Site-archief

Vuurtoren

Jana Beranová

.

Een tijd terug vond ik tussen de afgedankte boeken in het Groot Handels Gebouw in Rotterdam (onder de naam Book Central staat daar een kast waar je je oude boeken kwijt kan en, als je er wat van je gading tussen vindt, ook uit mee mag nemen) een vroege bundel van de Rotterdamse dichter en goede bekende Jana Beranová getiteld ‘Geen hemel zo hoog’ uit 1983.

Deze bundel was na enkele bibliofiele uitgaven haar eerste grote dichtbundel, die destijds al een paar jaar in voorbereiding was. Jana komt uit Tsjechoslowakije en ze leefde lang noodgedwongen ver van haar vaderland. Ze dicht, vertaalt, acteert en is heel actief in het literaire leven van vooral (maar niet exclusief) Rotterdam. Van 2009 – 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam, in 2012 was ze jurylid van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd en in 2016 was ze één van de deelnemende dichters aan de Poëziebus.

Uit de (wel wat vergeelde maar desalniettemin gekoesterde) bundel ‘Geen hemel zo hoog’ het gedicht ‘Vuurtoren’.

.

Vuurtoren

.

Een stenen tronk grijpt naar de hemel,

arrogant en bijna ongenaakbaar

in zijn erectie.

.

Ritmisch schokkend uit zijn eikel

vloeit lichtgevend zaad

dat nooit opraakt

de weg wijzend naar

blijde verachting.

.

Machteloos en smachtend

hang je aan zijn signalen.

.

Als god hem heeft neergezet,

waarom dan schipbreuk lijden?

.

Dichter op verzoek

Juni 2018: Dichter op verzoek

.

Deze maand wil ik op de zondagen een aantal dichters belichten waar ik de afgelopen tijd vraag naar heb gehad. Toen ik namen vroeg voor de dichter van de maand kreeg ik zoveel namen dat ik een aantal van de genoemde dichters in mei zal opvoeren in de categorie Dichter op verzoek. Vandaag als eerste de dichter Miguel Santos.

Miguel Santos (1986) is een Rotterdamse schrijver maar vooral dichter. Ik ken hem vanuit het Rotterdams en vanuit zijn deelname aan de eerste papieren uitgave van MUG books. In 2013 schreef hij een tijdje opmerkelijke columns voor het toen nog jonge Rotterdamse platform Bogue.nl. Met zijn poëzievoordrachten stond hij o.a. op het Rotterdamse kunstplatform Speyksessies, Geen Daden Maar Woorden, Boek NU!, Woordnacht, Duizel in het Park, Woorden Worden Zinnen en Nacht van de Kaap. Daarnaast is hij een van de gastheren van de PoetsClub Rotterdam, de beroemde en beruchte poëzieavond elke eerste woensdag in Café De Schouw.

Sinds 2014 is hij de huisdichter van tv- (en radio-)station OPEN Rotterdam en de maandelijkse talkshow De Havenloods Live in Studio De Bakkerij. Zijn poëzie verscheen eerder in o.a. verzamelbundels Erotica! Deel I en II, het door mijn uitgeverij MUG books uitgegeven ‘Wij dragen Rotterdam’, Ode aan, Gers! Magazine en Lijn 4. In de zomer van 2016 bracht hij een minireeks poëziebundels uit onder de noemer ‘Uurtjespoëzie’, een verzameling gedichten die online zijn ontstaan.

.

Kleine jongens
worden ook groot
op achtergronden,
in afgelegen hostels,
achter woorden, schermen
en in hoekjes

waar ze zinnen zoeken,
in het donker vragen
naar Rotterdams talent
of van buiten stadsgrenzen
om aan het licht
te kunnen brengen,

om mee te groeien,
op te bloeien
als toekomstige sterren
die moeten schitteren
aan de welbekende skyline
waar nieuwe generaties

zich aan vergapen
zonder in spotlights
te hoeven staan-
daarvan word je blind
voor de ontwikkeling
die voor het oprapen ligt,

die broodnodig is
om groot te worden,
om als kleine jongen
jezelf als man op de
voorgrond te plaatsen
omdat dit soms een kunst is.

