Site-archief
Verliefd, weer
Jannah Loontjens
.
Jannah Loontjens (1974) werd geboren in Denemarken, woonde in Zweden en is schrijfster, dichter en filosofe. In 2012 promoveerde ze op het onderwerp ‘Popular Modernism’ aan de universiteit van Amsterdam in de Literatuurwetenschap. Voor de Groene Amsterdammer en Awater schreef ze over poëzie en filosofie. Met enige regelmaat schrijft ze opiniestukken voor o.a. Trouw en NRC Handelsblad. Sinds 2019 heeft ze een vaste rubriek in Filosofie Magazine.
In 2001 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Spectroscoop’ gevolgd door ‘Varianten van nu’ in 2002. In 2006 verscheen haar bundel ‘Het ongelooflijke krimpen’ waarvoor ze in 2008 de Eline van Haarenprijs kreeg. In 2009 verscheen ‘Be my guest. I prefer to keep the door closed. Untranslatables; A task for poetry’ en in 2013 gevolgd door haar voorlopig laatste dichtbundel ‘Dat ben jij toch’. In de jaren na 2013 legde ze zich helemaal toe op het schrijven van romans en essays met één uitzondering in 2016 toen ze de Melopee Poëzieprijs kreeg voor het gedicht ‘Mijn licht gekwelde melancholische blik’.
Uit haar bundel ‘Het ongelooflijke krimpen’ is het gedicht ‘Verliefd, weer’ genomen.
.
Verliefd, weer
.
Ik wil je dicht, dichter tegen me aan. Mijn buik die een gehunker
door romp en leden pompt. Beleef ik dit? In het echt met jou?
Of is het bovenal mijn hoop op het werkelijk bestaan
van verzonnen beelden. Niet eens altijd die van mijzelf.
.
Ja, ik denk aan je Ina, Michel, Anna, Radha, Noenka. Wie ben ik
en achter wie loop ik aan? Wie bedenk ik in mijn verlangende waan
en hoe verzin ik jou en mezelf. Ideaal samen. Zo volmaakt. Zo traag
en zo intens zoenend, zich eindeloos spiralend herhalend. Uniek
.
in die rommelende schakel van jaren en jaren en jaren.
Dit is wat ons allen met elkaar verbindt. Hierin zijn we één,
zijn we gelijk. Hoe ver ook van mij vandaan, Aramees of Zweeds,
Italiaan of Afrikaan, het smachten delen we. Allemaal. Triljarden
zijn me voorgegaan, onnoembare verliefden komen er nog aan.
.
Laatste oordeel
Rob Schouten
.
Dat Kerstmis niet voor iedereen altijd een fijne tijd is mag algemeen bekend zijn; ouderen die eenzaam zijn, daklozen, mensen die in armoede leven of op een globaler niveau mensen die in oorlogsgebieden wonen, op plekken waar genocide plaats vindt of waar natuur- en andere rampen plaats vinden. Kerstmis mag dan het feest van vrede op aarde zijn, helaas kan maar zo’n klein deel van de wereldbevolking dit ook echt dagelijks ervaren.
Ik sta ambivalent tegenover Kerstmis. Aan de ene kant zijn het gezellige dagen met familie en vrienden en aan de andere kant is het toch ook een vorm van opgelegde vrolijkheid en vrede op aarde (een belofte die nooit ingelost wordt). Dichter Rob Schouten (1954) heeft ook zo zijn eigen kijk op religieuze concepten. In de bundel ‘Dichters van het laatste oordeel’ uitgegeven door museum De Lakenhal in 2010 is het gedicht ‘Laatste oordeel’ opgenomen waarin Schouten redelijk duidelijk laat weten hoe hij erover denkt. Het gedicht is ook opgenomen in zijn bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012. Niet meteen over Kerstmis in dit geval maar wel met een verwijzing naar in de op een na laatste strofe.
.
Laatste oordeel
.
Moet dat nou echt? Is sterven niet genoeg.
