Site-archief
Bezing mij de zuivere meisjes
Velimir Chlebnikov
.
Van Geraldina Metselaar kreeg ik het bijzonder fraai uitgegeven bundeltje Verzameld werk, Poëzie 1 van Velimir Chlebnikov. In deze bundel, uitgegeven door Filonov in 2012 staan gedichten van Chlebnikov uit 1904-1908 in een vertaling van Willem G. Weststeijn.
Velimir Chlebnikov (1885-1922) werd geboren in wat nu Kalmukkië heet en was Russisch dichter en theoreticus. Als dichter maakt hij deel uit van de Futuristen. De Futuristen zetten zich af tegen de toen dominante stroming in de Russische literatuur, het Symbolisme, waarin verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie centraal werden gesteld. De Futuristen verworpen deze volledige “oude” literatuur. Het poëtische woord moest weer centraal komen te staan.
Chlebnikov experimenteert vooral met klankpoëzie en hij ontwikkelt een geheel eigen (bijna mathematisch) systeem waarin diverse talen (de vogeltaal, de godentaal, de sterrentaal) evenzoveel semantische ontwikkelingen doormaken die de dichter bijstaan in het kanaliseren van zijn niet te stuiten creatieve energie. Veel literatoren zien Chlebnikov tegenwoordig als één van de belangrijkste vernieuwers van het Modernisme en zijn invloed op de Russische literatuur is groot.
Uit de bundel een aantal korte gedichten uit de jaren 1907 en 1908.
.
Bezing mij de zuivere meisjes,
Kibbelaarsters met hun vogelkers,
De breedgeschouderde jongens:
Ze zijn er – ik weet en geloof het.
.
Maanlicht, een witte omheining,
Populieren als zeilen veraf.
Hier komt de nachtelijke minnaar,
Schuift van het hekje de grendel af.
.
Wie als beroemde tovenaar
Roemvolle kunst waardeert:
Hij noemt de Slaaf
Een nachtegaal.
.
Met dank aan Wikipedia.
Dag van de Limerick
Edward Lear
Limericks worden al heel lang en heel veel geschreven. De oudst bekende tekst in deze vorm (van 5 regels met een vrij strak metrum, twee drievoetige amfibrachen, twee regels amfibrachen en jambe en afgesloten door weer een drievoetige amfibrachys) dateert uit de 13e eeuw en is een gebed in het latijn van Thomas Aquinas en gaat als volgt:
.
Sit vitiorum meorum evacuatio
Concupiscentae et libidinis exterminatio,
Caritatis et patientiae,
Humilitatis et obedientiae,
Omniumque virtutum augmentatio
.
In 1846 publiceert de Engelse kunstenaar, illustrator, musicus, schrijver en dichter Ewdard Lear (1812-1888) ‘A Book of Nonsense’ met daarin light verse in de vorm van Limericks. Dit boek is zo populair dat er drie drukken van verschijnen. Edward Lear gebruikte de term Limerick overigens niet.
.
There was a young fellow named Lear
Who invented Limericks, we hear,
so now we converse
in humorous verse
on Limerick Day every year
.
Hoe deze vorm van nonsens poëzie zijn naam heeft gekregen is niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat deze verwijst naar de stad Limerick in Ierland. De eerste verwijzing naar de term Limerick komt uit 1880 uit Saint John, New Brunswick krant waar een dergelijke vorm op de wijze van een lied ‘Won’t you come to Limerick’ wordt vertolkt (destijds een zeer bekend lied).
.
There was a young rustic named Mallory,
who drew but a very small salary.
When he went to the show,
his purse made him go
to a seat in the uppermost gallery.
.
In Nederland werd de Limerick geïntroduceerd door Ko Donker in 1911 en populair gemaakt door André van Duin, die zijn Ep Oorklepshow altijd eindigde met een aantal gezongen Limericks.
.
Een volslanke dame uit Asten
Wilde niets weten van vasten.
Want zij had veel trek
In lekkere snack.
En liever de lusten dan lasten
.
Toen ik in 2014 in het plaatsje Limerick was schreef ik de volgende Limerick:
.
Op een eenzame plek* in Ierland
maakte een dichter zichzelf van kant
gestopt met het eeuwige zoeken
en omringd door heilige boeken
want je weet maar nooit waar je belandt
* betekenis van het woord Limerick
.
