokken

staren we naar mij

tussen de klare lijnen

die wij misten

.

omslag-brunia-m-dvwpijl-grijs

Meer informatie over Iris op http://www.irisbrunia.nl/

Nieuw op Muze

 Sasja Janssen

.

Op de fijne poëzie app Muze las ik vorige week een prachtig gedicht van dichter Sasja Janssen met als titel ‘Ik laat achter een ijswit mannenhemd’. Sasja Janssen (1968) schrijft vanaf 2006 voornamelijk gedichten, gebundeld in het in 2007 verschenen debuut ‘Papaver’, in 2010 verschijnt ‘Wie wij schuilen’ dat genomineerd wordt voor de Jo Peters poëzieprijs.  In april 2014 is ‘Ik trek mijn species’ aan verschenen, dat genomineerd werd voor de VSB poëzieprijs 2015.

Uit deze laatste bundel is het onderstaand gedicht.

.

Ze laat een ijswit mannenhemd aan een spijker achter,
een trui die smerig grijs je navel dreigt, schoenen om een blote
wreef, de kalkmuur een aalmoes voor straks alleen

komt ze vertrek zeggen, liegt dag dag nirvana, waarom zich dan
een laatste keer laten dekken als een tafel zonder gast, een likkepot
op het katoen, haar vingers die er niet meer van pikken.

Ze spreidt naar het kleine, kleinere, aanminnige allerbinnenste
waar je ziet hoe verlaten je liefde is.

.

 

sasja_janssen-ik_trek_mijn_species_aan-klein

Kerkhof

Guillaume van der Graft

.

De dichter (en theoloog, schrijver) Willem Barnard (1920 – 2010) publiceerde onder zijn eigen naam maar ook onder het pseudoniem Guillaume van der Graft zijn poëzie. Er staan talrijke dichtbundels op zijn naam maar ook publicaties met teksten voortgekomen uit een liturgische praktijk van jaren. Hij geldt als een van de belangrijkste dichters zowel wat strofische psalmvertalingen betreft als nieuwe gezangen en vertalingen van anderstalige gezangen in het Liedboek voor de Kerken.

Willem Barnard ontving voor zijn werk onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs (1954) en de C.C.S. Crone-prijs (2010).

In 1961 verscheen onder zijn pseudoniem Guillaume van der Graft de bundel ‘Gedichten’. In deze bundel staat een keuze uit zijn ‘vrije poëzie’ zoals de achterkant vermeldt. Naast verschillende gedichten met titels die verwijzen naar de bijbel ook het gedicht ‘Kerkhof ‘.

.

Kerkhof

.

Woordenboek staat op de poort.

Ik zoek hem bij de B,

ik wijs met mijn nagel bij,

ik graaf onder het woord

.

naar zijn tastbare naam,

een letter of zeven, acht,

waaruit hij heeft bestaan

tot die bewuste nacht.

.

Wat maak ik tenslotte buit?

niets dan een mondvol stof.

De aarde spreekt hem niet uit

en ik mis het geloof

.

dat hem oprichten zou

als een teken des tijds

op gevaar af dat hij

toch naar de hemel wou

.

waar immers naar men zegt

zijn naam opgeschreven staat.

ik klap de schepping dicht,

gelaat op gelaat,

gedicht op gedicht.

Ik loop verder op straat.

.

kerkhof2

                                                                                          Foto: Tünde Kassa