Site-archief

Halina Poświatowska

Liefdespoëzie

.

Halina Poświatowska ( 1935 – 1967) was een Pools dichter die door een ongeneeslijke hartafwijking niet oud is geworden. In 1967 overleed zij na een hartoperatie aan trombo-embolische complicaties. Poświatowska behoort tot de moderne tijd dichters in Polen. Ze debuteerde in 1956 met gedichten in het blad ‘Gazeta Czestochowa’. Hierna volgden drie dichtbundels met titels als ‘Today’ (1963), ‘Ode to hands’ (1966) en postuum ‘One more memory’ (1968).

De belangrijkste motieven van haar poëtische werk zijn de liefde en de dood.  Bewust van haar broosheid, heeft Poświatowska herhaaldelijk haar tegenstand tegen het onbegrensde lot uitgesproken. Zij klaagde de onvolmaaktheid van het menselijk lichaam aan, maar ze gebruikte ook elk moment van haar leven. In haar werken negeerde ze haar vrouwelijkheid. Ze schreef over zichzelf en andere vrouwen als heldinnen. Dit alles ingebed in diepe filosofische gedachten. De poëzie van Halina Poświatowska is een studie van de menselijke natuur, van een liefdevolle vrouw en  van een vrouw die bewust is van haar sterfelijkheid.

Uit ‘Heb medelijden, tijd’ Poolse poëzie van de twintigste eeuw uit 2003, het gedicht zonder titel in vertaling van Karol Lesman.

.

*

.

Ik ben Julia

ik ben 23 jaar

ooit proefde ik van de liefde

ze smaakte bitter

als een kop zwarte koffie

versterkte

mijn hartslag

prikkelde

mijn levend organisme

wiegde mijn zintuigen

.

ze heeft me verlaten

.

ik ben Julia

op een hoog balkon

hangend

schreeuw ik kom terug

ik roep kom terug

ik bezoedel

mijn gebeten lippen

met de kleur van bloed

.

ze is niet teruggekomen

.

ik ben Julia

ik ben duizend jaar

ik leef-

.

 

Dichtregels op brugwachtershuisjes

Brugwachtershuisjes.nl

.

De Stichting Brugwachtershuisjes heeft als doel om leegstaande brugwachtershuisjes een nieuwe bestemming te geven. Brugwachtershuisjes zijn vaak zorgvuldig ontworpen huisjes op markante plekken in een stedelijke of landelijke omgeving. De stichting heeft de overtuiging dat een positieve beleving van deze huisjes het beste gewaarborgd wordt door deze een nieuwe functie te geven. Stichting Brugwachtershuisjes initieert en stimuleert dit hergebruik en biedt zo mogelijk ondersteuning bij het vinden en realiseren van nieuwe gebruiksmogelijkheden.

Niet alleen wordt gekeken naar nieuwe gebruiksmogelijkheden, er wordt ook gekeken naar het meer aandacht geven binnen de stad aan deze huisjes. Een nieuw initiatief op dit gebied is het plaatsen van dichtregels die betrekking hebben op zo’n huisje of op de omgeving of  functie van zo’n een briugwachtershuisje.

Men heeft mij benaderd voor twee brugwachtershuisjes in Maassluis. Ik heb een gedicht aangedragen (weet niet of men daar iets mee kan, dat hoor ik nog) en ook de stadsdichter van Maassluis zal een gedicht voor een regel aanleveren.

In het centrum van Schiedam is al het brugwachtershuisje van de Ooievaarsbrug voorzien van een dichtregel van Wijbrand Boon. De regel die men aanbracht is: “Een brug …. je moet er voor open staan”. Als er meer nieuws te melden is over het aanbrengen van dichtregels van mij of in Maassluis zal ik hierop terug komen.

.

Koud water

A. Roland Holst

.

