Site-archief

Entre-acte

Johan van Nieuwenhuizen

.

Dichter Johan van Nieuwenhuizen (1926-2001) publiceerde in de Windroos, een poëziereeks in 1950 gestart door Ad den Besten, in 1956 de bundel ‘Credo van de waterman’.  Ik weet dit omdat in ‘van de morgen tot morgen’  een bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs uit 1963, een gedicht uit dit bundeltje is opgenomen. Van Nieuwenhuizen was onder andere redacteur van de Haagse Cahiers en hij publiceerde een gedicht in de Dichters Omnibus, de 8ste bloemlezing uit 1962.

Ik schrijf er hier een stukje over omdat het gedicht dat is opgenomen ‘entre acte’ getiteld is. Entre’acte betekent ‘tussen de handelingen’. Het kan een pauze betekenen tussen twee delen van een toneelproductie, synoniem met een pauze(dit is tegenwoordig de meest voorkomende betekenis in het Frans), maar het duidt vaker (in het Engels) op een muziekstuk dat wordt uitgevoerd tussen de acts van een theaterproductie.

In de tijd dat poëziestichting Ongehoord! nog tweemaandelijks een podium organiseerde hadden we ook altijd een entre acte. Meestal was dit een singe-songwriter, een muzikant of een band. In het gedicht van Johan van Nieuwenhuizen is er sprake van een excuus aan Emily Dickinson onderaan het gedicht. Ik heb niet kunnen ontdekken of dit slaat op de titel van het gedicht of wellicht de inhoud, daarvoor ken ik het werk van Emily Dickinson niet goed genoeg. Desalniettemin is het een bijzonder gedicht.

.

entre-acte

.

op 1 been kun jij staan

je kunt er niet op lopen –

hoe wil je op 1 been

een 2e been gaan kopen?

.

2 ogen kunnen zien

met 1 oog kun je kijken –

met 1 oor hoor jij wel

maar kun je niet begrijpen.

.

1 woord is zonder zin

een 1/2 woord overbodig –

als men je wil verstaan

heb jij twee woorden nodig;

.

maar ik ben er op uit

mijn ziel er in te leggen

en dan mijn zaligheid

in 1 woord uit te zeggen.

.

met excuses aan Emily Dickinson

.

Een mistige dag in Rotterdam

Cornelis Bastiaan Vaandrager

.

Van een oud collega kreeg ik een paar boekjes want anders zouden ze bij het oud papier eindigen. Een van de boekjes is de Dichters Omnibus, 8ste bloemlezing uit 1962. Ik schreef al eerder over deze omnibussen zoals hier, hier, hier, hier, hierhier, en hier.

In  1954 verscheen de eerste editie van de Dichters Omnibus. Een bloemlezing uitgegeven door ESSO Nederland N.V., onder haar relaties als nieuwjaarsgeschenk verspreid. Kom daar maar eens om bij multinationals van vandaag. Er verschenen achttien edities van en ik bezit alle edities op 1 na, de eerste editie. De gemiddelde oplage lag tussen de 15.000 en 20.000 stuks.

De opeenvolgende edities van deze bloemlezing werden samengesteld door uit- en vormgever A.A.M. Stols (van 1954 t/m 1963) en daarna door Ad den Besten (vanaf 1964 tot het laatste, achttiende deel, dat in december 1971 verscheen). Zowel Stols als Den Besten wisselden gedichten van bekende dichters af met werk van jong of nieuw talent.  De ‘jonge’ dichters ontvingen voor hun bijdrage in 1970 vijftig gulden, wat destijds een riante vergoeding was voor een bijdrage aan een bloemlezing.

Zoals gezegd kreeg ik de 8ste bloemlezing in handen (ik heb deze editie al maar mijn exemplaar ziet er wat gehavender uit, dus wordt vervangen). Lezend bleef ik hangen bij een gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992) getiteld ‘A foggy day in Rotterdam’. Een typisch Vaandrager gedicht.

.

A foggy day in Rotterdam

.

