Site-archief
Bijgeluiden
Henk Ester
.
Ik ken inmiddels toch behoorlijk wat Rotterdamse dichters, persoonlijk of van hun werk, maar de naam Henk Ester (1952) kende ik nog niet. Tot ik zijn (eerste) bundel in handen kreeg getiteld ‘Bijgeluiden’. Op de achterflap lees ik dat Ester dichter en redacteur is (dat laatste bij de Automatiseringsgids), dat hij geografie studeerde en filosofie. Verder lees ik dat hij graag op de Maasvlakte en door de duinen zwerft (wat ik heel goed begrijp).
Inmiddels heeft Ester nog twee bundels uitgegeven; ‘E-groot is rood’ in 2016 en ‘Het vermoeden van Witten’ in 2018. In zijn debuutbundel ‘Bijgeluiden’ uit 2013 (waar hij de C. Buddingh’ prijs voor ontving) is van het voorgaande regelmatig iets terug te vinden. Zo ook in het gedicht ‘Tijd’ dat in de bundel valt onder het hoofdstukje Bijgeluiden VII (serie van 5 gedichten, dit is nummer 3).
.
Tijd
.
Als er geen getuigen zijn
.
als de straten leeg zijn tot ver voorbij de hoek
als niemand meer een tegel licht
om zijn gelijk te halen
en geen schilder meer de ruimte kleurt
als het ‘zoete zeegefluister’ zwijgt
en niemand leest
als geen componist meer pleit voor ‘klanken zonder meer’
als werkelijk niemand meer op rotsen slaat
en logica verkruimelt in graniet
.
wie schrijven dan de uren?
.
en hoelang duurt dat dan?
.
ik bedoel
die uren aan zee
als er geen getuigen zijn.
Websites van dichters
Nieuwe rubriek
.
In Nederland zijn er een handvol dichters die van hun schrijven kunnen leven. Meestal in combinatie met het schrijven van proza, columns, artikelen, recensies of verhalen. Vrijwel elke dichter heeft een website waarop je kunt lezen over leven en werk van die dichter en, als het meezit, ook voorbeelden van zijn of haar poëzie. Door de jaren heen ben ik veel websites van dichters tegen gekomen die niet zo bekend zijn, die niet van hun poëzie hoeven te leven, die semi-professioneel bezig zijn met poëzie. Veel van die dichters schrijven gedichten die zeer de moeite waard zijn maar eigenlijk maar moeizaam of slechts zeer beperkt een groter publiek bereiken.
Met de rubriek ‘Dichterswebsites’ wil ik die dichters onder de aandacht brengen. Dat kan ik helemaal in mijn eentje gaan doen (geen probleem hoor, ik kom er genoeg tegen) maar het is natuurlijk veel leuker (ook voor mij) als ik getipt wordt door mijn lezers. Dus ken je een dichter van wie je vindt dat hij of zij wel wat extra aandacht zou mogen krijgen (dus niet jezelf) laat mij dit dan weten door middel van een reactie op dit blog.
Ik wil vandaag van start gaan met de website van Stokely Dichtman ‘Tinteltong’ te vinden op https://tinteltong.wordpress.com/ . Ik ken Stokely al jaren, hij droeg voor bij Ongehoord!, ging tweemaal mee met de Poëziebus op toer, is lid van Wakkerlicht (ik weet niet of ze nog actief zijn) samen met Dean Bowen, Iris Penning, Lotte Dodion, Mickey Wo en Joost Hoeck en is performance dichter. Ook was hij een van de 10 talentvolle schrijvers die deelnamen aan #NieuweStukken. Binnen #NieuweStukken maken de beginnende schrijvers nieuwe teksten en ontwikkelen ze hun schrijverschap. Ze worden begeleid door een ervaren coach en volgen workshops van de Tekstsmederij. De resultaten worden beoordeeld door een jury en gepresenteerd aan het veld.
Op zijn website staan een aantal gedichten die een goed beeld geven van zijn werk, helaas is de laatste bijdrage alweer van 2018. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de richting die hij heeft gekozen (performance dichter/spoken wordt artiest). Desalniettemin is zijn poëzie zeer de moeite waard. Ik koos voor het gedicht ‘De gepelde ui’ uit 2014.
.
De gepelde ui
.
