Site-archief

Aas

Cees Nooteboom

.

Cees Nooteboom (1933) is als schrijver vooral bekend vanwege zijn romans en zijn reisboeken. Zo heb ik hem leren kennen in de jaren ’80 door zijn prachtige roman ‘Rituelen’. Voor hemzelf echter komt de poëzie op de eerste plaats. Kort na zijn de publicatie van zijn eerste roman debuteerde hij in 1956 als dichter met de bundel ‘De doden zoeken een huis’. In die periode was er in Nederland een dominante stroming experimentele nieuwe dichters, de vijftigers, maar daar hoorde Nooteboom niet bij, noch bij een andere stroming. Hij was een eenling die zich thuis voelde in vele kamers van ‘het huis van de poëzie’, en werd veelal beïnvloed door buitenlandse dichters.

Daan Cartens schrijft over Nooteboom als dichter: “Poëzie is voor Nooteboom een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of (klassieke) collega’s.”

Uit de bundel ‘Aas’ uit 1982 het titelgedicht.

.

Aas

Poëzie kan nooit over mij gaan,
noch ik over poëzie.
Ik ben alleen, het gedicht is alleen,
en de rest is van wormen.
Ik stond aan de straten waar de woorden wonen,
boeken, brieven, berichten,
en wachtte.
Ik heb altijd gewacht.

De woorden, in lichte of duistere vormen,
veranderden mij in een duister of lichter iemand.
Gedichten passeerden mij
en herkenden zichzelf als een ding.
Ik kon het zien en me zien.

Nooit komt er een einde aan deze verslaving.
Eskaders gedichten zijn op zoek naar hun dichters.
Ze dwalen zonder commando door het grote
district van de woorden
en verwachten het aas van hun volmaakte,
gesloten, gedichte, gemaakte
en onaantastbare

vorm.

.

CN

Dichtsalon ’t Kapelletje

Voordracht

.

In maart schreef ik over een nieuw initiatief als het gaat om poëziepodia. Een nieuw initiatief was toen Dichtsalon ’t Kapelletje. Het podium van Dichtsalon het  Kapelletje is in de foyer van theater het Kapelletje aan de v.d.Sluijsstraat 156    ( ingang Schiekade 45/47 ) in Rotterdam en wordt georganiseerd van 14.00 uur t/m 16.00 uur.

Op zondag 4 oktober aanstaande zal ik op dit podium mijn poëzie voordragen. De toegang is gratis, de presentatie doet Frank Vingerhoets en de muziek wordt verzorgd door Maaike Siegerist. Mijn voordracht is na de pauze. Het programma ziet er als volgt uit:

Rien Vroegindeweij
Liesbeth Mende
Jan de Grauw

PAUZE

Hans Wap
Frans Oltshoorn
Wouter van Heiningen

.

Als voorproefje een gedicht van één van mijn mede-dichters zondag (en jurylid van de Ongehoord! Poëzieprijs 2015) Rien Vroegindeweij. Uit de bundel ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973.

.

Poëzie is voor mij een verhaal

.

Poëzie is voor mij het verhaal
Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
Een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon

.

Kapelletje

Meer informatie op http://www.theaterkapelletje.nl

 

Nieuw gedicht

Genoeg ruimte

.

Omdat het alweer te lang geleden is dat ik hier een gedicht van mezelf heb geplaatst, vandaag een nieuw gedicht van mijn hand met de titel ‘Genoeg ruimte’

 

Genoeg ruimte

.

Dat met je haar doen

en dan weer anders.

.

Je mondvol vragen. Je slikt ze

in, laat me raden. Vraagt naar de

bekende weg en toont me nieuwe.

.

Wie raadsels maakt leeft

eenvoudig. Wie geen antwoorden

heeft, zoekt andere wegen.

.

Ik hou je vast in een omhelzing

langer dan gemakkelijk

aanvoelt, om door te dringen.

.

Samen kan ook los van

elkaar. Afstand lijkt dan een

verwijdering, er is genoeg

ruimte onder mijn huid voor twee.

.

The back view of a couple embracing at the beach. No visible faces showing. Black and white image.

Projectie

Ingmar Heytze

.

Vandaag een gedicht van Ingmar Heytze zonder verdere introductie of uitleg maar gewoon omdat het een prachtig gedicht van een bijzondere dichter. ‘Projectie’ uit ‘Het ging over rozen’ uit 2002.

.

Projectie

.

Het zal wel donker zijn, als je er niet meer bent.

Misschien zo stil en donker als het ademloos moment

waarop het zaallicht dimt voordat de film begint,

.

dat ogenblik. de hele eeuwigheid. Misschien.

Maar als je droomt dat je een vlinder bent,

kun je evengoed een vlinder zijn

die droomde dat hij mens was.

.