Vandaag trok ik de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1970 van A. Roland Holst (1888-1976) uit mijn boekenkast. Een keuze maken uit zijn gedichten valt nog niet mee. Hij heeft er niet alleen ontzettend veel geschreven (de bundel bestaat uit meer dan 800 pagina’s) maar er zijn ook zoveel prachtige gedichten van zijn hand. Tijdens zijn leven verschenen al 42 dichtbundels en na zijn dood ook nog enige. A. Roland Holst heeft nog altijd veel liefhebbers en bewonderaars van zijn werk. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.

Het gedicht dat ik uiteindelijk koos (na vele gedichten te hebben gelezen, wat zeker geen straf was) is ‘Koud water’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Onder koude wolken’ uit 1962.

.

Koud water

.

Wat bleef mij als mijn adem eigen? Wat

is het met mij, dat ik mijn naam en mijn

mens-zijn onder de mensen onderschat

om in de vroegte zonder naam te zijn

en overeind?

Wat anders dan koud water

over mijn huid als het buiten dag wordt.

Wat anders dan te worden overstort

door het begin, het element, om later

tussen het vuur en de open glazen deur

een geest te zijn van vlees, een willekeur

tegen de wereld.

Noem het hoogmoed, noem

de enige roem waar ik mij op beroem

waanzin – de rest kan mij gestolen worden-

de zonden en de ziekten, het verdorde

verleden – wat gaat het mij aan, zolang

water, koud water, bij het dagaanbreken

mij met klinkklare aandrang

tot eersteling uitroept.

Geen taal of teken

des doods weerspreekt het leven in zijn kern.

Het daagt, maar in het water blinkt nog lang

de morgenster na – laatste van de sterren.

.

A love poem

Charles Bukowski

.

Om de zoveel tijd voel ik de behoefte om iets van Charles Bukowski te lezen. Hij heeft een manier van de dingen opschrijven die ik zeer bewonder en waardeer. Zonder opsmuk of tierelantijnen, zonder hoogdravend te zijn of gekunsteld, gewoon recht voor zijn raap maar toch altijd bijzonder. Daarom dan ook hier een gedicht zonder titel uit de bundel ‘A love poem’ uit 1979, uitgegeven door Black Sparrow Press.

.

all the women

all their kisses the

different ways they love and

talk and need.

.

their ears they all have

ears and

throats and dresses

and shoes and

automobiles and ex-

husbands.

.

mostly

the women are very

warm they remind me of

buttered toast with the butter

melted

in.

.

there is a look in the

eye: they have been

taken they have been

fooled. I don’t quite know what to

do for

them.

.

 

 

Mooi gesjeesd doodgaan

Luuk Gruwez

.

In de fijne bundel ‘Poëten in het parlement’ bloemlezing 2002 van Vlaanderen & Co, las ik het bijzondere en gevoelige gedicht van Luuk Gruwez zonder titel. Gruwez (1953) is dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1973 met de poëziebundel ‘Stofzuigergedichten’. Voor de bundel ‘Een huis om dakloos te zijn’ ontving hij de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge. In 2009 ontvangt hij voor het gedicht ‘Moeders’ de Herman de Coninckprijs. Gruwez is ereburger van Deerlijk. Het onderstaande gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.

.

Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.

Zij komt met handtas en haar beste hoed,

gekrenkt tot in haar poederdoos,

arm ding, dat alle glorie verloor.

.

Zij komt een juf gestikt in een mevrouw.

Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,

haar lichaam zo gerantsoeneerd

dat het maar goed was voor een halve eeuw.

.

Dit liefelijk karkas met pruikenbol,

ik kan het domweg niet vergeten.

Hoe zij in alles was gesjeesd,

misschien in doodgaan nog het meest.

.

Het is nacht

Cees Nooteboom

.

De dichtbundels die (reis)schrijver en dichter  Cees Nooteboom (1933) publiceerde tot de jaren ’70 hebben een specifiek ding gemeen namelijk de titels. In alle titels van zijn dichtbundels is het woord gedicht(en) opgenomen. Zo publiceerde hij achtereenvolgens ‘Koude gedichten’ (1959), ‘Het zwarte gedicht’ (1960), ‘Gesloten gedichten’ (1964) en ‘Gemaakte gedichten’ (1970). In zijn latere werk als dichter kiest hij voor een duidelijk andere lijn. Uit zijn dichtbundel ‘Het zwarte gedicht’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘Het is nacht’.