Je kent het wel: een middag wachten

tot het gaat misten. Wachten

tot het donker wordt. Of avond wordt. Hij

(ik heb het over hem) kijkt,

ziet lege bussen

die koppig starten, de stad in – op zoek naar meer mist?

.

Stemmen van mensen. Oproer? Bijval?

Hij herkent ze, de stemmen . De mensen

kent hij niet – nooit gekend.

.

Je kent het wel: pijnlijk nauwkeurig

kan hij je zeggen (maar hij doet het niet):

‘Nu gaat de telefoon’

En dan gaat de telefoon. De angst

dit aan te voelen. En de angst (nog groter)

zich na tien, elf juiste voorspellingen te vergissen.

.

De mist is binnen.

Reeds zijn de radiatoren verkild.

Hij trekt zijn benen op. Wacht.

Het wordt donker. Of avond.

Hij trekt huiverend een haar uit zijn pols.

.

Wakker worden

Bea Vianen

.

In mijn collectie poëzie ontbraken in de serie ‘Dichters Omnibus’ uitgegeven door ESSO tussen 1954 en 1971, nog de delen1, 7, 14 en 17. Nu wist ik dat bij tweedehandsboekenwinkel ‘De Boekenwurm’ in Roosendaal er een groot aantal stonden dus trok ik de stoute schoenen aan en inderdaad, nu heb ik de collectie bijna compleet. Ik mis alleen deel 1 nog.

De opeenvolgende edities van deze anthologie werden samengesteld door uit- en vormgever A.A.M. Stols (van 1954 t/m 1963) en daarna door Ad den Besten (vanaf 1964 tot het laatste, achttiende deel, dat in december 1971 verscheen). Zowel Stols als Den Besten wisselden gedichten van bekende dichters af met werk van ‘jong’ of ‘nieuw’ talent, dat doorgaans uit eigen dichtersstal afkomstig was.

In één van de nieuwe delen die ik rijk ben (17) staat een gedicht van Bea Vianen (1935 – 2019). Bea Vianen was een Surinaamse schrijfster van romans, verhalen en poëzie. Zij wordt gerekend tot de belangrijkste Nederlands-Caraïbische auteurs van de jaren ’70 van de 20ste eeuw. Zij debuteerde met poëzie en proza in het tijdschrift Soela (1962-1964). In 1965 kwam haar bundeltje Cautal uit, ingeleid door Trefossa: liefdesliederen aan Krishna, al komt hier al de migrantenpsyche naar buiten. Haar poëzie werd gepubliceerd in tijdschriften als De Gids, Avenue en Podium. In totaal zou ze 6 bundel publiceren.

In Dichters Omnibus deel 17 is het gedicht ‘Wakker worden’ dat eerder verscheen in De Gids.

.

Wakker worden

.

Vijf uur was het denk ik

toen ik het hoorde

Ik vermoedde dat het een kind was

dat huilde

Je zei dat het een vogel was

.

Je mond had daarbij iets van een overweging

lief, onuitgesproken –

zoals ik die ken bij het zien van een brief

van een onbekende en

ik wist opnieuw hoe bruin je mij vond

.

Je las uit het landschap

waarover ik je vertelde,

van de bladeren in hun proces van eeuwig groen

van de dingen die mij leidden naar het toeval

dat ik naast je lig

.

 

Slagbaai

Alette Beaujon

.

Uit de serie ‘dichters omnibus’. Heb ik nu ook deel 6 bemachtigd. Een klein beetje waterschade maar dat mag de pret niet drukken. In dit deel uit 1959 , een geschenk van Esso Nederland n.v., staan weer een aantal dichters die ik niet ken. Een daarvan is de dichter Alette Beaujon.

Alette Clemence Beaujon, geboren op Curacao (1934 – 2001) studeerde in Chicago en Amsterdam. In de jaren ‘60 werkte Beaujon als klinisch psycholoog. Schreef poëzie in het Engels, Papiamento maar hoofdzakelijk in het Nederlands. Van haar hand verscheen een grote bundel ‘Gedichten aan de baai en elders’ en de dichtbundel ‘De schoonheid van blauw’. Daarnaast publiceerde ze poëzie in het magazine ‘Amigoe’ in de Nederlandse Antillen.

