Site-archief
Merckx en Coppi
Dubbelgedicht
.
Nu de tour de France en de tour des Femmes zijn afgelopen en de voorjaarsklassiekers gereden is het tijd voor een dubbelgedicht over twee grote namen uit het wielrennen; de Italiaanse Fausto Coppi (1919-1960) en Eddy Merckx (1945). Een tweede overeenkomst tussen de beide gedichten is dat ze allebei komen uit een bundel waarin de dood/sterven in de titel is opgenomen.
Het eerste gedicht is van een dichter uit Drenthe, Ton Peters (1952) is getiteld ‘Fausto Coppi’ en komt uit de bundel ‘De dood en het peloton’ uit 2012.
Het tweede gedicht is van de Vlaamse dichter Willie Verhegghe (1947) is getiteld ‘Eddy Merckx’, en komt uit de bundel ‘Renners sterven niet’ uit 2004.
.
Fausto Coppi
.
Flink trappen tot je weet wat je ooit wordt:
kasseienknecht of koning van de wegen.
Zo simpel is de wet van de wielersport.
.
En op zichzelf is daar niet veel op tegen
zolang je je maar niet te buiten gaat
aan doping of de pauselijke zegen.
.
’t Is mooi als je de rest finaal verslaat
door eerder op een bergtop aan te komen,
ontsnapt aan peloton en middelmaat
.
en dat je in het landschap opgenomen
zo hoog komt dat je nergens meer op let,
op weg naar de vervulling van je dromen.
.
Bedacht ik mij vanmorgen in mijn bed
als fietser met een minimaal verzet.
.
Eddy Merckx
.
Zeus Mercks
wielergod en millimetersleutelaar
die uiot de ijle hoogten van zijn flitsend rijk
met bovenaardse krachten uit dij en kuit
meer dan de helft van duizend palmen
op gouden vingers aan het ivoren kromstuur
telt en telt.
.
Tussen Milano en San Remo zeven keer
de roes van Poggio en feestfontein,
ongekroonde keizer van Tre Cime di Lavaredo,
Ballon d’Alsace, Ventoux en Izoard,
één uur Montezuma – Merckx in Mexico.
.
Heerser over allen die hun lamme lijf
in de schaterende schaduw van zijn wurgend wiel
te pletter en aan splinters fietsen.
Alom geweeklaag, geknars van tand en wielen.
.
Meer omnivoor van alle wielervoer
dan kannibaal van Meensel-Kiezegem.
Nu haute-couture-fietsenbaas in Meise.
.
Vruchtpluis
Elise Vos
.
Elise Vos (1984) studeerde Oost-Europese Talen en Culturen aan de Universiteit van Gent. Daarnaast is ze dichter en maakt ze deel uit van Vos & Wolf, een kunstenaarsduo dat poëzie en fotografie combineert. Met haar partner Kris Lauwereys en nog twaalf dichters maakt ze deel uit van Obsidiaan “een schrijfcollectief met vlijmscherpe pen die zintuigen prikkelt en woorden wil slijpen tot kunst, een open laboratorium met teksten die beperkingen en grenzen daadwerkelijk opheffen, met inkt die licht absorbeert en weer vrijgeeft.”
Haar beeldrijke poëzie wordt gekenmerkt door vrouwelijkheid, folkloristische elementen (soms met een zwart randje) en een patstelling tussen de rauwe realiteit en sprookjes. In haar schrijven kent ze geen taboes. Haar werk werd gepubliceerd in Meander, Het Gezeefde Gedicht, De schaal van Digther, Tirade, Deus ex Machina, Het Liegend Konijn en Hollands Maandblad. Eind 2024 verschijnt haar debuutbundel bij uitgeverij De Zeef. Van de site van Meandermagazine nam ik het gedicht ‘Vruchtpluis’ omdat ik erg hou van samengestelde woorden die feitelijk (nog) niet bestaan.
.
Vruchtpluis
.
het onkruid woelt
van de pogingen in haar buik
daar krioelen duizend poten
.
moeder verlaat de doorploegde akkers
om ze te verruilen voor een open zee
ze draagt een zoute massa, de vorm verloren
.
in een vermomd huis zonder stem
slapen Noordzeegrijze kiezels
ze vermoedt ogen in lege schelpen
.
van akkerdistel en hondsdraf
tot wilgenroosje of zilverschoon
ze beslist: elke bloem verdient een naam
.
Brug
Dag 18: Steven Van de Putte
.
Van de schrijver van het boek Iedereen stadsdichter Steven Van de Putte (1976), een stadsgedicht ‘Brug’ dat hij schreef als stadsdichter van Deinze.
.
