Site-archief

Niet alles komt zomaar

Thijs Kersten

.

In 2023 werd Thijs Kersten (2002) campusdichter van de Radboud universiteit in Nijmegen. Dat Thijs naast zijn studie niet stil zit blijkt ook uit het feit dat hij, samen met medestudenten Sophie Theunissen en Bo Polman het Radboud Creative Collective oprichtte. Creatief getalenteerde studenten konden zich aanmelden voor het collectief. Wie solliciteerde kreeg een opdracht. Daarna werd na een gesprek besloten wie zich bij het collectief kon aansluiten.

Voordat Thijs Kersten campusdichter werd, was hij al dorpsdichter van Heumen. In 2021, en toen ik dat las wist ik dat ik iets over hem wilde schrijven, probeerde hij de bezuinigingen op de bibliotheek te stoppen. In de jaren daarvoor was het budget al met 40% gekrompen en een verdere bezuiniging zou de sluiting van twee vestigingen betekenen. Om de bezuinigingen van tafel te krijgen wilde hij de potentie van de bibliotheek laten zien. Daarom organiseerde hij activiteiten in de bibliotheek van Malden (onderdeel van Heumen), zoals literaire avonden, samen met Sofie Deen, programmamaker. Mede dankzij de inzet van Thijs en de mensen van de bibliotheek besloot de gemeenteraad de bezuinigingen op de bibliotheek te schrappen.

Terug naar zijn dichterschap. Over zijn poëzie zegt Thijs: ‘Laat ik vooropstellen dat ik een absolute hekel heb aan rijmschema’s en versmaten. Ik weet er veel van, maar het is echt niet mijn ding. Ik speel meer met woordklank en ritme. Mijn doel is om mensen mee te krijgen met mijn poëzie. Dat lukt omdat ik weet hoe ik moet spelen met taal en met woorden de aandacht van de luisteraar vasthoud.’ In een gedicht dat hij als dorpsdichter schreef komt dat mooi naar voren.

.

Niet alles komt zomaar,
niet alles lukt zomaar,

maar er is al zoveel gelukt.

Ik weet niet altijd waar ik heen moet
of wat er morgen gaat gebeuren,

maar we doen het samen.

En als we soms de mist in gaan,
dan komen we er samen weer uit
aan de andere kant.

Want we hebben de ruimte om fouten te maken
om een keer iets opnieuw te doen

om ons twee keer te stoten aan dezelfde steen
of drie, of vier,

omdat we hier niet zomaar fout zijn
niet zomaar slecht of lastig of vervelend.

Hier zijn we thuis en hier is niet alles perfect
maar is het wel zo goed mogelijk
en is het elke dag beter en fijner.

Want als we hier fouten maken
rapen we elkaar gewoon op
en lopen we samen verder.

.

 

Waarom is oude/moderne poëzie zo lastig te lezen?

Oude versus moderne poëzie

.

Filosoof Charles Taylor schrijft in een artikel in The New York Review: “In de loop van de tijd moest de moderne poëzie steeds subtieler en verrassender worden om de verwachtingen van de lezer te overtreffen en hem of haar open te stellen voor de ervaring van transcendentie.”. Op de weblog van ene Arne staat de schrijver stil bij de verschillen tussen ‘oude’ en ‘moderne’ poëzie maar hij schrijft vooral over de vorm. Dat is één aspect maar er is natuurlijk veel meer dan vorm. Denk aan inhoud, thema, rijm, voordracht, post modernistische elementen, taalgebruik, gebruik van andere talen, lengte en ga zo nog maar even door. Ik schreef er afgelopen week al over.

Oude poëzie is moeilijk te lezen omdat ze in ouderwetse taal geschreven is. Het werk van de Tachtigers is prachtig, maar het is niet altijd eenvoudig te lezen, tenminste in eerste instantie, totdat je er een heleboel van gelezen hebt, je er meer begrip voor en van krijgt en er warm voor loopt.

