Site-archief

De liefde strijken met ijzers van geduld

Een recensie

.

Hein van den Assem ken ik al heel wat jaren. Toen ik bij Poëziepodium Ongehoord Rotterdam kwam en samen met hem Yvonne en Corina de stichting Ongehoord! oprichtte in 2010 werd Hein voorzitter en presentator.. Dat Hein ook dichter was wist ik toen al en de belofte dat er een nieuwe bundel van zijn hand zou worden gepubliceerd (na ‘Assemblage’ uit 2006) hing alweer enige tijd in de lucht.

Die nieuwe bundel is er nu ‘De liefde strijken met ijzers van geduld’. En een bijzondere bundel is het geworden. Door Hein zelf uitgegeven bij Assemblage poëzieproducties is deze bundel een Hein van den Assem kunstwerk. De illustraties zijn van Hein, het ontwerp, de uitvoering (gelijmd en met draad genaaid door de rug, de bladzijden zijn niet losgesneden) alles is van zijn hand inclusief de inhoud. Achterin de bundel zit een mini cd met 9 tracks vormgegeven door Peter Magnée. Wat dat laatste betreft, de mini cd is alleen afspeelbaar met een single adapter. Aangezien ik die niet heb kan ik over de CD hier niet veel melden. In het tweede deel van de bundel (op grijs papier) staat de verantwoording van de gedichten en de gebruikte muziek (piano, basgitaar, gitaar) evenals de teksten van de, door Hein voorgedragen, gedichten.

Ik beperk me hier dus even tot het geschreven gedeelte. De bundel bevat 42 gedichten en 9 tracks. De poëzie van Hein van den Assem zou ik als beschrijvend willen betitelen. In de gedichten van Hein wordt je door hem meegenomen, het zijn Heins gedachten ervaringen, vertellingen die je leest. Veel gedichten refereren aan Rotterdam (Rotterdam Centraal, Bonnema’s Delftse Poort) of mensen uit Rotterdam (Lex culinair) en zijn prettig te lezen. Maar Hein schuwt ook de andere (grote) thema’s niet. Het fraaie Omaha Beach Memorial (D-Day), Prisjvin (over de Russische Sovjetschrijver Prisjvin Michail Michajlovich), Salvador Dali, het Holocaust Monument, Chinese poëzie en Bucephalus (het paard van Alexander de Grote).

Uit alles blijkt de betrokkenheid van de dichter bij zijn onderwerp. Persoonlijke poëzie die nergens clichématig wordt of larmoyant. Alleen in de teksten van de 9 CD tracks zit af en toe wat rijmdwang die wat mij betreft niets toevoegen.

Voor degene die graag poëzie lezen die begrijpelijk is maar toch uitdaagt om verder over na te denken is deze bundel geschikt. Voor wie Hein beter kent valt er nog net iets meer te genieten, zijn de gedichten beter te plaatsen.

Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht’Rotterdam Centraal’.

.

Rotterdam Centraal

.

Het oude Rotterdam Centraal

lag loom, los en tandeloos als een

flauwe glimlach rond het plein.

Rammelende trams defileerden

dagelijks klingebellend, spiegelend

in zijn glazen pui langszij.

.

Maar uit de diepte doemden kaken op,

een rover sloeg zijn prooi. Scheurde het

middenrif in tweeën , vrat zich vast

in steen en stalen spanten, beet gulzig

in het karkas. Het oude spleet aan

alle kanten; verzwolg in de maalstroom;

de bouw put van Rotterdam.

.

Een bovenkaak versteende op het plein

halfweg de plavuizen vloedlijn.

Met blinkend tourniquette tandengrijns

werpt het zich nu dreigend vooruit,

waar mensenstromen in- en uitsluizen

en trams spoorslags omheen suizen…

de haaienbek van Rotterdam!

.

Een bundel liederen en gedichten

E.J. Potgieter

.

Hoewel ik al mijn poëziebundels (min of meer) bij elkaar heb staan kom ik zo nu en dan nog wel eens een bundeltje tegen elders in mijn boekenkast. Zo vond ik tussen mijn collectie ‘obscure oude boekjes’ een mooi bundeltje van E.J. Potgieter. Deze bundel getiteld ‘Liederen en gedichten’ is uit 1900, bijeenverzameld door Joh. C. Zimmerman. Voorin de bundel kwam ik nog een krantenknipseltje tegen wat waarschijnlijk van rond die tijd is. Omdat ik dit erg leuk vind en aandoenlijk heb ik het gefotografeerd en bijgevoegd.

