Site-archief
Simon Vinkenoog
gedicht
.
In 1973 richtte Remco Campert het tijdschrift ‘gedicht’.op dat werd uitgegeven door de Bezige Bij. ‘gedicht’ was een tijdschrift dat uitsluitend gewijd was aan poëzie en het vertegenwoordigde geen stroming in de Nederlandse letteren, maar wilde poëzie brengen van goede kwaliteit, of wat de redacteur daarvoor aanzag. Het tijdschrift stond open voor debuterende en gevestigde dichters. Het tijdschrift ‘gedicht’ verscheen 4 maal per jaar. Uit nummer 5 van de tweede jaargang (1975) koos ik voor een gedicht van de dichter Simon Vinkenoog getiteld ‘Anna sunya’.
.
anna sunya
.
in de fontein
van het licht
dat alle dorst lest
is alles waar
.
alles leeft
.
voor haar
is alles
een, vanuit
haar is alles
waar
.
anna sunya
zuiver niets
teder levend
kwetsbaar
wonder
.
dochter
.
je bent volmaakt
hoe is het mogelijk?
maar- het is waar-
je bent volmaakt
.
Een winter aan zee
A. Roland Holst
.
Bij de kringloopwinkel kocht ik twee kleine bundeltjes van A. Roland Holst; ‘Vuur in sneeuw’ en ‘Een winter aan zee’. Deze laatste is in 1961 uitgegeven als Ooievaar pocket 127 en beslaat een lang gedicht in 10 hoofdstukken weer onderverdeeld in delen. ‘Een winter aan zee’ wordt beheerst door drie motieven:
- Een vrouw van thans, die voor de ‘ik’ een tijdlang aan zee in levende lijve de bezielde schoonheid was.
- Helena van Troje, van wie, opgeroepen door de herinnering aan die eerste vrouw, het beeld en de betekenis de achtergrond bepalen.
- De wereld van thans, zoals zij gezien en ervaren wordt vanuit het verlangen, of het heimwee.
In elk van de tien afdelingen of hoofdstukken overheerst één van deze motieven.
Dit is afdeling of hoofdstuk VII in twee delen en heeft de wereld van thans als motief.
.
VII
.
Soms heerst in een duinkom
omtrent vroeg vallend donker
een zwijge’ als van rondom
daar wachtenden. De eenzame
die, in zichzelf verzonken,
daar binnenkomt, vertraagt
zijn pas, door wat geen namen
benoemen thans belaagd.
.
Dit is de plek: wantrouwen
ontzenuwt hier den moed
tot inkeer: in dit nauwe
duindal komt het wel voor,
dat men zichzelf ontmoet,
en aanziet, en moet lezen
in de andre blik. Dit oord
suizelt van angst en vrezen.
.
Vuurtoren
Jana Beranová
.
Een tijd terug vond ik tussen de afgedankte boeken in het Groot Handels Gebouw in Rotterdam (onder de naam Book Central staat daar een kast waar je je oude boeken kwijt kan en, als je er wat van je gading tussen vindt, ook uit mee mag nemen) een vroege bundel van de Rotterdamse dichter en goede bekende Jana Beranová getiteld ‘Geen hemel zo hoog’ uit 1983.
Deze bundel was na enkele bibliofiele uitgaven haar eerste grote dichtbundel, die destijds al een paar jaar in voorbereiding was. Jana komt uit Tsjechoslowakije en ze leefde lang noodgedwongen ver van haar vaderland. Ze dicht, vertaalt, acteert en is heel actief in het literaire leven van vooral (maar niet exclusief) Rotterdam. Van 2009 – 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam, in 2012 was ze jurylid van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd en in 2016 was ze één van de deelnemende dichters aan de Poëziebus.
Uit de (wel wat vergeelde maar desalniettemin gekoesterde) bundel ‘Geen hemel zo hoog’ het gedicht ‘Vuurtoren’.
.
Vuurtoren
.
Een stenen tronk grijpt naar de hemel,
arrogant en bijna ongenaakbaar
in zijn erectie.
.
Ritmisch schokkend uit zijn eikel
vloeit lichtgevend zaad
dat nooit opraakt
de weg wijzend naar
blijde verachting.
.
Machteloos en smachtend
hang je aan zijn signalen.
.