Je mag dit nooit vergeten. Op een dag

kust een van ons de ogen van de ander dicht

en moet dan weten: dit is louter pauze totdat alles

weer opnieuw begint. Jij en ik – geen stof, maar licht.

.

vlinder

Kon je maar beiden zijn, in wisseling…

C.O. Jellema

.

Cornelis Onno Jellema (1936 – 2003) was dichter, literatuurcriticus en essayist. Hij debuteerde in 1961 met poëzie in De Gids maar zijn werk kreeg niet veel aandacht. Dat veranderde in 1981 toen de bundel ‘De schaar van het vergeten’ werd gepubliceerd. In zijn vroege werk zocht Jellema naar een relatie tussen de verteller in het gedicht, en de wereld buiten die verteller. Later speelt de tijd een belangrijke rol. In enkele bundels probeert hij een synthese tussen voelen en denken, ofte wel emotie en ratio, te bewerkstelligen. De gedichten van C.O. Jellema zijn kenmerkend door een strakke vorm, en geregeld maakt hij gebruik van de sonnetvorm.

Zo ook in het gedicht ‘Kon je maar beiden zijn, in wisseling…’ uit de bundel ‘Ongeroepen’ uit 1991.

.

Kon je maar beiden zijn, in wisseling…

.

Kon je maar beiden zijn, in wisseling

van lied en echo, voorgaand en geleid,

voorstelling van hoorbare werkelijkheid

die, in haar klank voorbij, herinnering,

.

zich nestelt in het oor van ieder ding

en ’t is Eurydice die zich bevrijdt

met oogopslag, gestalte blijkt – de tijd

de wederkeer nu van een beweging

.

wier richting, strevend derwaarts, tegenstroom

ontketent in atomen van bestaan:

er rest in ’t goedgesprokene dat nooit

.

verdelgbaar residu – noem het jouw droom:

’t voorziet in niets en wil toch verder gaan.

Gestold geruis wordt water als het dooit.

.

c-o-jellema-istanbul-1998

 

Laat gesprek

Sport en poëzie

.

Schreef ik al eerder over sport en poëzie in het kader van de Olympische Spelen en het Nederlands elftal, vandaag een gedicht van Henk Spaan, vermaard dichter als het om sport gaat. Henk Spaan is een specialist op het gebied van het voetbal. Samen met Matthijs van Nieuwkerk richtte hij in 1994 het ‘voetbalblad voor lezers’ Hard Gras op. Met een vaste kern van Van Nieuwkerk, Spaan, Anna Enquist, Herman Koch, Hugo Borst en P.F. Thomése trok Hard gras tussen 2007 en 2011 langs de Nederlandse theaters.

Henk Spaan publiceerde vier dichtbundels rond het thema. Uit de bundel ‘Maldini heeft een zus’ uit 2000 het gedicht ‘Laat gesprek’.

.

Laat gesprek

Je had gewoon een vader

En een moeder thuis

Op school ‘een goed verstand’

Alsof het hoorde.

Hoe hard je in je korte broek

Ook rende door de straten en het land

Een einder kreeg je nooit in zicht en

Keepers zweefden naar de

bovenhoek.

Laatst aan het dessert

Een laat gesprek over pensioenen

Wie er dood was en

Sophies nieuwe look

Zei ik:

Geen keeper zweeft nog naar de bovenhoek.

.

Spaan

maldini

Verlanglijstje

Zondag: Herman de Coninck

.

Na mijn overpeinzing van afgelopen zondag kreeg ik meerdere reacties om toch vooral nog even door te gaan met de Herman de Coninck-zondag. Zoveel bijval voor continuering kan ik natuurlijk niet negeren dus ook de komende weken nog op zondag een gedicht van deze prachtige dichter.

Vandaag het gedicht ‘verlanglijstje’ uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1981.

.

Verlanglijstje

Geef me Nescio en Tsjechov, oude boeken.
Geef me na mijn zoveelste kale reis
iemand die mij twee haren uittrekt
en glimlachend zegt: je wordt grijs.
Geef mij alles en zeg: het is niets.

Geef me niets en zeg: dat is alles.
Geef me mijzelf, geef me jou.
Ik heb gezocht naar wist ik maar wat.
Geef me nu eindelijk
wat ik altijd al had.

.

nescio-2011

tsjechov_ddmhh

Ongehoord!

Quirien van Haelen

.

Op zijn website http://quirien.com/ kun je zijn biografie in meerdere vormen lezen. Ik volsta hier met: zijn werkelijke naam is Frits Criens jr. (1981), sinds 2001 publiceert hij gedichten en schrijft hij voor o.a. MTV en BNN. In de dikke Komrij van 2004 is hij als jongste dichter opgenomen. Quirien schrijft Light Verse en omdat morgen het Ongehoord! podium in de bibliotheek van Rotterdam weer een editie beleeft het volgende gedicht van zijn hand.

.

Held

.