Brug (Opening Buurtpunt ‘Onder ’t perron’, Landegem)
(voor Mieke De Visscher, schilderes, fervente reiziger)
Eerst zwijgt zij nog, haar rugzak vol reizen, legt
zij haar oor aan het raam. Dendert Oostende al?
.
Zo wacht zij mij in, zoekt een vrij spoor
in mijn ogen, schuift letters tot het witte
gewicht van haar woorden, legt vingers
als wissels op de wonden van het dorp:
.
bloed als geroot vlaswater naar te vroege zee.
Een sabel voor altijd in oevers gebeiteld.
.
Tussen kust en kanaal rijdt de rollercoaster
het landschap open. De ontsporing nabij
oververft zij de vallei in felle kleuren. Met
populieren als penselen plukt zij het geluk
.
uit wolkenvelden. Zal zij straks met de oogst
van haar ogen nieuwe bruggen bouwen?
.
tijd
Dag 15: Tine Hertmans
.
Uit de bundel ‘De geur van akkerwinde’ uit 2010 van dichter Tine Hertmans (1947) komt het gedicht ‘tijd’.
.
tijd
.
in het timbre van de dagen
die vervlakken die vervagen
.
op het ritme van de tijd
dans de salsa, heb geen spijt
.
van het niet geleefde leven
we zijn hier allen maar voor even
.
op dit kosmisch punt aanbeland
op de blauwe planeet gestrand
.
met een universeel gegeven
gewond of niet, verder leven
.
met een ticket zonder retour
ligt ons sterven op de loer
.
bij het vallen worden we opgeraapt
als dode bladeren bijeen geschraapt
.
onze laatste adem verspild
ons zwijgen voor eeuwig verstild
.
Kindertekening
Dag 11: Roger de Neef
.
Uit de bundel ‘Som van tijd’ uit 2014 van de Vlaamse dichter Roger de Neef (1941) komt het gedicht ‘Kindertekening’.
.
Kindertekening
Voor Inez
Mijn ogen zijn gemaakt
Van zon en van maan
Mijn wimpers
Van vleugels van dons
Mijn oren van afstand
Mijn mond van valleien
Mijn ledematen zijn
Van donder en donker
Van akkers hout en rivieren
Zijn alle andere delen
Die ik amper ken
Maar op gelijke voet leven met elkaar.
.
Perron
Dag 9: Pat Donnez
.
Uit de bundel ‘Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat)’ uit 2007 van de Vlaamse dichter Pat Donnez (1958) het gedicht ‘Perron’.
.
Perron
.
Het geeuwen van het meisje
Het zoeken naar het geld
Het lopen naar de automaat
Het zitten op de bank
Het morsen met de cola
Het trekken aan de sigaret
Het krabben aan de knie
Het blazen van de rook
Het horen van de trein
Het doven van de peuk
Het weten van tevoren
Het zich gooien op de sporen
.
Insektenbestrijding
Dag 6: Gust Gils
.
Elke zomer zijn ze terug, en vaak al veel eerder; muggen! Gust Gils (1924-2002) schreef in de bundel ‘Zanger met zuurstofmasker’ uit 1988 een fijn ‘liefdesgedicht’ over hoe het zou zijn als mug, met een boosaardige twist getiteld ‘Insektenbestrijding’.
.
Insektenbestrijding
.
de schuwe minnaar had verklaard
niet méér te willen betekenen
dan het onmerkbaar zoemen van
een mug om haar aanbeden hoofd.
.
wat je maar onmerkbaar noemt!
en hij bestond het zichzelf bovendien
een toonbeeld van diskresie te wanen,
de wraakroepende proleet!
.
hij werd dan ook met recht en reden
én muggenverdelger
bestreden en verjaagd
door zijn nietvoordepoezig idool.
.
Ik ben mogelijk
Dag 2: Maud Vanhauwaert
.
Uit de bundel ‘Ik ben mogelijk’ uit 2011 van Maud Vanhauwaert (1984) uit 2011 nam ik het gedicht zonder titel van pagina 43.
.
Ik ga je heel veel dragen
boven alles en om mij heen
en als ze naar mij vragen, zeg ik wacht
.
dan leg ik je zachtjes van mij af
kijk hoe zij mijn kleren is
hoe naakt ik zonder haar
.
ik kan je ook in mij dragen
maar als niemand ziet hoe je in mij doorweegt
houd ik het niet lang
.
laat mij je daarom aandoen
elke dag door jou ergens
aan blijven haperen
.
je schuren aan huizen waar de schaduw lang is en ook de straat
ook als er nog eens een vrouw komt
die haar vouwen om mij slaat
.















