Site-archief
Promesse de bonheur
Menno Wigman
.
Van Menno Wigman (1966 – 2018) is pas geleden de verzamelbundel ‘Verzamelde gedichten’ verschenen bij uitgeverij Prometheus. Een bundel met al zijn werk. Ik heb de bundel (nog) niet maar ik weet wel wat ik persoonlijk één van de mooiste gedichten van Menno Wigman vind, namelijk het gedicht ‘Promesse de bonheur’ (Belofte van geluk) uit de bundel ‘Mijn naam is legioen’ uit 2013. Een liefdesgedicht waarin alle talenten en vaardigheden die Wigman bezat naar voren komen.
.
Promesse de bonheur
.
Ik lig in haar bed en zij die net de douche uit stapt.
Zoals zij loopt, zoals zij naakt het huis door loopt,
zo zullen vanaf nu de dagen lopen.
.
Ze neuriet en ik zit verhevigd in haar bed.
Oneindig wakker is ze, warm en trots en zacht
en mooi, zo mooi, ik krijg het niet gezegd.
.
Het is een liefde die. Het is een wonder dat.
En alles wat ik van een lichaam heb verlangd
staat voor mijn ogen naakt te zijn,
.
naakt en van mij. De kamer hijgt nog, geil en stroef.
Haar mond, gemaakt voor lippen en genot, haar mond,
haar stoere, hoogverheven mond staat goed.
.
Slaapliedje
Gert Vlok Nel
.
Al eerder schreef ik over de Zuid Afrikaanse dichter/troubadour Gert Vlok Nel (1963). Naast twee muziekalbums schreef Gert Vlok Nel één dichtbundel. De bundel ‘Om te lewe is onnatuurlik – Eenvoudige spoorwegstories’ bevat een aantal persoonlijke gedichten, waarvoor hij de Ingrid Jonkerprijs kreeg. Maar ondanks die ene bundel vond Gerrit Komrij zijn poëzie belangrijk genoeg en hij nam dan ook niet minder dan 8 van Vlok Nel’s gedichten op in zijn gedichtenbundel ‘De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten’.
Gert Vlok Nel is een bijzonder mens, verlegen en bescheiden. De Zuid Afrikaanse liedjeszanger Riku Lätti schreef over hem: “Weinig mensen weten dat die liedjes, waarvan er veel door mainstream artiesten bekend zijn geworden, zijn geschreven door de mediaschuwe Gert Vlok Nel. Gert Vlok Nel is bij een select publiek in betrekkelijk korte tijd uitgegroeid tot een cultfiguur. Er hangt een geheimzinnig aura rondom deze zanger, wat er toe leidt dat zijn zeer weinige optredens gewoonlijk stampvol zitten met fanatieke fans die elk woord kunnen meezingen. Als er een prijs was voor vreemdste en ongenaakbaarste artiest van Zuid Afrika dan zou Gert Vlok Nel beslist als eerste in aanmerking komen. Zijn bijzondere en unieke schrijfstijl raakt je diep van binnen en bezorgt je telkens weer kippenvel. Kortom, je moet hem gaan zien als je de kans krijgt.”
De laatste keer dat Gert Vlok Nel Nederland aandeed was in 2018. Van zijn album ‘Beaufort-Wes se beautiful woorde’ het lied/gedicht ‘Hillside lullaby’ en in vertaling van Robert Dorsman ‘Hillside slaapliedje’.
.
Hillside lullaby
.
Ek bly hier in die dorp waar die treine fluit
& die sjanters nag na nag die treine op
Spore skuif
& ek is heel allright
Onthou die dag toe jy by my sou bly…
Hoe het ons storie toe verder verloop?
Treine wat sjant, treine wat bly
Treine wat altyd hier in kringe ry
.
Droom van my & laat my vry vannag
.
Vanoggend vroeg was daar ’n harde slag
Onder by die kant van die railwaybrug
Maar als was heel allright
Dit is net dat ek so na jou verlang
& in die meantime maak alles my bang
Al my woorde lê leeg in my hand
Want my hart slaap by jou waar die treine
Sjant
.
Droom van my & laat my vry vannag
.
Hillside slaapliedje
.
Ik woon hier in het dorp waar de treinen fluiten
& de rangeerders nacht na nacht treinen op
Sporen zetten
& met mij gaat het heel goed
Weet je nog de dag dat je bij mij zou blijven…
Hoe is ons verhaal toen verder verlopen?
