Site-archief

Ik poëzie je graag

Flirt Flamand 2022

.

In 2019 was Vlaanderen eregast op de Brusselse Boekenbeurs. Onder het motto Flirt Flamand verleidden Vlaamse auteurs hun collega’s en het Franstalige publiek. Op die manier groeiden Franstalige- en Nederlandstalige auteurs naar elkaar toe en de actie was een groot succes.

“In 2020 werd verder gewerkt aan deze nieuwe relatie. In 2021 kon de beurs niet doorgaan, maar corona kon de liefde niet blussen. De Matchmaker creëerde het perfecte koppel: de Nederlandstalige Lize Spit en de Franstalige Thomas Gunzig (aka #THOMIZE). Wat begon als een grenzeloze flirt op hun smartphone, eindigde in een literair huwelijk. Thomas en Lize zeiden symbolisch ‘ja’ tegen elkaar, en met hen de hele Nederlandstalige en Franstalige boekensector in België.”

En nu, in In 2022 gooit Flirt Flamand het over een poëtische boeg met een poëziewedstrijd met de welluidende naam ‘ik poëzie je graag’. Ze roepen iedereen met liefde voor taal op om samen met  Lize Spit en Thomas Gunzig, het ultieme Flirt Flamand-gedicht te schrijven.

Tot 29 april 2022 kun je meedoen aan deze Flirt Flamand wedstrijd. De eerste en de laatste regel van het gedicht zijn geschreven door Lize Spit en Thomas Gunzig en iedereen wordt uitgenodigd om de tussenliggende regels in te vullen. Dat mag in het Nederlands, in het Frans maar ook in een combinatie van de twee talen.

Op de website van Flirt Flamand worden alle gedichten geplaatst. Een voorbeeld van Fran Hantson getiteld ‘Hartenbreker’.

.

Hartenbreker

.

Een octopus heeft drie harten

maar speelt dit hem parten?

.

Zijn harten gaan alle kanten uit

één voelt weemoed en tristesse

één voelt spijt en dankbaarheid

één voelt als een wulpse trien.

.

Spelletje tempo tikken?

ja – ja – nee… het zou prikken.

.

Wonen in de zilte zee

ook dat valt soms niet mee

vissen, haaien, boten, netten

elke dag stelt eigen wetten.

.

Maar als de maan stijgt

en als de een na de ander zwijgt,

valt de nacht op de bodem van de zee.

.

Bij de supermarkt

Daniël Billiet

.

De Vlaamse schrijver, leraar, dichter en scenarist Daniel Billiet (1950) stopte met lesgeven op het voortgezet onderwijs om nieuwe technieken te bedenken voor het brengen van poëzie in de klas. Ondertussen is hij voltijds schrijver, omdat “lesgeven zo tijdrovend is en er daar buiten nog een heel grote wereld naar mij ligt te lonken. In 1974 debuteerde hij met de bundel ‘De rib van Magdalena’. Toen hij er later achter kwam dat er nauwelijks poëzie werd geschreven voor jongeren is hij zich vooral daar op gaan toeleggen.

Billiet werkte mee aan poëziepagina’s in verschillende tijdschriften, organiseerde poëziemanifestaties en stelde bloemlezingen samen. Hij is een van de belangrijkste hedendaagse Nederlandstalige jeugddichters. Door zijn verschillende onderwerpen, zijn ritmische beeldende taal en zijn gevoel voor humor wordt Daniël Billiet in Vlaanderen gerekend tot een van de belangrijkste schrijvers van de nieuwe romantiek.

Uit de bundel ‘Waarom het nooit bananen regent’ uit 2020, via de Plint Poëziekalender & meesterwerken uit het Rijksmuseum 2021 het gedicht ‘Bij de supermarkt’.

.

Bij de supermarkt

.

Ze komt uit een ver en onverstaanbaar

hoofddoekenland. In lagen kleren zit ze

en wacht. Ze heeft het druk met al haar

vrienden. Ze eten uit haar gerimpelde hand.

.

Als ik haar vrolijk toelach, knikt ze

zo heftig dat ik bang word

dat haar hoofd er af knakt

de straat op rolt tussen haar vrienden.

.

