Site-archief
Lennaert Nijgh
Pastorale
.
In het onvolprezenmaandblad van het Genootschap Onze Taal, Onze taal, van december 2017 staat een mooi beschrijvend artikel van Guus Middag over de tekst/liedjesschrijver Lennaert Nijgh. Zie dat je dit tijdschrift te pakken krijgt en lees dit artikel. In het stuk behandelt hij de tekst van het lied ‘Pastorale’ gezongen door Ramses Shaffy en Liesbeth List, een duet dat Nijgh samen met Boudewijn de Groot schreef in 1968. Middag beschrijft in dit artikel de kosmische poëzie die in dit lied zit. Ik ben het met hem eens, de tekst van ‘Pastorale’ is, uitgeschreven gewoon een prachtig gedicht. Oordeel zelf.
.
Pastorale
Mijn hemel blauw met gouden harp
Mijn wolkentorens, ijskristallen
Kometen, manen en planeten, aah alles draait om mij
En door de witte wolkenpoort tot diep onder de golven
Boort mijn vuur, mijn liefde, zich in de aarde
En bij het water speelt een kind
En alle schelpen die het vindt gaan blinken als ik lach
‘k Hou van je warmte op mijn gezicht
Ik hou van de koperen kleur van je licht
Ik geef je water in mijn hand
En schelpen uit het zoute zand
Ik heb je lief, zo lief
Ik scheur de rotsen met mijn stralen
Verhoog de meren in de dalen en
Onweersluchten doe ik vluchten, aah als de regen valt
Verberg je ogen in een hand
Voordat m’n glimlach ze verbrandt
M’n vuur, m’n liefde, mijn gouden ogen
’t Is beter als je nog wat wacht
Want even later komt de nacht en schijnt de koele maan
De nacht is te koud, de maan te grijs
Toe neem me toch mee naar je hemelpaleis
Daar wil ik zijn alleen met jou
En stralen in het hemelblauw
Ik heb je lief, zo lief
Als ik de aarde ga verwarmen
Laat ik haar leven in m’n armen
Van sterren weefde ik het verre, aah het noorderlicht
Maar soms ben ik als kolkend lood
Ik ben het leven en de dude
In vuur, in liefde, in alle tijden
M’n kind ik troost je, kijk omhoog
Vandaag span ik mijn regenboog
Die is alleen voor jou
Nee nooit sta ik een seconde stil
‘k Wil liever branden neem me mee
Geen mens kan mij dwingen wanneer ik niet wil
Wanneer je vanavond gaat slapen in zee
Geen leven dat ik niet begon
En vliegen langs jouw hemelbaan
Je kunt niet houden van de zon
Ik wil niet meer bij jou vandaan
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief
.
Misplaatst in de tijd
Valentijnsgedicht
.
Op zoek naar een heel ander onderwerp kwam ik een artikel tegen van Suzanne Hurt. Wat mijn aandacht meteen trok was de afbeelding onderaan dit bericht. Toen ik verder las wist ik dat ik hier over wilde schrijven. Hoewel Valentijnsdag in februari valt (en dus pas weer over een klein jaar) is de uiteenzetting op de afbeelding er een waar dichters altijd iets aan hebben. Liefdespoëzie is van alle tijden en kent geen vaste data.
Een goed liefdesgedicht gaat over het verlangen naar connectie, of dat nu een fysieke, emotionele of mentale verbinding is maakt in wezen niet uit, zegt professor Engelse literatuur Nikia Chaney van San Bernardino Valley College.
“Het is een zeer persoonlijke uitdrukking van liefde, van dankbaarheid. Het is een omhelzing die we zelden laten zien. En daarom wordt het een liefdesgedicht; Omdat er iets in zit dat niet is aangetoond, “zegt Juan Felipe Herrera, Dichter Laureaat van Californië, die creatief schrijven aan de universiteit van Riverside doceert.
Herrera heeft in een soort blokkenschema (in dit geval heel toepasselijk een hart met kamers), de 5 elementen genoemd waaruit een goed liefdesgedicht zou moeten bestaan. En het proces beschreven om tot een liefdesgedicht te komen. Misschien heb je hele andere ideeën over hoe een liefdesgedicht eruit zou moeten zien of waaruit een goed liefdesgedicht zou moeten bestaan. Voor degene die er moeite mee hebben en toch graag iets mee zouden willen is het hart van Ferrera wellicht een goede hulp.
Geen post over liefdespoëzie zonder een mooi voorbeeld en daarom hier een liefdesgedicht van Gerrit Achterberg uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1963.
