Site-archief

Vluchtstofgoud, een recensie

Dien L. de Boer

.

Na haar poëziedebuut in 2014 ‘niet het moment maar het nagonzen’ verscheen in 2022 de nieuwe bundel van Dien L. de Boer (1957) bij uitgeverij Palmslag getiteld ‘Vluchtstofgoud’. Toen Dien L. de Boer vanuit Amsterdam verhuisde naar Friesland, werd bij haar het idee geboren om een poëziepodium te creëren. Dat werd Dichter op de Deel in Exmorra. Vanaf 2008 hebben dichters uit vele windstreken hun stem laten horen, zowel gevestigde als aanstormende talenten. Dien L. de Boer programmeert, organiseert, en presenteert dit podium.
Haar nieuwe bundel bestaat uit 5 hoofdstukken die haar leven volgen vanuit haar jeugdjaren, plekken waar ze gewoond heeft, naar Amsterdam, familie en vervolgens Friesland waar ze zich heeft gevestigd en is geworteld. Een reis van het platteland naar de grote stad en weer terug naar het platteland.

De poëzie van de Boer is verfijnd, persoonlijk en biedt ons een kijkje in haar innerlijke wereld. Van haar jeugd waarin de traditionele rollen in het gezin waar ze opgroeide vastgeroest zaten, het niet gezien worden ‘ver achter de komma haast verwaarloosbaar’, maar ook de man/vrouw verhoudingen ‘iedere stap die wij meisjes zetten / voor een beeldscherm kan leiden / tot een sneer’ en opnieuw een moeder die haar niet ziet ‘op de schaal / van haar stem praat mijn moeder / met meer gewicht over de jongens’.

En wanneer ook haar broers zich gaan verzetten tegen de ‘getrimde slapen van mijn vader’ met hun sliertharen, volgt het gedicht ‘ondertussen’ dat een volgend hoofdstuk inleid. In dit gedicht neemt ze afscheid van haar kinderjaren en de plek waar ze opgroeit.

.

ondertussen

.

van het kleine perron tussen de akkers

werd ik opgepikt door een rode dieselboemel

die mij naar een intercity bracht

.

huizen bekeek ik van hun rommelige

achterkant, randwijken strekten hun bakstenen

tenen uit naar bedrijfsterreinen – ik doezelde

.

op de aandrijving, hoorde ondertussen

de noordelijke tongval veranderen in hollands

zag slootjes snakken naar adem, reed tussen

.

de passagiers met ieder een andere bestemming

als vanzelf de geur binnen van een stedelijke

stationshandel, stapte uit naar het onbekende

.

Hoeveel jongeren die gaan studeren in de grote steden of werk gaan zoeken daar hebben deze reis wel niet gemaakt. In dit gedicht is een ervaring beschreven die voor heel veel mensen herkenbaar is denk ik. In het hoofdstuk ‘volgende huizen’ reist de dichter naar Berlijn waar ze zichzelf vindt in een totaal andere omgeving, ‘ik ontdekte, leefde ’s nachts / voor het eerst te midden van miljoenen / de huurkazerne omsloot meisjesogen / misschien konden in mij onbekenden / hier bloeien’. Maar ook daar is een omslagpunt. In het gedicht ‘zwart is tijdloos’ wordt dat heel indringend beschreven.

Uiteindelijk belandt de dichter in de hoofdstad. In het gelijknamige hoofdstuk beschrijft de Boer de opwinding van het wonen in die grote stad maar komen ook de twijfels, de irritaties, het ergeren aan ‘feesten op andere etages, het telefoongepraat / in de achtertuin’ en ‘het bonkend / de trap op stormen van buren naast mijn bed / de machines van doe-het-zelforkesten’.

Na het hoofstuk ‘hoofdstad’ volgt ‘nachtelijk netwerk’ waarin persoonlijke relaties aan bod komen en waarin de vereniging met de familie aan bod komt, de moeder van negentig, het kranteneiland van haar vader en de dichter die een persoonlijke veerdienst onderhoud met ‘hen in wie ik uiteenval / in een kleine of grote betekenis’.

Tot slot is er de terugkeer naar de plaats waar ze afscheid van had genomen in het hoofdstuk ‘friesland’. In het gedicht ‘vleugelvlug’ beschrijft ze aan de hand van de vlucht die zwakuwen maken haar eigen reis: ‘het is een tocht geweest van duizenden kilometers / waarna de vleugelvlugge zwaluwen hier aankomen’ en ook ‘wij zijn teruggevonden’ in de laatste strofe.