.

Poëziebus weer on tour!

Augustus 2018

.

Ook dit jaar gaat de poëziebus weer rijden en on tour door Nederland en Vlaanderen. En opnieuw zullen bezoekers, dichters, bejkenden en onbekenden worden verrast door bijzondere poëzie uitingen en prachtige poëzie. De tour gaat dit jaar langs de volgende steden:

Maandag 6 augustus: Kortrijk
Dinsdag 7 augustus: Gent
Woensdag 8 augustus: Antwerpen (middag) & Hoogstraten (avond)
Donderdag 9 augustus: Maastricht
Vrijdag 10 augustus: Zwolle
Zaterdag 11 augustus: Rotterdam
Zondag 12 augustus: Amsterdam

De organisatie van de Poëziebus heeft ook dit jaar weer voor een spannend, gevarieerd en multicultureel dichtersveld gezorgd met de winnaars van de van Dale spoken word award 2015 en 2017, rappers, stadsdichters en oud stadsdichters, jong talent en poetry slam finalisten. Dit zijn de namen van de dichters die meegaan:

Lucie de Droom, Laure-Anne Vermaercke, Lindah Nyirenda, De Alchemist, Erika De Stercke, Onias Landveld, Karin van Kalmthout, Kristien Spooren, Maxime Garcia Diaz, Steven Graauwmans, Insayno, Sabina Lukovic, Flow 5, Tijgerlelie Wijnhard, Jan Wagenaar, Noctu, Dorien Dijkhuis, Rommelhond, Hind Eljadid, Nick J. Swarth.

Hou de website van de https://poeziebus.nl in de gaten voor de programmering.

Uit deze bonte verzameling van dichters koos ik Maxime Garcia Diaz. Dit jonge Amsterdamse talent behaalde met haar gedicht ‘Hou op met in de honger wonen’ een 39ste plaats bij de Turing gedichtenwedstrijd 2017.

.

Hou op met in de honger wonen

.

Het lichaam begint te kloppen

misselijk zoals een carcinogenisch hart

klopt of zoals           Het holt zichzelf uit.

Het vult zichzelf traag met zwellende rook

en je voelt jezelf als een kale boomtak uitreiken

om een wolk, of een gitzwart maagdenvlies

te perforeren.

.

(de bus rijdt over het bankaplein, een oude man

struikelt, je ademt als een zieke hond of een

spijkerbroek gedragen door een meisje van elf

dat niet naar school wil)

.

Het lichaam zwijgt. Het lichaam weigert

uit te ademen,

schuimbekt. Golven slaan

tegen het gehemelte: alsof er nog nooit iemand

in de zee gelegen heeft,

naar de wolken keek en zei: dit is wat ik wil worden.

Dit wil ik zijn als het donker wordt.

.

Je krult op als een garnaal of     het opkrullen

– iets dat verrotten kan, en dan verkruimelen.

Je waant jezelf onkruid

en beseft dat dit ook een soort narcisme is.

Het lichaam begint zichzelf te annuleren.

.

 

 

Dichter van de maand mei

Alja Spaan

.

Ik ken Alja Spaan al jaren, sinds ik ooit haar weblog ging lezen, daar met enige regelmaat reacties op achterliet, zij mij haar vriendelijke lezer noemde en we uiteindelijk in 2010 samen een dichtbundel publiceerden ‘Je hebt me gemaakt met je kus’. Daarna bleven we elkaar volgen en zien bij optredens, bij Reuring in Alkmaar, bij Ongehoord! in Rotterdam en Maassluis. Tegenwoordig schrijft ze nog altijd dagelijks een gedicht op haar website http://aljaspaan.nl

Binnenkort, op 26 mei, mag ik weer bij haar komen voordragen op haar onvolprezen podium Reuring, in de Alkemazaal van Koekenbier aan de Kennemerstraatweg16, aanvang 16.00 uur. Maar tot zover de dienstmededelingen.

