Site-archief
Fries en fruitig
Tsjêbbe Hettinga
“Wat was die man goed” schrijft Hans Puper in 2017 in zijn recensie op de website van Meander, van de bundel ‘Het vaderpaard / it faderpaard‘ uit 2017 van de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga (1949-2013). Hettinga behoort ongetwijfeld tot de grootste dichters die Friesland heeft voortgebracht. Hij paarde een uniek taalscheppend vermogen aan een even uniek voordrachtstalent, waarmee hij zijn toehoorders steeds weer wist te betoveren.
Ik las in het magazine Mezza van maart 2025 een kort interview met (toen nog) voormalig dichter des vaderlands Tsead Bruinja (1974) over het Fries (zijn taal). Bruinja antwoord op de vraag wat zijn favoriete Friese boek is: “De gedichtenbundel Het vaderpaard of in het Fries It faderpaard van Tsjêbbe Hettinga. Hij had beperkt zicht, en toch nam hij je mee in de meest beeldende, liefdevolle, ruige en speelse gedichten.”
De meeste vertalingen in deze bundel zijn gemaakt door Hettinga en Benno Barnard. De gedichten die Hettinga niet zelf letterlijk voorvertaalde, zijn door Tsead Bruinja en Teake Oppewal samen met Barnard naar het Nederlands vertaald. Tsjêbbe Hettinga (1949-2013) kreeg als Fries dichter internationale bekendheid, mede na een fameus optreden op de Frankfurter Buchmesse (1993).
In 2001 kreeg hij de Friese prestigieuze Gysbert Japicxprijs voor zijn zevende dichtbundel ‘Fan oer see en fierder’ uit 2000. Een deel van zijn werk is al eerder met een Nederlandse vertaling verschenen. Uit de bundel die je in full text kunt vinden op het web, nam ik het gedicht ‘Nieuwe lente’ of (en) in het Fries ‘Nije maitiid’.
Nieuwe lente
de bomen rond
de boerenerven
dragen nu meer macht
dan het nieuwerwetse proletariaat
dat mijn dorp bezeilt
en mijn land verhardt
want de bladeren en de bloemen
baden in de zon en
veranderen het landschap
er komt geen hand aan te pas
.
Nije maitiid
de beammen om
de boerehiemen hinne
drage nomearmacht
asit nijmoaderige proletariaat
dat myn doarp besylt
enmyn lân ferhurdet
want de blêden en de blommen
baaie yn ’esinneen
feroarjeitlânskip
sûnderien hântaast
.
Wij hullen ons zeemeermin
Lena Plantinga
.
Ik ben groot fan van literaire- en poëzietijdschriften. Die lees ik in de koninklijke bibliotheek, openbare bibliotheken of via een abonnement. En natuurlijk ben ik zelf mede verantwoordelijk voor één van de leukste tijdschriften met poëzie (MUGzine). Deze week viel via een abonnement het literaire kunstmagazine Hard//hoofd door de brievenbus. Dit tijdschrift is voor 80% afhankelijk van donateurs en bevat derhalve geen advertenties. Wat zeker bijdraagt aan het leesplezier. Sinds kort ben ik erachter gekomen dat de uitgever Lisanne Brouwer een nichtje is van een van mijn beste vriendinnen en de chef Magazine Elianne van Elderen als aanstormend talent al met gedichten in nummer 4 van MUGzine (2020) stond. Nog meer reden dus om dit prachtige tijdschrift hier extra te promoten.
In #8 van Hard//hoofd met als thema Harnas staan, naast essays, proza, een beeldverhaal en veel kunst, gedichten opgenomen van Elise Vos, Roan Kasanmonadi, Sophia Blyden en Lena Plantinga. Deze laatste dichter, Lena Plantinga herinnerde ik me van haar voordracht tijdens De Nacht van de Poëzie in 2024 maar kende ik verder nog niet.