Everhardus Johannes Potgieter (1808 – 1875) was schrijver en dichter. Hij richtte in 1837 het progressief-liberale weekblad ‘De Gids’ op. Hij was redactielid van ‘De Gids’ van 1837 tot 1865. Hij was tevens een van de meest actieve medewerkers en publiceerde vele commentaren en gedichten onder diverse pseudoniemen, veelal als W.D-s, een hommage aan de letterkundige en dichter W.A. Dwars. ‘De Gids’ was aanvankelijk hoofdzakelijk een kritisch tijdschrift, met vertalingen en oorspronkelijk werk geïllustreerd door prenten.

De laatste fase van zijn leven besteedde Potgieter voornamelijk aan de poëzie. Potgieters werk is over het algemeen kritisch en heeft een melancholische stemming.

.

Uit de bundel een bij dit jaargetijde toepasselijk herfstgedicht.

.

Herfst

.

In bosch en veld, in weide en tuin,

Schalt nu de stroeve herfstbazuin

met klaaggeluid

.

En haastig zijn ze weggevlucht

naar warmer, zoeler, blauwer lucht,

De voog’len reeds.

.

Ach, de adem van den najaarswind

Verstijft en doodt elk bloemenkind,

Dat bloeide nog.

.

En ’t groene loof van struik en boom

Verzinkt in d’eeuwen-ouden stroom

van komen, .. gaan.

.

En uit de zwarte, somb’re lucht…

Gudst regenstroom, met smarte-zucht;

Voorbij … voorbij!

.

Voorbij! wat leefde en danste en zong,

Voorbij! wat juichte, kweelde en sprong.

De herfst-tijd heerscht.

.

Een korte wijl –’t ijs ál gedaan !

Dan zal de winter boeien slaan

Om de aard – in ’t wit.

.

Liederen van den Arbeid

Martien Beversluis

.

Soms vind ik boekjes bij tweedehands- of kringloopwinkels waar ik oprecht heel blij van word. De bundel ‘Liederen van den Arbeid’ is zo’n boekje. Geschreven door Martien Beversluis (toch geen familie van?) met bandteekening en illusrtraties van Nans Amesz, uit 1932, uitgegeven door N.V. De Arbeiderspers.

Waarom ik hier zo blij van word mag duidelijk zijn, dit zijn bundels die je nooit meer ergens vindt, die vergeten zijn, weg gedaan, door hun onderwerp, taal, duidelijke signatuur (socialistisch) niet meer van deze tijd.  En juist daarom zijn ze zo leuk om te lezen en te delen.

In het voorwoord staat: “Deze verzen, verzameld onder de titel Liederen van den Arbeid, zijn door mij geschreven in het voorjaar en den zomer van 1929. Zij hebben hun ontstaan te danken aan het verzoek der V.A.R.A. om op den avond van 30 april en den morgen van 1 mei 1929 eenige liederen voor te dragen, die in overeenstemming waren met het karakter van deze socialistische wijdings-uren… Ik heb dit werk aan hen, die mij nader brachten tot het socialisme aan Greet en Ger. Zwertbroek gewijd. Blaricum 1929”.

Alleen zo’n voorwoord al plaatst deze bundel in een lang vervlogen tijdgewricht waar wij ons niets meer bij kunnen voorstellen. De illustraties zijn prachtig en passen heel goed bij de tijdsgeest van begin dertiger jaren. In de bundel worden beroepen beschreven, sommige die al reeds lange tijd niet meer bestaan (De Sleepers, de Schuthaag, Boetende vrouwen, de Dorschers) en andere die je niet meteen verwacht in een ‘socialistische’ bundel (De Sterrewacht). Na gedichten over deze beroepen aan het eind van de bundel een kleine cyclus van 8 gedichten met als titel ‘Rondom de mijnschacht’.

Daarover wellicht later meer maar nu een gedicht uit de bundel over de Bouwers.

.

De Bouwers

.

Nog waait de wind alheerschend om

de plek, waar eens het heiligdom,

het woonhuis zal verrijzen.

Wat lage muurtjes geven aan,

waar eens de wanden opwaarts gaan,

en naar den vrijen hemel staan

de palen al te wijzen.

.

Daar staan gebukt de bouwers, die

van steen op steen de symmetrie

doen groeien en ontplooien.

