Site-archief
Oude dromen
Pero Senda
.
Vandaag 4 jaar geleden werd ik gebeld door de vrouw van mijn vriend en dichter Pero Senda (1945 – 2013). Vrij onverwacht was hij, na een kort ziekbed overleden. Ter nagedachtenis wil ik daarom vandaag, op zijn sterfdag een gedicht van hem plaatsen uit de bundel, die hij destijds in 1999 presenteerde in de bibliotheek van Maassluis. Vanaf dat moment leerde ik Pero steeds beter kennen en ik mis hem en zijn bijzondere en warme persoonlijkheid nog altijd.
.
Oude dromen
.
Opnieuw kwellen mij niet uitgedroomde dromen
Gletsjers, schotsen, het poollandschap in schaduw en licht
Wit schitterend schuim in een zeegezicht
De witte dood loert. Angst grijpt me aan
Ik vlucht, wil zuidwaarts, blijf roerloos staan
Snel, snel! Waarheen? Natuurlijk naar huis:
Naar mijn huis in Maassluis.
.
Zandstranden. Copacabana.
Is het Rio of Havana?
Gevaarlijke klanken uit Afrika’s zuiden
Kenya, safari, ziekten en kruiden
Wilde dieren overal, dag en nacht
De zon die brandt, ik dorst en smacht
Weer op de vlucht. Waarheen? Naar huis:
Naar mijn huis in Maassluis.
.
Op de Balkan niets nieuws, geen dromen,
Hetzelfde decor, slechts nieuwe spelers zijn gekomen.
Vooral statisten rijen zich ten dans
Van bloed en vrijheid hebben zij thans
De mond vol. Weg nu met al die grote woorden
Ik overstijg de idealen die mij ooit bekoorden
Vluchten, zo ver ik kan, van al die dwazen
Naar het land van bloemen in borders en vazen
Van gele tulpen – dus terug naar huis:
Naar mijn huis in Maassluis.
.
Banket
Nieuw gedicht
.
Banket
.
De een beweegt vrijer. In
een ovale vorm is het
makkelijk parels maken.
De ander zit vaster, moet
harder werken voor zo’n
kleinood.
.
Zelfs als vlees op de botten telt
of onregelmatigheid van
schelp, blijft een keuze
willekeurig,
twisten over smaak doet
dan misschien alleen denken aan
vrijheid.
.
Waar het zilte overheerst
prikkelt de tong
uitnodigend gebarend.
Beschermd mag er genoten
worden, niemand leeft
gesloten.
.
Gendray
Herman de Coninck
.
Van de bekende en beroemde Vlaamse dichter Herman de Coninck is een biografie verschenen met de titel ‘Toen met een lijst van nu errond’. Geschreven door Thomas Eyskens en na het prachtige boek van zijn vrouw Kristien Hemmerechts ‘Taal zonder mij’ nu dus een officiële biografie, en hoewel zij aan deze biografie niet heeft meegewerkt is het een zeer uitgebreide en informatieve biografie geworden.
Toen ik dit las werd ik: A. meteen nieuwsgierig en B. kreeg ik de aandrang om de werken van Herman de Coninck er weer eens bij te pakken. Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, ben ik een groot liefhebber van zijn gedichten en elke reden om weer eens aandacht te besteden aan deze, veel te vroeg gestorven, dichter te besteden is er een.
Daarom uit de bundel ‘Schoolslag’ uit 1994 het gedicht ‘Gendray’.
.
Gendray
.
Voor Hugo Brems
De koe, Hoe ze het al eeuwen
met hetzelfde ontwerp moet doen.
Zoiets als de Volkswagen-kever:
de koe-koe.
.
Maar hier liggen er mooie, meisjes haast,
godinnen van het staren, hun grote
stofzuigerzakken volgegraasd, lichtjes verbaasd
van tevredenheid om dit bestaan.
.
Eén wil, moe van al dat ligwerk
overeind gaan staan.
.
Miriam Van hee
Dichter van de maand
.
Voor de tweede keer deze maand is Miriam Van hee dichter van de maand. Dit keer heb ik voor een heel beeldend gedicht gekozen. Zo’n gedicht waar je tijdens het lezen meteen een afbeelding hebt in je hoofd en dat daardoor juist zo krachtig is. Uit de bundel ‘Reisgeld’ uit 1992 het gedicht ‘De ribben zijn van het geraamte’.
.
de ribben zijn van het geraamte
.
de ribben zijn van het geraamte
het mooiste onderdeel, ze doen
aan vleugels denken of een soort
accordeon waar leven in- en uitgaat
je ziet ze beter
na de hongersnood of in het massagraf
het zijn de rimpels in het zand
als de zee zich heeft teruggetrokken
het zijn de breekbaarste takken
van de bomen die in open vrachtwagens
worden weggevoerd
.