Nieuwe poëzie is moeilijk te lezen omdat poëzie zogenaamd lastig en obscuur is. Ik heb me altijd afgevraagd waarom dat zo was. Zelfs Remco Campert, bijvoorbeeld, die misschien wel de meest leesbare en toegankelijke beroemde literaire dichter van de vorige eeuw is (ik sluit hierbij de liedschrijvers uit), schrijft op die beknopte manier. Ik las ergens op een site over literatuur iemand die schreef dat Dickens maar door bleef gaan omdat hij per woord betaald werd. Het lijkt er vaak op dat moderne dichters betaald worden naar een omgekeerde verhouding tot het aantal woorden dat ze gebruiken (zeker als je de vele Instagramdichters bekijkt die natuurlijk beperkt worden door het medium waarop zij hun poëzie publiceren) maar het tegenovergestelde is ook waar; veel dichtbundels van nu staan vol behoorlijk lange prozaïsche gedichten. Gedichten waarbij het onderscheid tussen vrij korte verhalen en gedichten nauwelijks meer te maken is.

Terug naar Taylor. Dichters proberen altijd de ervaring van transcendentie vast te leggen, en één manier om dat te bereiken is door iets nieuws en onverwachts te doen. Zo is het ook met muziek. Net als bij muziek werkt innovatie soms bij poëzie. Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky geldt als één van de meest revolutionaire werken van de 20ste eeuw. Het klinkt vernieuwend en, vergeleken met oudere muziek, moeilijk te volgen, maar het klinkt op zichzelf al goed. Sommige andere moderne muziek klinkt echter gewoon… modern. Ik denk dat er tegenwoordig (eigenlijk al zo’n honderd jaar) veel druk op componisten ligt om ofwel poppy te klinken, ofwel innovatief, “poëtisch” in de zin van veel informatie overbrengen met weinig melodieën.

Maar goed, terug naar de literatuur. Sommige proza ​​is zo innovatief en experimenteel dat het moeilijk te volgen is. Poëzie is een ander verhaal. Dat komt waarschijnlijk doordat poëzie streeft naar die ongrijpbare ‘ervaring van transcendentie’ het boven jezelf uitstijgen of het overstijgen van de dagelijkse realiteit. Wanneer dichters dat nastreven en dit doen in de traditie van het hier en nu, en dus gebruik makend van alle mogelijkheden die de dichter ter beschikking staan om moderne poëzie te schrijven, dan kun je spreken van moderne poëzie. En is dat moeilijker of makkelijker te lezen dan oude poëzie? Ik denk dat dat vooral te maken heeft met je eigen kader. Lees of heb je veel oude poëzie gelezen dan is moderne poëzie misschien niet altijd (makkelijk) te volgen. Ben je opgegroeid met moderne poëzie dan is het doorvoelen en begrijpen van oude poëzie waarschijnlijk minder makkelijk. In beide gevallen is interesse in poëzie in algemene zin een goed uitgangspunt tot begrip én daarna genieten van wat dichters uit alle tijden te bieden hebben.

Om dit betoog te beëindigen wil ik hier twee voorbeelden van oude en moderne poëzie delen. Mag jezelf bepalen wat je het meest aanspreekt en waarom. Het eerste gedicht is van de dichter J. Slauerhoff (1898-1936) getiteld ‘Voorwereldlijk landschap’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ (1973) en werd voor het eerst gepubliceerd in 1923. Het tweede gedicht is van Maxime Garcia Diaz (1993) zonder titel uit haar bundel ‘Het is warm in de hivemind‘ uit 2021, dus 74 jaar later gepubliceerd.

.

Voorwereldlijk landschap

Door ’t slikmeer breken smalle steenkoollagen
Als zwart ijs, bovenop met asch beslagen.
Het glanst op versche breuken en verbrokkelt snel.
Verre springbronnen sissen hoog en fel,
Het dieptegas welt op, dampbellen bersten.
Een mastodont, verdwaald van ’t grondig land,
Plonst door een zware laan moerascypressen,
Zakt af in ’t dras, opstekend slurf en tanden:
Twee spitse blaren bij een kronkelende plant.
Zaagtandige bekken gapen uit het drab.
Over schubstammen beent een monsterkrab.
Boomvarens groeien sterk op lage randen.
De zon staat groot en vaag, een ronde damp, te branden.
.
*
ive trough this w/ me

meisje
w/ the most cake

het aangekoekte kwaad tussen onze tenen
in de kromming van onze oorschelpen

de reiniging dient zich aan
we hebben een aard en we traceren
haar contouren
live through this w/ me, meisje

eetstoornisgrapjes schotelpupillen
het moment dat je geest boven het bed
zweeft, naar beneden kijkt & geil wordt
van zijn lelijkheid, jouw
jonge bloeiende cinema
het etteren van de zweren
op je hersenen, de wratten op je tong
smijt je lichaam tegen een muur en ontdek
hoe je botten breken, op welke plekken,
en vooral: wanneer

