Site-archief
Drie soorten van lachen
Herman de Coninckdag
.
Op deze Herman de Coninckzondag een gedicht over drie soorten lachen. Zelf (50+) schater ik nog regelmatig van het lachen. Om dit gedicht moest ik echter glimlachen. Zou hij dan toch gelijk hebben? Uit het hoofdstuk ‘Kijk eens hoe echt’ uit ‘Zolang er sneeuw ligt’ het gedicht ‘Over drie soorten van lachen’.
.
Over drie soorten van lachen
.
Giechelen is iets wat je nooit helemaal doet,
altijd bijna, tenminste als je een meisje bent
van wie niemand weet of ze achter haar hand
de woorden ‘hihi’ opeet, of zomaar een koekje.
Giechelen doe je als je 17 bent
en bijna moet lachen om wat
bijna gezegd is.
.
Schateren daarentegen zijn drie
lettergrepen als dokwerkers
die elkaar daverend op de schouders slaan,
schateren is het proletariaat van de lach,
ik droom van een revolutie
die alles zal wegschateren,
dan zal er niet meer gelachen worden!
.
Schrijf ik op mijn 30. En glimlachen
is helaas wat je daar vermoedelijk
op je 50ste om doet.
.
Vuilnisbaklevens
Charles Bukowski
.
Poëzie kom je werkelijk overal tegen. Dat beweer ik al lange tijd en wie er oog voor heeft zal dit beamen. Vorige week kreeg ik bij het afscheid van Henk Das, directeur van de NBD Biblion (dat is de organisatie die o.a. bibliotheken in Nederland voorziet van hun boeken) een Liber Amicorum of een vriendenboek. Lezend in dit boek kwam ik in een bijdrage van collega bibliotheekdirecteur Jacques Malschaert twee gedichten tegen van Charles Bukowski.
Uit ‘De genoegens van de verdoemden’ daarom hier één van deze gedichten ‘Vuilnisbaklevens’.
.
Vuilnisbaklevens
.
de wind waait hard vanavond
en het is een koude wind
en ik denk aan
de jongens van de daklozenopvang
ik hoop maar dat er een paar bij zijn
met een fles rood
.
’t is als je bij de daklozen bent
dat je merkt dat alles
van iemand is
en dat er een slot zit op
alles.
dit is de manier waarop een democratie
werkt
je pakt wat je krijgen kan,
probeert dat te houden
en er wat bij te krijgen
als het kan
.
dit is ook de manier waarop een dictatuur
werkt
alleen knechten ze daar
hun paupers of
maken ze kapot.
.
die van ons vergeten we
gewoon.
.
in beide gevallen
staat er een harde
koude
wind.
.
Reiziger er is geen weg
Antonio Machado
.
Al eerder schreef ik over de Spaanse dichter Antonio Machado, toen in de categorie ‘Dichter in verzet’. Vandaag een andere kant van Machado; de dichter die hoop en troost biedt. In een vertaling van Tjeerd de Boer en Kathleen Ferrier, het gedicht ‘Reiziger er is geen weg’ uit ‘Cantares y Proverbios’.
.
Reiziger er is geen weg
Reiziger,
er is geen weg
de weg maak je zelf, door te gaan.
Alles gaat voorbij en alles blijft,
maar het is aan ons om te gaan,
verder gaan en wegen banen,
wegen over de zee.
Nooit heb ik roem nagestreefd
en de mensen mijn lied willen inprenten;
ik houd van werelden die subtiel zijn,
gewichtloos en vriendelijk, als zeepbellen.
Ik houd ervan om te zien hoe ze geel en rood kleuren,
gaan trillen, plotseling en uit elkaar spatten.
Nooit heb ik roem nagestreeefd.
Reiziger, de weg,
dat zijn jouw sporen, en niets anders.
Reiziger, er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan.
Door te gaan maak je de weg
en als je achterom kijkt,
zie je het pad dat je nooit meer zult hoeven betreden.
Reiziger, er is geen weg
alleen een schuimspoor in de zee.
Een tijd geleden hoorde men, op deze plaats, waar nu een doornbos staat,
de stem van een dichter die riep:
Reiziger, er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan stap voor stap,
regel voor regel.
De dichter stierf ver van zijn huis, hem bedekt het stof van een naburig land.
Toen men van die plek wegliep, hoorde men hem huilen:
Reiziger er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan, stap voor stap, regel voor regel.