.

Het is nacht

.

Het is nacht

en in de holte van de nacht

drink ik de melk van de maan

en zin op de dag.

.

hoog zwaait het donker weg

de steen van de ochtend

wordt geslepen.

.

vrolijke vrolijke dag

de rook van de vuren wankelt

de priester zingt zijn houten liedjes.

.

de zon heeft bloed in zijn oog.

wat zal er met ons gebeuren?

.

Hoe een zee een woord werd

Een recensie

.

De nieuwe bundel van Antoinette Sisto werd op 4 februari gepresenteerd in Perdu in Amsterdam. Deze bundel, uitgegeven door uitgeverij Kontrast in de reeks open is mooi vormgegeven met een foto van de dichter als omslag en een foto van Antoinette door Rob Hilz op de achterflap. De bundel is opgedeeld in 6 hoofdstukken en bevat 52 gedichten. Op de achterflap staat te lezen dat ‘tijd’het leitmotiv in deze bundel is, herinneringen aan vroeger, de klok die handelingen dicteert en het verkleinen van tijd tot zorgeloze momenten.

In het eerste hoofdstuk ‘Retro’ is de tijd aanwezig in herinneringen aan vroeger; bezoeken aan het zwembad, gymnastiekles en de familie.

In hoofdstuk twee ‘Tussen de wijzers’ lijkt dit voortgezet te worden maar hier beschrijft Antoinette een ander tijdsgewricht uit haar leven, met dezelfde compassie, waarna het terugkijken voltooid lijkt.

In het korte hoofdstuk drie ‘Het zoete nietsdoen’ beschrijft Antoinette recepten en gerechten maar ook daar komen weer herinneringen naar boven aan haar familie; “ik weet dat oud recept te liggen / in de bijkeuken van grootmoeders huis “. Of zoals in het gedicht ‘Familierecept’; “de geur waaraan ik terugdacht / vermengde zich met woorden / die ik lang niet las”.

In hoofdstuk vier (waar de bundel haar titel aan verleent) lijkt een omkering plaats te vinden. In het gedicht ‘Duik’ (met een verwijzing naar het eerste gedicht Golfslagbad ?) eindigt Antoinette met: “dreven wij naar een nieuwe tijd”. De gedichten die volgen zijn in de tegenwoordige tijd geschreven en volgen de dichter in haar gevoelsleven met prachtige zinnen als: “laten we afspreken / dat het nooit te laat is” en in een ander gedicht: “ik wist zeker dat ik je vinden zou / daar waar jij niet schuilde / in het donker van alle steden in mijn hart”.

In hoofdstuk 5 ‘Foto van een piloot’ lijken de gedichten de vorige hoofdstukken te willen voorzien van een extra fraai randje, waarna in hoofdstuk 6 ‘Speelduur 05.12’ gedichten met titels die verwijzen naar , wat lijkt een oude cassetterecorder, er een afronding komt. Alsof Antoinette nu weet hoe het verleden en het heden gekoppeld zijn en er een gebruiksaanwijzing klaar ligt voor de toekomst. Maar in de laatste regels van de bundel klinkt dan toch weer twijfel: “Ik zou het touw van de tijd vasthouden / als ik wist hoe vast voelde”.

Antoinette heeft met ‘Hoe een zee een woord werd’ een prachtige opvolger geschreven op ‘Iemand moet altijd gemist worden’. Schaf hem aan, lees en geniet.

Voor een gedicht uit deze bundel kijk je op de post van 13 februari 2017.

.

Hoe een zee een woord werd

Antoinette Sisto

.