Ook al guurt de wind soms scherp

de hoek om, de vogels weten het zeker

daar zit ze. Altijd. En wacht.

.

Ruimte

Roos Rebergen

.

Tijd voor alweer een liefdesgedicht. Zolang er aan de ene kant zoveel haat en geweld is in de oorlog en aan de andere kant zoveel liefde en medemenselijkheid als het gaat om het opvangen van vluchtelingen zal ik regelmatig liefdesgedichten plaatsen. Al is het maar om te laten zien en ervaren dat de liefde uiteindelijk altijd overwint. Vandaag een gedicht dat ik las in de bundel ‘Liefde’ uit eind 2021, samengesteld door dichter Tjitske Jansen, het gedicht ‘Ruimte’ van Roos Rebergen (1988) tekstschrijver en zangeres van de band Roosbeef.

Als twaalfjarige stond Roos Rebergen op de planken van de Koeioneur, het jaarlijkse muziekfestival dat haar vader organiseerde op het erf van zijn boerderij in Duiven. En sindsdien is Roos blijven zingen, aanvankelijk in het Engels, maar na het oprichten van haar band Roosbeef in het Nederlands. De taal waarin zij haar bijzondere, vaak bizarre en altijd boeiende gedachten het beste kwijt kan. Dat ze haar gedachten niet alleen kwijt kan in liedjes blijkt uit het feit dat ze in 2016 debuteerde met de dichtbundel ‘Ik ben al 11 jaar geen 16 meer’.  Het gedicht ‘Ruimte’ komt oorspronkelijk uit deze bundel.

.

Ruimte

.

we hebben tijd

stotter maar zoveel je wilt

ik wacht wel

we hebben tijd

jij bent van de ruimte

ik van de afgrond

ik vraag niet door

jij vraagt niet verder

want we weten

we hebben tijd

ik wil met je zien

ik wil met je horen

de sterren moeten niet zo ongeduldig zijn

en het koor van de orka’s kan beter nog wat repeteren

al je kennis maakt je mooi

mijn stomheid doet hetzelfde

jij houdt van het niets

en ik houd van het alles

.

Horizon-taal

Charlotte de Raad

.

De Hilversumse Charlotte de Raad (27) is dichter en spoken word artist. In 2018 debuteerde ze met de poëziebundel ‘En ze leefde nog’ bij Uitgeverij Rorschach. Daarvoor was ze onder andere actief voor het optredend literair gezelschap Poetry Circle 020. Op dit moment werkt ze als programmamaker en redactiemedewerker bij Stichting Granate. Deze stichting bevordert met haar projecten en activiteiten meer culturele diversiteit en inclusiviteit in de Nederlandse film en poëzie. Daarnaast schrijft Charlotte de Raad veel poëzie voor haar eigen social media kanalen en draagt ze regelmatig voor tijdens festivals en evenementen.

Charlotte de Raad is sinds 2021 de nieuwe stadsdichter van Hilversum, ze is benoemd voor een periode van 2 jaar. Charlotte de Raad is de opvolger van Mieke van Zonneveld die de afgelopen 3 jaar stadsdichter was. Het onderstaande gedicht van Charlotte getiteld ‘Kompas’ verscheen in het tijdschrift Sintel

.

Kompas

.

het ritme van poëzie zit in ogenblikken

in de afstand tussen twee lichamen

het voert door gedachtegangen

en is niet in één woord te vangen

maar in het naderen en aanraken

in loslaten en verlangen

.

het waren de klanken die de letters grepen

en deden dansen op papier

het is de beweging in elk woord

die ons leidde naar hier

tussen de regels

aan de kust van een verhaal

.

in de breedste zin

is poëzie horizon-taal

.

In het raam

Roelof ten Napel

.

De in Friesland geboren Roelof ten Napel (1993) is schrijver, dichter, en essayist. In 2014 debuteerde hij met de verhalenbundel ‘Constellaties’ waarvoor hij het C.C.S. Crone-Stipendium kreeg uitgereikt. In 2018 debuteerde hij in de poëzie met de bundel ‘Het woedeboek’ waarvoor hij enkele malen genomineerd werd voor poëzieprijzen en waarvoor hij in 2019 de  School der Poëzie Jongerenprijs kreeg. In 2020 verscheen de bundel ‘In het vlees’ en in 2021 de bundel ‘Dagen in huis’. In de pers werd hij al omschreven als een van de grootste jonge schrijvers van het moment en een van de meest interessante auteurs van de nieuwe generatie.