Die dragen steenen heen en weer,…

en zetten ze tot stapels neer.

Er komen werkers meer en meer,

om de opbouw te voltooien.

.

Dan, als de muur al hooger rijst,

gaan trap en steiger om de lijst

van dit nog wondend wonder.

De mannen dragen, last na last,

op hunne schouders opgetast,

en dreunend gaan hun stappen vast

rondom en op den vlonder.

.

Het groeit, het groeit van steen tot steen.

Gebinten buigen er door heen,

in wijs beraamd getoover.

Het klimt, het klimt van plint tot plint,

van plank naar plank naar hoog gebint.

Dan… sluit het dak de ruimte blind.

Dan waait de wind er over.

.

Het huis staat!- maar van binnen klinkt

de arbeid, die nog dagen zingt,

en wegsterft, als in droomen.

Tot, na die stilte, op een dag

het huisgezin met nieuw gezag

brengt ’s levens leed en schaterlach.

Dan is het huis volkomen.

.

Maar ginds gaat naar de vrije lucht

een nieuwe muur, een nieuw gerucht

van metselaars en sjouwers…

Voort gaat het werk van plan tot plan,

van hand tot hand, van man tot man,

als een eendrachtige opdracht van

dat kloppend koor: De Bouwers.

.

Zoo staan wij allen om die plek.

Zoo gaan wij om dit klein bestek

des Tijds, die ons voorbij glijdt.

Maar weten ons geduldig sterk,

als bouwers aan het prachtig werk,

dat opklimt naar het open zwerk,

het zwerk van onze vrijheid.

.

img_6489

 

img_6491

 

Das magazin

Literair tijdschrift

.

In de kringloopwinkel kocht ik vier exemplaren van Das Magazin of Das Mag. Dit literaire tijdschrift, volgens de website http://dasmag.nl/het grootste literaire magazine van Nederland, verschijnt vier keer per jaar. Mijn exemplaren zijn van 2012 en 2013.

In Das magazine korte verhalen, briefwisselingen, columns, foto’s, illustraties en poëzie. Uit de zomer editie van 2013 met als titel ‘Het jong’ een gedicht van Ellen Deckwitz met als titel ‘Vlies’.

.

Vlies

.

Ze zeiden dat ons hoofd niet meer is

dan een knokenkap. Een thuis

waarin het spookt.

.

Maar in de hoek lag iets. We tilden het op

en ontdeden het van zijn vlies. Het was teer nog

maar het ademde,

.

het begreep hoe we spartelden.

.

Laat onze handen maar neerdalen.

De vingers zullen zich hoe dan ook spreiden

in een majeurakkoord. Op deze polsen

.

zitten geen wonden maar stukjes weefsel

in de vorm van landen waarvan we weten

dat ze bestaan.

.

das-magazin

Poekelen

Poëzie en kunst

.

Poëzie en kunst, het zijn twee creatieve uitingen die elkaar niet alleen goed verdragen maar waar ook vele voorbeelden van zijn. Een minder bekende vorm van een samengaan van de twee is het spel Poekelen.

Poekelen, een poëzie-kaart-spel, is ontwikkeld door Rob Schultheiss (grafisch vormgever/uitgever, liedjesschrijver en beeldend kunstenaar) en Elganan Jelsma (curator, directeur van het Huizer Museum, oprichter Gooise Kunstkring en beeldend kunstenaar). Zij vormen samen het Projectbureau Pub Art. Dit bureau organiseert projecten die te maken hebben met hedendaagse kunst. Zo hebben zij een diverse publicaties op hun naam staan, geven zij het Kunst Tijdschrift Pub Art uit en organiseren zij tentoonstellingen.Hiermee geven zij een extra stimulans aan de poëzie en de beeldende kunst. Poekelen is  een van hun projecten. Het is een spel waarbij gedichten worden voorgedragen. Het spel bestaat uit kaarten waarop gedichten staan en kaarten waarop gedichtfragmenten en illustraties staan.

Met Poekelen wordt op speelse wijze aandacht wordt besteedt aan poëzie en kunst. In het eerste deel waren gedichten en beeldende kunst opgenomen van enkel Gooise dichters (waaronder Gerard Beentjes, de dorpsdichter van Laren) en kunstenaars. In deel twee is er aandacht voor de ‘oude’ dichters: Nicolaas Beets, Guido Gezelle, Hendrik Marsman, Alice Nahon, Paul van Ostaijen, Piet Paaltjens en J.Slauerhoff. De gedichten in het spel worden gecombineerd met werken van beeldend kunstenaars.

