Site-archief
Bijna om niets
Ellen Warmond
.
Vandaag een gedicht van de dichter Ellen Warmond (1930 – 2011). Ellen Warmond publiceerde vele dichtbundels en zij werkte samen met anderen mee aan de serie ‘Schrijvers Prentenboek’ van het Letterkundig Museum. Voor haar werk ontving zij de Reina Prinsen Geerligsprijs (1953), de Jan Campertprijs (1961) en de Anna Bijns Prijs (1987).
In haar overwegend sombere poëzie, met een ingetogen taalgebruik vol personificaties, is ook plaats voor afstandelijkheid en ironie.
Centraal staat de existentialistische confrontatie met de tijd, die bij de mens gevoelens van vervreemding, leegte, eenzaamheid en angst veroorzaakt. Sommigen herkennen in haar werk de melancholie van vrouwen voor wie de grote feministische doorbraak nooit gekomen is.
Ook in het volgende gedicht over de liefde herken je deze kenmerken. Uit: ‘Mens: een inventaris’ uit 1969.
.
Bijna om niets
.
Al mijn woorden heb ik al opgedeeld
tussen jij en jou en jouw
meer kan ik niet doen
.
ik leg mijn handen op
het hakblok van je argwaan
.
ik roep de vogels aan
om bijval
.
de wind houdt zich afzijdig
maar goedmoedige wolken zeggen
dat het verdriet voorbij is.
.
VPRO poëzie
Dichterbij
.
Afgelopen zaterdag was de 33ste ‘Nacht van de poëzie’. De VPRO was weer zeer actief rondom deze Nacht. Op de website van de VPRO http://www.VPRO.nl/boeken is veel informatie te vinden rondom deze 33ste Nacht. Dichtersinterviews, poëziebundels en gedichtentips maar ook de rubriek ‘Dichterbij’.
In ‘Dichterbij’ zijn inmiddels 29 afleveringen te bekijken (ook via het Youtube kanaal van de VPRO, waarop je je kunt abonneren). In deze korte portretten wordt een korte schets getoond uit het leven van de dichter en gedurende deze schets wordt een gedicht voorgedragen.
Hieronder een voorbeeld met de dichter Erik Jan Harmens.
En voor de liefhebbers van geschreven poëzie een ander gedicht van deze dichter.
.
Tussenstuk
zou u het willen herhalen
niet steeds weer opnieuw één keer
ik zal er niet meer doorheen praten
het woord is aan u en utoen we kwamen wisten we eigenlijk niet of we al mochten komen
we wisten ook niet bij wie we kwamen we schoven gewoon maar aan
en lieten het ons smaken maar wat er tussen onze kiezen achterbleef wisten we niet
en we konden het ook niet vragen want de andere gasten aan tafel bliezen geen adem meer uit
ze werden afgeruimd als een tafellaken en highfiveden een hemel in
het is niet dat ik geen woord heb verstaan van wat u zei
ik verstond alleen de zelfstandige naamwoorden niet
als u die nu even op dit opengevouwen tafelservet wilt opschrijven
met de lipstick van de vrouw die ik ontvallen ben
toen we gingen wisten we eigenlijk niet of we al mochten gaan
bij iedere stap verwachtten we een securicorhand tussen de bladen
maar daar was de deur al met de fooivragende apen
en buitenlucht als een kamp in je gezicht
met al mijn tandplak heb ik u vader lief
.
Tante Lien
De jeugd van tegenwoordig
.
Als het gaat om taal, tekstdichten, associatief met woorden en tekst omgaan en verrassend en nieuw taalgebruik is er geen artiest of band in Nederland of daarbuiten die zich kan meten met de Jeugd van Tegenwoordig wat mij betreft. Vanaf het moment dat hun debuutsingle ‘Watskeburt?’ in 2005 uit kwam was ik fan. Niet eens zozeer van de muziek, hoewel ik die ook vaak lekker in het gehoor vind liggen, maar vooral door de taal die ze in hun teksten gebruiken. Het spelen met taal, het kneden van woorden tot nieuwe woorden en uitdrukking, het gebruik van slang woorden, Surinaams, Engels, Duits, Frans, Spaans in hun teksten, elke keer weten ze me weer te verrassen.
Een mooi voorbeeld vind ik het nummer ‘Tante Lien’ waarin veel voorbeelden, zoals hierboven genoemd, zijn terug te vinden.
.