.
Democraat
.
In deze kamer ben ik eindlijk thuis.
Ik zal geen vers meer schrijven dat mijn leven
uiteen moet rukken om te zijn geschreven.
Ben ik een dichter, dan is ’t per abuis.
.
Ik lees het nieuwe boek. De kachel suist.
Geertruida staat een overhemd te strijken.
Ik heb maar van de bladzij op te kijken
om te beseffen welk geluk hier huist.
.
Zo zal het door de jaren blijven duren.
We krijgen straks een kind en mijn pensioen
zal voor onze ouwe daghet zijne doen.
We hoeven niet voortijdig te verzuren.
.
Ook leven wij in vrede met de buren.
De ene heet van Brakel, de ander Griffioen.
.
Dichter in verzet
Piet Gerbrandy
.
Een paar jaar geleden vroeg ik mijn lezers wat ze nog zouden willen lezen op dit blog, welke categorie er gemist werd? Ik weet nog dat één van de antwoorden toen, de categorie Dichter in verzet was. In de loop van de tijd heb ik al verschillende stukken gewijd aan dichters in verzet. In verzet tegen dictaturen, tegen politieke machthebbers, maar ook tegen het kappen van een stuk bos ten behoeve van de aanleg van een snelweg (Amelisweerd) en tegen de heersende ideeën over hoe en wat poëzie zou moeten zijn (de Vijftigers).
In de Groene Amsterdammer van 19 januari jongstleden staat een artikel over een te organiseren filosofische nachtconferentie over ‘De mens in opstand, of: hoe wij ons nog kunnen verzetten’. Deze conferentie werd georganiseerd op 27 januari door De Groene Amsterdammer in samenwerking met de SSBA salon en de Fusie.
In het artikel over deze conferentie gaat dichter Piet Gerbrandy in op dichters en gedichten over het verzet, of zoals Gerbrandy het zegt: In dichten schuilt het nooit ophoudende verzet: ‘Een gedicht is altijd een tijdelijke overwinning.’
Een prachtig voorbeeld dat hij geeft is het gedicht van Hans Faverey (1933 – 1990) uit de bundel ‘Tegen het vergeten’ uit 1988 waarin de dichter zich tegen de dood verzet.
Het artikel lees je hier: https://www.groene.nl/artikel/tegen-alles-dat-niet-leuk-is
.
Geloof mij toch:
tegen de dood kan alles
worden ondernomen wat zich nu
nog verschuilt in zijn macht.
Vader en moeder tegelijk,
wordt hij zelf het kind
dat zin voor zin zich uitput,
zich afbeult tot wat er is: nacht-
vlinders, opgehitst tegen gekkotongen;
brulapenkoralen; kikkerrit kloppend
tegen stilstaand water; pauwestaarten,
Phaëton vangend. Zo ook, zo ooit
de duisterende frambozen daarmee zich
een voorhoofd wenst te tooien,
vlak voor het bevel, hope telkens ooit.
.
Brief aan de spiegel
Pierre Kemp
.
Via Facebook werd ik gewezen op een artikel dat verscheen http://www.literatuurmuseum.nl/artikelen/het-noodzakelijke-cliche-van-een-dichtende-forens over Pierre Kemp (1886 – 1967). Ik weet niet veel over deze Limburgse dichter, ik las eens een artikel over hem en bekeek een documentaire over zijn leven. Wat me ervan is bij gebleven, is dat hij een muze had, een vrouw die niet zijn vrouw was, en dat hij zijn poëzie vooral in de korte treinreizen schreef tussen de mijn Laura, waar hij werkte als loonadministrateur en zijn huis in Maastricht.
In het zeer lezenswaardige artikel staat ook te lezen dat hij altijd in het zwart gekleed ging zodat het kolengruis niet zichtbaar was. Kemp heeft veel gedichten geschreven (19 bundels) en zijn werk werd o.a. bekroond met de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.
Uit zijn verzameld werk uit 1976 het gedicht ‘Brief aan de spiegel’.
.
Brief aan de spiegel
.
spiegel, als ik straks nog maar een lege onderbroek ben
en hemd, waarin vergolft mijn laatste harteklop;
als ik van het bestaande niets meer erken
dan wat nog welt uit mijn zingende kop
van onder het eerzame, schaarse haar,
kom ik nog eens vorsend voor je staan
en kijken wij elkander nog eens heel lang aan.
Tot dan,
je incomplete luisteraar
en leeggelopen man!
.