Maar ook terug in Friesland blijft de dichter kritisch, nu niet op haar afkomst, haar jeugd en familie maar op hoe er omgegaan wordt met het land en de natuur, in het gedicht ‘friesland’ heel mooi beschreven in de eerste strofe: waar de wind altijd werkt / en de voorraad vogels zowat / is teruggebracht tot meeuwen / zwalkend boven de mestdrap / van geïnjecteerde landerijen’.

‘Vluchtstofgoud’ heb ik met veel plezier gelezen, de reis die de dichter maakt en waarin ze je meeneemt in haar gedichten verrast en boeit, je voelt in de gedichten de strijd die de dichter voert, de opluchting, de frustratie, de blijdschap en de vooruitgang die ze in haar ontwikkeling boekt. ‘Vluchtstofgoud’ is een prachtig ego document dat door veel mensen herkenbaar zal zijn. Haar taal is uitnodigend, het ontbreken van hoofdletters of punten heeft me geen enkel moment in de weg gezeten. Deze bundel heeft me nieuwsgierig gemaakt naar haar debuut uit 2014.

.

Vegter en Kouwenaar

Dichter over dichter

.

Dichter Anne Vegter (1958) was van 2013 tot 2017 dichter des vaderlands. Ze was de eerste vrouw die dit ambt bekleedde. Bij de dood van Gerrit Kouwenaar (1923-2014) schreef ze het gedicht ‘Voor Gerrit Kouwenaar’. In het kader van dichters over dichters daarom vandaag dit gedicht.

.

Voor Gerrit Kouwenaar

.

We hebben Kouwenaar gekregen om de tijd te verzetten
van ademend stof, zeldzaam zo helder, naar minder dan dood.

.

We hebben Kouwenaar gekregen om de lamp te verhangen,
om een woord te verzinnen voor het slapende vuur in de pan.

.

We hebben Kouwenaar gekregen om een voet te verzetten,
het lot van een boom, de avond vergeven, nog één sigaret.

.

We hebben Kouwenaar gekregen om de stilte te meten,
het landschap te spellen, geblaf van een mondige hond.

.

Om de dood van de ondode dichter te eren

.

hebben we Kouwenaar gekregen om de datum te verzetten
en op vrijdag te vertikken dat hij donderdag mocht gaan.

.

Fietspoëzie

Anne Baaths

.

Op het Groene Fee podium in Breda kwam ik vorige zomer dichter en schrijfster Anne Baaths tegen. Anne schrijft al sinds 2015 jaarlijks (met uitzondering van 2016 en 2017) readymade gedichten in bundels met de titel ‘Gevonden!’, gebaseerd op de live verslaggeving van Renaat Schotte, José De Cauwer, Karl Vannieuwkerke en vele andere sportverslaggevers uit Vlaanderen. Omdat ik benieuwd was naar wielerpoëzie kwam ik op haar website en al snel vond ik meer websites waar wielerenthousiastelingen hun liefde voor het wielrennen in verzen en gedichten omzetten en plaatsen.

Zo is er de website Wielerpoëzie van Bauke Vermaas en Veronique Rap, waar ze beide gedichten over fietsen en wielrennen plaatsen. In Vlaanderen is er dan ook nog de website van Sam Fietspiratie waar hij schrijft over wielrennen en fietsen en waar hij ook gedichten plaatst. Tot slot is er de website Wielergedichten waar geregeld een nieuw gedicht wordt geplaatst over fietsen en wielrennen. Hier wordt ook ‘de geschiedenis van de wielerpoëzie’ vastgelegd (met een overzicht van en links naar): alle bundels met wielergedichten; interviews met ‘wielerdichters’; artikels over wielerpoëzie; wielergedichten in de openbare ruimte, op podcasts, YouTube, radio en TV.

In 2014 verscheen er zelfs een verzamelbundel over wielrennen getiteld ‘De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse en Nederlandse literatuur’ bij elkaar gebracht door Patrick Cornillie.

Voor de ware liefhebber van fietsen en wielrennen én poëzie is er dus een ruime keuze aan fietspoëzie. Omdat ik de combinatie van wielerpoëzie en ready mades bijzonder aantrekkelijk vind (de commentaren bij wielrennen zijn al bijzonder, laat staan in Vlaanderen) heb ik gekozen voor een gedicht van Anne Baaths getiteld ‘Adelaar’ dat ook te lezen zal zijn in haar bundel ‘Gevonden!’ 2022 die binnenkort te koop zal zijn. Op Instagram kun je Anne volgen onder anne_baaths .

