Site-archief
Lévi Weemoedt
Jesaja II, vers 6
.
Vandaag een vrolijk stemmend vakantiegedicht van de meester van het korte vers met glimlach Lévi Weemoedt (1948). Uit zijn bundel ‘Rijk verleden’ uit 1999 het gedicht ‘Jesaja II, vers 6’.
.
Jesaja II, vers 6
.
’t Wordt eind’lijk rustig, zo’k vernam,
in ’t Vrederijk van onze Heer:
.
o, daar verkeert de wolf bij ’t lam,
de panter ligt bij ’t bokje neer,
de leeuw en ’t muisje spelen dam,
de bij rijdt paardje op een beer!
.
En slechts mijn buren, ’t echtpaar Stam,
gaan krijsend tegen elkaar tekeer.
.
De actrice
Simon Carmiggelt
.
Vele wat oudere mensen zullen schrijver en journalist Simon Carmiggelt (1913 – 1987) kennen als de schrijver van Kronkels. Een groot aantal van hen zal ook weten dat Carmiggelt actief was als dichter. Eerst onder het pseudoniem Karel Bralleput en later onder zijn eigen naam. Uit de bundel ‘Het jammerhout’ dat voor het eerst werd gepubliceerd in 1948 komt het gedicht ‘De puber’.
.
De puber
.
Ik ben verliefder dan ik zeg.
Als onheil drukt het op mijn maag.
Ik kus haar – ja, dat doe ik graag.
Maar eig’lijk wil ik ook wel weg.
.
Want geurig is de eenzaamheid.
O – ’s avonds zwerven in haar straat
en vrezen dat ze met een ander gaat…
Als ‘k aanbel, sterft die heerlijkheid.
.
Soms is er twist, omdat ze zei:
‘Vandaag heb ‘k niet aan je gedacht.’
Wrange confessie! Een doorwaakte nacht
scheidt ons van de verzoeningshuilpartij.
.
Daat staat Oom Karel. Hij lacht zuur
en zegt: ‘die kinderen zijn gek.
Capitulantje met je varkensnek,
hoed af – dit is de liefde puur.
.
Pacific
Vakantiegedicht
.
Het vakantiegedicht ‘Pacific’ dat ik wil plaatsen is van de dichter Antoinette Sisto (1963-2017). Vandaag 7 juli kwam ze vier jaar geleden heel onverwacht te overlijden. Het gedicht komt uit haar debuutbundel ‘Dichter bij de dagen’ uit 2013.
.
Pacific
.
We hadden niet zomaar
een zomer geboekt
met avonden op een terras.
.
We sleepten je tafel naar buiten
het licht in, we dekten voor twee
damast met een wijnglas.
.
We klonken op ons
op al onze plannen, we wisten
dat weggaan beslissend was.
.
We bladerden samen door boeken
vol foto’s, brochures verlokkend
een wijds gouden strand.
.
Wallabies aaien in National Parks
snorkelen, zwemmen
op Kangaroo Island.
.
We hadden niet zomaar
een zomer geboekt
met avonden op een terras.
.
We deelden een onrust
een golf, een tsunami
ik wist niet dat weggaan verlangen was.
.
Het derde oog
Jolanda Oudijk
.
In het begin van mijn dichters ‘loopbaan’ deed ik geregeld mee aan allerlei poëziewedstrijden. Ik heb er in een paar jaar tijd ook een aantal gewonnen (waaronder de allereerste waaraan ik meedeed van de Stichting Literaire Activiteiten Zwolle). In mijn enthousiasme begreep ik toen nog niet dat er verschil zat in verschillende wedstrijden. Er waren natuurlijk de poëziewedstrijden waar een goede jury opzat en waar kwaliteit het criterium was.
Maar er werden ook wedstrijden georganiseerd waar de deelnemers zich van te voren moesten vastleggen op het afnemen van minimaal drie bundels met daarin de ‘genomineerden en de prijswinnaar. Een aardig verdienmodel maar voor de beginnend dichter ook een leuke manier om in een (verzamel)bundel een keer gepubliceerd te worden.
Inmiddels doe ik nog slechts heel af en toe aan een poëziewedstrijd mee (eigenlijk sinds ik zelf en daarna met Ongehoord! begonnen ben met het organiseren van een poëziewedstrijd). In 2008 deed ik nietsvermoedend mee aan de Strellus Poëzie Prijs waarbij de bundel ‘Het derde oog’ werd gepubliceerd met als ondertitel ‘Verzamelde gedichten van Nederlandse en Belgische auteurs’. Een flinke ondertitel voor het gegeven dat er deelnemers aan deze ‘wedstrijd’ waren uit beide landen.
Bladerend in deze bundel kwam ik een aardig gedicht tegen van een mij onbekende dichter Jolanda Oudijk. Zij deed mee met het gedicht ‘Autosuggestie’.
.
Autosuggestie
.
praat ze zichzelf
handsfree
zingt ze een eigen wijsje
of mee met de radio
.
nee, ze vloekt hardop
lippenstift bloedt
op een bijtende mond
.
multiple choice
het zout op haar lippen
a. chips
b. zeewater
c. tranen
.
wat valt er te kiezen
met het vermoeden:
zijn hart is geen cabriolet
.
