Site-archief
Bij de supermarkt
Daniël Billiet
.
De Vlaamse schrijver, leraar, dichter en scenarist Daniel Billiet (1950) stopte met lesgeven op het voortgezet onderwijs om nieuwe technieken te bedenken voor het brengen van poëzie in de klas. Ondertussen is hij voltijds schrijver, omdat “lesgeven zo tijdrovend is en er daar buiten nog een heel grote wereld naar mij ligt te lonken“. In 1974 debuteerde hij met de bundel ‘De rib van Magdalena’. Toen hij er later achter kwam dat er nauwelijks poëzie werd geschreven voor jongeren is hij zich vooral daar op gaan toeleggen.
Billiet werkte mee aan poëziepagina’s in verschillende tijdschriften, organiseerde poëziemanifestaties en stelde bloemlezingen samen. Hij is een van de belangrijkste hedendaagse Nederlandstalige jeugddichters. Door zijn verschillende onderwerpen, zijn ritmische beeldende taal en zijn gevoel voor humor wordt Daniël Billiet in Vlaanderen gerekend tot een van de belangrijkste schrijvers van de nieuwe romantiek.
Uit de bundel ‘Waarom het nooit bananen regent’ uit 2020, via de Plint Poëziekalender & meesterwerken uit het Rijksmuseum 2021 het gedicht ‘Bij de supermarkt’.
.
Bij de supermarkt
.
Ze komt uit een ver en onverstaanbaar
hoofddoekenland. In lagen kleren zit ze
en wacht. Ze heeft het druk met al haar
vrienden. Ze eten uit haar gerimpelde hand.
.
Als ik haar vrolijk toelach, knikt ze
zo heftig dat ik bang word
dat haar hoofd er af knakt
de straat op rolt tussen haar vrienden.
.
Ook al guurt de wind soms scherp
de hoek om, de vogels weten het zeker
daar zit ze. Altijd. En wacht.
.
Poëzie variaties
Digitaal stiftgedicht en poëzie op een kassabon
.
Vandaag een paar voorbeelden van poëzie op een vreemde plek en in een bijzondere vorm. Allereerst een bijdrage van Inge Koppert. Zij stuurde me een kassabon van café Buddingh’ in Dordrecht met daarop een gedichtje van Buddingh’. Ik weet niet of ze de gedichten op de kassabon steeds wisselen maar een bijzonder leuk idee is het zeker en natuurlijk heel terecht als je je café naar een dichter vernoemt.
Het tweede voorbeeld is van mijn collega Ronald die het stiftdichten heeft ontdekt (al een tijd geleden overigens). Hij gaf me een aardig voorbeeld van een erotisch digitaal stiftgedicht. Uiteraard niet met een stift gedaan maar door stukken tekst weg te ‘stiften’ middels photoshop of illustrator naar ik vermoed.
.
Kijk om je heen,
kijk om je heen,
zoals de wereld nu is,
zie je hem nooit weer.
.
Jouw hart
Amina Belôrf
.
De Vlaamse (slam)dichter Amina Belôrf (1990) is maatschappelijk assistente en columniste. Ze schrijft poëzie en proza en debuteerde in maart 2020 met haar dichtbundel ‘Zonder het licht te breken’ dat gepubliceerd werd door uitgeverij MAMMOET/EPO. De vader van Amina kwam in 1966 vanuit Marokko naar België om in de steenkoolmijnen te werken. Toen de mijnen sloten werkte haar vader in de haven, de horeca en in fabrieken. Later werd haar vader ziek, Alzheimer en overleed. Amina schreef over zijn levensreis. Dat werd eerst de voorstelling “Atlas-Antwerpen (retour)” en nu de dichtbundel (haar debuut) ‘Zonder het licht te breken’ wat een eerbetoon is aan haar vader.
Amina is ook met een gedicht terug te vinden op de website van de Dichter des Vaderlands in België. Op deze website staan een groot aantal gepersonaliseerde gedichten voor mensen die de afgelopen twee jaar aan Corona zijn overleden. Deze gedichten worden opgedragen aan deze mensen die steevast met hun initialen worden genoemd. Zo ook de heer F.V.D. waar Amina een gedicht voor schreef.
Mijnheer F. V. D. werd geboren op 18 oktober 1965 en overleed in AZ Sint-Jan te Brugge op 4 mei 2020. Hij was een ondernemer in hart en nieren. Stond steeds paraat voor een ander. Gekend als liefdevolle vader die zijn dochter Manon en haar moeder met de beste zorgen omringde. Hij was de man van het glas halfvol, een levensgenieter. Met een passie voor koken en een groot hart voor zijn medemens.
