Site-archief
Onverdiende zoetheid
Ben Okri
.
Via een Facebookpagina kwam ik op een website over Nigeriaanse dichters. Vrijwel allemaal (voor mij) onbekende namen maakte dat ik nieuwsgierig werd naar hun werk. Maar vind maar eens gedichten van onbekende Nigeriaanse dichters, dat is nog niet eenvoudig. Tot ik de naam van Ben Okri tegen kwam. Die naam herkende ik. Ben Okri (1959) is vooral bekend door zijn romans en hij werd beroemd door zijn roman ‘The famished road’ of ‘De hongerende weg’ zoals het in vertaling in Nederland uit kwam uit 1991. Voor deze roman kreeg hij de Booker Prize voor fictie. Naast (vooral) romans, een aantal verhalenbundels en een paar non-fictieboeken schreef Okri ook twee dichtbundels., ‘An African Elegy’ uit 1992 en ‘Mental Fight’ uit 1999. Ben Okri woont en werkt in London en hij is onder meer Vice-President van het English Centre of International PEN.
Uit zijn bundel ‘An African Elegy’ het gedicht ‘Undeserved Sweetness’.
.
After the wind lifts the beggar
From his bed of trash
And blows to the empty pubs
At the road’s end
There exists only the silence
Of the world before dawn
And the solitude of trees.
Handel on the set mysteriously
Recalls to me the long
Hot nights of childhood spent
In malarial slums
In the midst of potent shrines
At the edge of great seas.
Dreams of the past sing
With voices of the future.
And now the world is assaulted
With a sweetness it doesn’t deserve
Flowers sing with the voices of absent bees
The air swells with the vibrant
Solitude of trees who nightly
Whisper of re-invading the world.
But the night bends the trees
Into my dreams
And the stars fall with their fruits
Into my lonely world-burnt hands.
.
Morgen bij Ongehoord!
Anne-Fleur van der Heiden
.
Aanstaande zondag (morgen) op 24 september is er weer een poëziepodium van Ongehoord! op de 4e etage van de centrale bibliotheek Rotterdam (naast station Blaak). Omdat het Jongerenmaand is bij de bibliotheek een podium vol jongeren en jong talent en één iets ouder talent. Dit keer allemaal dichters die mee gereisd hebben met de Poëziebustoer 2017 van afgelopen zomer. Een van de dichters van deze toer die morgen ook te zien en horen is, is Anne-Fleur van der Heiden.
Anne-Fleur van der Heiden is in 1987 geboren in Rotterdam om in 2009 via een omweg in Utrecht neer te strijken. Met een diploma van de Hoge Hotelschool Maastricht, deed ze in 2013 selectie voor de Schrijversvakschool Amsterdam en schrijft daar poëzie. Publicaties zijn te vinden bij De Optimist, bloemlezingen van de Turing Gedichtenwedstrijd en De Revisor. In januari 2018 verschijnt haar debuut roman ‘Klaproos’ bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.
In 2016 verscheen de bundel ‘Handboek voor een optimistisch leven’, samengesteld door de redacteuren van ‘De Optimist’. Uit deze bundel uit 2016 het gedicht ‘Champagne’.
.
Champagne
.
Nu ik mezelf lang genoeg heb rondgedraaid wordt het tijd
stil te staan te groeien en de draagkracht te hertaxeren als
een voorjaarsbloem, pril
en jeugdig op haar steel, haar wortels krampachtig
vastklemmend in de losse aarde.
Om ook het licht niet te beoordelen naar kilowattvermogen
ook licht kan ellendig zijn, voor een vlieg bijvoorbeeld
die zijn vleugels brandt aan een vlam.
Met de pijp van een blaasbalg in mijn mond
maak ik wind en vuur en doe feestelijk alsof
ik speel op een accordeon.
Als ik zeg dat het onmogelijk is, is het onmogelijk
maar dat geldt ook voor het omgekeerde; van tranen
een glas champagne maken of een bubbelbad.
.
Kygnos
Ilja Leonard Pfeijffer
.
In de afgelopen zomervakantie heb ik, zeer tot mijn genoegen, de roman ‘Superba’ van Ilja Leonard Pfeijffer gelezen. Het is een bijzondere roman die ik in één ruk uitlas. Ik kende Pfeijffer eigenlijk alleen van zijn poëzie en zijn Instagram account @iljaleonardpfeijffer, waar hij vooral foto’s van het dagelijkse leven (in vooral Genua) met zijn volgers deelt. Superba deed me besluiten weer wat van zijn poëzie te lezen.
In 2001 verscheen van zijn hand de dichtbundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Die heb ik voor de gelegenheid maar weer eens uit mijn kast gehaald en daaruit wil ik graag een gedicht met jullie delen getiteld ‘kygnos’.