.

Adelaar

Op deze hoogdag

der eentonigheid zit het

venijn in de staart,

als marktkramers en

voorspelbaarheid verdwijnen

op de Muur van Huy,

l’éminence grise

halfweg ’t voorwiel van het jong

geweld blijft plakken.

Hij, die tergend traag,

keizerlijk de armen spreidt

als een adelaar

heersend over de

grillige rotsformaties

en kort daarna met

zijn grote ogen

als van een onschuldig kind

de pers te lijf gaat.

.
.

2e prijs gedichtenwedstrijd poëziestichting Ongehoord!

Hein van der Schoot

.

De 2e prijs in de 8ste gedichtenwedstrijd van poëzie stichting Ongehoord! met als thema ‘Twist’ is voor Hein van der Schoot met het gedicht ‘Vlieger’ . Hein was in 2014 3e prijswinnaar van deze wedstrijd en in 2016 winnaar. De jury schreef over zijn gedicht ‘Vlieger’:

.

Deze dichter neemt ons mee op een vlucht door de levensloop, van een jongen die opgroeit
en zijn jongensdromen ziet veranderen in liefdesbrieven, managementrapporten en
uiteindelijk bedankbriefjes voor de kleinkinderen. Het gedicht zet klassieke en moderne
woorden tegen elkaar af, het enjambement (de afbreking van een regel) wordt effectief
ingezet, bijvoorbeeld bij de losstaande regel ‘daar staat hij’: de lezer kijkt mee, trots, en ziet
hoe de vlieger aan de hemel staat. Ook het gebruik van klank- en beginrijm (vieren-vlieger-
wiegt en juichkreten-jongensdromen) maakt dat de regels vloeien.
Het gedicht is áf, het verhaal is rond zonder voorspelbaar te worden. Knap om in de
tijdsduur van zo’n kort gedicht de tijdspanne van een heel leven weer te geven.
De tweede prijs gaat naar
Vlieger van Hein van der Schoot

.

Vlieger

.

we hakkelen doorheen de korenschoven 

we vieren het touw de vlieger wiegt 

buigt voorover neigt ter kimme 

wil zich te rusten leggen tot we plots 

onverdroten met de kop in de wind 

stormen 

naar het einde van het stoppelveld 

de touwenklos bovenhoofds geheven 

als zegepraal  

.

daar staat hij 

.

we sturen, als juichkreten van jongensdromen 

briefjes naar de zon in onbeholpen hanenpoten  

als hiërogliefen die zullen uitgroeien tot 

liefdesbrieven aan meisjesborsten 

managementrapporten voor onze bazen 

bedankbriefjes voor de kleinkinderen

.

Donderdag

Sylvie Marie

.

In 2018 verscheen van de Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984) de bundel ‘Houdingen’ bij uitgeverij Vrijdag in Antwerpen. Ik las de bundel waarin Sylvie Marie schrijft over verlies en een nieuw begin en over alle houdingen ertussen zoals op de achterflap te lezen is. ‘houdingen’ is na ‘Zonder’ (2009), ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ (2011), ‘Speler X’ (2013) en ‘Altijd een raam’ (2014) haar vijfde bundel. In 2021 verscheen haar zesde  bundel ‘Alles valt’. Wat ik erg leuk vond om te lezen is dat Harminke Medendorp, die ik via via ken, naast de redactie van de boeken van bijvoorbeeld Kluun en Paulien Cornelisse ook deze geweldige dichter bij heeft gestaan als redacteur.

‘Houdingen bestaat uit 3 hoofdstukken te weten toestanden (drie gedichten), houdingen en uitkomsten (één gedicht). In het meest omvangrijke hoofdstuk, waar de bundel ook zijn titel aan ontleent, staat een vijfluik met de werkdagen van de week als titel. Ik heb gekozen voor de donderdag om zijn raadselachtige schoonheid.

.

donderdag

.

toen we, voor we het goed en wel beseften,

waren ingesneeuwd, plofte je

neer en vroeg of ik het aankon:

slechts elkaar hebben.

.

ik zag de hond onrustig om haar as draaien,

zei: laat ons al onze kleren uittrekken

om het echt zeker te weten.

.

uren hebben we daar op de bank gezeten

.

maar naakt zijn we nooit geweest.

we vreesden te zeer

de nabije redding.

.

Piraten

Gwy Mandelinck

.

