Site-archief
Vuurtoren
Jana Beranová
.
Een tijd terug vond ik tussen de afgedankte boeken in het Groot Handels Gebouw in Rotterdam (onder de naam Book Central staat daar een kast waar je je oude boeken kwijt kan en, als je er wat van je gading tussen vindt, ook uit mee mag nemen) een vroege bundel van de Rotterdamse dichter en goede bekende Jana Beranová getiteld ‘Geen hemel zo hoog’ uit 1983.
Deze bundel was na enkele bibliofiele uitgaven haar eerste grote dichtbundel, die destijds al een paar jaar in voorbereiding was. Jana komt uit Tsjechoslowakije en ze leefde lang noodgedwongen ver van haar vaderland. Ze dicht, vertaalt, acteert en is heel actief in het literaire leven van vooral (maar niet exclusief) Rotterdam. Van 2009 – 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam, in 2012 was ze jurylid van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd en in 2016 was ze één van de deelnemende dichters aan de Poëziebus.
Uit de (wel wat vergeelde maar desalniettemin gekoesterde) bundel ‘Geen hemel zo hoog’ het gedicht ‘Vuurtoren’.
.
Vuurtoren
.
Een stenen tronk grijpt naar de hemel,
arrogant en bijna ongenaakbaar
in zijn erectie.
.
Ritmisch schokkend uit zijn eikel
vloeit lichtgevend zaad
dat nooit opraakt
de weg wijzend naar
blijde verachting.
.
Machteloos en smachtend
hang je aan zijn signalen.
.
Als god hem heeft neergezet,
waarom dan schipbreuk lijden?
.
Meisjeskamer
Anna Enquist
.
Schrijver en dichter Anna Enquist (1945) is het pseudoniem van Christa Widlund-Broer. Ze is psychoanalytica en debuteerde in 1991 met de poëziebundel ‘Soldatenliederen’. In deze bundel staat een gedicht waarvan, toen ik het las, ik zoveel herkende, een herkenning die je bekend voorkomt wanneer je zelf een dochter of dochters hebt of hebt gehad in de leeftijd van 15 jaar. Alleen daarom al wilde ik het gedicht hier plaatsen.
.
De meisjeskamer
.
Hoe het ruikt naar lippenrood,
poederkwast. Latere handen
ten voorbeeld streelt de borstel
met stomheid het haar.
Zij is een acrobaat, hoog in
de lucht doet zij kunsten
aan de trapeze. Vijftien jaar.
Zij ademt vluchtig, houdt
zich nauwelijks vast. Negeert
in vervoering elk gevaar.
.
Wij zijn het vangzeil waar
zij zich soms achterover
in laat vallen. Wij wiegen
haar als toen, ontwricht
als zij weer opveert en ons
achterlaat. Het plotseling
ontbreken van gewicht.
Vergeefse spanning in mijn armen,
verbazing om het zelfvertrouwen,
het geluk op haar gezicht.
.
Liever lief
Lot Bouwes
.
De Rotterdamse studente en dichter Lot Bouwes (1993, Krimpen aan de IJssel) schrijft gedichten, verhalen en sprookjes. In 2016 gaf ze in eigen beheer de dichtbundel ‘Wezens’ uit. De bundel ‘Wezens’ bestaat uit 50 biografische gedichten en kleine illustraties met ieder een verborgen boodschap. De foto’s in Wezens zijn gemaakt door Hanke Arkenbout. Op haar website https://www.lotbo.nl lees je hoe je aan haar bundel kan komen, over haar poëzie en hoe een gedicht op maat van haar te verkrijgen. Op haar blog http://vergetenwoorden.blogspot.com kun je gedichten van haar lezen. Zoals ook het gedicht ‘Liever lief’.
.
Liever lief
.
Ik kan je duizend brieven schrijven,
over eenzaam en verloren
over nooit meer uitverkoren
Maar ik heb me liever lief.
En ik wil slechts ademruimte.
En de dingen die we voelen
kunnen vormen wat we doen.
En we hoeven niet te denken
of de regels te verzinnen
want we zijn niet wie we waren,
niet verloren zoals toen
.
Dichter op verzoek
Ida Gerhardt
.
Van de lijst van dichters waarvan mijn lezers graag nog een gedicht zouden lezen, vandaag dichter Ida Gerhardt. Van Ida Gerhardt zijn zoveel prachtige gedichten te vinden maar na enig zoekwerk heb ik gekozen voor het gedicht dat begint met de eerste regel: Vergeef mij dat de schoonste nachten, uit de bundel ‘Vroege verzen’ uit 1978.
