Site-archief
Dichter aan huis
Den Haag en Gent
.
Toen ik op mijn huidige adres in Den Haag kwam wonen zag ik op een mooie zondag een groot aantal mensen in de huiskamer van mijn overburen zitten. Op dat moment wist ik niet precies wat er aan de hand was (het waren geen bekende gezichten) maar later begreep ik dat dit één van de adressen was waar het festival ‘Dichter aan huis’ plaats vond.
Vanaf 1991 vond in de oneven jaren het poëziefestival ‘Dichter aan huis’ plaats en in de even jaren de prozavariant ‘Schrijver aan huis’. In 2013 werden beide festivals samengevoegd en bood het programma ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën.
De editie in 2013 was ook helaas de laatste editie. Ondanks dat er ruim 800 deelnemers waren die wandelend en fietsend langs de vijftig locaties in de Archipelbuurt en het Zeeheldenkwartier gingen.
In 2007 was er naast een ‘Dichter aan huis’ in Den Haag ook een editie in Gent. Van deze editie werd, zoals vaker, een bundeltje gepubliceerd. Uit dit bundeltje een gedicht van Luuk Gruwez (eerder gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’ in 2007) met als titel ‘Versterving’.
.
Versterving
.
Als oude mannen over jonge vrouwen kletsen,
dan sijpelt uit hun ooghoeken het fletse licht
van zuigelingen die hun zuigfles missen,
een fopspeen of de tepel van hun moe.
.
Veel meer dan in hun overige lichaamsdelen,
speelt zich haast alles in hun koppen af:
heel dat langdradige en stoffige verleden,
die tamme lusten en die saaie kussen.
.
Als oude venten over jonge vrouwen kletsen,
gaan als vanzelf hun handen wapperen,
hun ogen flakkeren, hun hersens fladderen:
zij hebben eindelijk besloten te beginnen.
.
Foto: Diana Ozon
Vogelgedicht
Gedichten in vreemde vormen
.
Op Pinterest kwam ik weer een aantal aardige voorbeelden van gedichten in vreemde vormen tegen. In dit geval gaat het om poëzie of gedichten die door hun vormgeving de tekst versterken in een afbeelding. Het betreft hier een gedicht in de vorm van een (loop)vogel, een tennisbal in de bek van een hond en twee handen ineen.
.
Kritiek
Herman de Coninck
.
Vandaag heb ik, op Herman de Coninck zondag gekozen voor een gedicht van hem uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975. Het gedicht is getiteld ‘Kritiek’.
.
Kritiek
.
Gisteren nog vond ik het woord
‘lieveling’uit, en droeg het op een rood
kussentje naar jou. O, schat, zei je,
dat hoefde niet. Maar je liet goed
merken hoe blij je was.
.
En vorige week schreef ik:
‘Ik hou van jou om de manier
waarop je me hoofdpijn bezorgt
en dan erg lief bent voor die hoofdpijn.’
Toen je het gelezen had
kreeg ik een enorme zoen.
Dàt is nog eens literaire kritiek.
.
Grafgedichten
Gedichten op vreemde plekken
.
Overal kun je poëzie tegen komen, zoveel is mij wel duidelijk na inmiddels denk ik meer dan 150 berichten over gedichten op vreemde plekken. Zo ook op graven. Wat me echter opviel toen ik hier wat research naar deed was dat er op graven eigenlijk twee soorten poëzie te vinden is.
Allereerst regels of strofen van bestaande gedichten die iets zeggen over de overledenen of over de mensen die de overledenen achterlaat.
Daarnaast echter zijn er vele graven te vinden met poëtische of rijmende teksten met een sterk humoristische inslag. Ik heb er een aantal voor jullie opgezocht.
.
Voor mijn vader
Jac van Heiningen
.
1 maart 1933 – 8 maart 2016
.
Voor mijn vader
.
In de herfst van je leven
doe je warme schoenen aan
en een stevige jas
tegen het guur
.
Je trekt nog eenmaal
een beschutting op
in oude woorden
om vroegere dromen
.
Zilverwit blad dwarrelt
oneindig langzaam
maar onvermijdelijk
naar de koude harde grond
.
Je merkt de zachte
landing op en beseft
dat in berusting
waarheid wordt gevonden
.
Nietsvermoedend
Dierentalen en andere gedichten
.
