Site-archief
Discipline
Eric van Loo
.
In 2021 overleed Eric van Loo, collega bij Meander (recensent, verantwoordelijk voor de Meander Klassiekers en redacteur van Meander Magazine) en dichter. Op de website verscheen na zijn overlijden een mooi en persoonlijk in memoriam geschreven door drie van zijn collega’s bij Meander Hans Puper, Janine Jongsma en Alja Spaan.
In 2016 verscheen van Eric van Loo de debuutbundel ‘De regels van het spel’ bij Uitgeverij Kontrast. De bundel was het resultaat van 10 jaar dichterschap. Met zijn debuutbundel won Eric van Loo in 2017 de derde prijs van de Eijlders Poëzie Aanmoedigingsprijs. In 2018 won hij de 22e editie van de Willem Wilmink Dichtwedstrijd.
In de bundel ‘In donzen dromen’ de 100 beste gedichten uit de Gedichtenwedstrijd 2020 van het PoëzieCentrum Gent, staat een gedicht van Eric getiteld ‘Discipline’ dat ik hier graag deel.
.
Discipline
.
Wanneer het regende bleef de tuinman
binnen. Hem werd een schone taak gegeven:
oude meubels in de was zetten. Het donkere
hout, de geur van boenwas – een zuivere meditatie.
.
Een paar dagen later regende het opnieuw.
En weer wachtte hem een poetsdoek
en werd hem ingewreven dat elke bezigheid
zijn eigen waarde heeft.
.
Het regent regelmatig in Engeland.
En telkens wachtte hem de poetsdoek
en werd hem ingewreven dat eigenwaarde
een vorm van hoogmoed is. Niet zijn.
.
Pas na weken begon hem te dagen
hoe hij deze taak meester kon worden.
Hij wreef zich de ogen uit. Alsof de zon
doorbrak, alsof hij eindelijk
.
op zijn plaats was.
.
Liefste liefste
Arthur Japin
.
In 2022 schreef ik een blog over de Boekenweek en de verkiezing van de mooiste zin uit de Nederlandse literatuur. Dat bleek een zin van Arthur Japin te zijn namelijk deze zin uit het boek ‘Een schitterend gebrek’: ‘Dit is het enige wat telt, lieverd, dat iemand meer in je ziet dan je wist dat er te zien was’. De reden dat ik hierover schrijf is dat dit de enige keer is dat ik op dit blog (in middels ruim 5000 berichten bevattend) over Arthur Japin schreef. Op zichzelf natuurlijk helemaal niet vreemd, dit blog gaat uitsluitend over poëzie (en alles wat daarbij hoort) en Arthur Japin schrijft proza.
Dat dacht ik tenminste. Tot ik de bundel ‘nachtkaravaan’ uit 2018 onder ogen kreeg. Toen bleek ook deze prozaschrijver (het is niet de eerste van wie ik dit ontdek) poëzie te hebben geschreven. In de afgelopen ruim twintig jaar schreef Arthur Japin voor artiesten als Sara Kroos, Paul de Leeuw en Karin Bloemen. Ook al veel eerder, op de Theaterschool, waar Arthur les had van Willem Wilmink, ontstonden talloze nummers, vaak gezongen door hemzelf. In 2009 won Arthur Japin voor zijn lied Nachtkaravaan de Annie M.G. Schmidtprijs. In de bundel ‘nachtkaravaan’ is een brede keuze uit Japins liedjes opgenomen, aangevuld met enkele gedichten. Zoals het liefdesgedicht ‘Liefste liefste’.
.
Liefste liefste
.
Liefste, liefste, ik wil iets van jóu aan
Iets wat naar jou ruikt, waarin ik jou voel
Mag ik je kleren aan? Liefste, vind het goed
Want ze doen me iets, ze raken me, ze koesteren me
.
Misschien dat ik me straks weer warm waan
Met iets van jou aan blijft het minder lang koel
Want dan voel ik je, liefste, diep in mijn bloed
Diep in mijn hart, onder mijn huid, diep in me, zo diep
.
Liefste, liefste ik wil iets van jóu aan
Iets wat naar jou ruikt, waarin ik jou voel
Laat je wat kleren hier? Liefste, alsjeblieft!
Ze zijn als ik, ze kenden je, ze herinneren zich jou
.
Ze zijn niet mooi of nieuw of wat dan ook
Maar als ik in iets van jou kruip zit dat zó warm en zó lekker
Dan voel ik hoe jij voelde in het begin
Voel ik dat hier, binnenin, zó lief en zó lekker
.
Rouwadvertentie
Johannes van der Sluis
.