.
Vergeef mij dat de schoonste nachten
niet immer van ons beiden zijn.
Mijn vriend, het zijn zo groten machten
waardoor wij soms gescheiden zijn.
Wanneer ik in de hof mag dwalen
waar s hemels roos mij open gaat,
dan ducht ik zelfs Uw ademhalen,
Uw hart dat in het donker slaat.
Laat mij in eenzaamheid de uren
dat ik mijn diepste wet aanvaard.
Hun pracht die onverwelkt zal duren,
zij wordt alleen voor U vergaard.
.
The courage to be yourself
E.E. Cummings
.
Afgelopen weekend werd ik door een goede vriendin gewezen op een stuk van mijn favoriete Amerikaanse dichter E.E. Cummings over ‘de moed om jezelf te zijn’. Over wat een dichter maakt, wat een dichter is. Hoe een dichter zijn gevoel omzet in woorden en dat dat eenvoudiger klinkt dan dat het is. Op de leeftijd van 59 publiceerde een kleine Amerikaanse krant een artikel van Cummings getiteld ‘A Poet’s Advice to Students’.
.
gewapend oog
Gust Gils
.
Gust Gils (1924 – 2002) is geen nieuwe naam op dit blog. Eerder schreef ik al over hem, zijn werkzaamheden (o.a. één van de oprichters van Gard sivik) en over een paar van zijn bundels. Hier voeg ik vandaag de bundel ‘gewapend oog’ aan toe. Deze bundel is uit 1966 (mijn exemplaar. 2e druk) maar het origineel stamt uit 1962 en de jaren zestig (en in zekere zin ook de jaren 50) komen naar voren in de teksten en het taalgebruik. De teksten doen me denken aan Simon Vinkenoog en om een dichter van nu te noemen Sven de Swerts. Geen interpunctie (of heel weinig), geen hoofdletters of punten (soms wel soms niet) maar wel komma’s. Toch is het interessant om de gedichten in deze bundel te lezen, juist als een document uit die tijd. Ik koos uit de bundel, met een bijzondere omslag van Patrick Conrad, het gedicht ‘vreemd was dit’.
.
vreemd was dit
.
vreemd hij zegt herkenbare dingen
maar hijzelf is niet herkenbaar.
.
wat zal gebeuren als mijn woorden hem bereiken?
wie zijn wij dan?
.
oh dacht ik zomaar twee tussendoorheden
elk animator van zijn eigen draadverwrongen leven.
.
maar reeds te ondenkbaar om iets anders te doen
heeft hij dood om zich heen gespeldepunt
.
reeds te zeker alleen blijf ik achter een afgeknaagd
stuk schedel in de hondse ruimte
.
Een andere kant
Laatste keer dichter van de maand mei
.
Voor de laatste keer is Alja Spaan vandaag dichter van de maand mei. Volgende week zondag een nieuwe dichter van de maand. Wie dat gaat worden weet ik nog niet maar ik heb een hele week om erover na te denken. Dit keer een gedicht van Alja uit haar laatste bundel uit 2017 ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld’ en opnieuw een intiem portret in herinneringen van een vader en een dochter.
.
Een andere kant
.
Alle lengtes zijn ingehaald, behalve de mijne.
Alle portretten zijn levend geworden behalve
de zijne. Mijn vader tekende bij voorkeur paarden,
koeien, uitgemergelde exemplaren,
hazen in de kantlijn, fietsen, auto’s en een enkele
vrouw met aanmerkelijk betere
knieën dan het blokje dat ik maakte tussen
ballonkuit en marmeren zuil. Ze bleven
bloot terwijl ik een plooirokje probeerde. Alle
schaduwen zijn weg.
Vogels stijgen opnieuw op, landen evenwel nu
in het natte gras tussen
zijn lijf en het hare, ze heeft haar rok keurig
tot over haar knieën getrokken.
.
(bijna) vergeten dichters
S.W. Schortinghuis
.
Een enkele keer kom ik in een kringloopwinkel of op een rommelmarkt een dichtbundel tegen waar ik, puur en alleen om de kaft, al blij van word. De bundel ‘Gedichten’ van S.W. Schortinghuis is zo’n bundel. Een ouderwets, bijna schoolschriftachtige omslag, in een soort bruin nep-leer maar gewoon van papier.
En als je dan de bundel opent begint deze met een inleiding in de vorm van een gedicht. Uit dit gedicht kun je opmaken dat de dichter Schortinghuis (1840 – 1931) vijfentachtig jaar was toen deze bundel verscheen in Winschoten in 1925.