Brommers kieken
Ester Naomi Perquin
.
Toen ik het gedicht ‘Meisjes’ uit de bundel ‘Servetten halfstok’ van Ester Naomi Perquin uit 2007 las moest ik meteen denken aan de term Brommers kieken. Brommers kieken is Twentse én Achterhoekse term voor een smoes van geliefden om zich terug te trekken om te gaan zoenen. Vanaf het eerste moment dat ik de term hoorde jaren geleden vond ik het prachtig. Zo onschuldig maar zo ter zake doende.
Hoewel het feitelijke brommers kieken niet voorkomt in het gedicht zie je het voor je als je het leest. Daarom hier het gedicht ‘Meisjes’.
.
Meisjes
.
Zo handig in hun alledaagse praten
rusten zij aan zij, een rij van jonge huid
en zachte haren in die al te hete zon.
Duingras kietelt hun benen en hoog
klinkt de pas bedachte lach die meeuwen
steeds verschrikt doet overkomen.
Van kop tot teen onaangeraakt
liggen zij, met allemaal dezelfde stem
dezelfde moeder te bespreken.
Wat ze zoal zijn telt alle eeuwigheden
in hen op. Dat stil en zonbeschenen delen
van leeftijd, lichaam, zonnebrand.
Maar over het zand lijkt een vreemd,
steeds lager grommen aan te zwellen
en jaagt een rilling door de rij.
Elke seconde komen de jongens
op onverbiddelijke brommers
in grote golven dichterbij.
Foto: Tineke de Lange
Het land
P.A. de Génestet
.
Van mijn moeder kreeg ik een oud poëziebundeltje van P.A. de Genestet uit 1921. De Volledige dichtwerken in de Cohen editie met illustraties van C.P. Tiele. De naam de Genestet kende ik wel (van de naar hem genoemde straat) maar zijn werk kende ik niet.
Petrus Augustus de Génestet ( 1829 – 1861) was een Nederlands dichter en theoloog. De Génestet was populair, wat vooral te danken was aan zijn humoristische en ontroerende gedichten die toegankelijk zijn voor een breed publiek. Maar ook godsdienst was een belangrijk thema in zijn gedichten. De Génestet was vrijzinnig-protestant, maar hij neemt even scherp stelling tegen de oppervlakkige vrijzinnigheid als tegen de steile onverdraagzaamheid. Samen met Nicolaas Beets wordt hij gezien als een deel van de Nederlandse navolging van het Byronisme.
In zijn korte leven – De Génestet werd slechts 31 – heeft hij slechts een beperkt aantal gedichten kunnen schrijven. Deze werden na zijn dood gebundeld uitgeven onder de titel “Dichtwerken”.
Uit deze opmerkelijk goed leesbare bundel het gedicht ‘Het land’.
.
Het land
.
Zijn fijnst sigaartje smaakt hem niet,
Zijn knappend vuurtje blaakt hem niet,
Zijn zoetlief meisje raakt hem niet!
Zijn vrienden, o genaakt hem niet!
Zijn baardje zelfs vermaakt hem niet,
De stumpert heeft zoo’n groot verdriet…
En wat? – Nu juist, dat weet hij niet!
.
November
Freddy de Vree
.
De Vlaamse dichter, essayist en radiomaker Freddy de Vree (1939 – 2004) is in Nederland geen bekende naam. Hij schreef behalve onder zijn eigen naam ook onder het pseudoniem Marie-Claire de Jonghe, en mogelijk ook Conny Couperus. Freddy de Vree was een eigenzinnige, anarchistische en dandyeske persoonlijkheid. Hij schreef aanvankelijk in het Frans, maar schakelde daarna over op het Nederlands. Hij was redactielid van een paar literaire tijdschriften en publiceerde bij De Bezige Bij verscheidene dichtbundels. Hij was jarenlang werkzaam als programmamaker en producer bij de Vlaamse culturele radiozender Radio-3. Een tijdlang runde hij ook de kleine uitgeverij Ziggurat in Antwerpen, die luxueuze bibliofiele edities van onder andere Hugo Claus heeft uitgegeven.
Uit zijn bundel ‘ Drie ogen zo blauw’ uit 1987 het, voor deze maand, toepasselijke gedicht ‘ November’.
.
November
.
Als een vuur ging twijfel nogmaals door de seizoenen.
Zuur sloeg neer, tyfus vergalde de boomgaard.
Nevels, ammoniak, kleffe rijm, dan zon. Slak weer.