Rudy Kousbroek (1929 – 2010) was was dichter, journalist, vertaler en essayist (hij ontving in 1975 de P.C.Hooftprijs voor essayistiek). Samen met auteurs als Lucebert, Gerrit Kouwenaar en Hugo Claus behoorde hij tot de groep der Vijftigers. Met Remco Campert gaf hij het tijdschrift ‘Braak’ uit. Kousbroek ontving voor zijn essayistisch werk vele prijzen maar zijn poëzie mag er ook zeker zijn.
Uit zijn bundel ‘Dierentalen en andere gedichten’ uit 2003 het gedicht ‘Nietsvermoedend’.
.
Nietsvermoedend
Daarnet passerde je het huis
Waar je later komt te wonen,
Waar je elke steen zult kennen
En elke kleur en elk geluid,
Waar je de bomen zult zien groeien
Door de ramen in de zomer,
Waar je je kinderen zult krijgen
En zult waken aan hun ziekbed;
Dat zal daar allemaal gebeuren,
Je fietste er langs en herkende het niet.
.
.
Erts
Gabriel Smit
.
Ik heb inmiddels ruim 6 meter aan dichtbundels verzameld door de jaren heen en daar zitten bijzondere exemplaren tussen. Een mooi voorbeeld daarvan is de bundel ‘Erts’ uit 1955. Een bloemlezing uit de poëie van heden, samengesteld en ingeleid door Bert Voeten.
Het aardige van dit soort bundels, zeker als ze al wat ouder zijn, is dat ik er dichters in tegen kom waar ik nog nooit van gehoord heb. Dichters die, om wat voor reden dan ook, ooit bekend waren en in de vergetelheid zijn geraakt. Een voorbeeld van zo’n dichter is Gabriel Smit (1910-1981).
Als je op zijn naam zoekt op internet kom je al snel een uitgebreide bi(bli)ografie tegen op http://www.schrijversinfo.nl
Dan blijkt Smit in zijn tijd een bekende dichter te zijn geweest. Op de website van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie staat te lezen over hem: “Dichter, prozaïst, journalist, toneel- en jeugdboekenschrijver, vertaler. Gold als een van de bekendste katholieke dichters, in de periode 1940-1970.
Werkzaam als journalist bij De Gooi en Eemlander (1933-1944) en bij het Utrechtsch Dagblad (1939-1950). Hij was daarna literair redacteur van De Volkskrant (1952-1975). Ook was hij na de oorlog redacteur van weekblad De Linie en het literair tijdschrift Roeping.” Ook won Smit gedurende zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder tweemaal de Henriëtte Roland Holstprijs (1957 en 1967).
Uit de bundel ‘Erts’ en oorspronkelijk verschenen in De Gids in 1955 de gedichten ‘Omschrijvingen van de liefste I en II’.
.
Omschrijvingen van de liefste
I
Je komt. Ik houd mijn adem in. Even
valt alles stil, auto’s zijn eeuwen
oud, Het uur is een eerste sneeuwen,
bijna dalend, bijna teruggedreven.
.
Samen weten wij wat niemand vermoeden
kan. Tussen ons beiden houden
onzichtbare stemmen een vertrouwde
doortocht open. Neuriënd behoeden
.
zij de zee voor terugval, blijven
van hart tot hart lang voor onze
geboorte hun verrukking slaan.
.
Nu ben je er. de wolken drijven
weer, de stad begint weer te bonzen.
Maar het neuriën houdt aan.
.
.
II
Samen zijn wij op reis. De dagen
glijden als in een trein de weiden
aan ons voorbij. Soms komen vragen
je ogen, je schoot verwijden,
.
adem opent je handen, even
trilt waterlicht aan de ramen,
gewiek van vogels, gevleugeld leven.
wij denken niet, wij kijken, samen.
.
Soms staat de trein verwonderlijk
stil. Buiten ligt het bezonnen
landschap en wacht, onvoltooid.
.
Even is ons samenzijn afzonderlijk,
dan weet het zich weer begonnen.
Soms is een hand genoeg, soms nooit.
.
Liedje voor de pijn
Jan Willem Otten
.
Schrijver/dichter Jan Willem Otten heeft een veelzijdig oeuvre opgebouwd van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, artikelen, beschouwingen en essays. In 1973 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Een zwaluw vol zaagsel’ waarna hij nog elf dichtbundels publiceerde. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur van ‘Tirade’.