Zij stond midden in ‘t midden van ‘t midden van ‘t midden
in ‘t centrum van dat midden midden in de kern
zij was vergeten waar ze was
zoals een dichter ook vergeet waar hij over praat
zij was verdwaald in zaterdag
verkeerd afgeslagen bij de diepe glazen van
vrijdagnacht op zaterdag
er waren zoveel mensen die spraken
stilte waar is stilwater als je stilwater nodig hebt
in haar middelpunt was geen ruimte voor willekeurige ruis
in zichzelf verstopt als een matroesjka poppetje
onder al haar oppervlakkige lagen
naar dieper gelegen flarden realiteit
een psychonaut is iemand die ervan houdt
om weg te vluchten van de aarde
Buzz Aldrin wist ook hoe ‘t was om in gewichtsloze toestand
zweverig te doen zonder zwaartekracht
buiten de dampkring in een space shuttle vlucht
eigenlijk is de maan ook een leuke plek om te zijn
van Houston naar overal waar ze wilde zijn
mister Iboga ontmoeten in de toekomst
met delerium zonder flux capacitor
op zoek naar haar centrum
haar nulpunt de plek waar ‘t begon
.
Edwin Fagel
Het extatische landschap in
.
In 2018 verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam de bundel ‘Het extatische landschap in’ van Edwin Fagel (1973). Fagel is dichter en journalist. Hij studeerde Nederlands en was hoofdredacteur van ‘Awater’, redacteur van ‘de Recensent’ en medewerker aan onder andere ‘Bunker Hill’, ‘Lava’, ‘Meander’, ‘Tirade’ en ‘Tzum’. Fagel debuteerde in 2007 met de bundel ‘In uw afwezigheid’ en ‘Het extatische landschap in’is zijn 4e bundel. In deze bundel staat de vrouwelijke godheid centraal, in lyrische, mystieke gedichten. Hans Franse schreef daarover in zijn Meander recensie: “Het is een indrukwekkende bundel die mij doet denken aan de oerfunctie van de poëzie, de bezwering, waardoor de mysticus dichterbij de Godheid, in welke vorm dan ook, komt en de eenwording bereikt. De gedichten lijken mantra’s, de herhaling brengt de lezer er toe dieper te graven. Wat Gerrit Achterberg dichtte: ’nochtans moet het woord bestaan dat met u samenvalt’ , lijkt hier gerealiseerd. Een bundel die de herhaling hanteert om, als in minimal music, het hoofd leeg te maken om plaats te maken voor de vrouwelijke God.”
Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘koningin’.
.
koningin
.
vastgebonden lig je & geblinddoekt
& alle mannen zingen
.
sanctus sanctus
.
ze dragen allemaal dezelfde naam
& ze lopen allemaal als ik
.
zingend rond je bed
& ze zingen sanctus
.
ik zet mijn mes
ik zet mijn mes in het vlees van je zij
.
(vinger in de wond)
.
dan storten alle mannen
zich zingend op je rillende lijf
scheuren ze je lichaam open
.
je lippen liggen
in een gelukzalige lach
.
sanctus zingen we
& we zijn voldaan
& we zijn gelukkig
.
Dichters over dichters
Wigman en Perk
.
Door de jaren heen ben ik in vele dichtbundels gedichten tegen gekomen van dichters over andere dichters. Vaak betrof het hier dichters die men waardeerde, soms was men gewoon idolaat van een andere dichter, en in weer andere gevallen was men kritisch of schreef men een bepaald misnoegen over een andere dichter van zich af in een gedicht. Daarom leek het me een aardig idee om vanaf nu met enige regelmaat gedichten van dichters over andere dichters hier te plaatsen in een nieuwe rubriek ‘Dichters over dichters’.
Vandaag dus de eerste editie en daarin kiest Menno Wigman (1966 – 2018) de dichter Jacques Perk (1859 – 1881) tot zijn onderwerp. In de bundel ‘Verzamelde gedichten’ in het hoofdstuk Nagelaten gedichten staat het gedicht ‘Bij het graf van Jaques Perk’ dat door Wigman werd geschreven als stadsgedicht in 2012, bij de herplaatsing van de waterhappertjes (kleine groene fonteintjes waaruit leidingwater spuit dat je kunt drinken) in Amsterdam
.
Bij het graf van Jacques Perk
.
Ik hield, m’n beste Perk, nooit heel veel van je werk:
teveel gerijmel voor een nooit bezeten vrouw.
Maar ik vergat dat je slechts tweeëntwintig werd.
en – vreemd dat ik dit denk – als maagd de grond in ging.
Toch blijft je naam zolang men Hollands leest.
.
Je schreef: ‘Schoonheid, o gij, wier naam geheiligd zij.’