In ‘Dagen in huis’ gaan de gedichten over precies dat wat de titel belooft; dagen in huis. Hij beschrijft zaken die zich in zijn kamer bevinden en gebruikt die om gedichten in algemenere zin te schrijven. Zelf vind ik het gedicht ‘In het raam’ heel bijzonder omdat het me doet terug denken aan mijn eigen jeugd. Ik kon als geen ander, hangend uit het raam, mij urenlang ‘vervelen’ zonder er erg in te hebben zoals ten Napel schrijft.

.

In het raam

.

Om gelukkig te zijn, zei iemand,

hoef je andermans geluk maar

in te beelden. Je beeldt het je in

en het zwelt in je op,

alsof die voorstelling binnenglipt langs de rand

van het halfdoorzichtige gordijn

waarmee je de verbeelding best kan vergelijken.

En als je nog een voorstelling zocht:

.

een jongen in een open raam, hangend

in zijn eigen armen, kin op zijn pols.

Hij verveelt zich, maar heeft er geen erg in.

het is nog niet zo laat.

.

Als een zachte steen

Marleen de Crée

.

In de Poëziekrant nummer 1 uit 2022 lees ik dat de Vlaamse dichter en plastisch kunstenaar Marleen de Crée in oktober 2021 is overleden. Marleen de Crée-Roux (1941 -2021) kende ik nog niet zolang als dichter. Voor het februarinummer van MUGzines #6 vroegen we haar als bijdragend dichter. Ze reageerde heel spontaan en enthousiast en we konden de drie gedichten die ze aanleverde plaatsen in het magazine. En nu lees ik dat ze aan een ongeneeslijke ziekte leed. Ook haar man Jean leed aan een ongeneeslijke ziekte en ze zijn samen uit het leven gestapt.

Marleen en Jean waren overal present in het Vlaamse culturele leven. Zij woonden tal van presentaties bij van collega dichters, ze verzorgden de stand van uitgeverij P en Poëziecentrum op de jaarlijkse Antwerpse Boekenbeurs. Marleen was een dichter die haar werk rustig en zonder opsmuk voordroeg, de teksten moesten voor zich spreken.

Ze debuteerde met de bundel ‘Ofelia speelt met de maan‘. Haar poëtisch oeuvre telt meer dan 20 dichtbundels waarvan verschillende bekroond werden met o a  de Maurice Gilliamsprijs, de August Beernaertprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en de prijs van de Vlaamse Poëziedagen.

Uit de bundel ‘Passage’ uit 1987 komt het gedicht ‘langzaam, als een zachte steen’.

.

langzaam, als een zachte steen…

langzaam, als een zachte steen,
rol ik aan de flarden van je naam.
sprakeloos wil je me overnachten.
ik stapel bed en ogen vol met wachten
op je grillig haar, je stem, het branden
aan de bakens om me heen.
ik denk: er is geen onschuld langer
dan de kamer, mijn mond, je hart
dat beeft, het ruilen van gedachten.
dan rol ik langzaam als een zachte steen.

.

Stap voor stap

Mark Boninsegna

.

Mark Boninsegna is dichter, schrijver, freelance journalist, kunstenaar en podcastmaker. Regelmatig verzorgt hij poëzieworkshops op scholen voor kinderen in probleemwijken. Hij schreef voor Hand in Hand, Gers! Magazine, Smaak mag, Onze Haven, Noisey en De Havenloods (allemaal in Rotterdam). Hij is oprichter van het online poëziemagazine ‘A Fetisch For Poetry’. Sinds juni 2021 presenteert hij samen met collega dichter en voormalig stadsdichter van Rotterdam, Daniël Dee, de tweewekelijkse podcast ‘De Rotterdamse School en aanverwante zaken’ waarin de twee het laatste poëzie- en literatuurnieuws bespreken.

