Site-archief
Wie zie je het liefst?
De hectaren van het geheugen
.
Zondag dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag is mijn keuze komen te vallen op het titelloze gedicht dat begint met de regel ‘Wie zie je het liefst, de poes’ uit de bundel ‘De hectaren van het geheugen’ uit 1985.
.
‘Wie zie je het liefst, de poes
of mij?’ vraagt ze.
En zoent me, niet om mij,
maar om haar lippen te proberen.
Als ik haar optil, slaat ze haar armen
om me heen omdat ze anders valt.
Als ik haar neerzet loopt ze weg
en ik haar na.
Nader is een comparatief die nooit
eindigt, zoals vader.
.
Lente
Gedicht uit mijn laatste bundel
.
Hoewel nog volop zomer, vandaag een gedicht uit mijn laatste (papieren) bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ (nog steeds voor een spotprijsje bij mij te bestellen € 10,- geen verzendkosten). Het gedicht is getiteld ‘Lente’en ik heb het een paar lentes geleden geschreven.
.
Lente
.
Waar tussen kastanjes en eiken
grondig het hoofd wordt geschud,
een grijze jas afgelegd,
glijden warm voedende stralen binnen
in hoofd en nest
.
de eerste muggen rond de regenton,
razernij nog in het verschiet
nachten die zich steeds vroeger
prijsgeven aan de ochtendzon
.
wortels van elastiek die zich vastzetten
in de zwetende klei, op zoek naar ruimte
.
daar meen ik in de luchtdans van de
pimpelmezen een bijenvolk te herkennen
de vorige zomer indachtig
.
Romans
Stevie Smith
.
Florence Margaret Smith, schrijvend onder de naam Stevie Smith (1902 – 1971) was een Engels schrijfster en dichteres. Haar werk neemt een bijzondere positie in de Engels literatuur in omdat haar poëzie weinig gemeen heeft met die van haar tijdgenoten. Soms is de invloed van William Blake of Edward Lear te bespeuren.
Haar taal schommelt tussen eenvoudig en archaïsch Engels, ze gebruikt zowel traditionele als vrije vormen. De speelse en humoristische toon van veel gedichten herinnert aan kinderversjes, maar vaak is de tekst gecontrasteerd met subtiele melancholie en een thematische voorkeur voor de dood en zelfmoord.
Ze schreef acht dichtbundels en een aantal romans en ontving voor haar poëzie in 1969 de Queen’s Gold Medal for Poetry. Uit ‘Poems’ uit 1971 het volgende gedicht.
Tenuous and Precarious
Tenuous and Precarious
Were my guardians,
Precarious and Tenuous,
Two Romans.
My father was Hazardous,
Hazardous
Dear old man,
Three Romans.
There was my brother Spurious,
Spurious Posthumous,
Spurious was Spurious,
Was four Romans.
My husband was Perfidious,
He was Perfidious
Five Romans.
Surreptitious, our son,
Was Surreptitious,
He was six Romans.
Our cat Tedious
Still lives,
Count not Tedious
Yet.
My name is Finis,
Finis, Finis,
I am Finis,
Six, five, four, three, two,
One Roman,
Finis.
.
De buitenstaander
Daniël Dee
.
Vandaag een gedicht van voormalig stadsdichter van Rotterdam, collega, medelid raad van toezicht Poëziebus , Daniël Dee. Uit zijn bundel “Koffiedik zingen’ uit 2007 het gedicht ‘De buitenstaander’.
.
De buitenstaander
.
Hoe iedereen uiteindelijk alleen achterblijft met zijn/haar brein en hondenleven
.
dagelijks leur ik van deur tot deur ik bel aan en zwijg
show mijn doosje met het gedrochtje
ik praat niet over de pijn
na gedane arbeid
haalt de waardin me
met open armen binnen
ze glimlacht en schenkt me bier
meer kan zij ook niet voor mij betekenen
.
Hans Tentije
Verzamelbundel
.
Uit de verzamelbundel van Arie Boomsma “met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ een gedicht van de dichter Hans Tentije. Voor mij was Tentije nog een onbekende dichter vandaar dat ik op zoek ging naar wat informatie over hem. En die heb ik gevonden.
Hans Tentije (1944, pseudoniem van Johann Krämer) werkte als docent Nederlands, maar wilde eigenlijk schrijver en dichter worden. De eerste gedichten die Tentije schreef hadden een politieke inslag. Eind jaren zestig heerste de gedachte onder jongeren dat alles zou veranderen. Toen dat niet gebeurde heerste er teleurstelling, een zeker cynisme. Dit cynisme kwam terug in Tentijes vroegere werk. Zijn latere gedichten benadrukken meer de avontuurlijke kant van het leven.