(…)

Jenny schrijft
you should limit the number of times
you act gaainst your own nature. it is interesting
to test your capabilities for a while,
but too much will cause damage.

achter de horizon wacht het uitsterven
voor nu lijkt rotten op bloeien, ruikt
bijna hetzelfde
voor nu heb ik geen honger meer
ik heb de hele middag in een bushokje
gezeten (neorexisch koninkrijk)
met euroshopper & amnesia haze
en een amerikaanse tiener
opgekruld in een hoekje als een
suburban spook, zielige zieke ideeën
& een meisje (girl of the geist)
that promised to live through this
with me

How the worst day in my life became the best

Inzichten in moderne poëzie

.

Poëzie heeft altijd de kracht gehad om emoties op te roepen en nieuwe perspectieven te bieden, maar breekt nu vaak met traditionele formats zoals vaste versvormen en academische discussies. Hedendaagse dichters lopen voorop in deze verandering en creëren een taal en een vorm die direct aansluit bij persoonlijke ervaringen en thema’s weerspiegelt die resoneren met ons dagelijks leven. Ik heb hier al vaker over geschreven en hoewel ik, je hebt nu eenmaal je voorkeuren, als schrijver en dichter soms moeite heb met deze nieuwe vormen, kan en durf ik ze ook te omarmen. Want poëzie leeft en is organisch. Poëzie is in haar lange geschiedenis nooit statisch geweest en dat is denk ik één van de redenen dat poëzie nog steeds springlevend is.

Deze transformatie gaat niet alleen over nieuwe manieren om poëzie te delen en ervan te genieten; het is een herdefiniëring van de essentie ervan en de rol die het speelt in ons leven van alledag. Poëzie blijft ons raken, onze gedachten prikkelen en ons helpen het gewone op een buitengewone manier te zien. In navolging van de woorden van Dylan Thomas kan poëzie nog steeds een lach, een traan, stilte of zelfs een spontane noot opwekken. Of je nu op zoek bent naar inspiratie, troost of gewoon een connectie, ook de hedendaagse poëzie biedt voor elke stemming en elk moment wel iets.

De tijden zijn veranderd en hoewel de literaire kernwaarde van poëzie behouden blijft, zijn de vorm en het format ervan dramatisch geëvolueerd. Neem bijvoorbeeld het werk van Atticus, het pseudoniem van een anonieme Canadese dichter. Hij schrijft  poëzie, epigrammen en aforismen met thema’s als liefde, relaties en avontuur. In 2016 werd Atticus door het tijdschrift Teen Vogue uitgeroepen tot de #1 dichter om te volgen . In 2022 noemde The Times Atticus ‘Byron voor de Instagram-generatie’ en datzelfde jaar werd hij door Galore Magazine uitgeroepen tot ‘de meest tatoeëerbare dichter ter wereld’. Een ander voorbeeld van een Instagramdichter die door dit medium beroemdheid verkreeg is natuurlijk Rupi Kaur.

Maar er is ook kritiek op zijn poëzie, die als generiek en repetitief wordt omschreven. De inhoud van zijn poëzie wordt eveneens bekritiseerd als manipulatief, vooral in de context van zijn publiek dat voornamelijk uit tienermeisjes bestaat. Colin Yost, is een criticus van Atticus en heeft hem omschreven als een ‘dief’ en een ‘toe-eigenaar van oude klassiekers’. En daar kun je van alles van vinden maar door de eeuwen heen hebben dichters gejat en geleend van voorgangers. De postmodernistische dichters maken juist en graag gebruik van teksten, delen van teksten en woorden van hun voorgangers.