Sijze Wilto Schortinghuis, zoals zijn volledige naam luidt, was ambtenaar, politicus, bankier, dichter en ook burgemeester van Finsterwolde (1871). Hij publiceerde in lokale kranten gelegenheidsverzen, die dus in deze bundel staan.
Omdat het zo’n charmant gedicht is hier de inleiding van de bundel.
.
INLEIDING
.
In de plaatselijke bladen
Schreef ik in den laatsten tijd
Zeer eenvoudige gedichten,
Waaraan d’ aandacht werd gewijd.
‘k Mocht dit menigwerf ervaren,
Mondeling en ook per brief;
En, — ik wil het graag bekennen,
Die waardeering was mij lief.
Toen ‘k onlangs in Februari
’t Vijf-en-tachtigst jaar besloot,
En van velerhande zijde
Warme sympathie genoot,
Maakte men, zooals reeds vaker,
Zijne wenschen openbaar
Om die verzen uit te geven
In één bundel bij elkâar.
Menig had, — zoo werd gesproken, —
Uit mijn woorden troost vergaard,
En het uitzicht op de toekomst
Werd bij ’t voortgaan opgeklaard. —
Ik, die in mijn lange leven
Menig leed te dragen had,
Voel mij dankbaar, dat ik and’ren
Troost mocht brengen op hun pad.
Allen, die dit zullen lezen,
Breng ik mijnen blijden groet!
‘k Wensch hen, op de reis door ’t leven,
Levenslust en levensmoed,
’t Staat maar vast, dat elk, die handelt
Naar zijn’ duren, heil’gen plicht,
In zijn’ blijde en droeve dagen
Wandelt in vertroostend licht.
.
Bezwering
Kira Wuck
.
De poëziebundel ‘De zee heeft honger’ is de derde uitgave en tweede gedichtenbundel van Kira Wuck. Haar debuut ‘Finse meisjes’ uit 2012 werd zeer goed ontvangen. In dat jaar werd ze Nederlands kampioenschap poetryslam, en in 2013 kreeg ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’prijs. In de bundel ‘ De zee heeft honger’ uit 2017 komt de melancholische en verwonderde kijk op de wereld van Wuck terug. Dit in combinatie met de soms absurde situaties maken de bundel bijzonder.
In de gedichten is het alsof je in een situatie binnenvalt, je krijgt een stuk informatie en daar moet je het mee doen. Er worden weinig of geen emoties beschreven waardoor de bundel wat afstandelijk aandoet. Hoewel dit een objectieve kijk op de dingen kan suggereren is het tegendeel waar, door de keuze van de informatie die in een gedicht wordt meegegeven ontkom je er niet aan om in de denkwijze van de dichter mee te gaan en die is vaak negatief of heeft een heel veroordelende strekking. Toch blijven de gedichten van Wuck aantrekkelijk, misschien juist wel door deze aanpak. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Bezwering’.
.
Bezwering
.
Als de stewardess zegt dat we eerst onszelf
voordat we anderen
lacht een man, zijn ruwe huid barst open
in een oogwenk trekt hij een mes uit zijn laars
drukt het tegen de wang van zijn buurman
in zijn koffer:
ongelezen brieven, een pil tegen eenzaamheid
en een gebed tegen angst
het gaat zelden mis, zegt de stewardess
dus vergeet wat ik net gezegd heb.
voedende moeders dragen geen bomgordel
de bomen zwaaien van welke kant je ook komt
.
Uit mijn boekenkast
De 100 beste gedichten van 2014
.
Uit mijn boekenkast heb ik vandaag de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Ahmed Aboutaleb voor de VSB poëzieprijs 2014 genomen. Bladerend door deze bundel kwam ik een voor mij nog onbekende dichter tegen Maria de Groot.
Ze staat met 1 gedicht vermeld in de bundel en dat is getiteld ‘Adagio’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Venetiaanse gedichten’ uit 2012.
.
Adagio
.
Ik woonde op de brug van de frambozen
en mocht daar in de nacht de sterren tellen.
Ik kon hun aantal in het water lezen.
Zij hadden mij voor deze taak gekozen
omdat ik verder durfde overhellen
dan zij die als de dood de diepte vrezen.
Soms wist ik niet meer waar ik was gebleven,
begon mijn arbeid, met geduld bemeten,
opnieuw te midden van de glinsteringen.
Ik ben alleen. Ik lijd een dubbel leven.
Ik kan bij dag de vruchten niet vergeten
die in de duisternis te rijpen hingen.
.