De Belgische Gwy Mandelinck (1937) is stichter van de Poëziezomers in Watou, België, die hij van 1980 tot 2008 als artistiek directeur leidde. Hij is echter ook schrijver en dichter en hij schreef meerdere dichtbundels. Zijn werk werd meerdere malen bekroond in België. In de bundel ‘Lotgenoten’ uit 2014 staat het gedicht ‘Piraten’ en bij het woord piraten moet ik altijd aan vakantie denken, ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Daarom in het kader ven vakantiepoëzie dit gedicht.

.

Piraten

.

Omsingeld hun boten.

Gerold uit zeilen, uit touwen

.

wit van zout; voor

geen ringen zijn ze vrij te kopen.

.

Wrakhout versplinterd

vleugelt adem door

.

de neus; voor geen helft

geheimen prijsgegeven.

.

Postindustrieel wonen (Oostblok)

Geert Buelens

.

De Vlaamse dichter Geert Buelens (1971) is tevens essayist, columnist en als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde verbonden aan de Universiteit Utrecht en als gasthoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Stellenbosch in Zuid-Afrika. Zijn onderzoek richt zich vooral over de omgang van schrijvers en andere kunstenaars met momenten van crisis.

In 2002 debuteerde Buelens met de bundel ‘Het is’ waarvoor hij in 2003 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs kreeg. In 2005 verscheen ‘Verzeker u’ en in 2014 ‘Thuis’.

In 2020 verscheen zijn dichtbundel ‘Ofwa’. De gedichten van Buelens gaan over de problemen waar de mensheid vandaag de dag mee te kampen heeft, specifiek op sociale media en in de vorm van de klimaatcrisis. Of zoals de uitgever het op de bundel beschrijft: “De samenleving staat onder hoogspanning. De planeet is vergiftigd. De dichter probeert homeopathie door verongelijkt, woedend, al te zeker van zichzelf de tegenstellingen op scherp te zetten. Hoe de achterkleinkinderen van de Verlichting zachtjes indutten.”

Buelens schreef voor ‘De Morgen’ en was jarenlang redacteur van het literaire tijdschrift ‘Yang’, waarin hij gedichten en essays publiceerde. Dit was ook het geval voor onder meer ‘Bzzlletin’ en ‘Het liegend konijn’. Sinds 2012 is hij lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en sinds 2013 van de Academia Europaea.

Uit zijn bundel ‘Thuis’ komt het gedicht ‘Postindustrieel wonen (Oostblok)’.

.

Postindustrieel wonen (Oostblok)

.

Alles wat van het vijfjarenplan kwam
ligt hier verloren

.

Stilgevallen wat hydraulisch
werd aangedreven
wat mechanisch

.

Het valt niet mee
de overgang te verlichten
het staal te plooien als weleer

.

Zou dat kunnen
beton afgrazen
de koepel opengooien en
de was drogen in het neon?

.

Op de rug van een stier

Hanneke van Eijken

.

Dat je poëzie op vreemde plekken kan aantreffen blijkt wel uit de vele (meer dan 100) voorbeelden die je kan vinden in de categorie ‘Gedichten op vreemde plekken’ op dit blog. En meestal zijn de plekken dan overal behalve in boeken. Daar staan gedichten normaal gesproken al tenslotte. En toch kun je ook gedichten in boeken aantreffen waarvan je het van te voren nooit verwacht zou hebben. Toen ik was aan het rondsurfen was op het net op zoek naar iets volledig anders, kwam ik in ‘FIDE, The XXIX congress in The Hague 2021’ een gedicht van Hanneke van Eijken tegen getiteld ‘Op de rug van een stier’.

Hanneke van Eijken (1981) is dichter en jurist. Ze publiceerde in literaire tijdschriften (o.a. Tirade, Het Liegend Konijn, Deus ex Machina, De Poëziekrant). In 2012 stond Hanneke op een podium van de poëziestichting Ongehoord! in Rotterdam dat ik mocht presenteren. Toen al was ik onder de indruk van haar dichtkunst. In 2014 debuteerde ze met de bundel ‘Papieren veulens’ gevolgd in 2018 door ‘Kozijnen van krijt’.

Maar terug naar het congresboek van FIDE (International Federation of European Law). Hanneke van Eijken is naast dichter namelijk ook universitair docent en onderzoeker bij de leerstoel Europees recht. In 2014 promoveerde ze op haar proefschrift “EU citizenship and the constitutionalisation of the European Union”, waarin ze de rol van het Europees burgerschap in het proces van constitutionalisering van de Europese Unie analyseert. In haar positie als postdoc onderzoeker blijft Hanneke onderzoek doen op het terrein van Europees burgerschap, in het multidisciplinaire onderzoeksproject bEUcitizen. Het is dus niet heel verwonderlijk dat dit gedicht een plekje kreeg bij de inleiding van dit congresboek.