Meer informatie is te vinden op de website van pubart: http://www.pubart.nl/ of op http://www.elganan.nl/

.

poekelen

poekelen 2

poekelen 3

poekelen 4

 

Zondag live

Jet Crielaard

.

Aanstaande zondag organiseert Ongehoord! in de bibliotheek een poëziepodium waar onder andere Jet Crielaard zal voordragen. Jet Crielaard (1975) is een kunstenaar in beeld en woord. Tot 2010 trad ze veel op bij poetryslams en op literaire podia en in 2009 debuteerde ze met de gedichtenbundel ‘Vogelvluchtsprookjes’ in de ‘Haags fris’ reeks. Haar werk werd opgenomen in verzamelbundels en verscheen  in tijdschriften zoals ‘De Revisor’. Haar poëzie is te kenmerken als talig, absurdistisch en concreet, en refereert vaak aan de kindertijd.

Naast haar poëzie maakt Jet vooral schilderijen, sculpturen, illustraties, en verhalen voor volwassenen en kinderen. Daarnaast werkt ze ook als docente.Van haar hand het gedicht ‘Condenstrek’

.

Condenstrek

aan je hoofd een
hele serie treinen die
je nog dient te nemen

met ambities in ze die op ramen
verticale plattegronden maken
routes stippelen naar later

tot condens wegtrekt
zoals kruimels opgegeten
worden door vogels

die als enigen vet op de plaats
van bestemming aankomen

‘t is achteraf door droog glas pas helemaal zichtbaar
dat de wereld een vogelvluchtsprookje was wat al
plannend met mijlen tegelijk aan je is voorbijgegaan

je neemt je voor
in je volgende leven
speel je ook doodgewoon
een vogeltje lik
je desnoods met een
niets ontziende rotgang
alle ramen tot en met die
van de locomotief schoon

.

In de Tweede binnenhaven van Scheveningen, bij mij bijna om de hoek, is in het kader van de Haagse Poëzieroute, een poëzietegel van een van haar gedichten geplaatst.

.

jet-crielaard (1)

jet-crielaard

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

De muze op zee

Een bloemlezing

.

De inleiding van de bloemlezing ‘De muze op zee’ begint met de zin: Wij zijn een zeevarend volk. Het is dan ook niet vreemd dat er een bundel met ‘zeegedichten’ is samengesteld. Adriaan Morriën heeft deze bloemlezing met Nederlandse dichters met gedichten over de zee samengesteld ter gelegenheid van de Boekenweek 1951. Eigenlijk is het een Boekenweek uitgave voor jonge mensen, zoals op de titelpagina  staat te lezen. Uitgegeven door de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek, de voorganger van de huidige CPNB, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels.

Hij eindigt zijn inleiding net de woorden; ‘Moge deze bloemlezing niet alleen de vaderlandse liefde tot de zee, maar ook de, ik zou bijna zeggen, onvaderlandse liefde tot de poëzie aanwakkeren.’

Een mooi en nobel streven. Ik weet niet of dit destijds gelukt is maar deze bloemlezing staat vol prachtige poëzie van onbekende dichters tot de groten uit ons taalgebied als Slauerhoff, Vasalis, Greshoff en Marsman. Aangevuld met fijne illustraties in zwart/wit van de hand van Fons Montens.

Een keuze maken uit zoveel mooie gedichten is niet eenvoudig dus heb ik gekozen voor twee gedichten uit deze bloemlezing, een van Achterberg en een van J.B. Charles.

.

Marsman

.

Juli 1940

Misschien dat eens de parelvisschers van Bizet hem vinden,

zooals hij neerligt op den bodem van den Oceaan

met centenaren water boven zich. Hij ziet de booten gaan

van Duitschland, engeland, Amerika en Insulinde

binnen zijn oogen als het ware; tot het jongst gericht.

.

Dan zullen wij hem op de waterheuvelen zien staan,

zeggend tegen de hoogste sterren dood’s diepzeegedicht

.

G. Achterberg

.

Een suite van de zee

.