Rangerende treinen. treinen die blijven
Treinen die hier altijd in kringetjes rond blijven rijden
.
Droom van mij en laat me vrij vannacht
.
Vanochtend vroeg was er een harde klap
Daar onder aan de kant van de spoorbrug
Maar er was helemaal niks aan de hand
Het is alleen dat ik zo naar je verlang
& ondertussen maakt alles me bang
Al mijn woorden liggen leeg in mijn hand
Want mijn hart slaapt bij jou waar de treinen
Rangeren
.
Droom van mij en laat me vrij vannacht
.
Poëzie in het leslokaal
Symposium
.
Vijfentwintig jaar geleden werkte in in Wateringen en één keer per jaar werd daar in samenwerking met alle basisscholen de Voorlees- en Declamatiewedstrijd gehouden. Kinderen uit de hoogste vier klassen van het basisonderwijs kwamen op een middag bij elkaar en lazen voor een jury voor óf declameerde een gedicht uit het hoofd. En hoewel de keuze van gedichten vaak wat voorspelbaar was (‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Schmidt) werd ik destijds toch regelmatig verrast door leerlingen die lange en mooie gedichten uit hun hoofd konden voordragen. Daarna ben ik nooit meer een dergelijk initiatief tegen gekomen en zeker niet in die omvang.
Ik moest daar aan denken toen ik van Kila van der Starre (o.a. van https://straatpoezie.nl ) op een symposium over poëzievoordracht in de klas werd gewezen met als thema ‘Uitgesproken poëzie’ op 5 november in Utrecht. Na een geslaagd eerste symposium over poëzie in de klas in 2018 met als thema ‘Als je goed om je heen kijkt..’ nu dus een vervolg.
Werd in 2018 onderzocht op welke manieren poëzie tot ons komt buiten het boek (op gebouwen, muren, via televisie en radio, op poëziepodia en via social media) en ingezet zou kunnen worden in het voortgezet onderwijs, in november heeft het symposium de voordracht, de kunst van het memoriseren en declameren als onderwerp. https://www.lezen.nl/nl/uitgesproken-po%C3%ABzie-0 Ben je docent of leerkracht, vind je poëzie belangrijk in de klas (wie vindt dit niet) dan zou ik zeggen meld je aan en koop een ticket voor dit symposium.
Omdat ik poëzie in de klas een erg warm hart toedraag heb ik voor https://meandermagazine.nl/ een uitgebreid artikel geschreven over dit onderwerp. Binnenkort verschijnt dit artikel en wordt verspreid middels de nieuwsbrief. Meandermagazine stuurt elke week een nieuwsbrief over poëzie met vele recensies, artikelen en nieuwtjes over poëzie naar haar meer dan 6000 abonnees. Meander magazine is ook op zoek naar nieuwe vrijwilligers die de poëzie een warm hart toedragen. Heb je wat tijd over meld je dan aan bij Meander via de contactknop onder colofon.
Jan Kal schreef in de bundel ‘Schrijverssonnetten’ uit 1980 het gedicht ‘Waarom ik geen Neerlandistiek studeer’ waarin hij zegt: ‘Heeft één gedicht dat op z’n poten staat / niet meer gewicht dan een professoraat?’ waarmee ik maar wil aangeven hoe bijzonder en belangrijk een gedicht kan zijn voor een mens dus ook (en misschien wel zeker) voor een leerling in de klas.
.
Waarom ik geen Neerlandistiek studeer
.
Van de beroemdste dertien dichtersnamen
uit China’s achtste eeuw, Tang-dynastie,
behaalden tien het Literair Examen
en gingen er twee af voor hun tsjin-sji,
.
Toe Foe em Meng Hau Jan, maar nummer drie,
Li Po, de grootste, wou zich niet bekwamen
tot hoge ambten, maar schreef poëzie
zonder zich voor zijn lage rang te schamen.
.
Daarom studeer ik geen Neerlandistiek.
Heeft één gedicht dat op z’n poten staat
niet méér gewicht dan een professoraat?
.
Ik mijd dus alle jury’s, elke kliek,
(al neem ik wel graag prijzen in ontvangst).
Mooie sonnetten schrijven duurt het langst.
.
Of je worst lust?
Panklaar
.