Waarom je poëzie moet lezen
Dan Chelotti
.
Op de website van The Huffington Post las ik een artikel van de dichter Dan Chelotti over de waarde van poëzie en waarom je dagelijks een gedicht zou moeten lezen. Daarom, hier in vertaling en in mijn eigen woorden zijn artikel.
.
Waarom je poëzie moet lezen?
Lees poëzie om elke keer dat je gestopt bent om te kijken naar de vallende regen bij het schijnsel van straatlantaarns en je je afvroeg welke woorden daar het best bij zouden passen. Lees poëzie omdat je eenzaam bent en vol verlatingsangst. Lees poëzie als je niet meer eenzaam bent en wikkel je armen en benen om degene die je lief hebt en diegene zal zeggen dat zulke armen en benen nooit verlaten zullen worden. Lees poëzie zodat een deel van je blijft in wat je ziet en wat je ziet blijft bij je.
Lees poëzie omdat de wereld en onze emoties en ideeën altijd ingewikkelder zijn dan dat we willen dat ze zijn. Lees poëzie, omdat de dame naast je in het café niet zal stoppen zonder melodie te neuriën in zichzelf en je een manier moet vinden om haar eenzaamheid te kennen.
Lees poëzie zodat je om gegronde reden een hekel kan hebben aan Gedichtendag op de social media. Lees poëzie omdat de nacht lang is en mensen sterven en deze beide waarheden oneerlijk zijn en je pijn doen opnieuw en opnieuw en meedogenloos zijn.
Lees poëzie, omdat de taal een virus is uit de ruimte die ooit evolueert en elke gedicht de kans op eeuwig leven heeft. Lees poëzie en wees enthousiast over de formele beperkingen in poëzie, omdat, nou ja, wie houdt er niet van om van tijd tot tijd beperkt te worden?
Lees poëzie in plaats van eindeloos naar haar profielfoto te staren, zo vaak dat wanneer je Facebook opent automatisch haar pagina opent; lees poëzie zodat ze elke ‘zij’ in elk gedicht wordt. Lees poëzie omdat je weet dat wachten op dat waar je op wacht, alleen maar beter wordt wanneer het eenmaal komt.
Lees poëzie omdat niemand ooit zoveel heeft liefgehad of gekwetst is door de liefde als jij. Natuurlijk voel je je zo, poëzie begrijpt dat. Lees poëzie omdat de overblijfselen van een wereld die je kende, je dagelijks overvallen en de huizen en de wegen van het verleden, helaas, gevangenen zijn van elk jaar.
Lees poëzie zodat je zinnen van je geliefde dichters kunt stelen en gebruiken. Poëzie is de ware fictie. Lees poëzie zodat je nooit meer over de betekenis van poëzie hoeft te praten omdat poëzie zich niet laat omschrijven. Lees poëzie omdat politieke en ecologische realiteit je laten huilen en poëzie kan helpen. Poëzie kan helpen. Lees poëzie omdat het geen antwoorden geeft, geen advies, geen genezing maar begrip, liefde en timing.
Lees poëzie want de wereld is meer dan een stapel feiten. Lees poëzie omdat je niet genoeg mysterie in je leven kunt hebben en je wilt nog meer mysterieuzer (lees: aantrekkelijker) worden dan je al bent. Lees poëzie omdat je gedichten in je hebt die moeten worden geschreven.
Lees poëzie omdat het gevoel dat vogels, verlichte ramen, nieuwe schoenen, in de buitenlucht lopen, donuts, lippenstift, verse perziken, cocktails en kussen in de regen, je geven, een gevoel is dat je nooit wilt verliezen, maar dat zal gebeuren, en het enige dat je er tegen kunt doen is beter op te letten als dat gevoel zich opnieuw manifesteert.
Het gevoel komt en het gaat, was het zo mooi als het zou kunnen zijn? Het leven is kort vrienden. Maar poëzie maakt dat het leven langer duurt. Dat is zo, echt waar.
.
Het originele artikel lees je op: http://www.huffingtonpost.com/dan-chelotti-/why-read-poetry_b_5227554.html
Dan Chelotti publiceerde ‘ x ‘ (McSweeney’s, 2013) en ‘The Eights’ (Poetry Society of America, 2006). Zijn gedichten zijn daarnaast gepubliceerd in ‘Fence’, ‘Boston Review’ ,’jubilat’, en verschillende andere magazines. Hij is assistent Professor bij de faculteit Engels bij het Elms College in west Massachusetts.
