Alja is dus in mei dichter van de maand. Zolang ik haar ken weet ze me al te raken en plezieren, te verwonderen en te inspireren met haar taal. Ze schrijft op haar heel eigen wijze, in gedichten van steeds twee zinnen die achter elkaar door het best gelezen worden want de zinnen lopen door, daar waar je het meestal niet verwacht en toch weer wel.

Ze schrijft met compassie, haar onderwerpen zijn van dichtbij haar, haar moeder, haar kinderen, kleinkind, haar omgeving. En in 2011 publiceerde ze de bundel ‘de hand de beweging laten maken’ brieven en gedichten over W. Deze W. was haar vriend en al de gedichten die over hem gaan heeft ze samen gebracht in deze mooie bundel.

Als eerste gedicht van de nieuwe dichter van de maand heb ik gekozen voor het slotgedicht in deze bundel ‘epiloog, a performance’.

.

epiloog

.

a performance

.

Als het daar zou staan, ik zou willen dat het

Weg ging

.

Als het daar zou liggen, ik zou het wegduwen

Of gewoon hoog

.

Daarover heen stappen, de lucht van

Zilveren druppels

.

De grond zwaar van dat zilver en dat nat en

Dan, ik zou

.

Niet omkijken, grote stappen zou ik maken

En het zou niets

.

Uitmaken, wel? het zou niets schelen, het zou

Eindeloos

.

Duren voordat het bladerdek droog geworden

Wegwaaien zou

.

En als goud weer voor je voeten zou dwarrelen

En eindeloos

.

Voordat ik het lezen kon, als het daar zou staan

Liggend in de

.

Stap van mij hoge benen, dat je van me hield

Dat je van me hield

.

Rieneke Grobben-Minderman

Gedicht op een muur

Op 23 maart jongstleden overleed de bijzondere Rotterdamse dichteres Rieneke Grobben-Minderman. De flamboyante maar tegelijkertijd zo nuchtere dichter uit Charlois was al langere tijd ziek. Ze is 73 jaar geworden. Rieneke was jarenlang een vaste en zeer gewaardeerde gast van het Ongehoord! podium in Rotterdam. Op mijn verzoek trad ze ook op in Maassluis om ook daar een blijvende indruk achter te laten. Rieneke ging altijd gekleed in het roze en was daardoor een opvallende verschijning in de stad Rotterdam. Dertien jaar geleden begon ze in het openbaar gedichten voor te dragen. De meeste gingen over Rotterdam, de stad waar ze naar eigen zeggen zielsveel van hield. Dat dat geen loze kreet was bleek vooral uit haar gedichten op de rol. Deze gedichten waren geschreven op een papieren rol die steevast uit haar roze koffertje werden opgediept en veelal over haar geliefde stad gingen. Rieneke was een trouwe fan van Radio Rijnmond en droeg op zender vaak gedichten voor.

In de laatste periode van haar leven verbleef ze in een hospice. Daar werd ze overspoeld met kaartjes. Ook ik heb haar verschillende kaartjes gestuurd waarbij ik niet zozeer keek naar afbeeldingen maar meer naar kleur; een kaartje aan Rieneke moest roze zijn. De dichteres kreeg onlangs een steegje in Oud-Charlois, met een eigen roze straatnaambordje, als eerbetoon. Ze onthulde het bordje zelf en bracht daarbij uiteraard een gedicht ten gehore.  Ook bracht ze begin dit jaar nog een eigen dichtbundel uit: De Wereld Volgens Grobben. Rotterdamse gedichten en verhalen.

In Charlois aan de Brielselaan tegenover de Meneba is nu een eerbetoon aan Rieneke aangebracht op een muur. Dit deel uit haar gedicht ‘Rotterdam’ met het voor haar zo kenmerkende woord ‘afijn’ erin is aangebracht door Reclame atlier Mineur en een mooi eerbetoon aan een geweldige vrouw en dichter die we zullen gaan missen.