Oorspronkelijk uit de bundel ‘Uit zoveel duisternis’ uit 2006 een titelloos gedicht.
.
Jezelf het zwijgen opleggen, ernaar verlangend
niets meer te hoven zeggen, vanwege
het verwarrende, het onuitsprekelijke – opstaan en zonder echt
afscheid te nemen uit elkaar gaan, het ogenblik
waarop je het dorp verlaat, je wereld van herinneringen
met je meesleept, om je gezicht te begraven
in bont, in een wilde, onkambare vacht, op zoek
naar warmte, naar lijfgoed, naar liefde
en het schunnige daaronder, het leven valt niet te vermurwen-
je toekomst is al verleden, is pijn
die nooit overgaat maar toch is geweken
.
Foto: Marion Krämer
.
Meer informatie over Hans Tentije op: http://www.deharmonie.nl/auteur/auteurdetail.asp?id=63
Herman de Coninckzondag
Zonder titel
.
Zondag, dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht zonder titel uit de bundel ‘Nu dus’. Dit kleine bundeltje (11 pagina’s) is gedrukt in een oplage van 25 stuks en werd gemaakt in 1995 door uitgeverij AMO.
.
Ik herinner me een gedicht dat ik nooit
schreef, waarin het woord bunker
veel wind door zich heen laat gaan
en rijmen moet op hunker.
.
Het tocht er van hartstocht.
Alles moet zich vasthouden.
Als het over is blijken wij
.
elkaar vast te houden.
Wat nu.
.
Nu, dus.
.
Foto’s http://veiling.catawiki.nl/
Voor de spiegel
Vlaardings eigen
.
Uit mijn boekenkast vandaag een alleraardigst bundeltje op oblong formaat getiteld ‘Vlaardings eigen’ een literair en historisch geschenk van de Stadsbibliotheek Vlaardingen. Met gedichten van Look J. Boden, Benne van der Velden, Sander Groen, Elma Oosthoek, Mirjam Poolster en Aat Rolaff. Daarnaast zijn gedichtjes en tekeningen uit de unieke poëziealbums van een aantal Vlaardingse families uit de collectie van het Stadsarchief in de bundel opgenomen.
Van Look J. Boden (1974) tekstschrijver, fotograaf en grafisch vormgever heb ik het gedicht gekozen ‘Voor de spiegel’.
.
Voor de spiegel
.
Ze maakt zich op
voor het avondmaal.
.
Nog één keer
zorgt de poederkwast
voor schaamrood op de kaken.
.
Nog één keer
haalt ze de merkstift
van liefde over haar mond.
.
Nog één keer
paradeert ze
langs het uitzinnig publiek.
.
Na haar verjaardag
blijft het stil
en vraagt de nieuwe alfahulp
of die mensen op de foto
soms haar kinderen zijn.
.
Soms wel, ja.
.
Een minnend paar
Gust Gils
.
Gust Gils (1924-2002) was een Antwerps dichter en een van de oprichters van het avant-gardetijdschrift Gard Sivik (vernoemd naar het gelijknamige jazz-café in Antwerpen) in 1954. Ook was hij redacteur van Podium, een Nederlands literair tijdschrift dat heeft bestaan van 1944 (opgericht in de illegaliteit in Leeuwarden) tot 1969.
Het poëtisch oeuvre van Gils wordt gekenmerkt door een sterke muzikale invloed (zie de titels van enkele dichtbundels die het woord “partituur” bevatten). De dichter beweerde zelf dat zijn poëzie een “auditief” karakter had. Gils hoorde zijn gedichten en vond dat die ook vooral hardop gelezen moeten worden. Belangrijk daarbij is niet zozeer de welluidendheid van het vers, als wel het ritme. Later zou Gils de schemerzone tussen poëzie en muziek verder verkennen in zogenaamde “verbosonische” experimenten.
Uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957 het gedicht ‘Een minnend paar’.
.
Een minnend paar
.
een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
.
liefde of toeval niemand weet het
.
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer
.
Met dank aan wikipedia en gedichten.nl
Willem van Toorn
Zonder titel
.
Vandaag gewoon een gedicht van dichter Willem van Toorn. Uit de bundel ‘De hofreis’ uit 2009 een gedicht zonder titel.
.
Als het zo nauw niet luistert
met die klanken als we dachten
mogen dan ook deze erin
of klinken die te erg naar mens:
de hopeloze schreeuw van de zwerver
in de doodlopende steeg,
het ratelen van de tank
die boven de keien van het plein
dat de naam van een heilige draagt
zijn kanonsloop traag naar jou toe draait
terwijl je geen kant meer op kunt?
.


