.
Schuilen? In het ontwaarde huis dat jammerde als een hees kind
werd men niet verwacht. Op de sloten slakken van roest.
.
Het eigen spoor kwijt. Keldergedierte
ritselt langs splinters en planken.
In de hoge te droge zolder vermoedt men klauwvogels.
Geen stoel, geen kast, een ineengezakte tafel met een lege lade.
In de spoelbak mos en brijige schimmel. Men ziet de wilde tuin,
gegeseld door het zware weer, niet door de bedorven ramen.
Men weet de verdieping leeg, de slaapkamer verlaten
(geen bed, wat kraken van de vloer), het bad groenzwart.
Stapelplaats voor verloren leven. Afgedane zaken.
Thuis.
.
Als
Peter Goossens
.
‘Als’ is de tweede poëziebundel van Peter Goossens (1957). Eerder verscheen bij dezelfde uitgeverij Het Punt de bundel ‘Madrigalen van strijd en liefde’ onder het pseudoniem Charles Janssens. Nu is er dus een nieuwe bundel en, zo schrijft de dichter, dit is een poëtisch verhaal een vertelling van 3 gedichten waarvan het eerste een drieluik is.
Wie nu denkt dat dit hele lange gedichten zijn, of een hele kleine bundel, komt bedrogen uit. Hoewel in drie gesplitst (of eigenlijk in 5 dus) bestaan de gedichten uit vele losse stukken die allemaal een stuk van het verhaal vertellen.
Wat is dat verhaal? Het betreft hier een vertelling van een driehoeksverhouding, van de gevoelsstrijd, de zoektocht en de aanvaarding van deze polyamorische liefde. Of zoals opnieuw de dichter het zelf zegt “een poëtische beschrijving van de gevoelswereld van de partner van de polyamorische persoon.
Nu ben ik niet zo’n fan van getuigenispoëzie. Getuigenispoëzie leunt wat mij betreft vrijwel altijd te zwaar op de getuigenis en te weinig op het poëtische. Ook hier is dat in enige mate het geval. In deze bundel wordt duidelijk een verhaal verteld, begrensd door de ware gebeurtenissen. Tijdens het lezen bekroop mij zo nu en dan het gevoel dat het voor de dichter een belangrijke emotionele verwerking betrof maar te weinig een poëtische daad.
Toch is dit een zeer verteerbare bundel met wel degelijk mooie poëtische zinnen. Voor wie interesse heeft in wat een driehoeksverhouding met een mens doet (en ik zou bijna zeggen wie is daarin niet geïnteresseerd) is dit een heel leesbare bundel.
Door de bundel heen lees je de worsteling, de liefde, het verdriet, de afgunst en de haat en toch ook de aanvaarding van de situatie.
“mijn lief, stap in de koets,
een schim zal je trekken
naar een ongewis einde
van een donkere nacht”
En toch, als ik dan het slotgedicht lees vraag ik me af of de partner van de polyamorische persoon wel echt aanvaard heeft dat de situatie anders is dan daarvoor en dat hij daar evenveel geluk bij kan voelen.
“We zitten op een bank, eten roomijs
zwijgen en trekken gekke bekken.
Het klinkt stom
maar niemand mag aan je komen”
.
Voor de lezer die van persoonlijke of ervaringspoëzie houdt is dit een zeer toegankelijke en boeiende bundel om te lezen, misschien minder poëtisch en meer beschrijvend dan ik had gehoopt maar desalniettemin de moeite waard. De uitvoering is netjes en de illustraties zijn ook door Peter gemaakt. De bundel is te krijgen via http://www.uitgeverijhetpunt.be
.
Ilco Fix
Louis de Bourbon
.
Hoewel ik al eens eerder over Louis de Bourbon (1908 – 1975) schreef kwam zijn naam me niet meteen bekend voor toen ik in de bundel ‘Erts’ een bloemlezing uit de poëzie van heden, een gedicht van zijn hand las. In deze bundel uit 1955 staan een paar wat minder bekende dichtersnamen. Die van de Bourbon is er dus een van. Op 26 september 2014 behandelde ik deze dichter nog in de categorie ‘dichter in verzet’ vandaag dus in de categorie (bijna) vergeten dichters.
In dit gedicht, dat werd gepubliceerd in ‘Ibidem’ komt een dichter naar voren die aan de ene kant speelt met de taal op een bijna post moderne wijze ( de vermenging van talen, het willekeurig noemen van merken) en aan de andere kant zelfs licht dadaïstische trekjes vertoont. Hoe dan ook, het is een intrigerend gedicht.
.
Ilco Fix
.
.