Een ander voorbeeld is Andrea Gibson (1975), een Amerikaanse dichter en activist, die zich in zijn gedichten richt zich op gendernormen , politiek, sociale rechtvaardigheid en LHBTQ-onderwerpen. Gibson gebruikt genderneutrale voornaamwoorden , met name zij/hen/hun. Veel van hun gedichten gaan over genderidentiteit. Gibson heeft over gender gezegd: “Ik identificeer me niet per se binnen een genderbinair systeem. Ik heb me in mijn leven nooit echt een vrouw gevoeld en ik heb me zeker nooit een man gevoeld. Ik bekijk gender op een spectrum en ik voel ergens op dat spectrum dat niet aan een van beide kanten daarvan landt.” In Nederland en Vlaanderen zijn er ook dichters die zich specifiek of óók richten op de LHBTQ gemeenschap of schrijven over gender. Voorbeelden beschreef ik al hier, hier en hier.

Een laatste voorbeeld is Phil Kaye een Japans-Amerikaanse spoken word dichter, schrijver en filmmaker.  Phil Kaye werd geboren in Californië als zoon van een Japanse moeder en een Joods-Amerikaanse vader. Als kind sprak Kaye thuis bijna uitsluitend Japans, totdat hij op vijfjarige leeftijd naar een Amerikaanse kleuterschool werd gestuurd. Kaye’s familie, samen met zijn Japanse en Joodse afkomst, zijn terugkerende thema’s in zijn latere werk. Naast zijn poëzie is Kaye een voormalig docent van wekelijkse poëzieworkshops in zwaarbewaakte gevangenissen. Hij werd benoemd tot hoofdcoördinator van Space in Prisons for the Arts and Creative Expression (SPACE), een organisatie die gratis kunstworkshops aanbood aan gedetineerden.

Moderne dichters, moderne poëzie, met thema’s als liefde, identiteit, sociale rechtvaardigheid, gender en persoonlijke groei. Ieder van hen brengt een eigen stem en weet thema’s levendig te verwoorden. Hun werk gaat verder dan traditioneel lezen, ze brengen een ervaring die lezers weet te raken. Zoals het gedicht ‘How the Worst Day of My Life Became the Best’ van Andrea Gibson, uit ‘You Better Be Lightning’ uit 2021.

.

How the Worst Day of My Life Became the Best

.

“When you are trapped in a nightmare, your motivation to awaken will be so much greater than that of someone caught up in a relatively pleasant dream.”
—Eckhart Tolle

.

When I realized the storm
was inevitable, I made it
my medicine.

Took two snowflakes
on the tongue in the morning,
two snowflakes on the tongue
by noon.

There were no side effects.
Only sound effects. Reverb
added to my lifespan,
an echo that asked—

What part of your life’s record is skipping?
What wound is on repeat?
Have you done everything you can
to break out of that groove?

By nighttime, I was intimate
with the difference
between tying my laces
and tuning the string section

of my shoes, made a symphony of walking
away from everything that did not
want my life to sing.

Felt a love for myself so consistent
metronomes tried to copyright my heartbeat.

Finally understood I am the conductor
of my own life, and will be even after I die.
I, like the trees, will decide what I become:

Porch swing? Church pew?
An envelope that must be licked to be closed?
Kinky choice, but I didn’t close.

I opened and opened
until I could imagine that the pain
was the sensation of my spirit
not breaking,

that my mind was a parachute
that could always open
in time,

that I could wear my heart
on my sleeve and never grow
out of that shirt.

That every falling leaf is a tiny kite
with a string too small to see, held
by the part of me in charge
of making beauty
out of grief.

.

Poëziehuis de Rode Poort

Kamiel Choi

.

Wanneer ik wel eens over de periode na mijn werkzame leven fantaseer, de periode dat ik met pensioen ben, dan kom ik vaak uit bij de wens een poëziehuis of -winkel te bezitten of te runnen. Een plek waar ik mijn immer uitdijende poëziecollectie een plaats kan geven en van waaruit ik kan schrijven over poëzie (zoals dit dagelijkse blog), de MUGzine kan uitgeven, dichters kan faciliteren bij het uitgeven van een dichtbundel met MUGbooks, evenementen en podia kan organiseren en poëzie kan lezen en delen. Ik zou dan altijd open zijn voor publiek voor het rustig lezen van een bundel, praten over poëzie onder het genot van een kop koffie of thee, of het smeden van allerlei wilde plannen met betrekking tot poëzie. Maar zover is het nog niet.

