Site-archief

Laatste oordeel

Rob Schouten

.

Dat Kerstmis niet voor iedereen altijd een fijne tijd is mag algemeen bekend zijn; ouderen die eenzaam zijn, daklozen, mensen die in armoede leven of op een globaler niveau mensen die in oorlogsgebieden wonen, op plekken waar genocide plaats vindt of waar natuur- en andere rampen plaats vinden. Kerstmis mag dan het feest van vrede op aarde zijn, helaas kan maar zo’n klein deel van de wereldbevolking dit ook echt dagelijks ervaren.

Ik sta ambivalent tegenover Kerstmis. Aan de ene kant zijn het gezellige dagen met familie en vrienden en aan de andere kant is het toch ook een vorm van opgelegde vrolijkheid en vrede op aarde (een belofte die nooit ingelost wordt). Dichter Rob Schouten (1954) heeft ook zo zijn eigen kijk op religieuze concepten. In de bundel ‘Dichters van het laatste oordeel’ uitgegeven door museum De Lakenhal in 2010 is het gedicht ‘Laatste oordeel’ opgenomen waarin Schouten redelijk duidelijk laat weten hoe hij erover denkt. Het gedicht is ook opgenomen in zijn bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012. Niet meteen over Kerstmis in dit geval maar wel met een verwijzing naar in de op een na laatste strofe.

.

Laatste oordeel

.

Moet dat nou echt? Is sterven niet genoeg.

In bed, op straat of in de strijd,

terwijl het regent of tijdens een hoog?

Maar nee, moeten we weer onder de mensen,

met weer dat licht, weer dat verkeer, links, rechts,

en alles afgerekend: geboeleerd

min stipt gestopt met zuipen plus de heiland,

vermomd als werkgever, vervloekt,

gedeeld door voorbestemming.

‘Maar Heer, ik was onder behandeling!’

‘Ik had aan het toneel gewild!’

.

Trouwens wat biedt het Nieuwe Jeruzalem?

Kan ik van huiselijk geluk op aan?

Die engel ruilen voor een centerfold?

Beloofd dat er niet weer zo’n boom…?

.

Lugubere vertoning, deze show,

gadegeslagen door het ramptoerisme.

Wat ik wil, niks, zit er niet bij.

.

Rust

Dag vier

Als er één ding niet echt van toepassing is op mijn vakanties dan is het rust. Wanneer je ergens bent waar je nog nooit geweest bent dan wil je toch weten waar je bent, hoe het er daar uitziet, wat de bijzondere dingen zijn in de buurt? Aan de andere kant, rust is me gegeven omdat ik de gedichten in mijn vakantie altijd voorbereid. Dus vooraf geen rust en eigenlijk ook geen rust als ik op reis bent realiseer ik me. Maar zoals mijn oma al zei “als je dood bent kun je nog lang genoeg rusten”. Daarom hier het gedicht ‘Rust’ van Rob Schouten (1954) uit de bundel ‘Vuil goed’ een keuze uit al zijn gedichten uit 2011.

.

Rust

.

Van filmisch slapen gaat de wereld over

is mijn ervaring. Wacht geen werk, geen zin.

.

Toen ik eens uit gemakzucht niet ontwaakte

hield men mij voor vannacht ontslapen.

.

Ik kan niet zeggen dat het mij kon schelen

te zijn gestorven na geen werkzaam leven.

.

Wellicht schilderde ik een bergbeek uit,

hing gelukzalig met haar in een grot.

.

Terwijl men mij achter het glas bekeek

was ik er niet echt bij met mijn gedachten.

.

Mij viel niet in dankbaar te reageren

omdat de voorstelling me wel beviel

en ik geen last van het geheugen had.

.

Telde bekijks, zo’n kleine zeventig.

Na afloop bloemen maar ik kwam niet meer terug.

.

Protocol

Willem Thies

.