Plantinga (1999) is schrijver van proza, theaterstukken en dichter. Thema’s die vaak langskomen in haar werk zijn vrouwelijkheid, mythen en volksverhalen, popcultuur en moeders. In 2023 studeerde ze af aan de opleiding Writing for Performance (HKU). Behalve in Hard//hoofd verschenen gedichten van haar in Het Liegend Konijn en Tirade. Ze trad verder op bij onder andere Frontaal en Mensen Zeggen Dingen. Vanaf 2025 maakt ze deel uit van het Utrechts Stadsdichtersgilde.
In Hard//hoofd is haar gedicht ‘Wij hullen ons zeemeermin’ opgenomen.
.
Wij hullen ons zeemeermin
.
We vragen ChatGPT naar schrijfsters die zichzelf verdronken in zee, duiken een nacht
in de levens van een kleine lijst vrouwen om erachter te komen dat
het merendeel zichzelf door het hoofd schoot, van bruggen sprong
in een gesloten garage met een glas wodka en moeders bontjas aan de auto-uitlaatgassen
op vrije loop, overdosissen barbituraten of met zakken vol stenen een rivier in
.
‘excuses voor de verwarring’, zegt ChatGPT, wij wensen onszelf niet Ophelia,
wij hullen ons zeemermin, zoeken naar een prins, het liefst eentje
ver weg zodat we brieven kunnen schrijven en we likken onszelf schoon
met waterijstopjes van bubbelgum knettersuiker, hier hebben we op geoefend
met Barbies in bad, knakken benen in de juiste hoek, tijdens het schuiven
blijven de Barbiesnglimlachen en wij denken ons onsterfelijk
.
één schrijfster liep van de pier van Brighton af, ‘she stripped naked and walked into the sea,’
meldt de plaatselijke krant, voor Ann Quin afdreef schreef ze een kortverhaal
waarin een man het levenloze naakte lichaam van een vrouw over het strand sleept
zoekend naar de visueel aantrekkelijkste opstelling
onthoofd hij haar zoals wij scharen in onze Barbies staken, ‘kijk,’ zegt hij,
‘nu klopt het beeld’
.
onze tongen slushpuppieblauw spelen wij een spel met bontjassen aan
drukken in shotjesbar een voor een op de tanden van het groene zeemonster
tot haar kaken dichtslaan, leveren onze stem in door rietjes en leren in ruil
twerken zonder kont, dat betekent steeds verder zakken
tot we vastkoeken aan de plakkende biervloer en als de prins in storm afdwaalt
snijden wij ons los met scheermesjes omdat we hem willen redden
.
Van alles de laatste
Elise Vos en Eddy Verloes
.
In de bundel ‘Van alles de laatste’ uit 2025, scharen dichter Elise Vos (1984, dichter en Slavist) en Eddy Verloes (1959, germanist, fotograaf, galerist en curator) zich rond het begrip vergankelijkheid en willen ze schoonheid toevoegen aan deze existentiële zoektocht. Hun observaties leggen onomstotelijk vast dat er een prachtige wereld verborgen ligt in die tijdelijkheid. Het verdiept de waarde van mensen, dingen en relaties. Het geeft een extra dimensie aan onomkeerbaarheid, aan te laat zijn.
Dit lees ik achterin de bundel ‘Van alles de laatste’ en ik kan het er alleen maar mee eens zijn. Vergankelijkheid in al zijn vormen (afbraak, leegstand, verrotting, slijtage, ineenstorting) blijkt steeds opnieuw een bron van inspiratie voor kunstenaars (en dus ook dichters en fotografen). Zo ook dus voor Elise en Eddy.
In 27 sfeervolle foto’s van vergankelijkheid en even zoveel gedichten nemen de beide auteurs je mee in hun wereld. Qua uitvoering en formaat deed de bundel me even denken aan mijn debuutbundel waarnaar dit blog is genoemd maar de foto’s en de gedichten zijn van een andere aard. Voor wie van pure fotografie houdt waarbij het in veel gevallen niet meteen duidelijk is waar je naar kijkt en de daarbij gemaakte gedichten die licht schijnen op deze onduidelijkheid (vanuit de dichter) is dit zeker de moeite waard te lezen en te bekijken (en ervaren!).