Liliane Waanders schreef over dit gedicht op Hanta: Uit haar woorden maak ik op dat ik het gedicht vrij letterlijk moet nemen. Dat Hanneke van Eijken het erg vindt dat er zo slordig met Europa omgesprongen wordt dat zelfs de voordelen over het hoofd gezien worden. Oordeel zelf.

.

Op de rug van een stier

.

Iemand zei dat Europa niets meer is

dan een grillige vlek op een wereldkaart

zonder te beseffen

dat goden van alle tijden zijn

.

dat Europa vele vormen kent

ze is een eiland in de Indische oceaan

een maan bij Jupiter

zevenentwintig landen die als koorddansers

in evenwicht proberen te blijven

.

er leven godenkinderen die vergeten zijn

wie hun vader is

.

Europa is een vrouw

met een kast vol jurken

ze houdt er niet van een vlek genoemd te worden

.

over de wraak van goden en vrouwen met jurken

kun je beter niet lichtzinnig doen

.

 

 

Hipstersonnet

Andy Fierens

.

De Vlaamse dichter Andy Fierens (1976)  is een van de vaakst optredende dichters van de Lage Landen (volgens zijn uitgeverij De Bezige Bij). In ieder geval is hij de dichter met de meest fantastische en bijzondere titels van dichtbundels. Zo is daar zijn debuutbundel ‘Grote Smerige Vlinder’ (2009) die werd bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Verder publiceerde hij de dichtbundel ‘Wonderbra’s & Pepperspray’ (2014) en de roman ‘Astronaut van Oranje’ (2013). Fierens is tevens frontman van de literaire punkband Andy & The Androids en een van de drijvende krachten achter het koor De Bronstige Bazooka’s, waarvoor hij ook de libretto’s schrijft.

In april van dit jaar kwam zijn laatste bundel uit met de bijzondere titel ‘De trompetten van Toetanchamon’ en lezend in deze bundel stuitte ik op het gedicht ‘Hipstersonnet’.  Ja en dan heb je mijn aandacht. De taal van vandaag, van de hipster, de leegte, en de bijbehorende symbolen, heerlijk sonnet. Daarom hier dit gedicht.

.

Hipstersonnet

.

Je wilde shinen maar je bent een fail.

Je epigonensquad heeft weinig tact.

De appnek-smombies twitteren zich scheel.

Je moeders taal wordt op de kop gekakt.

.

Je hebt het raden naar betekenis

van leven, dood en wat daartussen zit.

Al netflix je tot aan sint-juttemmis,

door al die mindfucks zit je in de shit.

.

Je vindt geen friedelvrouw, laat staan een lief.

Miasmes chillen awesome in je bek.

Het werd niet beter na je gastric sleeve

en je pruillip lijkt net een afdruiprek.

.

’t Is duidelijk dat jij geen Shakespeare bent.

Lang leve recyclage, wegwerpvent!

.

Sluiting

Leo Vroman

.

Op een dag dat er een crematie is van van de vader van een heel goede vriendin vind ik het gepast om een gedicht te plaatsen over de overgang van leven naar dood. Elke dag sterven er mensen, deze week nog Remco Campert, één van de grootste dichters die ons land heeft gekend. Bij het sterven, bij de dood zijn vele prachtige gedichten geschreven, ik heb er op dit blog menigmaal aandacht aan besteed.

Vandaag dus opnieuw en wel in de vorm van het gedicht ‘Sluiting’ van dichter Leo Vroman (1915-2014) dat komt uit een van de laatste dichtbundels die hij publiceerde op 94 jarige leeftijd in 2011 met als titel ‘Daar’. In dit gedicht beziet hij zijn naderende dood op een rustige manier waarin hij zijn sterfelijkheid niet alleen accepteert maar ook met enige humor bekijkt.

.

Sluiting

.

Als ik morgen niet opsta

moet je niet schrikken:

per slot, elke opera

en alle toneelstukken

hebben hun ogenblikken,

het vallen van gordijnen

of andere ongelukken.

Dit is dan het mijne.

.

Sluit dus mijn gezicht,

doe die mond en twee ogen

maar netjes dicht

en ik ben voltooid.

.

Laat zo maar gaan,

en die oren mogen

nog openstaan,

want je weet nooit.

.