Dichter Willem Thies (1973) debuteerde in 2006 met de dichtbundel ‘Toendra’. Hij kreeg hiervoor de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut. In 2008 verscheen ‘Na de vlakte’ en deze bundel werd in 2009 genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs. Gedichten van Thies verschenen in verschillende bloemlezingen en in verschillende literaire tijdschriften als Passionate, De Tweede Ronde, De Brakke Hond, Krakatau, en Hollands Maandblad.

Thies stond op verschillende podia zoals Winternachten (2007), Stukafest (2014) en De nacht van de poëzie (2018). Naast poëzie schrijft hij poëzierecensies voor de recensiewebsite Poëzierapport, onderdeel van literair weblog De Contrabas.

In 2024 verscheen zijn vooralsnog laatste bundel ‘Wachtend op instructies’. Rob Schouten schrijft in zijn recensie op Trouw.nl over deze bundel: “Thies is een dichter die zich er niet makkelijk van af maakt. Hij zoekt essenties op, wil raadsels ophelderen, mysteries ontsluieren. Het bijzondere is echter dat zijn gedichten, die die pogingen weerspiegelen, helder zijn, objectief haast; ‘onpersoonlijk’ is bij hem geen scheldwoord maar een aanbeveling.”

Uit de bundel koos ik het gedicht ‘* Protocol’ dat wat mij betreft mooi aansluit bij wat Schouten ‘mysteries ontsluieren’ noemt.

.

* Protocol

.

Engelen hebben geen taal, niet werkelijk, ze spreken

volgens een communicatieprotocol.

De mens – een dier dat wil

en speelt

en eet en drinkt en weerstand voelt

en weigert en neigt –

.

Engelen hebben geen taal. Satellieten tollen

rond de wereld tot

een vleugel afbreekt of vlam vat.

.

– de mens wordt bewogen door het verlangen hitte

en ijzige kou te vermijden, een weldadige plek

te vinden en daar te blijven.

.

Midden op de weg

Carlos Drummond de Andrade

.

Op zoek naar een gedicht zat ik te bladeren in ‘A thing of beauty’ de bekendste gedichten uit de wereldliteratuur uit 2005, samengesteld en ingeleid door Menno Wigman en Rob Schouten. Ik kan deze bundel iedereen aanraden hoewel er voor de doorgewinterde poëzielezer wel vrij veel bekende gedichten in staan, wat ook logisch is eigenlijk, de titel verraad het al.

Maar toch werd ook ik verrast door een gedicht van een dichter waar ik het werk goed dacht te kennen. Carlos Drummond de Andrade (1902-1987) is opgenomen in deze bloemlezing met het gedicht ‘Midden op de weg’.  Het gedicht werd genomen uit de bundel ‘Gedichten’ uit 1980, vertaald door August Willemsen.

Carlos Drummond de Andrade is bij mij vooral heel bekend van zijn erotische poëzie. Ik weet wel dat hij deze poëzie pas in de laatste jaren van zijn leven is gaan schrijven en dat de bundeling ‘O Amor Natural’ ( De Liefde Natuurlijk) pas na zijn dood is gevonden. Zijn bewust erotische poëzie is slechts in één boek gepubliceerd, ‘Moça deitada na grama’ (vrouw die in het gras ligt) die met toestemming en daadwerkelijke tussenkomst van zijn schoonzoon gepubliceerd is.

Voor dat hij aan het einde van zijn leven dit soort verzen ging schrijven, schreef hij alledaagse gedichten, socialistische gedichten en metafysische gedichten. In welk segment het gedicht ‘Midden op de weg’ ( ‘No meio do caminho’) valt weet ik niet maar intrigerend is het wel, het deed me in de verte denken aan het gedicht ‘Met vis op weg’ dat ik schreef in 2012.

.

Midden op de weg

.

Midden op de weg lag een steen

lag een steen midden op de weg

lag een steen

midden op de weg lag een steen.

.

Nooit zal ik die gebeurtenis vergeten

in het leven van mijn zo vermoeide netvliezen.

Nooit zal ik vergeten dat midden op de weg

lag een steen

lag een steen midden op de weg

midden op de weg lag een steen.

.