Morgen 15/4/18 om 16 uur is de presentatie van het hele gevelgedicht door Derek Otte en Jordy Dijkshoorn ! Inloop v/a 15.30 uur House of Hope aan Bas Jungeriusstraat 254. Daarover: http://www.dezoeknaarschittering.nl/onthulling…/ (met dank aan Jiske Foppe voor de toevoeging).

 

.

                                                                                                                                                                   En zo is het geworden (bij de officiële onthulling)

                                                                                                                                                                                                     Rieneke bij Ongehoord!

Het gedicht is een bericht

Roteb, Rotterdam

.

Vanaf 1988 worden in Rotterdam op huisvuil- en veegwagens, regels van gedichten van dichters van over de hele wereld geplaatst. Het initiatief hiertoe kwam van Hans Abelman van het Centrum voor Beeldende Kunst van de Rijnmond.

Het eerste gedicht (of regel van een gedicht) was ‘Het gedicht is een bericht’ van Jules Deelder. In 1996 kwam er een bundel uit (een samenwerking van Roteb en Poetry International) met de volledige gedichten van al deze regels. Een bonte verzameling Nederlandse en internationale poëzie, verzen en versjes, geïllustreerd en mooi vormgegeven.

Uit deze bundel koos ik boor het gedicht van György Dalos uit Hongarije ( A felháborodáshoz iparengedély kell) in een vertaling van Andras Vigh getiteld ‘Mijn status in de staat’.

.

Mijn status in de staat

.

1

Voor verontwaardiging

heb je een bedrijfsvergunning nodig

Voor pessimisme

een douanestempel

En zelfs van de zelfmarteling

worden procenten afgetrokken

.

2

Ik ben

als een ontwikkelingsland

Bevrijd maar armzalig

leef ik van leningen

Ik verwacht niet veel van de toekomst

maar heb haar ook niet te duchten

.

3

Sinds twee jaar

leef ik zonder werk

Ik schaam mij

als ik bedenk

dat ze terecht jaloers op me zijn –

de straatvegers met hun vaste inkomen

en de vuilnismannen in hun onwankelbare status

.

Anna Blaman

Lonkende leestafel

.

Afgelopen dinsdag was ik met nog 700 collega’s uit het hele land op het Nationale Bibliotheek congres. Ik was daar als geïnterresseerde maar ook als deelnemer aan één van de activiteiten ‘De lonkende leestafel’. De Lonkende Leestafel staat voor gastvrijheid in lezen. De Lonkende Leestafel brengt mensen met hun interesses samen, stimuleert het lezen en ontsluit kennis. Andere deelnemers aan deze activiteit waren bijvoorbeeld schrijver, dichter cen cultureel denker Gino van Weenen en dichter en organisator Meliza de Vries. Het onderwerp van onze bijdrage was Bubbels. Ieder van ons leeft in zijn eigen bubbel en hoe kun je nou op een creatieve manier inhoud geven aan je eigen bubbel of juist ontsnappen aan je bubbel en juist eens iets heel anders doen.

Op dit blog probeer ik altijd zoveel mogelijk buiten mijn eigen bubbel te treden door ook juist dichters en gedichten te delen die ik niet meteen zou lezen of die niet meteen tot mijn favorieten behoren. Juist om te zien wat er nog meer is onder de zon en of ik daar tussen misschien ook hele mooie gedichten of poëzie kan ontdekken. Tijdens onze performance heb ik Dries Roelvink aan Anna Blaman gekoppeld,  twee inwoners van twee verschillende steden (Amsterdam en Rotterdam) uit twee verschillende culturen en tijdsgewrichten.  Om te laten zien dat je, wanneer je buiten je eigen bubbel plaats neemt er soms hele mooie dingen te vinden zijn.

Van Anna Blaman heb ik haar achtergrond belicht en het gedicht ‘Flirtation’ gebruikt en voorgedragen.