Tante Lien
Laat me je Lien zien Lienie
Refrein (2x):
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh
Zegt ze, Tante Lien is de baddest bitch you’ve ever seen
killer smile, jopen defy gravity
Lien is strak – what else – meane bakka
Lord have mercy, wees lief voor papa
Tante Lien is een dancing Queen
D’r zijn geen woorden voor
Behalve in het Frans misschien – ooh la la –
Alle aandacht vindt ze prachtig vriend
Ik zie d’r staan en ik zeg alleen maar papi Lien
Tante Lien, prachtig dier, heerlijk feestbeest
Ietsje ouder, maar, nog steeds amazing – amazing –
Lekker gek – what else – Beetje crécré
Fan van de Jeugd en stiekem ook van LeLe
Tante Lien ik word helemaal warm van je
Honderd procent bad bitch niks geen franje – niks geen franje –
Chiquer dan een hele doos champagne
Stiekem moet ik een beetje blozen van je
Refrein (2x):
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh
Ode aan die mooie dame leeftijd mag je raden
Twee grijze haren
Wat ze doet voor de money nie over praten
Niet achter de ramen
Handtas, lippenstift, hair dicht, killer bitch, bloot op de straten
Toch blijft ze een dame
De schrik van het Leidseplein
Ze breekt je hart ze breekt je benen
Ze leeft d’r eigen leven Tante Lien heeft het allemaal al gezien
Maar je had d’r moeten zien, Tante Lien
Polizei keek opzij en weinig wetende, bloed op de straattegeltjes
Geen geschreeuw geen niks
Het ging zo snel voorbij en wat er gebeurde dat ik tussen jou en mij
En dat is waar het blijft Tante Lien ik heb niks
Geen crime geen scene Tante Lien
Ze hebben niks op jou en mij – niks op jou en mij –
Ze hebben niks op jou en mij – niks op jou en mij –
Fock em all, Tante Lien
Refrein(2x):
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh
Soms kookt ze voor me Tante Lien is goed volk
Kip, rijst, sperzieboontjes op me bord
De swung is impacable
Noem me Tante Lien
Hoe? Tante Tante Lien
Wat? Tante Tante Lien
Ze is straight met je
Ze zegt je eerlijk tegen je wat is wat
Lientje zei me, dus dat is dat
Je moet investeren zegt ze
Rappen is niet voor altijd
Ze kent boys die handelen en beter leg ik bij
Dan ga ik twijfelen, je kent mij
Je wil niet weten wat voor waggie ze rijdt
Oeh das funny, wiwelien met voetbalmoney
M’n billen vegen met donnies
Ze heeft een slecht invloed op me
Het is lekker tot het eind
Want zo lang ik met haar ben is Tante Lien voor mij
Whisky, India, Whisky, Alfa
Smijt met money als Talpa
En Lientje weet het
Refrein:
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Lean back, ooh
Handen in de lucht en groeten aan je tante
Welke tante? Tante Lien
Welke Lien? Get Money
Hee Tante, I see you
.
Vingerafdrukken op het venster
Herman de Coninck
.
Ik plaats nu alweer sinds 21 juni ( dus al 3 maanden lang) elke zondag een gedicht van Herman de Coninck op dit blog. Omdat ik de poëzie van Herman elke keer weer betoverend vind en omdat ik vind dat een ieder die Herman de Coninck nog niet kent (kan dat?) zijn poëzie moet leren kennen. Ik voel het bijna als een opvoedende taak. Drie maanden is alweer zo’n 12,13 gedichten verder en ik vraag me af hoe lang ik hier mee door moet gaan? Ik hoor graag van jullie, mijn lezers of ik nog even door moet gaan met het promoten van de poëzie van Herman de Coninck of dat ik moet of mag stoppen.
Zover is het nog niet, dus ook vandaag gewoon een gedicht van hem. Vandaag heb ik gekozen voor het gedicht ‘Vingerafdrukken op het venster’ uit de bundel ‘Vingerafdrukken’ uit 1997.
.
Vingerafdrukken op het venster
Ik denk dat poëzie iets is als vingerafdrukken
op het venster, waarachter een kind dat niet kan slapen
te wachten staat op de dag. Uit aarde komt nevel,
uit verdriet een soort ach. Wolken
zorgen voor vijfentwintig soorten licht.
Eigenlijk houden ze het tegen. Tegenlicht.
Het is nog te vroeg om nu te zijn. Maar de rivieren
vertrekken alvast. Ze hebben het geruis
uit de zilverfabriek van de zee gehoord.
Dochter naast me voor het raam. Van haar houden
is de gemakkelijkste manier om dit alles te onthouden.
Vogels vinden in de smidse van hun geluid
uit, uit, uit.
.
Kopland in het laboratorium
Experimenten met taal (en dichters)
.
Op de website van de Radboud Universiteit kwam ik een bijzonder lezenswaardig artikel tegen over een experiment bij het Max Planckinstituut voor psycholinguïstiek over de taal van dichters.
De onderzoekers Mauth, Baayen en Schreuder hebben niet echt een hypothese: de experimenten hebben vooral een verkennend karakter. Ze zijn bij hun ontwerp van de tests uitgegaan van de houding die dichters tot de taal aannemen. Baayen: “Ze lezen, herlezen, voelen en proeven de woorden. Ze laten associaties in zich wakker worden.”