In bed, op straat of in de strijd,
terwijl het regent of tijdens een hoog?
Maar nee, moeten we weer onder de mensen,
met weer dat licht, weer dat verkeer, links, rechts,
en alles afgerekend: geboeleerd
min stipt gestopt met zuipen plus de heiland,
vermomd als werkgever, vervloekt,
gedeeld door voorbestemming.
‘Maar Heer, ik was onder behandeling!’
‘Ik had aan het toneel gewild!’
.
Trouwens wat biedt het Nieuwe Jeruzalem?
Kan ik van huiselijk geluk op aan?
Die engel ruilen voor een centerfold?
Beloofd dat er niet weer zo’n boom…?
.
Lugubere vertoning, deze show,
gadegeslagen door het ramptoerisme.
Wat ik wil, niks, zit er niet bij.
.
Verwey en Baudelaire
Dichter over dichter
.
Dichter Albert Verwey (1865-1937) schreef vaker over collega dichters. Zoals bijvoorbeeld over Frederik van Eeden (1860 – 1932). In de bundel ‘De Nederlandstalige poëzie in pocketformaat’ uit 2012 lees ik nog een gedicht van Verwey over een collega dichter. Dit keer over de Franse dichter Charles Baudelaire (1821-1867), niet meteen een tijdgenoot maar wel een groot en belangrijk dichter. Het gedicht werd overgenomen uit de bundel ‘Dichtspel, oorspronkelijke en vertaalde gedichten’ uit 1983.
.
Baudelaire
.
Baudelaire is een Satan in vlammen geklonken
Waar beurtelings van haat en van zaligheid vol
Hij smeedt en verfijnt in de gloed van de vonken
De klaarheid van ginds en de nacht van zijn hol.
.
Zijn bloed en zijn brein als gesmolten metalen
Verwerkte hij rein tot hem ’t lichaam ontviel:
’t Was as wat er bleef, maar bevrijd zag men stralen
Ontzondigde aartsengel, klapwiekend, de Ziel.
.
Helle van Aardeberg
Gedicht bij presentatie
Helle won in 2011 de Poëziewedstrijd van het Bureau voor Ontwapeningszaken van de Verenigde Naties (UNODA) en ze werd door de Japanse Minister van Buitenlandse Zaken in Den Haag in 2012 onderscheiden met een certificaat voor deze wedstrijd (ik was een van de gelukkigen die Helle destijds had meegevraagd). Ook is zij Erelid voor het Leven van The Literarian Society (sinds 2014) in Richmond, Virginia (Verenigde Staten).
.2011, 2012
Zwembad Den Dolder
Menno Wigman
.
Zoals vrijwel elke vrijdag sta ik ook vandaag weer voor mijn boekenkast (een van de vier) en dit keer op een krukje, ik sluit mijn ogen en ga met mijn vingers langs de ruggen van de dichtbundels. Ik stop, pak een bundel en dit blijkt ‘Mijn naam is legioen‘ uit 2012 van Menno Wigman (1966-2018) te zijn. Opnieuw sluit ik mijn ogen en open ik de bundel op een willekeurige pagina (45 in dit geval) en daar staat het gedicht ‘Zwembad Den Dolder’.
.
Zwembad Den Dolder
.
Er zijn gevoelens die fascistisch zijn.
De vader die niet weet waarom hij slaat,
de zoon die half verblind in foto’s krast.
.
De mooiste idioot die ik ooit zag
lag op zijn rug een heel heelal te zijn.
Geen vader kreeg ooit greep op deze pees
.
die als een kosmonaut het bad door dreef,
geen moeder stookten in zijn vissenkom.
En wit en scheef en wijs zwom hij. Hij zwom.
.
Focus
Bernard Wesseling
.