Johanna Petronella Vrugt, beter bekend als Anna Blaman (1905-1960) was schrijfster en dichter. Blaman, openlijk lesbiënne, had haar pseudoniem zorgvuldig gekozen (Blaman staat voor Ben Liever Als MAN).  Haar debuut in 1941! De roman ‘Vrouw en vriend’ veroorzaakte nogal wat ophef vanwege de homo-erotische passages.

.

Flirtation

.

De ganse stad zwicht in mijn vuist
en om de hemel niet te schenden
moet ik mij fluist’rend tot u wenden
in woorden honderdvoud gekuist

Wij zweven in de kleurenwand
van berstensmooi zeepbelgedroom
Ik manoeuvreer – en gij laat loom
alle verantwoording aan kant

Wanneer wij op een klip vergaan
zal ik u trouweloos verlaten
Ik kan uw liefde niet bestaan

en derailleer in eigen baan
zodra daar weerkeren de straten,
mijn pauperhart, mijn schoenzoolgaten

.

Zweef

F. Starik

.

Afgelopen vrijdag overleed de dichter F. Starik (1958), het zal veel van jullie niet zijn ontgaan. Frank von der Möhlen zoals zijn echte naam luidde was behalve dichter ook prozaïst, fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. F. Starik studeerde dan ook fotografie en mixed media aan de Rietveldacademie. Gedurende zijn publicerende leven kwam zijn veelzijdigheid regelmatig naar voren. Zo publiceerde hij een gedichtenbundel ‘De grote vakantie’ uit 2004 met een CD en een andere bundel met een tentoonstelling. In oktober 2012 schreef ik al over een ander project van Starik, de ‘drijvende-gedichten-kamer’ van de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani, op een eiland in de Noordbuurt in Amsterdam, waar Starik een gedicht voor schreef dat te lezen is bovenop het hekwerk rondom het eiland.

Waar F. Starik natuurlijk ook zeer bekend mee geworden is, is de Poule des Doods, een dichterscollectief (dat hij oprichtte) dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Het initiatief van de Poule des Doods kent ondertussen beginnende navolging in Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.

Van 2010 tot 2011 was Starik stadsdichter van Amsterdam. Ter afsluiting van zijn stadsdichterschap verscheen een driedubbeldikke editie van de Amsterdamse daklozenkrant Z!, waarvan in twee weken 20.000 exemplaren werden verkocht.

Starik debuteerde in 1974 met de bundel ‘Mot, of de neerslag van twijfel’ dat hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgde nog vele bundels. De laatste was de bundel ‘Staat’ waaruit het volgende gedicht.

.

Zweef

.

Als kind kon ik ’s nachts het raam uit vliegen
ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht
als een meeuw op de wind, het was niet moeilijk en niet zwaar
ik spreidde simpelweg mijn armen en zweven maar.

Freud zegt hierover: een gesublimeerd verlangen naar macht
ach, wist ik veel, ik was een kind, ik was veertien jaar.

Nu hoor ik vaak een bel gaan in mijn hoofd
soms de zoemer van de buitendeur, soms
het schorre belletje van boven
sinds ik geen wekker meer bezit
rinkel ik mezelf wakker in de nacht
of zegt iemand keihard hallo in mijn oor
het klinkt zeer levensecht maar
nooit staat er iemand naast mijn bed.

Ik ben het zelf die de bel produceert
die de wekker wekt
zichzelf telefoneert
ik ben het zelf die hallo zegt

vliegen doe ik allang niet meer.

.

Requiem

Eline Crols

.

Alweer zo’n jonge veelbelovende dichter uit het Vlaamse land, dit keer Eline Crols (1994) . In september was ze nog te zien en te horen op het podium van Ongehoord! in de centrale bibliotheek van Rotterdam en in 2017 was ze een van de deelenemende dichters aan de toer van de  Poëziebus.  Op de website van het Collectief Dichterbij waar ze deel van uitmaakt staat ze als volgt aangekondigd: Eline Crols laat zich voor haar schrijfsels inspireren door vissen, spaghettisaus, versprekingen en nog het liefst van al door de creativiteit van anderen. Ze zou de hele dag interdisciplinaire projectjes willen uitwerken met een kopje koffie binnen handbereik. In afwachting daarvan vult ze haar hoofd met cursussen Nederlands en Frans in de opleiding Taal- en Letterkunde. Op haar  blog https://langoureus.wordpress.com  deelt ze woorden met iedereen die ze lezen wil.