Als de vink niet kan zingen,
als de dichter een pelgrim is
als bidden ons niets oplevert:
reiziger, er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan stap voor stap,
regel voor regel
Waarom de sporen van het toeval wegen noemen?
Ieder die voortgaat, wandelt,
als Jezus, over de zee.
.
.
Met dank aan noorderlichtfonds.nl
Die achternacht
Joost Zwagerman (1963 – 2015)
.
Hoewel ik een aantal van de boeken van Joost Zwagerman heb gelezen, behoorde hij niet tot mijn favoriete schrijvers. ook zijn poëzie vond ik vaak wat gekunsteld. Helemaal niet erg natuurlijk, smaken verschillen. Nu hij maandag zo plotseling en onverwacht een einde aan zijn leven heeft gebracht voelde ik toch dat ik ook aan zijn poëzie aandacht moest besteden. Overal in het nieuws worden zijn romans en essays genoemd en het feit dat hij bij De Wereld Draait Door vaak over kunst sprak (iets waar ik trouwens wel altijd enthousiast van werd), maar vrijwel nergens lees ik uitgebreid terug dat hij ook poëzie schreef. Zwagerman behoorde in de jaren 80′ tot de ‘Maximalen’
De dichters die bij de “Maximalen’ behoorde zetten zich vooral af tegen de volgens hen ‘witte en stille’ gedichten die er door de talige dichters werd geschreven. In plaats van die minimale poëzie wilden zij ‘maximale’ – en ze noemden de bloemlezing waarin ze hun werk verzamelden dan ook ‘Maximaal’ (1988). Deze Maximalen rekenden af met poëzie die gebukt ging onder ‘het juk van het grote niets’, zoals Joost Zwagerman het noemde. Zoals alle nieuwe stromingen maakten zij dus een karikatuur van het werk van hun voorgangers. Dichters moesten zichzelf niet langer reduceren tot ‘lispelende garde van de porseleinkast’, maar moesten de ‘muze de straat opjagen’- poëzie moest realistisch zijn. Maar voor deze ‘Maximalen’ was het ook van belang hoe een gedicht was geschreven: behalve het leven speelde ook het talige een grote rol.
Om ook dat aspect van zijn schrijverschap aandacht te geven hier een gedicht uit 2004 waarin ik bij herlezing wel iets van de worsteling in zijn leven terug lees. Of om, zoals hij het zelf schreef’ de laatste zin uit dit gedicht aan te halen; “een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen”.
.
Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
waar ik mij gewoonlijk niet vertoon.
Ik stelde mij teleur. Sprak te luid
tegen mensen die mij zichtbaar niet vertrouwden.
Ik wilde dat ik vond dat ik naar huis toe wilde
en sprak mij aan om hiervandaan te gaan
maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Ik verloor mij
in gesprekken die ik al zo vaak gevoerd had
zonder zicht op toonzaamheid
of zelfs maar dunne trucs
waarmee je doorgaans
een kapotte nacht doorkomt.
Het eindigde ermee dat ik van alles
in mijn oor siste wat ik maar half verstond.
Wat doe je op zulke momenten? Ik liet mij
voor wat ik was; het had geen zin mij het zwijgen
op te leggen, ik was berstensvol op mij gebeten
en toen het eenmaal ochtend was
zag ik mij als zo vaak in tongen terug
als het legioen dat vreemden streelt.
Spreekwoord was ik dat niet snapt,
gaandeweg de dag werd ik weer opvoeding
die ouders voor hun kinderen uitdenken
en in het holst van alle bruikleen
was ik wat ik telkens na zo’n achternacht in corvee
en klatering moet zijn: voor dag en dauw de bijbel,
met stofomslag en in voldongen esperantoklanken,
een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen
.
Uit: Roeshoofd hemelt
.
Met dank aan http://www.literatuurgeschiedenis.nl
Regenboog
Hiroshi Kawasaki
.
Kawasaki (1930-2004) was kort na de oorlog bouwvakker, klusjesman en kantoorbediende. Vanaf 1951 verschijnen gedichten van zijn hand in tijdschriften. Hij was één van de oprichters van het literaire tijdschrift Kai (1953). Hij debuteerde met zijn bundel ‘Hakucho’ (Zwaan) in 1955 en schreef daarna vele dichtbundels, luisterteksten, kinderboeken en essays. In 1980 nam hij deel aan Poetry International en in de bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International 1970 – 1985’ zijn twee gedichten van hem opgenomen in vertaling van Noriko en Pim de Vroomen. Hier het gedicht ‘Regenboog’.