.
kygnos
.
of wringt iets? nogal log in vogelvlucht
krakeel je krijtwit schraapt je zwanenhals
ten krijgersyell je valt je dondert als
bij heldere hemel tergend uit de lucht
.
maar altijd jeukt wel iets als vliegen vliegen
op beide vleugels liegen door de lucht
wie wil niet hemeltergend helder vluchten
uit loden schoenen en een kracht bedriegen?
.
het is de klank die klinken moet de gil
van schoolkrijt op een matzwart bord een zwaan
die vallend voor het eerst ten oorlog zingt
.
het is de kriebel in de buik die wil
spijbelen van bezwaartekracht en aan
de hemel dondert klaar en liegt en klinkt
.
Slechtste poëzie in het universum
Paula Nancy Millstone Jennings
.
In de, van oorsprong, radio comdey ‘The Hitchhiker’s guide to the Galaxy’ van Douglas Adams, komt de naam voor van Paul Neil Milne Johnstone als zijnde de dichter van de slechtste poëzie in het universum, op de voet gevolgd door de poëzie van de Azgoths of Kria en de Vogons. Johnsone had met Adams op school gezeten en ze hadden zelfs een prijs voor Engels gewonnen met neprecensies over hun eigen gedichten. Toen The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy een hit werd (boeken, graphic novels, film, toneelstuk) verving Adams de naam van Johnstone voor die van het fictieve personage Paula Nancy Millstone Jennings. Paul Neil Milne Johnstone werd later redelijk succesvol in de poëziewereld als redacteur en festival organisator.
Een voorbeeld van een gedicht van Paul dat in alle navolgers aan Paula werd toegewezen:
.
The dead swans lay in the stagnant pool.
They lay. They rotted. They turned
Around occasionally.
Bits of flesh dropped off them from
Time to time.
And sank into the pool’s mire.
They also smelt a great deal.
.
Een voorbeeld van hele slechte Vogon poëzie:
.
See, see the underground sky
Marvel at its big black depths.
Tell me, Amy do you
Wonder why the human ignores you?
Why its foobly stare
makes you feel stiff.
I can tell you, it is
Worried by your huftled facial growth
That looks like
A cheese.
What’s more, it knows
Your prissy potting shed
Smells of grapes.
Everything under the big underground sky
Asks why, why do you even bother?
You only charm noses.
.
In 2012 werd er in Londen zelfs een Vogon Poetry Slam georganiseerd. Voor de slechtste poëzie of zoals ze daar adverteerden ‘a celebration of Geekery and gut-wrenchingly bad poetry’.
.
Charles Bukowski is my dad
Elaine Feeney
.
Poëzie is niet alleen iets van het verleden. Dus mag in een Ierse dichtersweek ook de moderne Ierse poëzie niet ontbreken. Elaine Feeney (1979) is geboren in Galway. Zij won in 2008 de Cúirt Grand Slam. Dit festival was van oorsprong een poëziefestival maar heeft de laatste jaren een verandering ondergaan naar een breed jaarlijks literatuurfestival. Zij is opgeleid in het Presentation College van de stad en studeerde Engels op St. Jarlath’s College, Tuam. Feeney heeft internationaal gepresteerd sinds haar eerste slam succes. Zij wordt beschouwd als een van de ‘meest provocerende vrouwelijke dichters van het afgelopen decennium uit Ierland’. Zij heeft 4 poëziebundel uitgegeven en een CD en werkt aan een roman. Haar gedichten werden wereldwijd gepubliceerd in magazines en tijdschriften en in verzamelbundels.
Uit haar bundel ‘The radio was gospel’ uit 2013 het gedicht met de intrigerende titel ‘Charles Bukowski is my dad’.
.
Charles Bukowski is my Dad
He stands with me in the
best-dressed-lady-line,
holding open my pearl lace
umbrella to the
ravaging Galway rain.
He calls me up on
blue Mondays and gives me
whiskey on bold Fridays.
He fills up my father-space
He fills up my mind-space
He fills up my hot-water bottle
His advice fills up my cheer
and revives my rotted liver,
but that’s a small price to pay
because Bukowski’s my Dad.
He’s my feather pillow
and my guitar string.
He’s my soccer coach and sex therapist
He paints my nails
pepperminty green and sings
raindrops keep falling on my head
on wicked trips to the racetrack.
But that’s a small price to pay
because Bukowski’s my dad.
.
Kathedralen
Leo Vroman
.
Afgelopen zomer was ik op vakantie in Engeland, Cornwall. Op enig moment bezochten we de kathedraal van Truro, hiertoe ook aangezet door wat ik in ‘According to Yes’ las van Dawn French (ja die van French and Saunders). In deze roman van comedian/romanschrijfster French bezoekt de (Engelse) hoofdpersoon een oude kerk in New York die haar aan de kathedraal in haar geboorteplaats Truro doet denken.