Nu las ik pas geleden dat Jeanine Hoedemakers In 2021 in haar tuin een poëziehuisje opende. Ze noemde het De Rode Poort omdat de poort naar de tuin rood is. Aanvankelijk was het idee om mensen uit de wijk de mogelijkheid te bieden op een laagdrempelige manier kennis te maken met poëzie of om een tekst uit te komen zoeken voor bijvoorbeeld een bruiloft of geboorte. Om de aandacht op De Rode Poort te vestigen en de bedoeling te accentueren is er elke opening van het nieuw seizoen een literaire middag georganiseerd en vrijwel elke vrijdag is er een speciale activiteit.

Overigens toen ik op het wereld wijde Interweb op zoek was naar haar poëziehuisje kwam ik nog een ander poëziehuisje tegen Koog Zaandijk Westzaan. Iets dergelijks maar wel anders (vanuit een doopsgezinde hoek). Terug naar De Rode Poort. Het poëziehuisje is een soort inloop minibieb (afschuwelijk woord dat de lading niet dekt, ik zou zeggen miniboekenkastje), echter de bundels mogen niet mee naar huis genomen worden. Je kunt gebruik maken van de zitjes in de tuin, om er te gaan zitten lezen, maar er kan ook geschreven worden. Voor dichters is er de mogelijkheid om een gedicht of een voordracht uit te proberen. Als er feedback gewenst is dan kan die gegeven worden. Er staat altijd koffie en thee klaar. De tuin ziet er uitnodigend uit en is ruim. Bij wat slechter weer is er een overkapping en natuurlijk is er het huisje. Zelfs naar binnen gaan behoort tot de mogelijkheden. Kortom een oase van poëzie daar in Rosmalen.

Mocht je in de buurt zijn dan zou ik zeker een bezoek brengen. Het Poëziehuisje in Rosmalen bevindt zich aan de Bredestraat 20. Je bereikt het huisje door achterom te gaan, via de brandgang die je bereikt vanuit de Vondelstraat.  Een van de regelmatig daar optredende dichters is Kamiel Choi over wiens bundel ‘Klein verzet‘ ik pas nog een lovende recensie schreef. Van zijn hand is het volgende gedicht getiteld ‘Basisinkomen’. 

.

Basisinkomen

.

Ik heb een heel goed doekje.
Een groen microvezeldoekje
geschikt voor alles.
Tegen iedereen zeg ik
wat voor een goed doekje het is.

.

Dit doekje heeft me bevrijd
uit de brul van het overleven
ik ben nu net zo zeker
als een ver verleden.

.

Ik kan de hele dag lummelen
en met mijn doekje wrijven.

.

Hypotheekgesprekken

Lin An Phoa

.

Van 2003 tot 2021 organiseerde Stichting Onbederf’lijk Vers activiteiten waaronder het gelijknamige festival in de binnenstad van Nijmegen. In 2021 stopte dit en het laatste festival was feitelijk in 2019. In 2020 kwam de Corona crisis en daarna is er geen festival meer georganiseerd. In 2021 werd daarom een bloemlezing met beginnend talent gepubliceerd. Ik schreef al eerder over deze bundel, toen met een gedicht van Babeth Fonchie.

In deze zelfde bundel staan ook twee gedichten van (de mij toen nog onbekende) Lin An Phoa (1995) taalwetenschapper, danser en (spoken word) dichter. Inmiddels heb ik meer van haar gelezen, haar zien optreden en een gedicht van haar gedeeld op dit blog. Daar wil ik vandaag een gedicht aan toevoegen uit de ‘Bloemlezing Onbederf’lijk Vers’ voorjaar 2021, getiteld ‘Hypotheekgesprekken’.

.

Hypotheekgesprekken

.

Mijn vrienden hebben hypotheekgesprekken

en ik lig in bed, stel de dag uit tot ik

in de verte nog vaag zijn vorm herken

twijfel of ik moet zwaaien,

of laat passeren

me voornemend toch echt weer eens op te bellen

om te vragen hoe het gaat

.

als het zo makkelijk was

– opbellen, laat staan hypotheekgesprekken –

was het vast ook niet zo lastig

iedere dag iets aan te trekken

zonder vlekken of kreukels zichtbaar

ruikend naar wasmiddel en/of olijfzeep

.

wat zou het fijn zijn

schone sokken op te vouwen

weg te stoppen in een opgeruimde la

in een kast in een kamer met een raam

op een kiertje dat uitkijkt op een park

of een plein waar de toekomst speelt

.