In 2018 verscheen onder het heteroniem (Een heteroniem is een vorm van een pseudoniem waarbij een auteur een fictieve schrijverspersoonlijkheid creëert, soms als afsplitsing van zichzelf) Giovanni della Chiusa, de debuutbundel ‘Een mens moet ook niet alles willen weten’ van Johannes van der Sluis (1981)) wat zijn echte naam is. Deze bundel werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs.
In begin 2019, zag Johannes van der Sluis bij de Erasmusbrug in Rotterdam een demonstratie van de Gele Hesjes, die hem vanuit het niets obsedeerde, alsof de Zotheid hem in haar greep kreeg, vooral de jongen die ‘100% vrije jongen’ achterop zijn jas had geschreven. Dat werd ook de titel van zijn eerste gedicht (onder eigen naam), die werd gepubliceerd in Hollands Maandblad (waar hij daarna nog verschillende malen in zou publiceren en waar hij hoofdredacteur van is), en uit de stroom poëzie die daarop volgde, ontstond de bundel ‘Ik ben de verlosser niet’ (2020). Deze bundel verscheen onder zijn eigen naam en werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2021.
In 2022 verscheen vervolgens de bundel ‘Profane verlichting’ en in 2023 de bundel ‘De Groenvoorziening’, over zijn tijd bij de plantsoenendienst in Rotterdam-IJsselmonde, waar van der Sluis woonachtig is. Deze bundel is ‘een poging om grip op het leven te krijgen’ volgens de dichter. Op de website met Rotterdamse dichters staan een paar gedichten van zijn hand waaronder het gedicht ‘Rouwadvertentie’ uit de bundel ‘Een mens moet ook niet alles willen weten’ waarover Remko Ekkers in Tzum schreef: “De gedichtjes zijn grappig en treurig” zo ook het gedicht ‘Rouwadvertentie’.
.
Rouwadvertentie
.
Doodongelukkig
zou hij zichzelf niet willen noemen
de laatste tijd echter
verlangt hij
bijvoorbeeld als hij op een begraafplaats rondloopt
of begrafeniswagens voorbij ziet rijden
of rouwadvertenties leest
naar de dood.
Zichzelf ophangen
zichzelf verstikken in een plastic zak
of voor de trein springen,
daar moet hij alleen niet aan denken,
nooit zou hij de hand aan zichzelf slaan.
Als het even kan
zou hij in een onbewaakt ogenblik
in een ravijn willen worden geduwd.
Vínd maar eens iemand.
.
Kus
Peter Verhelst
.
In 2020 schreef ik al eens over Peter Verhelst (1962), over zijn bundel ‘Wij totale vlam’ en ik plaatste daar het gedicht bij ‘Voor het vergeten’. Nu was ik pas in de bibliotheek van Utrecht aan het Neude en daar had ik even pauze. Ja wat doe je dan? Dan ga je, als je mij bent, naar de afdeling poëzie. En daar nam ik de bundel ‘Koor poëzie’ een keuze uit de poëzie (1987-2017) van/door Peter Verhelst uit de boekenkast. Wat schetst mijn verbazing? Er staat het gedicht in getiteld ‘Tegen het vergeten’. Nu kwam deze titel mij direct bekend voor.
Zowel in de titel van een gedicht van Shari Van Goethem ‘Tegen het vergeten wat samen-leven is‘ als de titel van de bundel van Hans Faverey ‘Tegen het vergeten‘ uit 1988, als in de titel van een bundel van Alja Spaan ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid‘ uit 2018 komt deze titel voor. En even verder kwam ik erachter dat ik het gedicht van Verhelst al eens gedeeld had hier op dit blog. Blijkbaar is de tegenstelling tussen vergeten en ‘er iets tegen doen’ wat eigenlijk niet mogelijk is, een interessante gedachtengang voor dichters.
Omdat ik het gedicht ‘Tegen het vergeten’ al eerder deelde heb ik gekozen voor een ander gedicht uit de bundel van Verhelst getiteld ‘Kus’. Ook al zo’n titel die je vaker tegen komt. Zoals blijkt uit dit, dit en dit gedicht.
.
Kus
.