Solo
Roland Jooris
.
In de vakantietijd zal ik wat vaker gewoon een gedicht zonder al teveel extra’s plaatsen, wel uiteraard altijd de bron (bundel, jaar van uitgave en misschien wat extra informatie) maar vooral gedichten van dichters die ik waardeer. Zover is het echter nog niet dus vandaag een gedicht uit de bundel ‘Bladgrond’ waaruit ik al eerder het gedicht ‘Nog’ plaatste https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/11/26/nog-2/ . Roland Jooris (1936) is een dichter die zich een ruimte bij elkaar schrapt (Herman de Coninck) of zoals Paul Demets schreef: “Dit is poëzie die onze waarneming problematiseert, die ascese uitprobeert, van het soort wit dat hevig naar aanwezigheid verlangt, terwijl de afwezigheid voortdurend dreigt”.
Poëzie kortom deels in de traditie van de Coninck waarin heel goed is nagedacht over elk woord, elke regel, nergens teveel, overal gebruik makend van wit tussen de regels waar de lezer zelf de invulling kan verzorgen van wat word weggelaten. Geheel tegen de huidige trend van lange proza-achtige gedichten in, precies waar ik van hou. Zoals in het gedicht ‘Solo’.
.
Solo
.
Je slikt je zinnen in
.
Je kijkt naar wat je meent
te weten
.
Een onthutst gerucht
komt uit vervagen
tevoorschijn
.
Het onmogelijke absolute
ligt eigenzinnig op de punt
van je tong
.
Als op een cello
schrijnt
verbeten schot
je hardnekkige
geslotenheid
.
Foto: Tim Heirman
De opgevouwen leugen
Alja Spaan
.
In het kader van de vakantiepoëzie ga ik de komende weken regelmatig gedichten plaatsen van dichters die ik zeer waardeer. Zonder heel veel verdere informatie dan de bundel waaruit ik het gedicht nam en het jaar van uitgave. Vandaag wil ik daarmee beginnen en als eerste koos ik voor de dichter en collega bij en voorzitter van Meander Alja Spaan.
In 2011 verscheen van haar hand de bundel ‘de hand de beweging laten maken’ met als ondertitel brieven en gedichten voor en over W. Deze brieven en gedichten zijn geschreven in de periode 2008-2011 en de bundel verscheen bij Alja’s eigen uitgeverij Atelier9en40.
Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘the folded lie’.
.
the folded lie
.
Ik vind een berichtje terug over schrijven over niets
Dat kan ik, zegt hij maar ik weet het nog niet zo
.
Zeker, de hele dag vergaat in druilerige regen en een
Verveling bekruipt me, bijna zoals vroeger toen
.
Ik lang onder de bessenstruiken wachtte tot ik gevonden
Zou worden, een stem die tot tien telde en dan het
.
Langgerekte ‘ik kom‘ en dan toch die onzekerheid en
De angst achtergelaten te worden zoals nu, niet
.
Wetend wat er komen moet behalve wat daadkracht
En vertoon, komma’s achter kromme zinnen nog die
.
Niets verhullend terugkomend vanonder zware takken
Rijp fruit dragen tot het geplukt wordt
.
Tattoo
Luuk Gruwez
.
Tatoeages zijn wonderlijke dingen. Ötzi, de ijsmummie uit de Alpen, die zo’n 5350 jaar geleden leefde, had zo’n 61 tatoeëringen. Er zijn tatoeages op Egyptische mummies gevonden, die van 2000 voor Christus dateren. Ook de Oekokprinses (mummie uit de 3e tot de 5e eeuw voor de jaartelling) gevonden in Rusland, droeg tatoeages. In de klassieken wordt er gerefereerd aan tatoeages bij de oude Grieken, de Germanen en nog meer volkeren.
Tot enkele decennia geleden werden tatoeages in Nederland vooral gedragen door zeelieden en soldaten en vrijwel niet door vrouwen. Tegenwoordig hebben meer mensen tatoeages, zowel mannen als vrouwen. Soms lijkt het er weleens op dat er meer mensen met tatoeages zijn dan zonder. Ook bij de bekende Nederlanders en vooral ook de professionele voetballers zijn tatoeages niet meer weg te denken.
Over de literaire of poëzie tatoeage schreef ik al in 2013 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/04/05/tattoo-you/ . In de jaren nadien werden deze tatoeages met literaire of poëtische verwijzingen alleen maar populairder. Het was dan ook onvermijdelijk dat dichters zich met deze vorm van lichaamsversiering gingen sieren en erover begonnen te dichten.
Zoals Luuk Gruwez, de Vlaamse dichter, prozaïst en essayist, in de bundel ‘Bakermat’ uit 2008. Zijn gedicht ‘Tattoo’ zoals tatoeages in toenemende mate genoemd worden geeft een kritisch beeld van de getatoeëerde mens.
.
Tattoo
.