 

Zwerm

Hanneke van Eijken

.

Voordat dichter Hanneke van Eijken (1981) debuteerde in 2013 met haar bundel ‘Papieren veulens‘ mocht ik haar al eens aankondigen (in 2012) op een podium van poëziestichting Ongehoord! tijdens Route du Nord in café Faas in Rotterdam. Na haar debuutbundel maakte ze snel naam als dichter. Zo ontving ze in 2015 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en werd ze (ook voor haar debuutbundel) genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs in 2014.

In 2018 verscheen van haar hand de bundel ‘Kozijnen van krijt’, in 2021 de bundel ‘Waar slaap van gemaakt is’ en nu, in 2025, is haar derde bundel verschenen getiteld ‘Hazenklop’. De recensies zijn onverminderd positief. Zo schrijft Dietske Geerlings op Tzum literair weblog: “Over Hazenklop kun je blijven denken en blijven schrijven, want er is zoveel moois in te ontdekken. Wie bang is voor ontlezing doet er goed aan dit soort parels te verspreiden en anderen te laten voelen wat de kracht is van taal.” En schrijft Janita Monna in Trouw: “In Hazenklop houdt Van Eijken houdt het gevaar op afstand in kalme, fluisterende regels en precieze, heldere beelden.”

Ik koos uit haar nieuwe bundel het gedicht ‘Zwerm’. In de aankondiging van deze bundel schrijft de uitgever: “Met haar nieuwe bundel Hazenklop verkent Hanneke van Eijken in zorgvuldige en beeldende taal de begrippen tijd, ruimte en het horen bij een kudde.” Lees voor het woord kudde het woord zwerm en het mag duidelijk zijn waarom ik diot gedicht koos.

.

Zwerm

.

De schaduw is zo groot als het dier in ons

dat we te weinig zien

we voeren het veel om het rustig te houden

.

aan een ketting rammelt het verlangen om uit te breken

met zware poten door de omgewoelde grond te ploegen

de wens om een zwerm te zijn

.

ik wil een verenvacht, scherpe klauwen

een blik vol nachtnavigatie, de roep

uit mijn borst laten ronken

.

ik wil de wilde dieren in mij, die wroeten

grommen tegen het donker

.

 

Ja

K. Schippers

.

Vandaag is het weer eens tijd voor een liefdesgedicht. Dit keer het gedicht ‘Ja’ van K. Schippers (1936-2021) uit zijn bundel ‘Een leeuwerik boven een weiland’ uit 1980.

.

Ja

.

Ik heb je lief zoals je soms

gelijk een gouden zomerdag bent

nee nee nee

ik heb je lief zoals je bent

nee nee

ik heb je lief zoals

nee

ik heb je lief

.

Spoken word

Myron Hamming

.

Ik schrijf zo nu en dan over spoken word. Nu is dat ook niet meteen mijn specialiteit of heeft het mijn voorkeur als het gaat om poëzie, maar interessant vind ik het wel. Toen ik nog poëziepodia organiseerde met poëziestichting Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam nodigden wij ook met enige regelmaat spoken word dichters uit. Ook de deelnemers van de Poëziebus die daar optraden hadden vaak een spoken word achtergrond.

Spoken word zie ik als afdeling van het warenhuis dat poëzie is (met al haar onderdelen, variëteiten, afdelingen en shop-in-shops) maar er zijn verschillen met de klassieke poëzie (ook die in de vrije vorm). Bij spoken word gaat het om de voordracht. Om de performance en het ritme. Je vertelt een verhaal  waarvoor je niet alleen je woorden, maar ook je lichaam en gezichtsuitdrukking gebruikt. Dat kan heel mooi en indringend zijn, een totaalbeleving, theatraal en overtuigend, maar ik zie toch te vaak dat al deze elementen tenkoste gaan van de poëtische kracht van de tekst.

Spoken word dichter Myron Hamming (1994) zegt daarover in de Flow: “Je zou spoken word poëzie met een verhaal kunnen noemen. Een persoonlijk verhaal, verteld met het hart, ‘met soul’. Spoken word is allereerst geschreven voor het podium, voor een publiek. Ritme is daarom belangrijk net als klank en timing. In een samenleving die verhardt, biedt spoken word hoop en verbinding.”