.
Regenboog
.
Verstrooid stond ik stil in het gras.
‘Jullie twee daar, gaan jullie trouwen?
hoorde ik zeggen.
Ik antwoordde: ‘Ja!’
‘Welnu, als dat het geval is’ – met die woorden
verscheen er een prachtige regenboog.
.
Plath en Hughes
Jij zegt het
.
Naar aanleiding van het boek ‘Jij zegt het’ van Connie Palmen (over het huwelijk van Sylvia Plath en Ted Hughes, beide dichters, de zelfmoord van Plath en het zwijgen van Hughes) wil ik hier graag een gedicht van beide plaatsen. Veel mensen kennen de namen van dit beroemde dichterspaar wel maar hun werk is vaak bij hen onbekend (zo was het bij mij ook). Daarom van Sylvia Plath het gedicht ‘Memoirs of a spinach-picker’ en van Ted Hughes het gedicht ‘The seven sorrows’.
.
Memoirs of a Spinach-Picker
They called the place Lookout Farm.
Back then, the sun
Didn’t go down in such a hurry. How it
Lit things, that lamp of the Possible!
Wet yet
Lay over the leaves like a clear cellophane,
A pane of dragonfly wing, when they left me
With a hundred bushel baskets on the edge
Of the spinach patch.
Bunch after bunch of green
Upstanding spinach-tips wedged in a circle—
Layer on layer, and you had a basket
Irreproachable as any lettuce head,
Pure leafage. A hundred baskets by day’s end.
Sun and sky mirrored the green of the spinach.
In the tin pail shaded by yellow paper
Well-water kept cool at the start of the rows.
The water had an iron taste, and the air,
Even, a tang of metal.
Day in, day out,
I bent over the plants in my leather-kneed
Dungarees, proud as a lady in a sea
Of prize roses, culling the fullest florets;
My world pyramided with laden baskets.
I’d only to set one foot in wilderness—
A whole sea of spinach-heads leaned to my hand.
.
The Seven Sorrows
The first sorrow of autumn
Is the slow goodbye
Of the garden who stands so long in the evening-
A brown poppy head,
The stalk of a lily,
And still cannot go.
The second sorrow
Is the empty feet
Of a pheasant who hangs from a hook with his brothers.
The woodland of gold
Is folded in feathers
With its head in a bag.
And the third sorrow
Is the slow goodbye
Of the sun who has gathered the birds and who gathers
The minutes of evening,
The golden and holy
Ground of the picture.
The fourth sorrow
Is the pond gone black
Ruined and sunken the city of water-
The beetle’s palace,
The catacombs
Of the dragonfly.
And the fifth sorrow
Is the slow goodbye
Of the woodland that quietly breaks up its camp.
One day it’s gone.
It has only left litter-
Firewood, tentpoles.
And the sixth sorrow
Is the fox’s sorrow
The joy of the huntsman, the joy of the hounds,
The hooves that pound
Till earth closes her ear
To the fox’s prayer.
And the seventh sorrow
Is the slow goodbye
Of the face with its wrinkles that looks through the window
As the year packs up
Like a tatty fairground
That came for the children.
.
Het Jawoord
Herman de Coninck
.
Zondag dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag uit ‘De gedichten’ en aar weer uit het hoofdstuk ‘Verspreide gedichten’ het gedicht ‘Het Jawoord’. Dit gedicht verscheen eerder in 1973 in ‘Ruimten’, in 1974 in ‘Kreatief’ en in 1975 in ‘De Vlaamse Gids’.
.
Het Jawoord
.
‘misschien is er niet eens zoveel nodig
voor geluk: een andere man dan ik
met een andere vrouw dan jij’, zei ik
.
‘en misschien kunnen we beter samen
ontevreden zijn dan elk voor zich’, zei jij.
.
‘en als we dat nou eens in capri
gingen doen?’
.
‘ja’.
.
WikiHow
Hoe poëzie te lezen en te begrijpen
.
Na een blogbericht over Poëzie begrijpen en Waarom je poëzie moet lezen, gevolgd door Wat je altijd al wilde weten over poëzie, nu een handige ‘wegwijzer’ hoe je poëzie kunt lezen en begrijpen.