Omdat wij in de buurt van Truro logeerde besloten we deze kathedraal met een bezoek te vereren. Aangekomen in de kathedraal werd ik verrast door een enorm springkussen en een soort creatieve markt/rommelmarkt in de kathedraal die gewoon nog in gebruik is als kerk. Vooral het springkussen was een detonerend object tussen zoveel geschiedenis.
Ik moest hier aan denken toen ik in ‘In liefde bloeyende’ De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten, van Gerrit Komrij, het deel over het gedicht ‘Kathedralen’ van Leo Vroman (1915-2014) las.
In zijn beschouwing over dit gedicht schrijft Komrij: “Het gaat hier om een laat-twintigste-eeuwse kathedraal, een kathedraal die een andere bestemming lijkt te hebben gekregen – die van meubelzaal of een rommelmarkt.”
Hieronder de foto’s die ik nam van en in de kathedraal en het gedicht van Leo Vroman.
.
Kathedralen
.
Wij zijn kathedralen
vol duistere geuren
en duistere gangen
achter zware deuren
verborgen zalen
Van het beeldwerk hangen
versmolten spiralen
en treurige slangen
van kleurloze kralen
Daar zijn voelbare balen
verouderde stangen
verwaarloosde palen
Daar stijgen en dalen
verdwaalde gezangen
verdichte verhalen
van dood en verlangen
zichtbare gangen
geopende zalen
en zonlicht
.
Mont Ventoux
Jan Kal
.
De Mont Ventoux is vooral bekend onder wielerliefhebbers (als Col van de buitencategorie) en onder de lezers van het gelijknamige boek van Bert Wagendorp (dat inmiddels ook verfilmd is). Minder bekend is het gedicht met deze titel van Jan Kal.
Jan Pieter Kal (1946) is vooral bekend van zijn vele sonnetten. Hij groeide op in Haarlem, maar verhuisde naar Amsterdam voor een studie medicijnen. Aan studeren kwam hij niet toe door een alles overheersende liefde, maar die bracht hem wel tot het schrijven van sonnetten. Jan Kal kan van weinig poëzie maken. Hij heeft een eigen spontane, weemoedige toon, waarin ook zijn humor een plaats heeft.
Kal debuteerde in 1974 met de bundel ‘Fietsen op de Mont Ventoux’ waaruit ook dit gedicht is genomen. Hij heeft inmiddels 16 bundels het licht laten zien met ‘Een dichter in mijn voorgeslacht’ uit 2015 als laatste.
.
Mont Ventoux
.
Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
Onder zo tragische omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.
.
Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.
.
Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer ge begint.
.
Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van de wind.
.
foto: Annet Hogenesh
Emily Dickinson
In vertaling
.
In 1991 verscheen de bundel ‘Emily Dickinson Gedichten’ in vertaling van Louise van Santen bij de Prom. Dickinson ( 1830 – 1886) is één van de meest intrigerende dichters in de westerse literatuur. Ze schreef 1775 gedichten tijdens haar leven. Na haar dertigste trok ze zich als dichter terug en slechts bij hoge uitzondering ontving zij gasten. Ondanks dat was dit een zeer creatieve tijd.
Ze wordt tot de grootste Amerikaanse dichters gerekend. Samen met Walt Whitman luidde zij een nieuw tijdperk in de Amerikaanse literatuur in, het zogenaamde Modernisme.
Louise van Santen heeft meer dan tien jaar het leven van Dickinson bestudeerd. Vanuit de kennis die ze in die tijd heeft opgedaan heeft ze een bundel vertalingen gemaakt uitgaande van de opdracht van Emily Dickinson:
Dit is mijn schrijven aan de wereld
die nimmer schreef aan mij –
een tijding door natuur verteld
met tedere majesteit
Louise van Santen heeft zelf meerdere dichtbundels geschreven maar ook een roman en kinderboeken. Uit de vele gedichten uit deze bundel, waarvan vele bestaan uit twee strofen van vier regels, heb ik gekozen voor het volgende titelloze gedicht.
.
The Mountain sat upon the Plain
In this tremendous Chair –
His observation omnifold,
His inquest, everywhere –
.
The Seasons played around his knees
Like Children round a sire –
Grandfather of the Days is He
Of Dawn, the Ancestor –
.
.
De Berg op zijn enorme Stoel
zat breeduit in het Dal –
Zijn blik is alomvattend wijd,
Zijn vonnis, overal –
.
Seizoenen speelden rond zijn knie
als Kinderen rond gezag –
Voorvader van de Morgenstond
Grootvader van de Dag –
.


