Ook dichter der Nederlanden Babs Gons (1971) is begonnen als spoken word dichter en performer. Maar uiteindelijk is zij ook als gepubliceerd dichter gedebuteerd in 2021 met de bundel ‘Doe het toch maar‘. Blijkbaar is de wens van veel spoken word dichters toch om ooit vereeuwigd te worden op papier. Op video is dit natuurlijk veel makkelijker; je begint een YouTube kanaal en filmen maar.

Dat de verstrengeling tussen de twee, of zoals ik al schreef spoken word als deel van de poëziefamilie, steeds meer vorm krijgt blijkt ook uit de podia en festivals waar dichters acte de présence geven en gevraagd worden. Ook in de teksten van spoken word dichters zie ik iets veranderen, ze worden minder persoonlijk en verhalend en meer poëtisch en verdichtend. Dat zie je ook in het gedicht ‘We zagen lichtpuntjes in de verte en noemden ze toekomst’.

.

We zagen lichtpuntjes in de verte en noemden ze toekomst’

.

hier binnen in de ruimte
die je herinnert met groots gemak
leg ik alles neer dat je mist
alles dat je voelde
alles dat je zag

vouw ik hier zacht in de naden en kieren
hier binnen
schijnen wij nog
omdat jullie weigeren te vergeten
want enkel hier
geloof ik niet in eindes

zolang ik durf te wachten op het eerste dauw
durf te verlangen
en te flirten met het eerste licht
als lichtpuntjes flikkerend in de verte
als steden op randen van kusten
om op te vallen

in die verte
aan dezelfde kust
aan dezelfde rand van het podium
zijn we weer een avondlang ons eigen dorp
onze eigen stad onze eigen wereld en dat verhaal vertellen we
samen als één gezicht één stem
door de bas die in oren zoemen blijft
door de kelen schor en de stemmen weg

waar zich een wereld afspeelt en waar dat ook is
waar de klok even vergeet mee te slaan
waar de tijd even hikt en hapert
waar het niet uitmaakt hoe donker het buiten is
het licht blijft hier

in die tussentijd vertellen we samen ons verhaal
kijken we samen uit over de lichtpuntjes flikkerend in de verte
en noemen ze toekomst
en doen we dit
voor dat ene moment
en dat moment is ons alles waard
want daar zijn we nooit echt weggeweest
daarvoor ligt hier
teveel van ons achtergelaten
en is hier
teveel dat op ons wacht

.

Doe mee aan de Rob de Vos poëziewedstrijd

Monique Leferink op Reinink

.

Ook in 2025 organiseert Literair E-magazine voor Nederlandstalige poëzie Meander, weer een poëziewedstrijd vernoemd naar de oprichter van Meander Rob de Vos. Eerdere winnaars van deze poëzieprijs waren Mandy Eggerding (2020),  Nicholas Van Herck (2021), Jan-Paul Rosenberg (2022) Steven Van Der Heyden (2023) en Monique Leferink op Reinink (2024).

Voor de eerste editie was ik één van de juryleden en daarna heb ik altijd aandacht besteed aan deze wedstrijd op dit blog. Zo ook dit keer.

Vanaf 1 april t/m 30 september mag iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is voor de zevende keer dat deze wedstrijd wordt georganiseerd (de eerste jaren als de Meander poëziewedstrijd). Ook dit jaar is er een verplicht thema en krijgen alle 10 genomineerden een publicatie van hun gedicht. Thema dit jaar is ‘Dwalen’.

‘Not all those who wander are lost.’ – J.R.R. Tolkien

Soms is dwalen een zoektocht. Soms is het een bestemming op zich. In het thema ‘Dwalen’ ligt ruimte voor ontdekking, voor verlies, voor het onbekende en voor het vinden van onverwachte paden. Hoe vertaal jij dit in poëzie?