.

Slagbaai

.

Stil te zitten in de schemering

voor een huis te staren

wanneer de hemel plots

heel laag zijn kleuren offert

aan de nacht

.

Snelle Spaanse waaiers in de lucht

een dansend begin

wordt langzaam donker in de verte

en komt vreedzaam naar ons toe

in de omtrek sterft het weg

.

De gladde strekenvan de zee

slepen nog kleine stenen mee

alle beweging is moeizaam

en boeit niet meer

.

Ik kom hier elke dag

de avond zoeken

en de dag want beide

heb ik op dit strand voor het eerst gevonden

heel lang geleden

.

 

Vliegtocht

Anthonie Donker

.

Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.

Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam  in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.

Hij was tijdens WO II  betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.

In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.

.

Vliegtocht

.

Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.

Het leven wordt verdubbeld met den dood.

Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,

een smaak van voortbestaan buiten de aarde,

met open ogen ziende in het Niets –

Maar bijna zonder dat men het begeert

wordt het oneindige reeds afgeweerd,

maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert

en is aldoor domweg op weg naar iets

waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld

en men bij het vanouds wordt ingeteld.

.

Laat mij

Hans Andreus

.

Een paar weken geleden (14 maart) deelde ik een aankoop uit een kringloopwinkel met jullie; de Dichters Omnibus, tweede bloemlezing uit 1954. Als reactie daarop kreeg ik van Corry Nieman, een van de drijvende krachten achter http://www.schrijvenswaard.nl, dat zij deel 3 en 4 had en dat ik die wel mocht hebben. Omdat ik van de 18 edities nog 8 edities mis was ik daar, zo begrijp je, heel blij mee. Corry stuurde ze me toe en ik zal er deze week uit elk een gedicht delen.

Vandaag de derde bloemlezing uit 1957. Hier heb ik gekozen voor een gedicht van een van mijn favoriete dichters uit Nederland, Hans Andreus, die achterin dit bundeltje wordt beschreven als “behorende tot de groep van experimentele dichters” met het gedicht ‘Laat mij…’.

.

Laat mij…

.

Laat mij, laat

mij gaan waar niemand gaan wil.

De eenzame wolven, zegt men.

Geen mens meer met een zelfgeschapen ruimte,

waarin hij loopt en ademt.

Geen mens meer met zijn uitverkoren

steden, landen, zeeën.

Geen ruimte meer,

geen mens meer, nee, geen mens,

.

En geen versierde woorden.

Maar hoe lang, hoe lang, hoe lang

de onontkoombaarheid?

Het sterven in de tijd?

Het brekende woord, de weer eenzame mond?

.

Dichters Omnibus

Tweede bloemlezing

.

In 1954 verscheen de eerste editie van de ‘Dichters Omnibus’. Een bloemlezing uitgegeven door ESSO Nederland N.V., onder haar ‘relaties’ als nieuwjaarsgeschenk verspreid. Er verschenen achttien edities van.van de achttien edities mis ik alleen nog deel 1, 3, 4, 5, 6, 14, 17 en 18. De andere 10 delen heb ik door de jaren heen inmiddels bij elkaar verzameld. Mijn laatste aanwinst is deel 2 uit 1956 (blijkbaar werd 1955 overgeslagen).

Uit dit tweede deel een gedicht van dichter Pierre Kemp getiteld ‘Nieuw sterrenbeeld’.

.

Nieuw sterrenbeeld

.

Ze gaven me speelgoed om mij te doen vergeten:

je bent geboren.

Ik ben nu wel oud en moest alles weten,

maar wijl ik mijn speelgoed niet heb verloren,

niet gebroken of stuk gesmeten,

zal ik er eens mee tussen de sterren staan,

niet te kort bij de zon, niet te ver van de maan.