Ikaros

Mischa Andriessen

.

De nieuwste dichtbundel van dichter Mischa Andriessen (1970) is getiteld ‘Pieta’. Ik moest meteen denken aan het wereldberoemde beeldhouwwerk (1499) van Michelangelo de Pietà denken bij deze titel. Piëta (zoals het in het Nederlands geschreven wordt) of Pietà (Italiaans) betekent compassie of piëteit. In de recensie van Rob Schouten in het magazine van Trouw over deze bundel, schrijft hij: Mischa Andriessen wijdt zijn poëzie, ver van alle anekdotiek, aan emotionele diepte, gevoelens van liefde, rouw, verlangen, in bezwerende welluidende taal. Hij is geen dichter van afzonderlijke, afgeronde verzen maar een schepper van langdurige, soms episch aandoende gedichten, waarin hij eigen ervaringen spiegelt aan die uit de oude mythen, klassieke kunst (zoals de Piëta) en muziek.

Toen ik dit las moest ik even met mijn ogen knipperen. In een stuk over Mischa Andriessen op Poetry International lees ik namelijk: Andriessen heeft een voorkeur voor korte, schetsmatige gedichten in een heldere taal die soms op het spreektalige af is. Het gedicht Ikaros dat bij de recensie staat afgedrukt doet vermoeden dat de stijl van Andriessen (ten opzichte van de inderdaad korte gedichten op de website van Poetry International) is veranderd door de tijd.

‘Pieta’ is de zesde dichtbundel die Andriessen publiceert. Hij debuteerde in 2008 met de bundel ‘Uitzien met D’. Hij schrijft naast poëzie ook proza, teksten voor monografieën, artikelen over Jazz voor verschillende media en is hij redacteur van het tijdschrift Terras.  Zijn werk werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs, de J.C. Bloempoëzieprijs, het Charlotte Koehlerstipendium, de Awater-poëzieprijs en de Jan Campert-prijs.

.

Ikaros

.

Nu ik ineens kijk zoals jij begrijp ik de wereld

Niet meer en heb ik haar eindelijk leren waarderen

Het is alsof je mijn hoofd en hart verwisseld hebt

En op slag alles een raadsel een kloppend raadsel is

Niet eerder heb ik zo intiem en intens liefgehad

Niet eerder het idee dat zo van mij gehouden werd

.

Ik ben dankbaar dat ik daarmee alleen ophoud te bestaan

Heb het belangrijkste wat er te leren is geleerd opgaan

In de overgave de vurig hunkerende ogen van de ander

je dijen gestriemd je borsten hangen mooier kun je niet zijn

Dat je mij ook zo kunt zien is een gave je leert me kijken

Openbaart me de schuinte van je kuiten de lichte moedervlek

.

Rechts op je kaak ik hoor je ademhalen als ik onder in je ga

Er zit geen woord bij dat ik versta maar ik begrijp je

Je vraagt me niet bang te zijn dat de tijd verstrijkt

Maakt ons moment alleen maar waardevoller en jij

Zult altijd de mooiste zijn zelfs als ik word verblind

Door een licht dermate fel dat ik direct mijn dood herken daarin

.

Wij hebben niets te willen

Elmar Kuiper

.

Als bezoeker van de Nacht van de Poëzie kun je een gratis Nachtbundel ophalen in Tivoli/Vredenburg. Ik was er dit jaar en ook ik heb zo’n leuk klein aandenken aan deze nacht opgehaald. Opgenomen in de bundel ’40ste Nacht van de Poëzie’ zijn gedichten van de deelnemende dichters. Een van die dichters is Elmar Kuiper. Voor mij een nieuwe naam. Kuiper (1969) schrijft naast poëzie ook korte verhalen en toneelwerken en is daarnaast ook nog eens beeldend kunstenaar, performer en filmmaker.