Ik koos voor het gedicht ‘Afscheidsritueel’ behorende bij de foto ‘The Origen’ op pagina 46 en 47.
.
Afscheidsritueel
.
altijd was er meer water dan aarde
elke bodem kon ons dragen
.
ik bracht de koude van de bron
aan tafel in stilte, de kracht intact
.
rolde over dampende weidegrond
het vocht drong binnen
voor de droogte intrad
.
maar kiemen werden gedragen
door wolken draden
en je kleed in geitenhaar
.
dit is geen verzoek, keer niet terug
ik strooi zout in je schoenen
.
knoop alvast een rode draad
om je gezwollen lichaam
.
leg een naald onder je kussen
het kind op de welving van je buik
.
AMAI en MUG
Instadichtersbal
.
Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Het zou een
monument worden en tegelijkertijd een toevluchtsoord
van woorden die nodig zijn om een plek te bouwen
die ons heel houdt.
Ik schrijf er kamers in. Zinnen zijn het pleisterwerk
op wonden, de wanden slechts in potlood,
zodat we vrij zijn om ons binnen of buiten de lijnen
te bewegen. Ze uit te vegen tot zachte roze rullen
die we wegblazen als een kus van een vlakke hand.
Hier is een plek voor de vrouw die inwaarts schreeuwt
zo hard ze kan in een land waar zij wordt stuk gezwegen.
Er is een bed voor de vrouw die nog leeft, omdat ze
deed waar zij het bangst voor was. Een rugtas en haar
kind in halfslaap op de heup genomen.
Hier komen de vrouwen die niet voldoen, omdat de
norm een vorm is die niemand past. Je hoeft
maar weinig te doen om een lastige vrouw te zijn.
In dit gedicht ligt een wet te wachten die zacht is
voor het vrouwenlijf. Hier verblijven zij die
kozen of dat niet mochten, hulp zochten, maar niet
kregen, achterbleven met een lege schoot of meer leven
dan ze konden dragen.
Hier is plek voor Zij Die Hen zullen heten of een M in hun pas
kregen als een verkeerd gespelde naam. Hier gaan de vrouwen
die niet bidden tot de goede God of de juiste huid bewonen.
Hier zal het meisje wonen die in bomen klimt en probeert
om staand te plassen. Hier past de vrouw die niet geloofd wordt,
beroofd en weggehoond wordt. De vrouw die moeder, loeder, hoer,
secreet, een nymf, een milf, frigide heet. Een maagd, een heks,
te sexy is, die lesbisch is of niet meer van mannen houdt, de vrouw
die ziek is of te oud, want niet meer vruchtbaar is,
het vermogen mist tot gehoorzaamheid.
Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Opgevouwen tot
een klein geheim, bewaard in de zakken van jurken en
broeken, onder sluiers en de bandjes van een kanten bh.
En dat we het aan elkaar kunnen geven of herlezen
wanneer we zoeken naar woorden, een plek die vrouwen
heel houdt of onszelf.
.
Jouw muren vormden maar een huis
Saskia De Vriese
.
In 2025 verscheen bij uitgeverij De Zeef de bundel ‘Vulpasta’ van Saskia De Vriese (1978). In het dagelijks leven begeleider van personen met een beperking en hun netwerk, in haar vrije tijd dichter. Deze bundel behaalde de shortlist van De Zeef Poëzieprijs en eerder, in 2023 won zij met haar gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ dat ook in ‘Vulpasta’ staat, de Poëzieprijs Boontje in Dendermonde.