In de bundel ‘Panklaar’ Stadsgedichten over Oss, hebben stadsdichters Kitty Schaap en Jan van den Boom in samenwerking met de gepensioneerdenvereniging UVG-N en de Stichting Poëzie Podium Oss in 58 gedichten bij evenzoveel onderwerpen uit Oss ( straten, personen, de paardenmarkt, de worstfabrieken van Unox, Hartog en Zwanenberg) een fraaie bundel afgeleverd.
Met een financiële bijdrage van de voormalige Unilever Vleesgroep is deze bundel uit 2018 in een oplage van maar liefst 1500 stuks gedrukt. Alle leden van de gepensioneerdenvereniging kregen een exemplaar maar ook voor de inwoners van Oss en liefhebbers van poëzie van buiten Oss is dit een fijne bundel om te lezen.
Aan alles is te zien dat men met deze bundel een ode aan Oss wilde brengen. Een kwalitatief zeer fraai vormgegeven bundel met harde kaft en en een mooie zware papiersoort, mooie vormgeving en voorzien van vele oude foto’s van het Brabantse stadje. Veel gedichten gaan over de vleesverwerkende industrie, de worstfabrieken of de worst zelf. Ook het gedicht ‘We are food’ van Kitty Schaap gaat hierover maar dan vanuit een bijzondere begintoestand.
.
We are food
.
Dit vlezig bouwpakket bevat alles
om een varken in elkaar te zetten.
Begin met de poten, zet ribben aan elkaar
op volgorde van grootte volgens schema,
breng het buikspek aan en schuif voorzichtig
de karbonades op hun plaats. Verwar haas
niet met schouder. Bevestig de al dan niet gekrulde
staart op de bestemde plek bij de hammen
en vergeet de darmen niet. Plaats tenslotte
de kop met de wroetneus naar voren en fixeer
de oren aan weerskanten. Monteer de kleine
blauwe oogjes en lijm met de bijgevoegde tube
de borstelige haren uit het zakje op de rug en het lijf.
Daar staat uw eerste zelfgebouwde scharrelzeug.
.
Rob de Vos poëzieprijs
Doe mee!
.
De Meander Dichtersprijs is ter ere van de geestelijke vader van Meander, Rob de Vos (1955 – 2018), omgedoopt tot de Rob de Vos-prijs. Op deze manier wil Meander zijn werk levend houden en wordt de traditie van de dichtwedstrijd in ere gehouden.
Tot 15 oktober 2019 mag iedere deelnemer één gedicht inzenden dat geïnspireerd is op dit thema:
‘’Achter de ogen scheen een zomermaand
het middenrif liep vol zacht avondlicht’’
(Uit het gedicht van Menno Wigman ‘’Aarde, wees niet streng’’ Slordig met geluk, 2016)
Het ingezonden gedicht is:
-in het Nederlands geschreven
-in lettertype Arial 10
-niet langer dan één A4 formaat
-geïnspireerd op het thema
-nooit ergens eerder gepubliceerd
-nooit genomineerd of bekroond
-niet kwetsend of discriminerend
-na inzending niet meer te veranderen
Er kan over de uitslag niet worden gecorrespondeerd.
Door deelname geeft de dichter toestemming voor het plaatsen van het gedicht op de site van Meander.
Juryleden en organisator van Meander zijn uitgesloten van deelname.
Bij deelname verklaart de inzender zich akkoord met het wedstrijdreglement.
Inzendingen die niet voldoen aan bovenstaande voorwaarden worden uitgesloten.
Er worden tien gedichten genomineerd, daaruit komen drie winnaars voort en zeven eervolle vermeldingen.
De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. Er zijn leuke prijzen te winnen en de winnaar krijgt daarnaast een kunstwerk.
De datum van de prijsuitreiking is in het najaar en zal later dit jaar bekend worden gemaakt.
Gedicht als bijlage in word-document sturen naar e-mailadres : wedstrijd@meandermagazine.nl
In de mail vermelding van naam adres, geboortedatum, e-mailadres plus de titel van het gedicht.
.
Als je mee wil doen met deze wedstrijd en je twijfelt nog aan je gedicht of aan je poëtische gaven, lees dan morgen op dit blog de 10 tips voor het schrijven van goede poëzie. Allicht doe je er je voordeel mee.