Vandaag, 12 mei, dus Limerick day of de dag van de Limerick op de dag dat Edward Lear in 1812 werd geboren.
.
Met dank aan Wikipedia
Dichters, dichters, dichters
En muziek!
.
De stichting Ongehoord! (waar ik secretaris en penningmeester van ben) is de komende maanden weer behoorlijk actief. Op zondag 31 mei en zondag 14 juni staan twee podia gepland met vele dichters en muziek.
Maassluis
Op zondag 31 mei is er in Maassluis, in het Witte Kerkje aan de Constantijn Huygensstraat 1 in Maassluis een podium waar de volgende dichters zullen voordragen:
Roel Weerheijm, Mark Boninsegna, Geraldina Metselaar, Dennis Kras, Sabine Kars, Jaap van Oostrum, Nanneke Beekhuis en Marijke van Geest. Daarnaast is er muziek van Han Remmerswaal en Geza Hargitai. Zij zullen 2 sonates van Bach spelen op fagot en piano. Uiteraard is er voor aanslenterend en aanstormend talent de mogelijkheid 1 of 2 gedichten op het open podium voor te dragen.
Aanvang: 14.00 (Zaal open vanaf 13.00), toegang/koffie en thee: Gratis.
Rotterdam
Op zondag 14 juni is het jaarlijkse Zomerpodium in de Jacobustuin in Rotterdam aan de Jacobusstraat 103-109. Daar zullen de volgende dichters komen voordragen:
Runa Svetlikova en Evy van Eynde (beide uit Vlaanderen), Dean Bowen, Lennart Pieters en Jelou. De muziek komt van Marloes Brouwer. Uiteraard is er ook hier weer een open podium en worden en hapjes en drankjes geserveerd.
Aanvang: 14.00 (Tuin open vanaf 13.00), toegang gratis.
.
Leo Vroman
Vrede
.
Na een week van liefdesgedichten zou ik bijna vergeten om een prachtig gedicht over de vrede te plaatsen. Na 4 en 5 mei is dat wel gepast. Met dank aan hetmooistegedicht.blogspot.nl een van de, volgens mij, mooiste gedichten over de oorlog en de vrede van Leo Vromans. Dit gedicht bevat een aantal van de mooiste zinnen uit de Nederlandse poëzie.
.
Vrede
Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
.
Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi had gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogte blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede’.
.
Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede;
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt mij nu het bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilte voeten,
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.
.
Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
Doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt,
nadat eensklaps, midden door een huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds de armpjes opheft.
,
Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
.
Ik denk…
Bert Schierbeek
.
Bert Schierbeek (1918 – 1996) was één van de dichters die aan de wieg stond van de beweging die wij kennen als de Vijftigers. Schierbeek was een alleskunner, hij schreef romans, verhalen, toneelstukken, essays en gedichten, al was het onderscheid tussen de verscheidene vormen niet altijd even duidelijk. In 1986 publiceerde hij de bundel ‘De deur’ en uit die bundel komt onderstaand gedicht.
.
Ik denk…
.
ik denk
als het regent
laat ze niet nat worden
.
en als het stormt
vat ze geen kou
.
en ik denk ook
dat dat denken
niet helpt
.
want je wordt nooit meer
nat noch vat je kou
.
want het regent
noch waait ooit
meer voor jou
.
Voor jou
Hans Warren
.
In 1982 verscheen van Hans Warren de poëziebundel ‘Dit is werkelijk voor jou geschreven’. In die bundel staat het (bijna) titelgedicht ‘Voor jou’. In de week van de liefdesgedichten mag dit gedicht natuurlijk niet ontbreken.
.
Voor jou
.
Ben jij het die dit leest? Heb je net
je astrakan muts afgezet, en vallen nu
je zwarte krullen warm naar het papier?
Slaat het licht van deze bladzij
op in de goudspikkels van je ogen,
glimlach je gelukkig, nu je merkt
dat ik dit weet, en breng je ook
je donkere lippen zo dicht bij de woorden
dat het lijkt of je ze gaat kussen?