Jouw hart
Voor F. V. D.
.
Als tranen konden wekken
dan viel je nooit in slaap
als droefheid kon doen leven
dan stond je hier weer voor ons.
.
De glazen blijven staan
de lente mist zijn glans
de keuken treurt in leegte
de dag die zingt niet meer.
.
Je dochter zoekt je op
ze spreekt van hoe je rondwaart
in warmte en in waardigheid
voor al wie jou tot liefde is.
.
Zij die je kennen zullen nooit vergeten
hoe jouw handen de ander droegen
hoe je gaf en zal blijven geven
zolang ons hoofd jouw hart herinnert.
.
Nu dragen wij jouw eeuwig leven
en heffen hier jouw lievelingsglas
we zoeken je niet langer
in de kleuren van de lente
want je bent hier, naast ons
.
zolang ons hoofd
jouw hart herinnert.
.
Alles voor niets
Jules Deelder
.
Om de zoveel tijd moet ik wat van Jules Deelder (1944-2019) plaatsen. Mijn vroegste herinneringen aan hem gaan terug naar begin jaren ’80, toen hij in een tent op het Voorhoutfestival (het Voorhuidfestival volgens Deelder) in Den Haag optrad en daar een overdonderende indruk op mij maakte. De snelheid van spreken, alles uit het blote hoofd en zijn performance maakte dat ik vrijwel alles wat hij uitbracht heb aangeschaft. De laatste keer dat ik hem zag was een jaar voor zijn overlijden in Naaldwijk, toen hij ‘Portret van Olivia de Havilland’, het epische 891 regels tellende gedicht waarin Deelder terugblikt op de jaren vijftig, zonder onderbreking uit het hoofd voordroeg.
Vandaag het gedicht ‘Alfabetisch’ dat op het eerste oog eenvoudig lijkt maar waar meer in zit dan je denkt, uit de bundel ‘Dag & Nacht’ uit 2020, samengesteld en ingeleid door de burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb.
.
Alfabetisch
.
Alfabetisch gezien
staat alles voor niets
Adam voor Eva
en auto voor fiets
.
Hel komt voor hemel
Duivel voor god
Haat staat voor liefde
Sleutel voor slot
.
Dood komt voor leven
Donker voor licht
Zes staat voor zeven
Maan staat voor zon
.
Dicht staat voor open
Ledig voor vol
Beneden voor boven
en tegen voor voor
.
Ruimte
Roos Rebergen
.
Tijd voor alweer een liefdesgedicht. Zolang er aan de ene kant zoveel haat en geweld is in de oorlog en aan de andere kant zoveel liefde en medemenselijkheid als het gaat om het opvangen van vluchtelingen zal ik regelmatig liefdesgedichten plaatsen. Al is het maar om te laten zien en ervaren dat de liefde uiteindelijk altijd overwint. Vandaag een gedicht dat ik las in de bundel ‘Liefde’ uit eind 2021, samengesteld door dichter Tjitske Jansen, het gedicht ‘Ruimte’ van Roos Rebergen (1988) tekstschrijver en zangeres van de band Roosbeef.
Als twaalfjarige stond Roos Rebergen op de planken van de Koeioneur, het jaarlijkse muziekfestival dat haar vader organiseerde op het erf van zijn boerderij in Duiven. En sindsdien is Roos blijven zingen, aanvankelijk in het Engels, maar na het oprichten van haar band Roosbeef in het Nederlands. De taal waarin zij haar bijzondere, vaak bizarre en altijd boeiende gedachten het beste kwijt kan. Dat ze haar gedachten niet alleen kwijt kan in liedjes blijkt uit het feit dat ze in 2016 debuteerde met de dichtbundel ‘Ik ben al 11 jaar geen 16 meer’. Het gedicht ‘Ruimte’ komt oorspronkelijk uit deze bundel.
Ruimte
.
we hebben tijd
stotter maar zoveel je wilt
ik wacht wel
we hebben tijd
jij bent van de ruimte
ik van de afgrond
ik vraag niet door
jij vraagt niet verder
want we weten
we hebben tijd
ik wil met je zien
ik wil met je horen
de sterren moeten niet zo ongeduldig zijn
en het koor van de orka’s kan beter nog wat repeteren
al je kennis maakt je mooi
mijn stomheid doet hetzelfde
jij houdt van het niets
en ik houd van het alles
.
GVDKU
Freda Kamphuis
.