De groene zee is mijn vriendin,

ik rust bij haar en speel er in,

en voor mijn onbevreesde voeten, geplant

op de verste vaste rand,

dit brosse gele suikerzand van ’t strand,

spoelt zij ze aan, de lieflijke geschenken

waarvan de zilte geur aan haar doet denken,

aan haar en aan zoveel in haar besloten dingen:

het wier, een Spaanse fles en schelpen

waarin de meermin en de eeuwigheid

tweestemmig zingen.

.

J.B. Charles

.

Muze op zee

Fons Montens

 

Poëzie en kunst

Sophia Kemp

.

Sophia Kemp  is afgestudeerd master Illustration aan het Camberwell College of Art and Design, University of the Arts London in 2011. Daarna studeerde ze af als Bachelor Illustration and Graphic Design bij het Central Saint Martins College of Art and Design, University of the Arts London in 2006.

Tegenwoordig schrijft en tekent ze een serie geïllustreerde gedichten in de hoop deze te kunnen publiceren in de nabije toekomst. Van haar hand zijn een aantal gedichten en illustraties die goed laten zien dat poëzie en beeld (grafisch, tekeningen, afbeeldingen e.d.) heel goed samen kunnen gaan.

Hieronder een aantal voorbeelden van haar gedichten op tassen en t-shirts.

.

Kemp

Kemp_2

Kemp3

Kemp4

Meer voorbeelden van haar gedichten/illustraties vind je op http://sophiakemp.wix.com/skillustrations#!

De driehoek is rond

Joz Knoop

.

Afgelopen zaterdag mocht ik samen met een aantal dichters een poëtische bijdrage leveren aan het mini festival Boerol in Maasland. Eén van de dichters was Joz Knoop, wereldberoemd geworden door de versvorm die hij heeft ontwikkeld, de Jozzonet.

Joz Knoop heeft de Jozzonet ontwikkeld in het spiegeljaar 1991. Een Jozzonet is een versvorm waarbij  er altijd een oneven aantal regels is, waarbij de middelste regel de enige unieke blijkt. De regels daarboven worden daarna in omgekeerde volgorde herhaald, waarbij een nieuwe zins samenstelling een nadere nuancering geeft.

In de bundel ‘De driehoek is rond’ die Joz in 2013 uitgaf bij uitgeverij De Muze staan naast een aantal gedichten in de vrije vorm ook een groot aantal Jozzonetten. Hilde Zuurd tekende voor de prachtige illustraties waarmee een bijzondere bundel ontstond.

Uit deze bundel het titelgedicht ‘Driehoek’.

.

Driehoek

.

Rond

de driehoek is

alles recht en rustig.

De pen trok langs de liniaal

de lijn die zich snijdt aan andere lijnen

in hoeken, ontstaan door de plaatsing van juist

de lijn die zich snijdt aan andere lijnen,

De pen trok langs de liniaal

alles recht en rustig,

de driehoek is

rond.

.

Joz

 

Meer informatie en Jozzonetten op http://www.jozknoop.nl/

Nieuwe categorie: Uit mijn boekenkast

Bundels, bundels, bundels

.

Geïnspireerd door de vaste rubriek in de zaterdag boekenbijlage van de Volkskrant begin ik vandaag met een nieuwe rubriek: Uit mijn boekenkast. In deze categorie zal ik een bundel uit mijn boekenkast behandelen en hieruit een gedicht publiceren. Krijgen jullie een beetje een indruk van wat ik verzameld heb en lees en wellicht wordt je erdoor op ideeën gebracht. Vandaag de bundel ‘Hier lonkt een spiegel’. Samengesteld doot Ruben van Gogh en Suzanne Meeuwissen, geïllustreerd door Pieter Leenheer in opdracht van Het BUREAU interim! uit 2001.

.

Dertig dichters met een gedicht en een korte biografie staan in deze aardige bundel aangevuld met tekeningen van Pieter Leenheer.

Mijn keuze: Ik ben er geweest van Bart FM Droog

.

Ik ben er geweest

.

Hier in het land van rechts inhalen

voet op het pedaal en bellen maar

rij ik handsfree files voorbij

in dit grenzeloze continent

.

– o yeah, I’m a passenger

zelfs onder de zon met open raam

zoeven steden voorbij

ik ben er geweest, overal

.

werk ik, ga ik, snel ik

stijg ik, los ik in wolken op

en regen neer in myriaden

op zeer open asfalt beton-

.

ademt de dag zich stomend voort

en borrelt in dit blije brein

met bloemenzang en vogelpracht

lichaamssap tot dadendrang

.

hier