Nadat ik de bundel ‘Focus’ kocht van schrijver, dichter, slammer en vertaler Bernard Wesseling (1978) ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over deze dichter. Mijn eerste bevinding was dat ‘Focus’ uit 2006 de C. Buddingh’ prijs (prijs voor het beste poëziedebuut) won in 2007. Daarna volgden de bundels: ‘Naar de daken’ (2012) die genomineerd werd voor de J.C. Bloem-prijs en’& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal’ uit 2016. Zijn laatste dichtbundel ‘Ontkrachtingen en affirmaties’ verscheen in 2024. Naast zijn dichtwerk schreef Wesseling een aantal romans.
Zijn poëzie is vertaald in het Frans, Grieks en Spaans. Hij vertaalt poëzie en proza (vaak samen met punkrocker Jan de Nijs) vanuit het Engels. In de bundel ‘Focus’ klinkt een koortsige stem die vat probeert te krijgen op de chaos in de wereld. Want wat de een verdraagt is de ander te veel. Dat blijkt uit de bijzondere mix van onderwerpen en thema’s in de bundel, zijn vocabulaire, is zeer hedendaags en in de greep van een alomtegenwoordige beeldcultuur. In een recensie wordt dit debuut benoemd als een koortsig, bezwerend poëziedebuut van een groot talent.
Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent’.
.
Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent
.
Wie in een vulkaangod gelooft denkt twee keer na
voordat hij de grond onder kwat want hij weet
lava kruipt waar het niet kan komen
.
Het is deze steeg, deze engte heeft iets weg van een trechter
mijn blaas steegvormig
.
Een agent die voor agent speelt laat me afknijpen
wat ik ervan geleerd heb
incasseren
.
Ik bel mijn enige zus en spreek het uit:
je bent een prachtmens
en ik meen het ik meen altijd alles dus
waarom dit niet
.
Tegen de hond die ik niet heb: kop dicht mormel!
voordat hij begint te blaffen want die stuurloze herder is echt
.
Mijn laatste Lucky
wat een junk met succes moet weet ik ook niet
.
De moeder van Tom moet dood
Rinske Kegel
.
Soms lees je de titel van een gedicht die je twee keer moet lezen voor je goed begrijpt wat er staat. In andere gevallen is een titel zo wonderlijk of nieuwsgierig makend dat je het gedicht wel moet lezen om te weten waar zo’n titel vandaan komt. Zo’n titel las ik in de bundel ‘Naaktlopen met je hersenen, de 100 beste gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012’.
De titel van het gedicht luidt ‘De moeder van Tom moet dood’ en is van dichter Rinske Kegel (1973). Nu ken en volg ik Rinske al vele jaren en ik ken haar als een vriendelijke dichter. Mijn eerste kennismaking met Rinske Kegel was in 2014 toen ze (onder andere met Daniël Vis, Willy Spillebeen, Miguel Santos en Hervé Deleu) op het podium stond van Poëziestichting Ongehoord!
In 2020 schreef ik over poëzie ansichtkaarten en daar dook haar naam opnieuw op, stond ik dat jaar samen met haar en nog een aantal dichters op het buitenpodium van De Groene Fee in Breda, verscheen haar poëzie in MUGzine nummer 10 in 2021 en droeg ze met een Luule bij aan de special van MUGzine in 2025.
Maar nu dus een ouder gedicht van haar hand in de bundel van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012. Een gedicht met een bijzondere titel die nieuwsgierig maakt naar de inhoud van het gedicht. En dan blijkt het gedicht te leveren, zoals van Rinske Kegel verwacht mag worden.
.
De moeder van Tom moet dood
.
Voor de eerste keer stak ik alleen de grote weg over
die ons dorp in oud en nieuw verdeelde
om bij mijn vriendje te gaan spelen
ik zong zijn naam achter mijn melkgebit
.
toen ik aan de brievenbus klepperde
deed de moeder de deur op een kier
haar wenkbrauw hing laag
ze fluisterde Tom moet slapen
.
toen ik thuis was zei mijn eigen moeder
met haar te kleine armen dat ik gegroeid was
.


