Zij volgde poëziecursussen bij ‘De Dichters’ en lessen bij Ivo van Strijtem. Gedichten van De Vriese verschenen in verschillende gelegenheidsbundels en bloemlezingen en haar gedicht ‘Bewaarder’ die ook in ‘Vulpasta’ is opgenomen, was het Uitverkoren gedicht van Woordentij in juli 2025. In een recensie op Meander schrijft Taco van Peijpe dat Saskia De Vrieze met de bundel ‘Vulpasta’ een origineel en overtuigend debuut heeft geschreven: ‘In eenvoudige taal, zonder een woord te veel, geeft de dichter indringende sfeertekeningen. Bij elkaar vertellen de gedichten over belevenissen van een hoofdpersoon die zich ontwikkelt als was het een romanpersonage.’
Ik heb gekozen voor het fraai gecomponeerde gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ waarvan ik goed begrijp dat dit gedicht bekroond werd.
.
Jouw muren vormden maar een huis
.
ik wist al aan je voordeur dat ik niet lang zou blijven
een hoge drempel binnenshuis
geen kapstok voor mijn oude jas in je hal
te grote maten in je keuken
te weinig kruiden in je kast
.
op zolder stof van jaren ongeduld
dat de haren in mijn neus liet kriebelen, niet mijn zinnen
gegolfde pannen op je dak
waren die van glas gemaakt, ik had wat langer kunnen blijven
.
en in je tuin alleen een afgezaagde eik
die niet meer neer hoeft te kijken
op de adders onder het gras
geen weelderig groen
geen enkel achterpoortje
.
Dagdromer
Benzokarim
.
In 2023 was dichter en performer Benzokarim (1996) één van de Rotterdamse dichters tijdens het Kunst- en Dichtproject Raamwerk | Dichtwerk op het Noordereiland bij de NE Studio’s. In 2022 was hij gedebuteerd met de bundel ‘El Ghorba’ en in datzelfde jaar won hij de El Hizjra literatuurprijs voor poëzie. In 2025 verscheen zijn nieuwste bundel ‘Ons gaan allemaal’ waarvoor hij de Granate Prijs 2025 en de Jan Campert-Prijs 2025 ontving. Hij was coördinator van Poetry Circle Den Haag en trad op bij podia als Woorden Worden Zinnen, Mensen Zeggen Dingen en Mooie Woorden. In 2025 en 2026 is Benzokarim stadsdichter van Rotterdam.
Als introductie wellicht, een (voetbal) gedicht uit zijn debuutbundel ‘El Ghorba’ getiteld ‘Dagdromer’.
.
Dagdromer
.
Ik ben een geboren dagdromer.
Won het WK nog vóór de pauze.
Passeerde alle tegenstand zoals alleen Ronaldinho dat kan.
Draaide om de wereld als Zidane.
Beet van me af als Davids.
Was loyaal als Totti.
Dienstbaar als Kaka.
Dirigerend als Pirlo.
Een muur als Van der Sar.
Doelgericht als Rooney.
Verrassend als Roberto Carlos.
Zwevend als Zlatan.
Snijdend als Robben.
Op het randje als Ramos.
Een beest in de één tegen één als Ronaldo.
In de pauze kregen we allemaal een naam.
een positie.
Dan waren we allemaal even wereldberoemd.
Op het pleintje van de P.C. Hooftschool.
.
Elmina
Bernice Vreedzaam
.
Ongeveer 20 jaar geleden was ik met mijn gezin op vakantie in Ghana, het land in West Afrika van waaruit de Nederlanders schepen vol slaafgemaakte verstuurden naar Amerika. Aan de kust van Ghana liggen een aantal forten van waaruit dit gebeurde en het grootste en belangrijkste fort ligt in Elmina. Het werd door de West Indische Compagnie (WIC) geëxploiteerd als het grootste fort van waaruit slaafgemaakt op schepen werden gezet, volgens schattingen duizenden per jaar. Beneden in het fort is een ruimte van waaruit de slaafgemaakte door de ‘deur van geen terugkeer’ moesten lopen naar de schepen van de WIC. Deze ruimte was één van de meest indrukwekkende van dit enorme fort.