In dit artikel wordt Rutger Kopland gevolgd bij het afnemen van de tests en daarna. De theorie van de onderzoekers stelt dat de lexical connectivity bij dichters groter is. Het lexicon in het brein lijkt nog het meest op internet, met allemaal hyperlinks die alsmaar verder kunnen worden uitgebouwd. Geoefende taalgebruikers zouden meer verbindingen maken, aldus de theorie.
Maar Kopland heeft zijn twijfels over de gemaakte aannames bij de eerste test. Een uitspraak over dé dichter, dé poëzie kunnen de proeven niet doen. De bestaande dichtstijlen lopen te veel uiteen. Aan de test deden 15 dichters mee waaronder Tsead Bruinja en Piet Gerbrandy.
Van het tweede experiment heeft hij hogere verwachtingen. Hierin moeten de dichters in korte tijd bepalen of woordcombinaties ook in betekenis overeen komen. De schoonheid van poëzie schuilt immers vooral in onverwachte betekenisvalkuilen. De dichter speelt met afgesproken betekenisregels, overtreedt ze. Met open ogen en niet in een roes. Dat maakt dichten leuk. Maar daartoe moet een dichter de taal door en door kennen. Zich zeer doordacht afvragen wat een woord betekent. Zich verwonderen dat het woord een betekenis heeft. Dat is Koplands materiaal.
Interessante materie voor wie zich met dichten en dichters bezig houdt. Kopland citeert aan het eind van het interview met hem de beginregels van het gedicht ‘Boomgaard’ uit ‘Een man in de tuin’ uit 2004.
.
Boomgaard
.
Woorden weten van zichzelf niet waarvoor ze
gemaakt zijn — en zo is het met alles in de wereld
niets weet waarvoor het er is
en ook wij weten het niet
.
Ik kijk door het raam de boomgaard in en zie hoe
woorden voor vogels, bomen, gras, voor wat er is daar
daar niets betekenen en ook de boomgaard zelf
heeft geen betekenis
.
In mijn hoofd zoekt iemand naar woorden voor
iets dat nog geen gevoel is en nog geen gedachte
.
en langzaam begin ik te voelen en te denken
dat ook de boomgaard daarnaar zoekt — dat wij
hetzelfde zoeken, de boomgaard en ik
.
Het hele artikel lees je hier: http://www.ru.nl/@688775/pagina/
Zo meen ik dat ook jij bent
Jan Hanlo
.
Jan Hanlo (1912 – 1969), onsterfelijk geworden door zijn gedicht ‘Oote’ schreef prachtige gedichten. Ook over de liefde. Hier een voorbeeld van zo’n liefdesgedicht getiteld ‘Zo meen ik dat ook jij bent’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.
.
Zo meen ik dat ook jij bent
.
zoals de koelte ’s nachts langs lelies
en langs rozen
als wit koraal en parels diep in zee
zoals wat schoon is rustig schuilt
maar straalt wanneer ik schouwen wil
zo meen ik dat ook jij bent
.
als melk
.
als leem
en ’t bleke rood van vaal gesteente
of porselein
zoals wat ver is en gering
en lang vergeten voor het oud is
.
zoals een waskaars en een koekoek
en een oud boek en een glimlach
en wat onverwacht en zacht is en het eerste
en wat schuchter en verlangend en vrijgevig
gaaf maar broos is
zo meen ik dat ook jij bent
.
Anton van Wilderode
Poëzie-avond
.
Begin van deze maand kreeg ik een uitnodiging van de ambassade van België, van Axel Buyse, algemeen afgevaardigde van de Vlaamse regering, voor een poëzie-avond die hij samen met de internationale Vriendenkring Anton van Wilderode organiseert. Op deze avond in oktober in de residentie van de Belgische Ambassadeur in Den Haag worden gedichten van de deze Vlaamse dichter in drie talen voorgedragen door Axel Buyse en mevrouw Beatrijs van Creanenbroeck.
Anton van Wilderode (1918 – 1998) pseudoniem van Cyriel Paul Coupé, was een Vlaams dichter, auteur, classicus, vertaler en scenarist. Van Wilderode werd in 1944 tot priester gewijd en werkte vanaf 1946 als leraar aan het Sint Jozef-Klein-Seminarie in Sint Niklaas.
Zijn literair debuut kwam er met de nouvelle ‘Dis al’ in 1939, hetgeen de eerste van vele prijzen opleverde voor zijn talent. Zijn debuut als dichter kwam er in 1943 met ‘De moerbeitoppen ruischten’. Ook vertaalde hij gedichten van onder andere Vergilius en Horatius. Van Wilderodes Vlaamsgezindheid vertaalde zich in gedichten voor de Vlaamse Nationale Zangfeesten en voor de Ijzerbedevaarten.