Vorige week zaterdag mocht ik bij de presentatie van Antoinette Sisto van haar nieuwe bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ een aantal gedichten voordragen. Een paar uit haar nieuwe bundel en een paar van mezelf. Op deze mooie middag in Perdu in Amsterdam stonden ook op het programma: Herbert Mouwen (met een voordracht over het werk van Antoinette), Gerda Posthumus, Katelijne Brouwer, het muzikale duo Hoed en de Rand en er was een gesprek met Antoinette door Will van Sebille.

Zeer binnenkort een recensie van deze nieuwe bundel maar nu alvast een gedicht uit de bundel die ik in Perdu heb voorgedragen.

.

Een kwestie van tijd

.

We horen onszelf dingen zeggen

een smoes bedenken, anekdotes vertellen

naakt is het timbre van onze stem

al geven we ons niet bloot

.

we dichten elkaar betekenis toe

in een later ver van hier

wij zingen onszelf van binnen moe

.

dat is wat we doen

we zingen ons

een park in Beijing

een meer in Toronto

een kapotte brug in de binnenstad van Praag.

.

De val van een terloopse speld

blijft zo mijn enige hoop

met pijn in onze buik

iedere gêne

van onbeholpen leegte weglachen.

.

Laten we afspreken

dat het nooit te laat is.

.

asisto

Foto: Rob Hilz

 

Misschien moet alles eerst op tekening hersteld

Alja Spaan

.

Dichter Alja Spaan ken ik al jaren. Ooit was ik haar vriendelijke lezer, ik droeg voor bij haar thuis bij Alkmaar Anders, in haar huiskamer atelier, ze droeg voor het eerst voor op een podium van Ongehoord! (dat wist ik toen niet) en later nog eens en we brachten samen een bundel uit ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ in 2010 met prachtige illustraties van schilder-tekenaar Pierre Struys. Later won ze niet alleen de tweede prijs van de Turingwedstrijd maar ook won ze de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd in 2015 en stond ik op haar podium van Reuring.

En dan is er nu haar nieuwe bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld worden’, mooi uitgegeven door uitgeverij Watervis. Feitelijk is dit haar debuut als solodichter (eerder gaf ze ook al een andere bundel met Nina Barhorst) zo staat voorin de bundel maar volgens mij is dat haar bundel ‘De hand de beweging laten maken’. Omdat ik haar als mens en dichter goed ken, omdat ik haar ‘geschiedenis’ redelijk goed ken ( het overlijden van haar moeder, haar verhuizing naar Sint Pancras en de geboorte van haar eerste kleinzoon Scott David aan wie deze bundel is opgedragen) is het lezen van deze bundel voor mij een echt feest. Soms een feest van herkenning, dan weer een feest van poëtische vervoering, ontroering en genieten.

Waar in onze gezamenlijke bundel Alja nog niet een echte vaste dichtvorm had, daar heeft ze in de afgelopen jaren een heel duidelijk herkenbare stijl ontwikkeld waar ze bekend mee is geworden en die breed gewaardeerd wordt. Alle gedichten in deze nieuwe bundel bestaan uit strofen van twee zinnen of drie zinnen (de meeste twee zinnen) waarin, in een bijna vloeiende stijl, alsof het één lange zin is, het gedicht zich ontvouwt.

Prachtige beelden, zinnen en situaties schotelt Alja ons voor, steeds met een grote warmte en gevoel voor haar onderwerpen, de mensen in haar poëzie en de situaties die ze beschrijft. Zoals over haar moeder in ‘Koek’:

 

Ik zie haar weer in de winter, onherstelbaar

en zo half, naar opzij gevallen, niet meer

schuilend, zo laag bij de grond.

.

Of over haat terugkeer naar de stad, het vertrek uit het dorp van haar jeugd in ‘De echo’:

.

Niets is nog van mij of alles is verdeeld onder de

achterblijvers. Er hoefde niet

.

gedobbeld te worden. Mijn kleding gebukt onder

vele lagen stof, doordrenkt van

.

stadsdamp en snelverkeer, honderd mensen op een

vierkante meter.

.