Voor zijn poëzie ontving hij de Reina Prinsen Geerligsprijs, de Herman Gorterprijs en de Jan Campertprijs. Uit zijn bundel ‘Eerdere gedichten’ uit 2000 het gedicht ‘Liedje voor de pijn’.
.
Liedje voor de pijn
.
Een mevrouw loopt door de gang
met in een zilveren kom haar plas.
.
Zij zingt in zich zelf
van de pijn van vannacht
zo waaiend verwoestend
dat zij zich moest krimpen
tot iets van niks, tot pluisje
drijvend op die wind.
.
Het woei niet weg
het woei niet mee
is niet verpletterd
maar bestaat nog steeds
ook nu de pijnwind ligt.
.
Straks wordt zij zwaar
en bang voor nieuwe wind
voor splijten als een eik.
.
Maar hedenmorgen is zij
vederlicht. O bleef ik zo,
voor altijd zonder wil,
.
zingt de mevrouw op onze gang.
Haar zilveren kom spoelt zij nu om.
.
Life is a killer
Recensie
.
Derrel Niemeijer is een eigen uitgeverijtje begonnen en met ‘Life is a killer’ debuteert hij met zijn uitgeverij MeerPeper gelijk maar met een icoon uit de beatgeneration William S. Burroughs II of W.S.B. zoals op de cover staat te lezen.
William S. Burroughs (1914 – 1997) werd in 1959 beroemd door de uitgave van de roman ‘Naked Lunch’, een boek met een innovatieve, deconstructivistische structuur waarin hij harde maatschappijkritiek levert, met drugsverslaving en homoseksualiteit als metaforen. Tevens is het een kroniek van zijn eigen ervaringen met homoseksualiteit, het gebruik en afkicken van drugs. Hij maakte in dit boek onder meer gebruik van elementen uit genres als hard-boiled, sciencefiction en porno. Ook zijn enige gedeelten geschreven als satire op wetenschappelijke traktaten. (bron: Wikipedia).
In ‘Life is a killer’ complete poetry, heeft Derrel met toestemming van de erven Burroughs het poëtische werk van W.S.B. bijeengebracht. Dit poëtische werk is een zeer klein gedeelte van wat hij heeft geschreven en er zullen mensen zijn die ook dit werk niet als poëzie zien.
Burroughs past hier namelijk steeds de cut-up techniek toe, waarbij hij letterlijk tekst verknipt en op een andere manier weer samenvoegt. Hierdoor ontstaan zeer bevreemdende en onsamenhangende teksten. In feite maakt Burroughs ready mades. Met name in de eerste ‘gedichten’ uit 1959 worden allerlei medische stukken verknipt over kanker, polio en dierenziekten. In latere stukken maakt Burroughs ook gebruik van proza van Stalin en gedichten van Rimbaud. Pas in de gedichten van na 1962 komt er enige samenhang in zijn teksten die ook voor de (geoefende) lezer begrijpelijker zijn. In de laatste twee gedichten ‘Pistol Poem No. 2’ en ‘Pistol Poem No. 3’ herkende ik een stijl die ik eerder bij andere post moderne dichters las.
In de bundel (geheel in het Engels) maakt Derrel gebruik van de interpunctie, de opmaak en het invoegen van lege bladzijden helemaal in de stijl van zijn grote held (die dit ook deed). Hoewel ik nog steeds niet kan wennen aan een gecentreerd Forword en Index, begrijp ik de keuze hiervoor.
Als pamflettistische bundel is dit dan ook een zeer geslaagd debuut van MeerPeper. Als je, zoals ik, graag de (rafel)randen van de poëzie opzoekt mag de cut-up techniek en de “geconcentreerde gekte” zoals ik het dan maar noem, van William S. Burroughs niet ontbreken.
De totale oplage van dit werkje bestaat uit maar 25 stuks maar ik weet zeker dat de liefhebbers van het werk van William S. Burroughs en/of van de beatgeneration deze uitgave graag zullen aanschaffen.
Uit deze uitgave het gedicht “People are some bath tub” uit 1959.
.
“PEOPLE ARE SOME BATH TUB”
,
“people are some bath tub.”
for new cancer holes
Ma viruses
made the night for She Ovation
Dish Soprano
separated by long peee
another mystery
other kill cells and future
agent at work
new cancer hole
These individuals are marked foe
They are of malignancy the link
The usual procedure
seperated by a long Pee
eventual program
known as COOL
virus graphed
Time.
OURS?
THAT?
.


