Eind 2018 werd Mark Boninsegna (1976) benoemd tot gemeentedichter van Lansingerland (gemeente in Zuid Holland bestaande uit de dorpen Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek). Voor 2018 was hij al actief als bibliotheekambassadeur van de bibliotheek Oostland. Mark gaf in januari van dit jaar het gemeentedichtersstokje over aan Woes Ploum en als dank voor zijn jarenlange inzet werd de bundel ‘Poëzie is in de buurt’ gepubliceerd met zijn gemeentegedichten.

Uit deze bundel komt het gedicht ‘Stap voor stap’ een gedicht naar aanleiding van 4 en 5 mei (hij schreef elk jaar een gedicht rond deze dagen).

.

Stap voor stap

.

laten we lopen

stap voor stap

in beweging

.

open velden bezoeken

wij ooit verscholen

achter hoeken

.

blikken als staal

verdwenen met jou

-lach als een kind-

.

onbezorgd opgroeiend

met moeders en vaders

vrienden en buren

.

jouw pril geluk

aan jullie hand

stap voor stap

in beweging

.

Tramtram

Poëzie op een tram

.

Door Hans werd ik gewezen op een initiatief in Antwerpen uit 2012. Vanaf oktober dat jaar reed de Tramtram door de stad, een tram met daarop aangebracht een gedicht van Bernard Dewulf (1960-2021), die destijds stadsdichter was van Antwerpen.

Tramtram is een vrolijke oproep om elkaar vriendelijk en respectvol te behandelen op bus en tram. De ‘Respecttram’ stond centraal in de jaarlijkse campagne voor meer wederzijds respect op bus en tram in Antwerpen. Ter gelegenheid hiervan schreef Antwerps stadsdichter Bernard Dewulf het stadsgedicht Tramtram.

Het zesde stadsgedicht van Bernard Dewulf was zes weken te lezen op deze ‘Respecttram’ die door de straten van Antwerpen reed. Zowel qua klank als vormgeving op de tram was het stadsgedicht een knipoog naar de beroemde avant-gardedichter en prozaschrijver Paul van Ostaijen (1896-1938).

.

Tramtram

.

Dag meisje met het ijsje aan het raam.
Dag beentjes van het meisje in de tram.
Dag bengeling. En tingeling.

.

Dag Marokkaan, dag Indiaan, dag onderdaan.
Dag mevrouw getrouwd met uw sjakosj.
Dag meneer in de weer met uw moustache.

.

Dag gast, ik zie u groeien aan uw rugtas.
Dag Turk. Dag snurker uit de late nacht.
Dag Chinees, dag Kongolees, dag Kees.

.

Dag Jood, dag tingeling, dag rode muts,
dag kleine duts in de te grote koets.
Dag blinde en dag hond, dag blind verbond.

.

Dag hanger in de lus, dag musje in de hoek,
dag denker aan het venster,
dag oortjes in de oren van de stille zanger.

.

Dag reizigers allemaal. Dag elk verhaal.
Dag alle taal. Dag alle reizelingen
in de bedding van de stad. Dag dag dag.

.

Dagelijks klinkt in ons heelal de tingeling.

.

Geboren worden

Anton Korteweg

.

Afgelopen week kreeg ik het bericht dat een collega van me was bevallen van een zoon. Ik moest toen meteen denken aan een gedicht dat ik in de bundel ‘Enfin’ van Anton Korteweg  uit 2021 had gelezen daags daarvoor. In de Poëzieweek kreeg je de bundel van Ramsey Nasr gratis bij aankoop van poëzie. Nu stond de bundel van Anton Korteweg al even op mijn verlanglijstje, helemaal nadat ik hem had horen voordragen in september 2021 op de Leidse Poëzienacht dat werd georganiseerd door Fields of Wonder.

Anton Korteweg is  dichter en neerlandicus die van 1979 tot 2009 hoofdconservator (directeur) was van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Sinds zijn debuut in het literair tijdschrift Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg met regelmaat dichtbundels gepubliceerd. Zijn poëzie kenmerkt zich door de ironische beschrijving van kleine gebeurtenissen, die gevoelens van melancholie oproepen. Zijn enigszins afstandelijke stijl bedient zich van woordspelingen en archaïsmen en een alledaagse woordkeuze voor verheven onderwerpen. Voor zijn poëzie werd Korteweg in 1986 de A. Roland Holst-Penning toegekend.