Dat vond ik mooi. Maar schoonheid is verschrikkelijk –
zeker als het kan praten. Wie weet hoeveel je nog
had zitten haten in gebeeldhouwde gedichten?
En wat als razernij je rijm ontwrichtte?
.
Het moest zo. Zeker in jouw tijd. De tirannie
van standen, etiquette en sonnetten,
die is voorbij. Alleen de jeugd heeft nu gelijk.
Ooit was ik zeventien en lichtte je me bij:
‘Schoonheid, o gij, wier naam geheiligd zij.’
.
De winter van misnoegen is voorbij.
Zie hoe ik parel in het voorjaar.
Buig je vrij en drink van mij
.
Woorden zijn daden
Derek Otte
.
In 2017 en 2018 was Derek Otte stadsdichter van Rotterdam. De gedichten die hij in die periode schreef zijn gebundeld in de bijzonder fraai vormgegeven en uitgegeven bundel ‘Woorden zijn daden’ een knipoog naar het clubleiding van Feyenoord ‘Geen woorden maar daden’.
In de bundel bedankt Derek Otte alle Rotterdammers, zijn stadsgenoten, dat ze naar hem hebben geluisterd, met hem hebben geluisterd, met hem en met het hart op de tong gesproken hebben en met hem een stukje geschiedenis hebben geschreven.
Ik vind dat een prachtig uitgangspunt en streven om als stadsdichter samen met de mensen in de stad in gesprek te gaan en van daaruit iets te maken waarin men zich kan herkennen en dat de tijdgeest weergeeft. In die zin kan een stadsdichter actief aan een stukje moderne geschiedschrijving doen in poëtische vorm.
.
In de bundel staan vele mooie gedichten waaruit het nog niet makkelijk kiezen was. Ik koos voor het gedicht ‘Kerel’ voorgedragen bij de uitvaart van het anonieme jongetje uit 2017. Zo’n titel bij een dergelijk gedicht kan alleen uit Rotterdam komen.
.
Kerel
.
zonder bouwen gebroken
soms is ons bestaan waanzin
wanneer de tijd van komen
meteen de tijd van gaan is
.
meer vragen dan dagen
geen antwoord te pakken
je wiegje de aarde
’t zou niet mogen passen
.
je had moeten gaan kruipen
spelen, lachen en praten
nieuwsgierigheid gebruiken
voetstappen achterlaten
.
dat je nu slapen kunt
niet te lijden meer hoeft
is de enige rust
het is droefenis troef
.
en je kunt ons niet verstaan
terwijl je voor altijd leeft
want je bent niet echt gegaan
als je niet echt bent geweest
.
dus staan we hier, kerel
zo samen om je heen
want weet je, Rotterdammers…
laten elkaar nooit alleen
.
Zo kan het niet langer
Paul Bogaert
.
De Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) debuteerde in 1996 met de bundel ‘WELKOM HYGIENE’ waarmee hij in 1997 de Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant won. Hierna publiceerde hij nog 5 bundels waarvan ‘Ons verlangen’ in 2013 de Herman de Coninckprijs won. Zijn laatste bundel komt uit 2018 en is getiteld ‘Zo kan het niet langer’.
Op zijn website http://www.paulbogaert.be is veel van zijn vroege poëzie te lezen en zijn een aantal poëziefilmpjes te bekijken. Bogaert is de voorman van wat weleens de ‘post-postmoderne’ generatie Vlaamse poëten genoemd wordt, die in de tweede helft van de jaren negentig opkwam.
In die poëzie wordt de mens neergezet als een lijdend voorwerp, een speelbal van de vertogen die hem sturen: dat van de marketing, dat van het bedrijfsbeheer en het timemanagement, dat van het consumentisme.
Uit zijn laatste bundel ‘Zo kan het niet langer’ het titelgedicht (deel 3) een mooi voorbeeld van zo’n post-postmoderngedicht.
.
Zo kan het niet langer
,
Sluit af met
ik meen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Ga langs de achterdeur. Die valt
vanzelf in het slot.
.
Ga dan toch lekker
een bosbad nemen of met iemand
uit de wabi-sabi-lobby lekker vrijen in de zon
of een lekker gedicht daarover schrijven
in een witte foert. met binnen handbereik
een multipack vederlichte
woehahaha’s.
.
Morgen dus.
Hoe moeilijk kan dat zijn.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
.
Op reis
Dubbel-gedicht Menno Wigman en Hans Bouma
.