Als god hem heeft neergezet,
waarom dan schipbreuk lijden?
.
Meisjeskamer
Anna Enquist
.
Schrijver en dichter Anna Enquist (1945) is het pseudoniem van Christa Widlund-Broer. Ze is psychoanalytica en debuteerde in 1991 met de poëziebundel ‘Soldatenliederen’. In deze bundel staat een gedicht waarvan, toen ik het las, ik zoveel herkende, een herkenning die je bekend voorkomt wanneer je zelf een dochter of dochters hebt of hebt gehad in de leeftijd van 15 jaar. Alleen daarom al wilde ik het gedicht hier plaatsen.
.
De meisjeskamer
.
Hoe het ruikt naar lippenrood,
poederkwast. Latere handen
ten voorbeeld streelt de borstel
met stomheid het haar.
Zij is een acrobaat, hoog in
de lucht doet zij kunsten
aan de trapeze. Vijftien jaar.
Zij ademt vluchtig, houdt
zich nauwelijks vast. Negeert
in vervoering elk gevaar.
.
Wij zijn het vangzeil waar
zij zich soms achterover
in laat vallen. Wij wiegen
haar als toen, ontwricht
als zij weer opveert en ons
achterlaat. Het plotseling
ontbreken van gewicht.
Vergeefse spanning in mijn armen,
verbazing om het zelfvertrouwen,
het geluk op haar gezicht.
.
Liever lief
Lot Bouwes
.
De Rotterdamse studente en dichter Lot Bouwes (1993, Krimpen aan de IJssel) schrijft gedichten, verhalen en sprookjes. In 2016 gaf ze in eigen beheer de dichtbundel ‘Wezens’ uit. De bundel ‘Wezens’ bestaat uit 50 biografische gedichten en kleine illustraties met ieder een verborgen boodschap. De foto’s in Wezens zijn gemaakt door Hanke Arkenbout. Op haar website https://www.lotbo.nl lees je hoe je aan haar bundel kan komen, over haar poëzie en hoe een gedicht op maat van haar te verkrijgen. Op haar blog http://vergetenwoorden.blogspot.com kun je gedichten van haar lezen. Zoals ook het gedicht ‘Liever lief’.
.
Liever lief
.
Ik kan je duizend brieven schrijven,
over eenzaam en verloren
over nooit meer uitverkoren
Maar ik heb me liever lief.
En ik wil slechts ademruimte.
En de dingen die we voelen
kunnen vormen wat we doen.
En we hoeven niet te denken
of de regels te verzinnen
want we zijn niet wie we waren,
niet verloren zoals toen
.
Dichter op verzoek
Ida Gerhardt
.
Van de lijst van dichters waarvan mijn lezers graag nog een gedicht zouden lezen, vandaag dichter Ida Gerhardt. Van Ida Gerhardt zijn zoveel prachtige gedichten te vinden maar na enig zoekwerk heb ik gekozen voor het gedicht dat begint met de eerste regel: Vergeef mij dat de schoonste nachten, uit de bundel ‘Vroege verzen’ uit 1978.
.
Vergeef mij dat de schoonste nachten
niet immer van ons beiden zijn.
Mijn vriend, het zijn zo groten machten
waardoor wij soms gescheiden zijn.
Wanneer ik in de hof mag dwalen
waar s hemels roos mij open gaat,
dan ducht ik zelfs Uw ademhalen,
Uw hart dat in het donker slaat.
Laat mij in eenzaamheid de uren
dat ik mijn diepste wet aanvaard.
Hun pracht die onverwelkt zal duren,
zij wordt alleen voor U vergaard.
.
Het eerste lied van de dame
William Butler Yeats
.
Blijkbaar maakt het lezen van Engelstalige poëzie van de ene dichter, in mij los dat ik ook poëzie van andere Engelstalige dichters ga lezen. Na de bundel van Seamus Heaney kwam ik ‘Het mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010 tegen. In deze bundel een aantal van zijn mooiste gedichten in het Engels en in vertaling.
Zo ook het gedicht ‘The Lady’s First Song’ of vertaald naar het Nederlands door Geert van Istendael en Koen Stassijns ‘het eerste lied van de dame’. Ik heb beide hier opgenomen.
.
Het eerste lied van een dame
.
Ik draai rond,
Dom beest in een circustent
Wat ik ben, waar ik ga
Blijft onbekend.