Van haar hand het gedicht ‘ Requiem’  uit 2015.

.

Requiem

.

We zongen tot we zonken
Valse noten, te zwaar voor kabbelende beekjes
We dronken tot we verdronken
In regenstralen, rode wijn, in rozenblaadjes

We aten tot we tafelmanieren vergaten
En we spaghettislurpend
– tomatensaus is prachtig op melkwitte huid –
naast, op, over, aan elkaar klitten
als diezelfde spaghetti
waaraan jij tijdens het koken vergat
olijfolie toe te voegen

We verwelkten tot we verwolken
en wolken niet langer
figuurtjes vormden op ons netvlies
maar vijvertjes in onze ogen

We wandelden waar kronkelpaadjes ons leidden
Tot we – wild heen en weer geslingerd –
alleen nog maar leden

We vielen tot we ons
– misselijk door de geur
van liefde in ontbinding –
uitgeput overgaven

.

Foto: Hans Stockmans

Programma

Bastiaan van Heijningen

.

De tot voor kort mij volledig onbekende dichter Bastiaan van Heijningen (soms ook geschreven als Heyningen en nee, geen familie) werd in 1865 geboren in Dubbeldam. Op 8 jarige leeftijd verhuisde hij met zus en ouders naar Rotterdam. Rond zijn 20ste studeert hij aan de Poly-technische school te Delft. In Rotterdam treft hem een zware verkoudheid en hij keert terug naar zijn (inmiddels in Amsterdam wonende) ouders. Hij lijdt aan hevige pijn in zijn zij en heeft een hardnekkige hoest. Gevaarlijk lijkt dit aanvankelijk niet, maar na een bloedspuwing  – hij is dan eenentwintig jaar oud- ziet de situatie er nogal hopeloos uit. De ene bloedspuwing volgt op de andere.

Ondanks of misschien dankzij zijn ziekte kan Bastiaan toegeven aan zijn literaire aspiraties. Hij maakt studie van het Italiaans en van de Engelse letteren, vertaalt en schrijft poëzie. In deze laatste jaren van zijn leven ziet hij zijn gedichten en vertalingen in tijdschriften gepubliceerdMede hierdoor maakt hij zich literaire vrienden. Nadat zijn zus sterft in augustus van dat jaar (1889) aan de vliegende tering moet hij opnieuw hevig bloed opspugen. Dit ziekbed komt hij niet meer te boven en op de avond nadat zijn eerste gedichten gebundeld zijn in de bundel ‘Gedichten’ sterft ook hij op 24 jarige leeftijd.

Hoewel zijn werk verschillend beoordeeld wordt is er zeker waardering onder critici. Meer dan een euw na zijn dood wordt er van hem een gedicht opgenomen in de bundel ‘Dichten over dichten’ uit 1994 getiteld ‘Programma’.

.

Programma

.

‘k Beschrijf u niet den boedel der natuur;

Ik tel u niet, mocht ik van rozen spreken,

De blaadjes vóor; gewaag ik van een muur,

Wacht niet, dat ik u het stenental bereken.

.

‘k Tracht den graceur niet naar de kroon te steken;

En haar gelijm, gelik, gepoets, geschuur;

Maar ‘k troost mij lichtlijk over die gebreken.

Ik heb wat gal, wat hoogheid en wat vuur.

.

Mijn zang is vol vertwijfeling en toren,

Er in gestort uit overvloeiend hart,

Vrij schuw dit boekje, wie niets hards kon hooren.

.

O, kon ik zuivrer, liefelijker zingen!

Maar uit den gorgel, dichtgeschroefd door smart,

Zijn eenmaal weeker klanken niet te wringen.

.

Met dank aan Paulien van den Andel, 2010  http://bastiaanvanheijningen.webklik.nl