Het ingezonden gedicht is:

  • in het Nederlands geschreven
  • in een Word-bijlage (géén PDF-bestand)
  • niet langer dan één A4 formaat, in lettergrootte 12
  • in een normaal leesbaar lettertype (niet vetgedrukt, niet in kleur)
  • niet ondertekend met je naam
  • geïnspireerd op het thema
  • nooit ergens eerder gepubliceerd
  • nooit genomineerd of bekroond
  • niet kwetsend of discriminerend
  • na inzending niet meer te veranderen

De jury bestaat in 2025 uit:

  • Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent)
  • Hettie Marzak (recensent)
  • Anneruth Wibaut (schrijver, dichter, recensent)
  • Annet Zaagsma (dichter)
  • Marc Bruynseraede (schrijver, dichter, recensent)
  • Tom Veys (schrijver, dichter, recensent)

Er worden tien gedichten genomineerd en daar komen drie winnaars uit voort. De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. De datum van bekendmaking is in het najaar en wordt tijdig aangekondigd. In december volgt er een algemeen juryrapport dat gepubliceerd wordt op Meander. Voor alle informatie kijk je op de website van Meander of op de website van https://schrijvenonline.org/ of op  schrijverspunt.nl. Hier zijn ook alle voorwaarden en het wedstrijdreglement te lezen.

Zoals geschreven was de winnaar van de Rob de Vos poëziewedstrijd in 2024 Monique Leferink op Reinink. Haar winnende gedicht ‘Canto’ lees je hieronder.

.

Canto

Ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de zwarte gaten in zijn geheugen
aan hoe hij steeds meer naar binnen groeit
zijn ingevallen wangen, open mond
en het cirkelen van gieren

ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe zij door wankele gangen dwaalt
ongenode gasten als schaduwen achter zich aan
de tijd een half open vuilniszak
op de vloer van haar bestaan

ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe hij het wit papieren zakdoekje zorgvuldig opvouwt
dan zegt ‘ik ben een klootzak, ik ga dood, wat moet ik doen?’
zij zijn deken rechttrekt, op de vlucht voor een man
die haar komt ontvoeren

ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de afgeplakte spiegel, het deksel op de postoel
de blinde herhalingen, hoe het kwijt en vergeet
en steeds maar raakt, teloor gaat
in alle sponningen van het vreemde

ik denk aan rivieren, licht op rivieren,
aan haar luier en de schilfers op zijn paarse voeten
zijn knieën in een hoek van de kamer
het gordijn waarachter een eik en iets al blauw
en zij, zo eindeloos de verte.

.

 

Een spiegel in de aarde

Sasja Janssen

.

De laatste bundel van Sasja Jansen ‘Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica’ die begin 2024 verscheen werd bekroond met de Awater Poëzieprijs. Het was niet de eerste keer dat haar werk bekroond werd, zo ontving ze in 2022 diezelfde Awaterprijs voor haar bundel ‘Virgula’ die ook nog eens  genomineerd werd voor De Grote Poëzieprijs, de Herman de Coninckprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, en poëziebundel van het jaar 2021 voor de KANTL poëzieprijs was, en kreeg ze voor ‘Virgula’ de eerste Johan Polak Poëzieprijs. In 2024 kreeg ze voor haar hele oeuvre de A. Roland Holst-Penning. Een dichter om eens wat extra aandacht aan te besteden kortom.

Sasja Janssen (1968) is een Nederlands dichter en schrijver van romans en korte verhalen. Zij geeft les op de Schrijversvakschool en Crea. De reacties op haar bundel ‘Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica’ waren wat verdeeld, waarschijnlijk doordat de verwachtingen na ‘Virgula’ hoog gespannen waren. Desalniettemin heeft Awater toch deze bundel bekroond en wil ik hier het gedicht ‘een spiegel in de aarde’ uit deze bundel met jullie delen. Het gedicht is opgedragen aan Chen Yuhong, een van de grootste dichters van Taiwan wier werk internationaal bekroond is.

.

een spiegel in de aarde

.

Voor Chen Yuhong

.

het schemert niet

toch is er geen licht, toch is er geen donker

aan de oever kijk ik naar de krans van bladeren om haar hoofd

een wilgentwijg in haar hand, de rok gulzig uitgespreid

.

we houden ons stil, stil

.

de zwartgroene onderwereld, de doorzichtige bovenwereld

houden haar op het meer dat toekomst en verleden mengt

in zijn oog dat nooit sluit

de narcissen buigen, een uil draait zijn kop, vlinders geborgen

.

dan zinkt ze en duikt op het gedicht als nieuwste tijd

.