Een na een trokken ze hun kleren uit,
vol schaamte voor wat, amper vod of lomp,
misschien maar beter kon verstookt. Of ook omdat
zij zelf in naakte ikken dreigde te verstikken:
.
snikheet was het die dag. Maar eens
ontbloot ontstonden stilaan grote grijze kiltes,
zoals die een septemberavond soms ontstaan:
eerste dressuur voor najaar en winter
wanneer de kwade hond kan komen.
.
En zij begonnen elkaar liefdevol te verven,
zo vlijtig als maar kon, op borst, op bil en overal,
alsof zij moesten uitgewist. Tattoo na tattoo
brachten zij aan. Tot zij, compleet uit zicht
verdwenen, opgelucht weer adem kregen.
.
Precies goed
Babs Gons
.
De bundel ‘HARDOP’, samengesteld door Babs Gons (1971), is een staalkaart van de spoken word-scene in Nederland. Achttien artiesten, dichters, die ieder op hun eigen manier deze literaire kunstvorm met hart en ziel vormgeven en uitdragen. Spoken word is de kunst om de woorden van het papier te halen en ze tot leven te brengen.
In deze bundel staat van Gons het gedicht ‘Precies goed’. In april van dit jaar is bekendgemaakt dat Babs Gons de Poëziester secundair onderwijs heeft gewonnen voor dit gedicht. De Poëziesterren, een project van CANON Cultuurcel en Poëziecentrum, zijn de belangrijkste jongerenpublieksprijs voor poëzie: het zijn de leerlingen die hun favoriete gedicht kiezen. Meer dan 25.000 leerlingen deden mee aan deze verkiezing.
.
Precies goed
.
Soms wil je gewoon je hoofd op de aarde leggen,
je vuist naar de hemel heffen,
de tranen laten komen en zeggen:
het is zeker omdat ik zwart, wit, vrouw,
dik, dun, te groot, te klein,
te lief, onaardig,
omdat ik lelijk, eerlijk,
direct, poëtisch, welbespraakt,
te zichtbaar, onzichtbaar,
kwetsbaar,
arm, trots en confronterend ben?
Daarom zeker!
.
En dat de aarde je dan met haar zachte handen
heel voorzichtig omhoogduwt,
je op de wang kust en fluistert:
het is omdat je zo ontzettend mens bent.
Niet teveel, niet te weinig, gewoon genoeg mens.
Net zo mens als andere mensen.
Precies goed.
.
Hen
Rutger Kopland
.
In de bundel ‘Ik heb de liefde lief’ de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie staan heel veel prachtige, ontnuchterende en romantische liefdesgedichten. Willem Wilmink, samensteller en inleider heeft destijds in 1993 goed werk verricht. Wat ik wel altijd jammer vind aan themabundels is dat ze zo tijdgebonden zijn. Natuurlijk heeft Wilmink zich goed ingelezen en komen de gedichten van dichters die leefden van de 15e eeuw tot nu, maar na 1993 staan er natuurlijk geen nieuwe liefdesgedichten meer in.
Als je, zoals ik, heel veel poëziebundels bezit en een groot deel daarvan zijn themabundels (bijvoorbeeld over liefdespoëzie) kom je dus regelmatig dezelfde gedichten tegen. En ik maak me toch sterk dat er ook na 1993 heel veel prachtige liefdesgedichten geschreven zijn. In ieder geval door mijzelf in de bundel XX-XY, liefdespoëzie https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/01/23/mijn-cadeau-voor-jou/ .
Ondanks bovenstaande kom ik toch nog regelmatig oudere gedichten tegen die ik niet ken en die zeer de moeite waard zijn, ook van het delen op dit blog. Zo’n gedicht is ‘Hen’ van Rutger Kopland. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Dankzij de dingen’ uit 1989.
.
Hen
.
Terwijl ze in de sneeuw staat valt
de avond, wordt ze steeds meer
.
klein en alleen, groeit om haar
heen de wereld. Ze moet gaan.
.
Het wordt nacht, het raam waarin
ze staat wordt grijs en stil
.
als een oude ets. Ze moet steeds meer
gaan, maar ze blijft.
.
.
Laatste keer dichter van de maand juni
Antjie Krog
.
Vandaag is het de laatste zondag in juni en dus de laatste keer deze maand dat ik een gedicht plaats van de dichter van de maand Antjie Krog. Vandaag koos ik voor het gedicht ‘Bij je vertrek’ dat komt uit de bundel ‘Lijfkreet’ uit 2006. De vertalingen in deze bundel zijn van Jan van der Haar en Robert Dorsman.
.
Bij je vertrek
.
ik wilde een ark in mijn armen scheppen
waarin je voortdurend gaaf kon zijn
waarin breuklijnen konden verzachten tot de
fluwelen ongereptheid van een olijftak
.
waarin we je ogen weer inktglad konden strijken
je bedremmelde beentje
in glans konden laten overtreffen
waarin we je huilbuien en woedeaanvallen
.
voor altijd konden afwenden. uit het slagveld
van je ouders wilde ik je wegplukken
je koesteren en hoeden voor verraad
je engel wilde ik zijn en je zwaard
.
met de zegevierende partij ben je vertrokken.
ik heb je het meest schadeloos liefgehad.
.