Het gedicht waaraan ik moest denken is getiteld ‘Geboren worden: over hoe je er ook naar kunt kijken’ en is grappig maar helemaal waar.

.

Geboren worden: over hoe je er ook naar kunt kijken

.

Negen maanden later

moet je er toch echt uit,

hoe goed je het ook naar je zin hebt.

.

Je hebt er dan al bij al

veel langer gewoond dan je vader.

Die bleef altijd maar even.

.

Ze is wel jouw huis, maar het moet;

haar nood wordt gewoon te hoog.

.

Je wordt een uit de klei

je ondergang tegemoet

gedwongen regenworm.

.

Je vader maakt een beginnetje,

je moeder schenkt je de dood.

.

Verdraaid

Dichter bij Zuid-Holland

.

Naast de dichter des vaderlands, legio stads-, dorps- en regiodichters en een paar campusdichters, heb je in Nederland ook een provinciedichter. Voor zover ik weet is het er één, of had moet ik eigenlijk zeggen want Etwin Grootscholten was van 2016 t/m 2021 provinciedichter van de provincie Zuid-Holland.

Etwin is tevens beleidsambtenaar bij de provincie en eind 2021 verscheen een verzameling van de gedichten die hij schreef in zijn periode als provinciedichter in de bundel ‘Dichter bij Zuid-Holland’. De bevat een voorwoord van de commissaris van de Koning Jaap Smit, drie hoofdstukken met titels: Ceremonie, Buiten en Och, mensen en een nawoord van de dichter zelf. De bundel is niet in de handel verkrijgbaar maar wordt als relatiegeschenk ingezet door de provincie.

In het nawoord beschrijft Etwin een aantal gelegenheden waarbij hij als provinciedichter gevraagd en ongevraagd gedichten bij schreef. Officiële gelegenheden met de commissaris van de Koning, met Prinses Beatrix, nieuwjaarsrecepties, toespraken, maar ook bij gelegenheden zoals het Prinsjesfestival en de opening van het paviljoen van de provincie en de gemeente Rotterdam voor de Chongming World Flower Expo 2021.

Dan de gedichten in de bundel. De gedichten zijn heel wisselend, sommige verhalend, duidelijk geschreven voor een speciale gelegenheid, andere weer heel persoonlijk zoals in het gedicht ‘Herdenken’: Uit hun schoten / is mijn leven gevallen, of in het gedicht ‘Geen komen & gaan’: dat ik zie / dat ik niet voor alles en iedereen wegeb / dat ik er ben voor een ander / in een weidser leven.

Er staan ook een aantal gedichten in de bundel die zijn geschreven naar aanleiding van de Corona pandemie; over de Corona teams, zijn eigen ervaring met Corona en over hoe we als maatschappij met Corona omgaan. Wat mij opvalt is de veelzijdigheid in vorm en inhoud van de gedichten van Etrwin. Er staan kernachtig geformuleerde (extreem hermetisch vermeldt de achterflap, ik vind dat erg meevallen) tot prozaïsche gedichten zoals het gedicht ‘Helder’ en ‘De toekomst van Zuid-Holland II. Opvallend is ook, dat de gedichten die meer gelinkt zijn aan een ceremonie of een officiële gebeurtenis, langer zijn dan de meer persoonlijke vrije werken.

Al met al heb ik de bundel met veel plezier gelezen. Juist door de afwisseling in vorm en inhoud. Dat Etwin ook over een poëtische stem beschikt is duidelijk. Dat de bundel, juist doordat er een duidelijke opdrachtgever was, minder geschikt is voor de handel maar juist heel goed als relatiegeschenk, heeft me tijdens het lezen zeker niet in de weg gezeten. Waarmee ik maar wil zeggen dat (een groot deel van) deze poëzie een groter publiek verdient. Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Verdraaid’.

.

Verdraaid

.

dijken van kinderen heb ik

ze roeien hun armen als wieken

malen meel en drogen polders

er wordt naar heb gekeken

zoals de wereld kijkt naar Kinderdijk

stiekem voor de pracht van het al

en later pas het weten

waar het in de wind allemaal om draait:

.

een hemel doorklieven

met een praktisch doel

.