Vandaag in het Dubbel-gedicht twee dichters die nogal van elkaar verschillen (en daarom is het zo aardig om de twee met elkaar te verbinden middels een thematisch gedicht); Menno Wigman (1966 – 2018) en Hans Bouma (1941). Menno Wigman, de dichter, vertaler en bloemlezer bij wie de dood in zijn gedichten een prominente rol speelde en Hans Bouma, Nederlandse protestants-christelijke schrijver, dichter, spreker en dierenactivist.
Van Menno Wigman koos ik het gedicht ‘Herostratos’ uit zijn bundel ‘Slordig met geluk’ uit 2016 en van Hans Bouma koos ik het gedicht ‘Jericho’ uit zijn bundel ‘Op reis – om weer thuis te komen’ poëtisch dagboek uit 1998.
.
Jericho
.
Tienduizend jaar geschiedenis
deden we met gemak
in drie uur af –
.
waarbij we ook nog
een half uur
voor de lunch uittrokken.
.
Herostratos
.
Er tikken pissebedden in mijn hoofd.
Ze naaien mijn gedachten op.
Ik denk al dagen aan een daad, zo groot
zo hevig en dramatisch dat mijn naam
in alle kranten komt te staan.
.
Napoleon, las ik, was kleurenblind
en bloed was voor hem groen als gras.
En Nero, die bijziend was, hield het spel
in zijn arena bij door een smaragd.
.
Nu even stilstaan. Moet je horen: ik
ga straks de straat op, ik besta het, schiet
me leeg en verf de feeststad groen.
.
Nog voor het eind van het festijn
zal ik de grootste zoekterm zijn.
.
Sabine Kars
Hoofdkwartier
.
Ik ken dichter Sabine Kars als zo’n 10 jaar en al sinds ik haar voor het eerst hoorde voordragen was ik verrast en meteen fan van haar poëzie. In 2012 was ze tweede prijswinnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd, ik nodigde haar uit op podia in Maassluis en Rotterdam en in 2017 was ik de eerste gast in het radioprogramma van Sabine en haar partner Mas Papo ‘Over Poëzie en Muziek’. In april 2018 was ze Dichter van de maand op deze website en nu is er eindelijk de dichtbundel waar we al zo lang op wachten ‘Hoofdkwartier’.
Op zondag 22 december aanstaande tussen 15.00 en 16.30 (inloop vanaf 14.30 uur) presenteert Sabine in de Gewelvenkelder van Uffie’s aan de Houtmarkt 71 in Zutphen, haar debuutbundel ‘Hoofdkwartier’. De entree is gratis en zij zal worden bevraagd door Sander Grootendorst. Ik zal daar aanwezig zijn en ik kan deze bundel nu al. ongezien, aanraden.
Om een idee te krijgen van de creatieve dichtersgeest van Sabine een gedicht van haar hand uit 2015.
.
je hart weerklinkt in winkelstraten
ik word getroffen door zijn slagen
ze dragen me mee
voeren me naar de oude wachter
voorheen gewond
geveld nu weer hersteld en fier rechtop
schouders naar achter laat hij me binnen
een plaats voor vragen
en overal verhalen
voor het rapen
het maakt niet uit waar te beginnen
in het gewelf
liggen vergrijpen geketend
vlak bij de vrijheid te slapen
zij waakt – haar stem is overal te horen
en vrij is hoe ik ga
op de plek van recht en raad
door een ontzagwekkend hek
langs bliksem
en gekruiste zwaarden
over snippers van vers gevierde liefde
dan glijd ik door de tijd ik raak historie aan
iemand leent een stem en laat
getuigen spreken
Jantje biecht
de Heer was held
terwijl ik sliep
ik heb slechts
allemachtig diep
in het kermisglas gekeken
de wachter stelt
onder mijn toren
gaan woorden van betekenis schuil
en aan meesters hand
zit ik op de bank en proef
een keur aan klanken
ik wentel mij
een weg omhoog
negentig smalle treden
onder wijzers kijk ik naar beneden
waar borden en glazen gul gevuld
en milde talen klinken
nu wordt de zon zacht opgeborgen
zie hoe de jonge avond vloeit
ik wil zijn kleuren drinken
het lekkend licht op je gezicht
jouw dorpen dijken velden
de populieren in ‘t gelid
leunen lenig in de richting van de morgen
ik zal je weer ontmoeten
markant
bedaard wildwaterland
klaar voor nieuwe dagen
om me heen strek jij je uit
stilt de grond
onder mijn vilten voeten
.

