Ik begin hierover om enige duiding te geven aan het gedicht ‘Elmina’ uit de nieuwe bundel van schrijver en dichter Bernice Vreedzaam (1972) ‘De vogelgrens oversteken’ uit 2025. Naar aanleiding van 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname schreef zij deze bundel, waarin ze aan de hand van haar eigen geschiedenis, die van de Marrons, laat zien hoe de geschiedenis voort leeft, over landsgrenzen en generaties heen. Marrons zijn gevluchte Afrikaanse tot slaaf gemaakte, die in stamverband in de ontoegankelijke oerwouden of binnenlanden gingen leven en hun afstammelingen.
In de nieuwe bijzondere bundel ‘De vogelgrens oversteken’ staat het gedicht ‘Elmina’ dat verwijst naar een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis.
.
Elmina
.
Forsgebouwd voor goud, een oud
melaats fort, waar bastaarden zich verdringen,
ze zingen voor vreemde goden
slaan op vervaagde dagen op onheilige gongs
.
Een vormig bolwerk waar rottende oogkassen
van aangespoelde schubbenmaskers kussens kloppen
de wacht houden naast die met dronkengeweren leunen
tegen de poorten van de roetige binnenplaats
.
Waar dochters en zonen hun laatste adem inhielden,
vege muren en een grasmat van gevederde jurken slepen
keldergang huilt tochtig wurgt in haar kreten
razernij paradeert in een ooghoek
.
Probeer het niet, Muze, de al te avontuurlijke,
niets is meer in zilte regenbuien die jouw vrienden omringen,
of in de klei baden of op warse grondritueel te verspillen.
Als de dood zijn pijl stuurt, haast het kind zich naar het sterfelijk uur.
.
Voer voor struikrovers
Els Moors
.
De voormalige Dichter van België. of zoals ze daar zeggen de Dichter*es (ik dacht dat we van de vrouwelijke vorm af waren maar ik hoor het de laatste tijd weer steeds vaker, dichteres, wat is dat?) heeft een nieuwe bundel uit. Els Moors (1976) want daar heb ik het hier over was Dichter van België in 2018-2019. Ze publiceerde al de bundels ‘er hangt een hoge lucht boven ons‘ (2006) waarvoor ze de Herman de Coninckprijs 2007 kreeg voor het beste poëziedebuut, ‘liederen van een kapseizend paard (2013) de tweede beste poëziebundel bij de J.C. Bloemprijs in 2015 en nu dus haar nieuwste bundel ‘voer voor struikrovers’ (2025). Tussen deze dichtbundels schreef ze een aantal romans maar met deze nieuwe poëziebundel werd ze verkozen tot Clubkeuzebundel van de Poëzieclub / Awater in het eerste kwartaal van 2026.
‘voer voor struikrovers’ is een bundel met gedichten zonder titels, wat op zichzelf natuurlijk een heel legitieme keuze is. Voor mij als lezer is het wel een extra opgave want is elke pagina een nieuw gedicht? Sommige gedichten lopen bijna van de bladzijde en wat zegt mij dat een nieuwe bladzijde een nieuw gedicht is of dat het gedicht daar doorgaat? Het is maar een observatie maar Els gebruikt ook geen hoofdletters of interpunctie wat het geheel nog onoverzichtelijker maakt. In de dichtbundel valt gelukkig wel genoeg te genieten. Zoals van het gedicht op pagina 13.
.
papa was een rolling stone
en ik verwacht hem telkens
weer als opschorting
van een straf
.
eerst moet ik dit lichaam in bezit
nemen van aan de kruin
tot aan de gekwelde kuiten
dagelijkse kilometers afleggen
.
terwijl ik op de totale vrijheid
wacht durf ik al zo ver te springen
dat ik aan mezelf genoeg heb
voldoende vesting vind
.
ter genoegdoening
van zijn wens.
.