De voorloper van de Rob de Vos Poëzieprijs was de Meander Dichtersprijs zoals gezegd, in 2008 won Vicky Francken deze prijs. Hier een gedicht van haar hand ter inspiratie, uit de bundel ‘Röntgenfotomodel’ uit 2017.
.
We hebben allemaal recht op een rug
een graat waarrond we bestaan
een marionettendraad die we oppakken
als we onszelf bijeenrapen
geen mens kan tippen aan vissen
die zwemmen in de golven van hun wervelkolom
maar stel dat een vin verlangt naar aaien
wie troost de vis wie pakt hem vast
wie streelt de schouder
uit de kom
.
Jongens jongens jongens jongens
Kees van Kooten
.
Kees van Kooten (1941) droeg het gedicht ‘Jongens jongens jongens jongens’ in 2018 voor tijdens een aflevering van ‘De wereld draait door’. Bij de BNN/VARA. Omdat het verder nergens is terug te lezen wil ik het graag met jullie delen.
.
Jongens jongens jongens jongens
.
Jongens, jongens, jongens, jongens.
En één of twee meisjes achter wie wij aanfietsten.
Want wij durfden niet naast ze te rijden. Alleen hard erlangs terwijl, wij keken naar de neuzen van onze sandalen op de blokken van onze pedalen.
De volgende morgen kerfde je haar initialen in de bank waaronder een verboden knokboekje van Dick Bos werd doorgegeven en ik schreef 3 september negentienvierenvijftig rechts bovenaan mijn blaadje en keek lang naar buiten waar het leefde.
Drie jonge bladloze gemeenteboompjes aan een paal om hun hals. De strakke acht van een verschoten soldatenkoppelriem tegen het omwaaien.
Wij kregen Nederlands en lazen van geen wereld die ons leuk leek van geen land waar wij hadden willen wonen van geen jongen die wij wilden wezen.
Bleven wij nog lang alleen zo?
Jongens jongens jongens, en na een tijdje gewone meneren?
Liep er niemand door dit Letterland die de klasdeur kwam intrappen, de ramen los wou gooien en ons openbreken zou, zodat al die onvoldoende jongensboeken voorgoed in een doos naar zolder konden?
Toen is er één jongen op eigen houtje uit bladeren gegaan. Over zijn toeren kwam hij terug en liet ons lezen waar hij ze had zien staan: de woorden die wij zochten, de jongenszielsverwante zinnen die zeiden wat we waren en wat we wilden maar best begrepen dat niet kon: alle dagen feest en hand in hand, boven ons hele leven zweven.
Jongens jongens jongens, en altijd te weinig meisjes, maar die jongen teveel, bij de pickup, wilde jij wel zijn.
Als je er maar bij kon zijn en mee mocht wanneer ze een standbeeld gingen opwinden en de volgende morgen weer gewoon naar school, maar nu onkwetsbaar door een geheim.
Sedertdien werd Remco Campert doorgegeven onder banken waarop niets meer werd geschreven want eindelijk stond het ergens.
Jongens jongens jongens jongens op het eindexamenfeest in negentiennegenenvijftig.
Eentje had er een mes bij zich en het mooiste meisje bij wie het thuis was en dat Camperts verhaal van de Jongen met het Mes net zo geilgelovig als wij had gelezen, verklaarde zich bereid om met haar petticoat omhoog en haar benen wijd tegen de huiskamerdeur te gaan staan.
Vijf minuten wachtte ze, maar geen van de jongens durfde de schrijver na te leven en het mes te richten op het topje van de hardboard wigwam tussen haar benen.
En we gingen wel naar Parijs, maar met onze ouders.
Tien jaar later waren alle jongens getrouwd met meisjes van andere scholen en ze zijn overal gaan wonen en ze zijn in zaken gegaan en ze hebben elkander van alles aangedaan. Hun zonen mogen tegenwoordig Remco Campert lezen van hun scholen.
Vannacht sloop er nog zo’n vader zijn bed uit, pakte Liefdes Schijnbewegingen en las zich een stukje tot jongen. Toen kroop hij terug, zijn vrouw vroeg wat er was en hij zei: ‘ik had dorst schat, ben even wat wezen drinken van Remco Campert.’
‘Ik wist niet dat je nog wakker was,’ gaapte zij. ‘En wanneer wij nu die stomme Telegraaf opzeggen en De Volkskrant nemen, dan hebben wij hem elke donderdag en zaterdag’
.



