Het beweegt iets kleins in haar slaap
het buigt een knie voorzichtig om het niet te wekken
lig je urenlang te kijken kin op arm hoe het samentrekt zich
wentelt op een zij het neemt je naar haar kant mee van het bed
zucht zich uit zichzelf zet zich op het laken af de voetzool
duwt de heup op nauwelijks een millimeter van je mond verwijderd
kom maar word maar wakker maar
de millimeter wordt een ding iets stijfs onder je tong je ziet het
uit het laken stulpen woelt zich bloot als het ochtend is een witte jurk
rilt door ons heen wiegt aan een kastdeur het is laat altijd te laat
begonnen we te zoeken plek na plek waar het zou kunnen
eindelijk de plek van ons om te vergeten te vergeten hoe je insliep
hoe je mond zich open droomde nog een keer voorzichtig
om je niet te wekken urenlang roerloos leunend op een hand
lig je te kijken lieve onbestaande
kus die loopt van de mond die er had kunnen zijn in het gezicht
dat al uit het kussen weg begint te trekken
het is onmiskenbaar ochtend laat ons nog een allerlaatste keer
voor het wakker wordt en kleren aantrekt en de kus wordt
die er niet meer is
.
IJslandse dichter
Eva Rún Snorradóttir
.
Tijdens de opening van Poetry International traden verschillende internationale dichters op. Een van hen was de IJslandse dichter Eva Rún Snorradóttir (1982). Zij is theaterkunstenaar en schrijver. Sinds 2009 werkt ze met onafhankelijke theatergroepen, veelal met een groep van drie vrouwen, genaamd Kviss búmm bang. Ze reisden veel met hun “Extended life” optredens. Eva Rún publiceerde in 2013 haar eerste poëziebundel.
In haar geschriften onderzoekt ze twee dingen in het bijzonder: ten eerste hetero-normaliteit en de performativiteit van het dagelijks leven, en ten tweede de ervaringen van meisjes en vrouwen, van vriendschap, seks en de algemene onrust in het leven. Haar vierde boek, ‘Homo Romantic’, verscheen in het najaar van 2021. Ze geeft les en mentor aan de IJslandse Kunstacademie en schrijft nu een theaterstuk voor de Stadsschouwburg van Reykjavík.
In het gedicht ‘In een door mensen gemaakte samenleving’ belicht Eva Rún Snorradóttir het lesbisch ouderschap en partnerschap. Dit gedicht, met een Maístjarnan Award bekroond, komt uit de collectie ‘Seeds that Impregnate the Darkness’ van 2018 .
.
In een door mensen gemaakte samenleving
.
Twee vrouwen zitten op een bankje in een kantoor aan de rand van de hoofdstad. Tegenover hen, achter een bureau, zit een oudere man in een witte jas. Een kaart met de binnentopografie van de vagina is achter hem op de muur geplakt. Onderweg hadden ze ruzie gehad met de taxichauffeur. Hij bestuurde al dertig jaar een taxi en vond dat het het beste was om de route langs de kust te nemen, zoals hij altijd had gedaan. We zijn te laat om een baby te maken, te laat om beleefd en respectvol te zijn tegenover een carrière van dertig jaar.
De vagina aan de muur herinnert hen aan een afspraak in een ander kantoor met een andere oudere man. Hij zat ook achter een bureau, de Indiase ambassadeur in IJsland. Om een visum te krijgen, moesten ze hem uitleggen hoe twee vrouwen seks hadden. Hij was oprecht nieuwsgierig en uit zijn stem sprak oprecht medeleven en bezorgdheid.
Van achter zijn bureau beschrijft de man in de laboratoriumjas met precieze gebaren hoe de ovulatie voor vrouwen is. Zijn hand hing alsof hij een belletje vasthield, terwijl zijn vingers een vleugel in de lucht vormden. Een geluid uit zijn lippen, griezelig. Ze vragen zich af of hij voor alle vrouwen hetzelfde geluid maakt, maar vergeten het te vragen omdat een van hen achter een schermpje moet gaan en zich vanaf haar middel moet uitkleden.
.
Graffiti gedicht
Joris van Casteren
.
De Rotterdamse dichter, schrijver en journalist Joris van Casteren(1976) werd in 1997 werd op zijn eenentwintigste redacteur bij het weekblad De Groene Amsterdammer, alwaar hij tot medio 2002 in dienst bleef. Naast zijn werkzaamheden als journalist was Van Casteren redacteur van de Poëziekrant en publiceerde hij gedichten in onder meer Maatstaf en Passionate. Zijn poëzie verscheen onder meer in bloemlezingen als ‘De 100 beste gedichten van 2001’ (2002) en in ‘Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw’ (2004) van Gerrit Komrij.
Na het overlijden van F. Starik werd hij coördinator van de stichting De Eenzame Uitvaart te Amsterdam in november 2018. Maandelijks schrijft hij in De Volkskrant over zijn belevenissen in deze functie, waarbij de levens van de eenzaam overledenen centraal staan.