Leg je, toch even onzeker, je vinger
tussen de bladzijs, druk je het boek
tegen je borst, waar het ritselt
door het bonzen van je hart?
Ben je nòg mooier nu, kijk je door het raam?
Wees gerust: dit is werkelijk voor jou geschreven.
.
Invasie
Anna Enquist
.
In de week van de liefdesgedichten vandaag een gedicht van Anna Enquist. Anna Enquist beschrijft in dit gedicht de liefde en de rouw, de pijn en hoe liefde grenzen overwint, ook die van de dood. Uit de bundel ‘Soldatenliederen’ uit 1991 het gedicht ‘Invasie’.
.
Invasie
.
Op de kale helling, wind in mijn haar,
staan wij en je kijkt. Uit alle macht
kijk jij naar mij, beeld van liefde.
.
En ik, ik kruip door je betraande ogen
binnen, glijd langs zenuwbanen, huppel
over myelineknopen; synapsen
ruisen, RNA dwingt eiwitten
zich te groeperen naar mijn beeld:
.
Ik sta gekerfd, gebeiteld in je hersens
tot je sterft, totdat je sterft.
.
Kom terug
Week van de liefdesgedichten
.
Van Toon Tellegen, waarover ik pas nog schreef, wil ik in deze week van de liefdesgedichten ook een prachtig liefdesgedichtje plaatsen. De titel is ‘Kom terug’ en het verscheen in de bundel ‘Er ligt een appel op een schaal’ uit 1999.
.
Kom terug
.
‘Kom terug.’
Als ik die woorden eens zó zacht kon zeggen
dat niemand ze kon horen, dat niemand zelfs kon denken
dat ik ze dacht…
.
en als iemand dan terug zou zeggen
of desnoods alleen maar terug zou denken,
op een ochtend:
‘Ja.’
.
Week van het liefdesgedicht
Zie je ik hou van je
.
Herman Gorter schreef al ‘Zie je ik hou van je / ik vin je zoo lief en zoo licht- / je oogen zijn zoo vol licht, / ik hou van je, ik hou van je.
Liefdespoëzie is van alle tijden. Zolang er mensen zijn en zolang er poëzie wordt geschreven, wordt er liefdespoëzie geschreven. Daarom deze week louter liefdesgedichten op dit blog. Te beginnen vandaag met het gedicht waaruit bovenstaande strofe is genomen van Herman Gorter ‘Zie je ik hou van je…’ uit ‘Verzen’ uit 1987.
.
Zie je ik hou van je …
.
Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht-
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.
.
En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar ervoor.
.
Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.
.
O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees’lijk van je,
ik wou het heelemaal zeggen-
maar ik kan het toch niet zeggen.
.
Van de zee
Willem Kloos
.
Willem Kloos (1859 – 1938) was dichter en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Tachtigers. De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie (dichtkunst). De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan.
In 1880 debuteerde Kloos in het tijdschrift ‘Nederland’met het gedicht ‘Rhodopis’. De gedichten die Kloos schreef in de jaren 80 van de 19e eeuw zijn in grote mate beïnvloed door de dichter Shelley. In 1885 richt hij samen met onder andere Frederik van Eeden en Albert Verwey het literaire tijdschrift ‘De Nieuwe Gids’ op. In dit tijdschrift publiceerde Kloos een reeks literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn poëtica. Hij legt hierbij de nadruk op het op persoonlijke wijze weergeven van emoties door de dichter.
Een veel geciteerde uitspraak van Kloos is dat kunst ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’ moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst).
De dichter Kloos is nog steeds bij veel mensen bekend door de eerste regel van zijn ‘Sonnet V’ die luidt: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten”.
Uit de bloemlezing met als titel die eerste regel uit 1980 het gedicht ‘Van de zee’ (jullie kennen mijn voorliefde voor de zee).
.
Van de zee
(aan Frederik van Eeden)
.
De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld
ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.
.
Zij wist van zich-zelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij
vliedt,
Zij drukt zich-zelven in duizenderlei lijning
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.
.
O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
Dan zou ik eerst gehéél en gróóts gelukkig zijn;
.
Dan had ik eerst geen lust naar menselijke
belustheid
Op menselijke vreugd en menselijke pijn;
.
Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,
Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn.
.

