Hij keek bezeten, ziekelijk, gestoord

Alsof hij net nog iemand had vermoord

Vandaar dat ik hem maar niet tegensprak

Toen hij mijn zonnebril in tweeën brak

Maar in mijn hart vond ik het Ongehoord

.

Quirien

logo_nieuw

Co. 7

Eriek Verpale

.

Eriek Verpale  (1952 – 2015) zijn werkelijke naam was Eric Verpaele was een Vlaams dichter,schrijver, toneelschrijver.  Hij werd opgevoed door zijn uit Litouwen afkomstige joodse overgrootmoeder, die vlak naast hem woonde. Hierdoor werd zijn belangstelling gewekt voor de Joodse cultuur. Hij heeft dan ook verschillende vertalingen uit het Jiddisch en Hebreeuws op zijn naam staan (hij studeerde onder andere twee jaar Hebreeuws). Verpale ontving in 1992 de prestigeuze NCR literatuurprijs in België  voor ‘Alles in het klein’ uit 1990.

Uit “Op de trappen van Algiers’ uit 1980 het gedicht Co. 7

.

Co. 7

.

Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –

zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:

niets daarvan wil ik bewaren, laat staan

in een verouderd vers als dit verdoken

tot het mijne maken

.

Maar het dunne stof, geschud

uit diepe mantelzakken, oud

speelgoed dat eens op je kamer stond,

of de beduimelde bril

– ik bewonder de dikke glazen –

.

Alleen dàt wil ik van je sparen.

.

Wat een ander niet krijgen wil

zal ik van je hebben:

.

Het hoogste bod zal de wereld

niet eens verbazen.

.

verpale

The complete idiot’s guide to writing poetry

Nikki Moustaki

.

In 2001 publiceerde Nikki Moustaki ‘The complete Idiot’s Guide to writing Poetry’. Een boek over poëzie en het schrijven van poëzie, met tips en adviezen om meer uit het creatieve schrijfproces te halen en advies over te gebruiken vormen van poëzie.

Het boek is opgedeeld in een aantal hoofdstukken met verschillende paragrafen. Zo zijn de hoofdstukken getiteld: What is poetry and how do I write it, Opening the stanza’s  door: entering poetry, Popular types of poems and how to write them, en Poetry and practicality.

Een leuk en leerzaam boek voopr elke dichter die verder wil komen, die zijn of haar grenzen wil verleggen of gewoon nieuwsgierig is naar een boek over poëzie.

Het boek is te koop voor het luttele bedrag van $1,99 (tweedehands) via Amazon.com maar je kunt het boek ook gratis als E-book lezen via Google books.  (ga naar Google, boeken en typ de titel in).

idiots

 

Nikki Moustaki is is schrijfster van boeken over exotische vogels. Ze heeft een master degree in creative writing poetry van de New York University, een master of fine arts in creative writing poetry, van de Indiana University, master of fine arts in creative writing fiction, aan de New York University. Daarnaast heeft ze inmiddels verschillende prijzen gekregen voor haar literaire werk.

Na de tragedie van 11 september in New York schreef Nikki het gedicht ‘How to write a poem after september 11th’

.

How to write a poem after september 11th’

 

First: Don’t use the word souls. Don’t use the word fire.

You can use the word tragic if you end it with a k.

The rules have changed. The word building may precede

The word fall, but only in the context of the buildings falling

Before the fall, the season we didn’t have in Manhattan

Because the weather refused, the air refused . . .

Don’t say the air smelled like smoldering desks and drywall,

Ground gypsum, and something terribly organic,

Don’t make a metaphor about the smell, because it wasn’t

A smell at all, but the air washed with working souls,

Piling bricks, one by one, spreading mortar.

Don’t compare the planes to birds. Please.

Don’t call the windows eyes. We know they saw it coming.

We know they didn’t blink. Don’t say they were sentinels.

Say: we hated them then we loved them then they were gone.

Say: we miss them. Say: there’s a gape. Then, say something

About love. It’s always good in a poem to mention love.

Say: If a man walks down stairs, somewhere

Another man is walking up. Say: He sits at his desk

And the other stands. He answers the phone and the other

Ends a call with a kiss. So, on a rainy dusk in some other

City of Commerce and Art, a mayor cuts a ribbon

With giant silver scissors. Are you writing this down?

Make the executives parade through the concourse,

Up the elevators, to the top, where the restaurant,

Open now for the first time, sets out a dinner buffet.

Press hard. Remember you’re writing with ashes.

Say: the phone didn’t work. Say: the bakery was out of cake,

The dogs in the pound howled. Say: the world hadn’t

Asked your permission to change. But you were asleep.

If only you had written more poems. If only you had written

More poems about love, about peace, about how abstractions

Become important outside the poem, outside. Then, then,

You could have squinted into the sky on September 11th

And said: thank you, thank you, nothing was broken today.

.

nikki