Kuiper maakt deel uit van het improvisatiecollectief (mooi Scrabblewoord) Tsjinlûd en is ook nog eens zanger van Tigers fan Greonterp. Naast zes Friestalige bundels schreef hij drie Nederlandstalige bundels waarvan de meest recente ‘Blauwe Hanen’ is uit 2023. Ik lees in de Nachtbundel dat Rob Schouten hem in Trouw ‘een onmiskenbaar dynamische dichter’ noemt en ‘zangerig en ruwhartig’. Kuiper publiceerde naast zijn bundels ook gedichten in poëzietijdschrift Awater en in De Revisor.

In de Nachtbundel is het gedicht ‘Wij hebben niets te willen’ opgenomen.

.

Wij hebben niets te willen

.

je verzoekt hem vriendelijk

te vertrekken

.

dit was de afspraak niet

wij hebben geen afspraak zegt hij

je moet de spitskool in partjes snijden

ma staat er alleen voor

.

het is niet echt

maar je wilt

dit niet

.

je wilt het laten rusten

maar hij grijpt je hand beet en

neemt je mee naar het koehuis

.

de kippen leggen best zegt hij

.

je moet de zak met fijn-

gemalen schelpen opensnijden

anders worden de doppen te dun

goed sul ook voor hun maagjes

.

dat weet ik heus wel pa

.

wil je nu weggaan

wij hebben niets te willen zegt hij

.

Oorlogsdichter

Isaac Rosenberg

.

Over de Eerste Wereldoorlog zijn vele gedichten geschreven. Vaak door soldaten tijdens de oorlog al. Op dit blog kun je verschillende voorbeelden vinden van poëzie van Wilfred OwenVera BrittainAugust StrammJohn McCraeFrederick William Harvey en Ernst Jandl die in de oorlog is geschreven. In 2014 verscheen de bundel ‘De 100 beste gedichten van de Eerste Wereldoorlog’ samengesteld door Geert Buelens en van een inleiding voorzien door Tom Lanoye. Het aardige van deze bundel is dat naast alle bekende namen van dichters uit die periode, de samensteller ook heeft gekeken naar andere dichters zoals Nobelprijswinnaars Rabin dra nath Tagore en W.B. Yeats en Nederlandse dichters als Herman Gorter en Paul van Ostaijen. Boegbeelden van de internationale avant-garde Guillaume Apollinaire en Vladimir Majakovski staan naast grote dichters uit de moderne poëzie als Rainer Maria Rilke en Anna Achmatova. Samen geven ze een aangrijpend en rijk geschakeerd beeld van deze verschrikkelijke oorlog.

Wat ik echter heel goed vind aan deze bundel is dat er ook dichters instaan die helemaal niet zo bekend zijn, zoals bijvoorbeeld de dichter Isaac Rosenberg (1890-1918). Deze Engelse dichter en kunstenaar (etser) uit een Joods immigrantengezin, schreef indringende, visuele oorlogspoëzie. Hieronder een bijzonder voorbeeld uit deze bundel getiteld ‘De onsterfelijken’. Onder het gedicht, vertaald door Rob Schouten, staat: De echte overlevers van de oorlog zijn de luizen. Isaac Rosenberg stierf  bij Arras, na een nachtelijke patrouille door sluipschuttervuur of in een gevecht (dat is niet helemaal duidelijk).

De inleiding een een paar gedichten uit deze bundel lees je hier.

.

De onsterfelijken

.

Ik doodde ze, ze bleven leven.

Ja dag en nacht zag ik ze komen

En deed geen oog dicht, sliep geen tel,

Kon me verbergen noch ontkomen.

.

Tot ik genoeg geleden had,

Mijn handen kleurde in hun bloed.

Vergeefs, want sneller dan ik moordde

Kwamen ze weer in wreder vloed.

.

Ik doodde, doodde, dolle slacht,

Mijn krachten vloeiden langzaam weg,

En nog verrezen zij en kwelden mij,

Want duivels sterven nooit echt.

.

Ik meende dat de duivel woonde

In drank, vrouwen, verdachte huizen,

Genaamd Satan, Beëlzebub,

Maar nu noem ik ‘m: gore luizen.

.

Logny-les-Aubenton, Aisne

Rob Schouten

.