In vier hoofdstukken met titels als ‘Opnieuw is de stilte weer oorverdovend, Alle portretten zijn levend geworden, Kokette neigingen en Ze is nog altijd bereikbaar geeft Alja ons een intiem kijkje in haar wereld. Een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen. Dergelijke bundels laten je deel uitmaken van de kleine intieme wereld van Alja en nodigen je uit tot herlezen, keer op keer.

In het gedicht ‘Een andere prestatie’ komt haar huis in Alkmaar langs, de lange woonkamer met de hoge wanden waar je je bij binnenkomst meteen welkom en thuis voelde.

.

Een andere prestatie

.

Nu pas mis ik mijn witte, hoge wanden

voorgoed. In dit poppenhuis

.

waar rondom de bomen dunner worden,

de straat dichterbij terwijl

.

de hemel steeds verder lijkt, blijven de

korte muren vochtig, een

,

blauwzwarte tekening volgt als een ader

mijn melkwit lijf, achter

,

de kast waarin mijn schriften liggen, groeit

een grijze boom, dik

.

dit keer. De woorden liggen gelukkig nog

droog in hun bedding,

.

wat ze bedoelden lijkt in het vorige huis

achtergebleven te zijn, alsof

,

geschreven op die hoge witte muren die

in de storm blijven staan.

.

as

 

Lucebert

De Amsterdamse school

.
Lezend in de bundel ‘De Amsterdamse school’ van Lucebert uit  1978 kwam ik het gedicht ‘ab ovo’ tegen. Voor wie niet weet wat ab ovo betekent, het is Latijn en betekent ‘vanaf het ei’ of vanaf het begin. Dit weet ik omdat ik zelf een gedicht met die titel heb geschreven dat staat in ‘Zichtbaar alleen’. Mijn ‘Ab ovo’ is is te lezen op dit blog op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/12/22/en-we-zijn-er-nog/. Die van Lucebert staat, uiteraard, hieronder.
.
ab ovo
.
aan iulia dochter uit het 2de huwlijk v. augustus
van buiten het eiland
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
.
sla nu op de letters
de holle lichtschuwe letters
knuppelrode lippen op en neer
hier is geen huis geen tuin
de voorbijgangers zijn zacht ingegraven
in modder in aardzieke schaduw
en het is allemaal schrijven op huilen
bij hen de heldhaftige minnaars
een gouden kuil in de regen
hebben zij gespit met pipse
degens en verkouden kuchende zwaarden
.
jij iulia bent een beter schrijfster
dan de schrijvers van
‘de veldtocht der vogels’ of
‘het slagveld der libellen’
,
nadat je had nauwkeurig de 9 glazen mist genoteerd
waarin het stenen tirannenhoofd vernevelde
liet je de tienduizend knapen komen
en in een bos van klamme handen
wierp je je koninklijke borsten
die genoemd zijn:
de ontketende knaagdieren van haar hart
en meisjes bloesems
vertelde je de geheime aandacht van de vader
en je gaf hen je tak van rozensiroop en hiasintensap
die genoemd is:
het koninginnerapier
gefluisterd ook:
reeds in het ei je neuriede
het schadelijk loflied op de keizer
en gelasterd is:
het eerste wereldlicht waaraan je je ogen sloot
heb je schreeuwend verweten:
dit stinkt
en met luider stemme gezegd werd:
in het zand voor de knapenkrijgsschool schreef je
met de vinger van een roodharige adelborst:
‘tegen tien regels één lege richel
onder waarschuwers één waarschuw
en op talloze oppassen één onpas’
.
(men heeft verklaard:
dit alles mag niet met DE WERKEN vergeleken worden)
.
over de wrakhouten de golven
over de halfvermolmde golven
met het geblakerde boek
boek van het wanbeheer
verbannen ben je iulia
tussen de weerspannige spreuken
laat de eenzame geest zijn teken trillen
zijn teken is heerlijkheid die geen einde heeft gezien
heerlijkheid heeft zij gezien
zij die geen einde heeft gezien
.
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
iuliaiuliaiulia
.
.
.
adamschool