Ik ben een fan van experimentele poëzie, om de zoektocht naar de grenzen, de vorm, de inhoud, het anders kijken naar gedichten en poëzie. En hoewel ik experimentele dichters niet direct tot mijn ‘favoriete’ dichters zal bestempelen (ik hou van alle dichters, van alle vormen en stemmen in de poëzie maar ik heb wel degelijk favorieten) heb ik er altijd een gezonde nieuwsgierigheid naar.
Een paar jaar geleden kwam ik in de Slegte in Antwerpen de bundel ‘Titel’ uit 2014 van Freda Kamphuis tegen, toen werd mijn interesse meteen al gewekt maar uiteindelijk kocht ik de bundel, uitgegeven door uitgeverij Voetnoot, niet. Achteraf had ik daar wel spijt van. Gelukkig kwam ik haar bundel ‘GVDKU’ uit 2012 tegen in een tweedehandsboekenwinkel en kocht hem meteen.
De bundel van Kamphuis (1965) bestaat uit vormgedichten, kunstzinnig vormgegeven gedichten, Haiku’s en vrije gedichten. De haiku’s zijn grappig en spitsvondig:
.
Zinnebeeld
.
Het punt van de
dood is dat het
stopt na de zin.
.
Uit de bundel blijkt dat Freda de kunstacademie heeft gedaan, de combinatie van afbeeldingen en tekst is vaak kunstig en bijzonder. Een bundel vol verrassingen. Maar dus ook gedichten die het genieten waard zijn zoals het gedicht ‘Parallel’.
.
Parallel
.
Een rollator schuift traag
onmodieus voorbij, de man
die moeizaam gaat daarachter
kijkt vermoeid, totaal niet blij
zet beide voeten stap voor stap
achter zijn wankel ogend rek.
.
In tegenstelling tot het meisje
met de paarse zonnebril vlakbij
dat zo te zien vooral nog haastig,
dorstig leven wil, met één sprong
op haar fiets verdwijnt en daardoor
net niet ziet hoe hij verschijnt.
.
Erotica!
Antoinette Sisto
.
In een kringloopwinkel kocht ik ‘Erotica!’ deel III, 110 erotische gedichten voor bijna niets (dat laatste klopt want ik betaalde slechts een euro). Tot mijn grote genoegen staan een groot aantal, mij bekende, dichters in deze bundel waaronder Alja Spaan, Hans F. Marijnissen en Antoinette Sisto. Erotica! deel III is een uitgave van stichting Spleen, een Nederlandse culturele instelling die zich toelegt op het organiseren van poëziemiddagen en literaire salons, alsmede op het uitgeven van bloemlezingen.
Door deze bundel werd ik weer herinnerd aan Antoinette Sisto (1963-2017), de veel te jong overleden dichter wier werk ik op dit blog gerecenseerd heb en met wie ik goede contacten onderhield. Dat ze ook erotische verzen schreef wist ik wel maar juist door deze bundel kwam dit weer boven en is dit een goede reden weer eens een gedicht van haar te plaatsen. Het gedicht ‘De smaak van regen’ staat ook in haar bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ uit 2017.
.
De smaak van regen
.
Toen regen luid, in roffels viel
lag het donker binnenshuis
op ons te wachten.
.
Ik verbeeldde mij een open haardvuur
jij die mijn tranen droogde
met de hartstocht van je handen
.
je las mijn lichaam zoals het was
huid en haar, zo samen
op een bodem van mos en schaduw.
.
Jouw vingers verkenden mijn naaktheid
een moedervlek, een heupwelving
de siddering onder mijn gloeiende huid.
.
Oh geur van natgeregend gras
kwam in mij op, weldadige tuin
.
van lakens, vlinders en donkere aarde
langdurig vielen onze lijven
.
zonder wijsheid
die andere hemel in.
.
Kapot
Met een vleugje zachte handen
.
Shabnam Baqhiri (1996) studeert aan de opleiding Writing for Performance aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Haar gedichten verschenen eerder in o.a. Meander Magazine en digititaal cultureel magazine De Optimist. Naast gedichten schrijft ze ook korte verhalen en toneelstukken. Begin van dit jaar verscheen haar poëziedebuut bij uitgeverij Oevers getiteld ‘Kapot met een vleugje zachte handen’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Woestijn’ met een ietwat vreemde interpunctie. Lees meer gedichten van haar op de site van Meander.
.
Woestijn
.
Hopelijk ben je niet gevallen
voor mij staat jouw lievelingservaring.
Samen van de woestijngrond springen
in zandkoekjes
eten doodt je niet.
Je stikt alleen
liggen kan mij redden.
Vallen in zandkorrels
van jouw liefde.
.

