Voor de vakantiegangers die graag in heel kleine dorpjes komen is Logny-les-Aubenton vlakbij de grens met Wallonië een aanrader; het telt slechts 76 inwoners. Voor dichter Rob Schouten (1954) was het voldoende om er een gedicht over te schrijven. Uit de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.

.

Logny-les-Aubenton, Aisne

.

Op reis met beurs en kijk: iets bezienswaardigs,

gebrandschilderde ramen of dat ventje

zo kleurrijk in zijn deur, en wolkpartijen

schemer, weemoedig gloren, bloesemingen –

mijn God, de onzin, weggesmeten geld!

.

Ik wil er niets meer over horen, elders,

over het schone niet, de desillusie,

rijke gedachten op de Place de Ville

of afdingen bij een vergeelde drel,

dat alles staat mijn buitengewoon tegen.

.

Laat het gedicht thuis a.u.b.

en mest het vet met je verbeelding,

leg het te drogen in de centrifuge.

.

Logny-les-Aubenton, Aisne

is overigens een dorp van drie keer niks,

ook niet met mij, Rob Schouten, erdoorheen.

.

 

Remco Campert

Het raadsel

.

In een Awater van vorig jaar (de speciale editie rond de poëzieweek uitgegeven samen met de Poëziekrant) las ik een uitgebreid verslag of analyse van het gedicht ‘Het raadsel van de Overtoom’ van de pas geleden overleden dichter Remco Campert door dichter Rob Schouten (1954). Het gedicht komt uit de bundel ‘Straatfotografie’ uit 1994.

Omdat het zo’n eenvoudig gedicht lijkt maar juist wanneer je het leest en herleest complexer is dan het lijkt. En omdat er een tijd was dat ik daar bijna dagelijks kwam. Had ik dit gedicht toen gekend, dan had ik vast en zeker met andere ogen naar de Overtoom gekeken.

.

Het raadsel van de Overtoom

.

Een meisje van twaalf vraagt of ik weet
waar op de Overtoom de muziekschool is
ik weet het niet heb je het nummer niet
de Overtoom is zo lang maar verderop
dat rode gebouw zie je wel is een school
misschien is het daar maar daar is het niet
blijkt als ze me achterna komt gelopen
daar is het niet zegt ze ik ga maar terug
naar mijn moeder en vraag haar het nummer
zegt ze en aarzelt (haar mond) en blijft staan
alsof het om iets anders gaat en kijkt me aan
(haar ogen) of ik de oplossing weet
maar ik ben al op weg naar iets anders
dat ik ook niet oplossen kan

.

terwijl zij natuurlijk de oplossing was

.

Nederland 2010

Rob Schouten

.

In de bundel ‘Zware pijnstillers’ van dichter Rob Schouten (1954) uit 2012 las ik het gedicht ‘Nederland 2010’. En er vielen mij een paar dingen op. Allereerst dat er weinig is veranderd in 10 jaar, hooguit dat de Trèveszaal niet meer in gebruik is. Maar andere zaken als het afzetten tegen andere culturen, de spruitjesmentaliteit vanuit de jaren ’50 maar vooral onze zogenaamde vrijheidsdrang (alles moet kunnen) dat juist in deze periode weer zo opspeelt blijkt 10 jaar geleden ook al actueel te zijn.

.

Nederland 2010

.

Angst, stress en walging ja, het jongste vuil,

enfin de klassenstrijd is afgeblazen,

dus toeteren maar tegen de tzigane,

de muezzin die ons stellig verwenst.

.

Gebrek aan oorlog overweldigt ons,

vreemden sluipen langs dichtgeslagen luiken

waarachter onze wissewasjes snorren,

de jaren vijftig doen ons nog een keer.

.

Een stel ontsteekt in woede als agenten

ze opdragen het neuken nú te staken

op het stadhuisbordes! Wij, partizanen!

.

En in de Trèveszaal zet men zich in

om het aards leven te veraangenamen.

O Pompeji! O straffe diarree!

.