Mijn taal geslagen
Tot één naam;
Ik ben verliefd
En dat is mijn blaam.
Mijn ziel aanbidt
Mijn zielen wondt,
Niet beter dan een beest
Laag bij de grond.
.
The lady’s first song
.
I turn round
Like a dumb beast in a show.
Neither know what I am
Nor where I go,
My language beaten
Into one name;
I am in love
And that is my shame.
What hurts the soul
My soul adores,
No better than a beast
Upon all fours.
.
Spel en drank
Eric van der Steen
.
In Helikon, tijdschrift voor poëzie, onder redactie van Ed. Hoornik, verscheen in 1940, het bundeltje ‘Cadans’ gedichten door Eric van der Steen. Eric van der Steen was het pseudoniem van Dirk Zijlstra (1907 – 1985) dichter, schrijver en journalist. Als dichter debuteerde van der Steen in 1932 met ‘Gemengde berichten’ en zette zijn dichterlijke carrière aanvankelijk krachtig door. Zijn poëzie valt op door nuchterheid en droge humor. Veel van zijn boeken kenmerken zich door frisse, ongewone uiterlijke vormgeving. In de jaren veertig begon hij proza te publiceren. Na 1958 droogde zijn schrijfader op.
In totaal zou van der Steen 11 dichtbundels publiceren maar ook essays, aforismen en proza. Het bundeltje ‘Cadans’ bevat 25 gedichten en werd gedrukt in een oplage van 300 stuks. Uit dit mooie bundeltje het gedicht ‘Spel en drank’.
.
Spel en drank
.
Omdat geboren spelers ongelukkig zijn –
wij zullen ook op ons verlies niet snoeven,
wij spelen verder, al kreeg één de troeven,
dat is de Dood, en hij is groot, wij klein
en blind als paarden in een smalle mijn:
de droomen die wij overnacht behoeven,
zij slaan ons ’s morgens met hun blinde hoeven,
wij drinken om verdooving voor de pijn.
.
God en de goden lachen nu misschien
om deze sluwheid en dit slinkchse slooven:
de ooren om te hooren, om te zien
twee lichte oogen, maar om te gelooven
niets dan de koele, zorgelooze wijn –
maar ben ik dan een blinde en een doove?
.
The courage to be yourself
E.E. Cummings
.
Afgelopen weekend werd ik door een goede vriendin gewezen op een stuk van mijn favoriete Amerikaanse dichter E.E. Cummings over ‘de moed om jezelf te zijn’. Over wat een dichter maakt, wat een dichter is. Hoe een dichter zijn gevoel omzet in woorden en dat dat eenvoudiger klinkt dan dat het is. Op de leeftijd van 59 publiceerde een kleine Amerikaanse krant een artikel van Cummings getiteld ‘A Poet’s Advice to Students’.
.
Knipoog
Elma van Haren
.
Dichter en beeldend kunstenaar Elma van Haren (1954) studeerde aan de kunstacademie in Den Bosch en vertrok daarna naar Amsterdam. Tegenwoordig woont en werkt ze in België.
Ze debuteerde in 1988 met de bundel ‘De reis naar het welkom geheten’, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie (het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt). In 1997 ontving ze de Jan Campert-prijs voor haar bundel ‘Grondstewardess’. Het gedicht ‘Het schitterende’ uit de bundel ‘Eskimoteren’ werd gekozen als een van de drie beste gedichten van 2000. Naast haar dichtwerk schreef ze voor het literaire tijdschrift De Revisor.
Van Harens poëzie kenmerkt zich door los rijm en een eigenzinnige typografie, alsof impressies en fragmenten op willekeurige wijze met elkaar verbonden zijn. Haar poëzie vormt zich uit haar voortdurende en onbegrensde verbazing over de dagelijkse realiteit, welke worden vermengd met associaties en herinneringen, die, eenmaal op schrift gezet, weer hun eigen associaties genereren. Haar poëzie is vaak verhalend opgebouwd waardoor de vrije vorm gekozen kan worden en elk gedicht weer anders van opzet is.
Uit haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’ uit 1988 het gedicht ‘Knipoog’.
.
Knipoog
.
Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.
Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,
mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!
De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt ‘Bezoek onze grotten!’
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.
.