In De Academische Boekengids 43 uit 2004 is een gedicht van Van Casteren opgenomen met als titel ‘Graffiti’.
.
Graffiti
.
Het rangeerterrein en
ter reiniging een trein
.
Kleerscheuren van het
overklommen hekwerk
.
Begonnen met een letter
over cijferklasse 1 heen
.
Morgen door het glas geen
forens of koe te zien, alleen
.
over de coupé, van oord
tot oord, terug en heen
.
m’n buitenboordse woord
waarvoor ik deze trein leen
.
Natuur en Klimaat
Frouke Arns
.
In een tijd waarin er een kabinet komt dat natuur en klimaatverandering niet alleen volledig negeert, maar zelfs allerlei maatregelen wil nemen die de natuur ernstig schaden, en de klimaatverandering nog wat versnellen, in plaats van dat ze hun verantwoordelijkheid nemen richting een betere toekomst, lees ik in de bundel ‘Natuur’ uit 2022. In deze bundel, samengesteld door Lucas Rijneveld (1991), toen nog onder zijn dubbele naam Marieke Lucas Rijneveld, staan allerlei gedichten over de natuur uit het Nederlandse taalgebied.
Hij kwam boven met de mooiste Nederlandstalige gedichten over het ons omringende natuurschoon, maar ook met onheilspellende verzen. Want niets is zo bedreigend voor de natuur als de mens die vergeten is dat hij daar zelf onderdeel van uitmaakt, zoals maar liefst de meerderheid van de door ons democratisch gekozen Tweede Kamerleden (we roepen het over onszelf af).
In de bundel staat ook het gedicht ‘Klimaat’ van dichter Frouke Arns (1964) uit haar bundel ‘De camambertmethode’ uit 2018. Dit is zo’n onheilspellend en voorspellend gedicht want door de maatregelen die dit nieuwe kabinet wil nemen zal de laatste zin uit het gedicht eerder waarheid worden dan we hopen en vrezen.
.
Klimaat
.
Meer dan ooit vroegen we ons dat jaar af
wat de prijs is van kappen
.
hoe een bosrand ontstaat
of een dier weet dat het op een eiland leeft
.
hoe een vogel zich zo weet te vouwen
dat hij precies door het gat van zijn nestkast past
.
wat het soortelijk gewicht is van smeltend ijs
– hoe altijd soms is
.
waarom je niet wenteltrap kunt zeggen
zonder dat je hand omhoog kringelt
.
als rook uit een schoorsteen op een huis
waarin het behaaglijk was
.
wat het precies is
dat het einde van een tijdperk markeert.
Totem
Dewi de Nijs Bik
.
De shortlist van de Grote Poëzieprijs 2024 is bekend en één van de genomineerde bundels voor deze prijs is ‘Indolente’ uit 2023 van Dewi de Nijs Bik (1990). In 2020 schreef ik al eens over haar op dit blog. Toen naar aanleiding van een gedicht van haar dat was opgenomen in een verzamelbundel ‘Grenzenloos’ uit 2018. En dit keer dus over het gegeven dat haar debuutbundel is genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2024. In de bundel ‘Indolente’ spelen oesters en parels een belangrijke rol. De leeservaring is als het openen van oesters; na veel moeite tref je af en toe een parel aan.
Hettie Marzak schrijft in haar recensie op literairnederland.nl: “Ze maakt gebruik van een aantal gevarieerde en moderne versvormen: prozagedichten, collages, inventarisatielijsten, handleidingen en visuele poëzie met verspringende versregels en cursief gedrukte woorden. Die veelzijdigheid van deze bundel wordt ook verwacht van de lezer.”
Deze veelzijdigheid komt terug in het gedicht ‘Totem’, net als de oester. De sfeer van dit gedicht deed me in de verte denken aan het gedicht ‘Banket’ dat ik schreef in 2017. Maar enig speurwerk liet me zien dat de oester een veel gebruikte beeld is voor iets anders in de poëzie. Zoek op dit blog maar eens op het woord oester.
.
Totem
.
Afstand is nodig
om naar elkaar toe te groeien;
er is altijd afstand nodig.
Het woord kan onze schelp zijn
zoals het ons lichaam past: korst
die soms nog wond is, soms
de korst weer wond geworden.
De schelp groeit mee met de grillen
van haar dragers: iedereen
heeft een bed nodig — de genezing
ligt in die wond besloten.
Het bed kan onze schelp zijn
waaraan grillig vlees zich hecht;
ruimte is nodig.
Er is altijd een ruimte.
.
