In totaal publiceerde van Wilderode bijna 70 boeken, bundels en geschriften. In zijn periode als leraar gaf hij onder andere les aan Tom Lanoye en Paul Snoek.
.
Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 het gedicht ‘Villa Giulia Rome, het echtpaar’.
.
Villa Giulia Rome
het echtpaar
.
Houden haar vingers vogels vast, sieraden
of offerschaaltjes in doorschijnend glas,
zijn rechterhand een groen juweel van jade?
.
De lange zomer die hun leven was
liet op het gaaf gelaat de glimlach duren
begonnen op een buitenbed van gras.
.
Reikt hij de haarkam aan voor haar coiffure
en geeft zij hem de trouwring van agaat
met spiegelingen op de kamermuren?
.
Zij liggen in een ingetogen staat
van zaligheid en zichtbaar welbehagen
nog in de kleren van hun levensdagen.
.
Herhaalt zij met bewegelijke handen
momenten van geluk, en blijft zijn arm
intussen om haar hals, nabij en warm?
.
Tezamen ingescheept en onder zeil
om op een verdere oever te belanden
voor eeuwen slaap en onverliesbaar heil.
.
De jeugd eist
György Dalos
.
Hoewel György Dalos vooral bekend is van zijn romans kwam hij in 1980 naar Poetry International met zijn poëzie. Dalos is een Joods Hongaars dichter/schrijver. Hoewel hij in de jaren 60 studeerde aan de Lomonossov universiteit in Moskou, was hij in de jaren 70 een van de drijvende krachten achter de anti-communistische beweging in Hongarije. Vanaf 1987 woont hij in Wenen en Berlijn. In 2010 ontving Dalos de Leipzig Book Award for European Understanding.
Uit 1970 het gedicht ‘Mijn status in de staat’.
.
Mijn status in de staat
.
1
Voor verontwaardiging
heb je een bedrijfsvergunning nodig
Voor pessimisme
een douanestempel
En van de zelfmarteling
worden procenten afgetrokken
.
2
Ik ben
als een ontwikkelingsland
Bevrijd maar armlastig
leef ik van leningen
Ik verwacht niet veel van de toekomst
maar heb haar ook niet te duchten
.
3
Sinds twee jaar
leef ik zonder werk
Ik schaam mij
als ik bedenk
dat ze terecht jaloers op me zijn-
de straatvegers met hun vast inkomen
en de vuilnismannen met hun
onwankelbare status
.
Gedichten op vreemde plekken
Lichtaart
.
Afgelopen vakantie was ik in het Vlaamse Lichtaart. In één van de winkelstraten viel me een gedicht/vers op dat was aangebracht op het raam van een bakkerij. Ik heb daar een foto van gemaakt met het idee daar misschien ooit nog eens iets mee te doen. Een dag later viel me opnieuw een gedicht op maar nu op het raam van een Kinderopvang. Opnieuw gefotografeerd. Weer later een gedicht op het raam van een verloskundige. Blijkbaar was er in Lichtaart iemand op het idee gekomen om winkels en organisaties op te leuken met verzen die slaan op de functie die in het desbetreffende pand wordt uitgevoerd.
Wat blijkt? Streekdichter Geert De Kockere heeft in 2013 op meer dan 200 etalages, deuren en ramen in Kasterlee liefdesgedichten aangebracht (Lichtaart is gemeente Kasterlee). Rond deze gedichten werd een wandelzoektocht gekoppeld. Van de 200 gedichten zijn er dus nog aardig wat bewaard gebleven.
Hieronder een aantal voorbeelden.
.
Billen
Nachoem M. Wijnberg
.
Nachoem M. (Mesoelam) Wijnberg (1961) is dichter en schrijver. In 1989 debuteerde hij met de bundel ‘De simulatie van de schepping’. Daarna publiceerde hij nog 15 dichtbundels en 2 romans. In 2004 ontving hij voor de bundel ‘Eerst dit dan dat’ de Jan Campertprijs, in 2008 de Ida Gerhardtpoëzieprijs voor ‘Liedjes’ en in 2009 de VSB Poëzieprijs voor ‘Het leven van’.
Uit: ‘Langzaam en zacht’ uit 1993 het liefdesgedicht ‘Billen’.
.
Billen
.
Billen naar achteren, lopend of zittend,
billen omhoog, liggend.
Ik verloor bijna een arm.
Je zegt niets voordat je beweegt.
.
Je onderlichaam naast mij
als los van de rest
van je navel tot het midden van je dijen,
en mijn vingers om een van je billen.
.
Totdat je je over mij heen legt
en je hals en schouders en borsten opheft
en tegen mij fluistert dat je niet moe bent,
alleen zwaar.
.



