En de kinderen zullen het hun ouders tonen,

als zij om te spelen bij mij willen wonen.

.

tb

 

Camera Obscura

Adriaan Morriën

.

In de kringloopwinkel kocht ik weer een paar mooie bundeltjes. Een ervan is de ‘Dichters omnibus’ de 16e bloemlezing uit 1970. Ik had al een aantal van deze omnibussen uit de jaren ’60 maar dit exemplaar nog niet. In deze omnibus veel dichters die ik ken maar ook een aantal onbekenden. Een dichter die ik wel ken is Adriaan Morriën.

Adriaan Morriën (1912 – 2002) debuteerde in 1939 met de bundel ‘Hartslag’. Hij werkte na WO II vooral aan vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool. Daarnaast werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Hij was betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren. Als redacteur van een aantal literaire tijdschriften (onder andere Tirade), beoordeelde hij manuscripten. Ook was hij adviseur van de uitgeverijen G.A. van Oorschot en De Bezige Bij. Een aantal belangrijke schrijvers, onder wie Harry Mulisch, Gerard Reve en W.F. Hermans en de dichter Hans Lodeizen, werden door hem ‘mede-ontdekt’. Ook vertaalde hij verschillende Franse schrijvers.

Voor zijn vertalingen ontving hij in 1962 de Martinus Nijhoff-prijs en voor de dichtbundel ‘Oogappel’ kreeg hij in 1988 de Herman Gorterprijs. Uit de bundel ‘Het gebruik van een wandspiegel’ uit 1968 (en dus uit de Dichters omnibus) het gedicht ‘Camera Obscura’.

.

Camera Obscura

.

Door je grote pupillen

zou ik mijn hand willen steken

om op de tast te zoeken naar

de beelden die je van me bewaart.

.

Ik zou mijn eigen aanblik voelen

en weten waar ik  je heb aangeraakt,

waar ik nog warm ben in je

en waar ik al ben afgekoeld.

.

img_5722

Dichters omnibus

9e Bloemlezing 

.

Vandaag in de categorie ‘Uit mijn boekenkast’ het bundeltje Dichters Omnibus, 9e bloemlezing. Door ESSO Nederland N.V. in 1962 als nieuwjaarsgeschenk voor 1963 aan haar medewerkers gegeven. Uitgegeven door A.A.M. Stols / J.P. Barth te ‘s-Gravenhage.

Uit deze bundel een gedicht van Bertus Aafjes.

.

Kamelen

.

Langs het stervend goud der horizon

Gaan op slanke wereldse benen

De kamelen, plotseling verschenen,

Naar het wachtend water van de bron

.

En hun hals reikt ver vooruit naar ’t doel

En hun neuzen staan gevleugeld open,

Dédaigneus en adelijk. Zo lopen

Joodse rabbi’s soms door het stadsgewoel.

.

Dorstig dravend en door niets belet

Laten zij nochtans hun haast niet blijken,

Zouden liever aan hun dorst bezwijken

dan de maat verliezen van hun tred,

En zij zweven door het avondgoud

Als muziek – die enkel wordt aanschouwd

.

dichtersomnibus

Dichters Omnibus

Uit mijn boekenkast

.

Jaren geleden heb ik eens een 6tal bundeltjes gekocht uit de serie Dichters Omnibus. Deze, door ESSO Nederland uitgegeven bloemlezingen werden in Den Haag gemaakt en verspreid rond kersttijd onder de werknemers van ESSO. Uit de 8e bloemlezing (1962) een gedicht van Johan van Nieuwenhuizen.

.

Nieuwe Herengracht

.

De nieuwe heren van de gracht

de oude vrouwen voor de ramen

God hoeft zich voor geen mens te schamen,

wij hebben het een eind gebracht –

.

het water is ons moederland,

de wegen die wij gaan, de kaden

door bruggen worden wij verraden:

elk huis staat aan de overkant.

.

Johan van Nieuwenhuizen (1926 – 2001) was uitgever/redacteur van de Haagse Cahiers.

.

foto (20)