Ik spreek met enige regelmaat mensen die, als ik ze vertel over dit blog en het feit dat ik gedichten schrijf, mij vertellen dat ze niets met poëzie kunnen, het niet begrijpen of er niks mee hebben. Ik heb mezelf afgeleerd om als een evangelist van de poëzie dit onbegrip dan te vuur en te zwaard te bestrijden en hen te proberen overtuigen van de schoonheid en meerwaarde van poëzie.
Maar als ik ook maar een kleine indicatie krijg dat iemand open staat voor poëzie dan kan ik het niet laten. Voor al die mensen die niets met poëzie hebben, maar ook voor een ieder die dat wel heeft en meer wil halen uit de beleving van het lezen van een gedicht, vandaag een handreiking.
Op de aardige website WikiHow.com vond ik de volgende ‘handleiding’ in 9 stappen:
.
Probeer poëzie te begrijpen. Poëzie is anders dan een verhaal of een roman. Om meerdere redenen. Het gaat vaak over gevoel en begrip. Wees hiervan bewust. Poëzie maakt ook ongewoon gebruik van de taal en gebruikt soms ongewone woorden.
Lees een gedicht hardop en vaker dan 1 keer. Luister naar de klank alsof het muziek is.
Lees eens wat over de dichter. Wanneer schreef hij/zij het gedicht, onder welke omstandigheden? Dit kan je helpen om de herkomst van een gedicht te waarderen.
Bepaal voor jezelf of de dichter een verdrietig, blij, raar, uitbundig, angstig etc. gedicht heeft geschreven. Als het een verdrietig gedicht is laat het dan eens bezinken, probeer de emotie te voelen waarover of waarin is geschreven
Wees ervan bewust dat er meer in het gedicht zit dan je bij eerste lezing ervaart of herkent. Herlezen van een gedicht helpt je bij het herkennen en het zien van dingen die je bij eerste lezing zijn ontgaan.
Neem de tijd om over een gedicht na te denken. Het ene gedicht vereist meer denkwerk dan het andere. ‘Vertaal’ het gedicht voor jezelf, ook als het in het Nederlands is geschreven. Probeer eens de zinnen te wisselen om meer grip op het gedicht te krijgen.
Zie het lezen van poëzie als een fijne bezigheid, niet als iets saais. Poëzie is (vaak) geschreven om een emotie op te wekken. Laat dit toe. Belangrijk is ook om te genieten van het lezen van een gedicht.
Probeer een gedicht eens te lezen vanuit het standpunt van de dichter. Als een gedicht gaat over een gebroken hart, dan probeert de dichter weer te geven wat zijn of haar gevoelens zijn over hoe zijn of haar hart is gebroken door iemand. Als je dit soort emoties of situaties herkent kan dit het lezen van het gedicht beïnvloeden.
De Boodschap. Probeer de zinnen en woorden in een gedicht te herkennen waarin de boodschap van de dichter aanwezig is en probeer je te verplaatsen in zijn of haar schoenen.
.
Natuurlijk is het aan jezelf of je hier iets mee wil of kan. Aan de andere kant is het best interessant om het eens te proberen.
Tot slot nog een paar tips.
- Probeer gedichten te lezen uit verschillende tijdsvakken. Wellicht heb je een voorkeur voor een stijl of vorm.
- Probeer zelf eens een gedicht te schrijven. Speel met de taal en ontdek wat je met taal kan doen.
.
Seamus Heaney
Night Drive
.
Uit mijn boekenkast heb ik vandaag gekozen voor Seamus Heaney, Opened Ground; poems 1966-1996. En uit deze vuistdikke verzamelbundel het gedicht ‘Night Drive’ uit de bundel ‘Door into the dark’ uit 1969.
.
Night Drive
.
The smells of ordinariness
Were new on the night drive through France:
Rain and hay and woods on the air
Made warm draughts in the open car
.
Signposts whitened relentlessly.
Montreuil, Abbeville, Beauvais
Were promised, promised, came and went,
Each place granting its name’s fulfilment.
.
A combine groaning its way late
Bled seeds across its work-light.
A forest fire smouldered out.
One by one small cafés shut.
.
I thought of you continuously
A thousand miles south where Italy
Laid its loin to France on the darkened sphere.
Your ordinariness was renewed there.
.



















