Maandelijks archief: februari 2021
Ouderschapsplan
Babette Groos
.
Babette Groos (1998) studeert communicatie en dicht. Ze won Doe Maar Dicht Maar 2016 en was van oktober 2017 tot oktober 2019 Jonge Dichter des Vaderlands. Ze stond onder andere op het Wintertuinfestival in Nijmegen en ze publiceerde in Meander https://meandermagazine.nl/2018/01/gedichten-415/. Ze zou in 2017 meegaan met de Poëziebustoer maar moest door omstandigheden helaas afzeggen.
Ooit vond ze de Nederlandse taal vreselijk plat, maar sinds ze in 2016 haar Engelstalige gedichten voor Doe Maar Dicht Maar naar het Nederlands vertaalde is ze er een beetje in blijven hangen, en daar mogen we blij mee zijn. Ze werd gecoacht door Ester Naomi Perquin en Babs Gons en was ik in 2020 bij een van de laatste afleveringen van Na Het Nieuws, met haar gedicht over de lange wachttijden in de GGZ.
Het gedicht ‘Ouderschapsplan’ is terug te vinden op poeziepaleis.nl net als nog een aantal andere gedichten van haar hand.
.
Ouderschapsplan
.
mijn vader praat
maar het geluid staat uit
en zonder dit
stort de wereld in
en zelfs als ik het wil
kan ik dit niet stoppen
want mijn woorden zijn een domino-effect
van slechte keuzes
en alles wat ik aanraak vliegt in brand
en alles wat ik zeg
is munitie voor de ander
en in het ouderschapsplan staat niets
over het gevoel dat geen huis
thuis is
en dat je altijd je andere sok verliest
in de afstand tussen je moeder
en je vader
en daar ben je misschien ook
ergens je loyaliteit kwijtgeraakt
.
Pantoen
Lexicon van de poëzie
.
Op zoek naar een versvorm kwam ik op de website ‘Lexicon van de poëzie’ https://docplayer.nl/60991522-Lexicon-van-de-poezie.html. En hoewel vreselijk vormgegeven door alle reclame op en rond de teksten is dit toch een enorme bron van kennis over de poëzie. Ik kende het lexicon wel (ik heb de boekvorm) maar deze site is erg overzichtelijk (het feitelijke lexicon dan). Al lezend kwam ik terecht bij de Pantoen, Pantoem of Pantoum. Ethymologisch stamt de pantoum uit het Maleis (pantun is een bepaald type vierregelig gedicht). Het pantoun bestaat uit kwatrijnen. Elke strofge wordt voor de helft in de volgende herhaald en wel zo dat vers 2 en 4 van de eerste strofe fungeren als vers 1 en 3 van de tweede strofe en zo verder. In het laatste kwatrijn is de tweede regel dezelfde als vers 3 van de eerste strofe en is de slotregel gelijk aan vers 1 van de eerste strofe. Het is dus tevens een cyclisch gedicht. Het pantoen heeft enige verwantschap met het ketengedicht of de sonnettenkrans.
In Nederland gebruikte Louis Couperus deze vorm maar ook Drs. P., Hélène Swarth en Theodor Holman. Hieronder staat een gedicht van Drs. P. in de pantoun vorm getiteld ‘Op de fiets’.
.
Op de fiets
.
We zitten met z’n allen op de fiets
En rijden stoer door bossen en langs heide.
Zorgen maken doen wij ons om niets,
Integendeel, de stress gaan we vermijden!
.
We reizen stoer door bossen en langs heide,
Het drukke leven even aan de kant.
Voorzeker toch, de stress gaan we vermijden?
We bouwen met natuur een goede band.
.
Het drukke leven even aan de kant.
We gaan onze conditie flink versterken,
We bouwen met natuur een goede band,
In symbiose gaan we daaraan werken.
.
We gaan onze conditie flink verstreken,
Zorgen maken doen wij ons om niets.
In symbiose gaan wij daaraan werken
We zitten met zijn allen op de fiets.
.
Hier kunt u dingen voor uw rijwiel krijgen
Van rijwielpomp tot rijwieltasje toe
Om van wat hier nog verder ligt te zwijgen
En alles prima en goedkoop, en hoe!
.
Van rijwielpomp tot rijwieltasje toe
U zegt maar wat u zoekt, het is voorhanden
En alles prima en goedkoop, en hoe!
De mooiste zadels en de sterkste banden
.
U zegt maar wat u zoekt, het is voorhanden
Wij hebben een compleet assortiment
De mooiste zadels en de sterkste banden
Of waar u verder ook op zoek naar bent
.
Wij hebben een compleet assortiment
Van degelijke afgeprijsde lampen
Of waar u verder ook op zoek naar bent
Met schaarste hebben wij hier niet te kampen
.
Van degelijke afgeprijsde lampen
Zijn wij, zoals u zien kunt, ruim voorzien
Met schaarste hebben wij hier niet te kampen
Er zijn veel soorten bellen bovendien
.
Zijn wij, zoals u zien kunt, ruim voorzien
Van nieuwigheden en verbeteringen –
Er zijn veel soorten bellen bovendien
En vaantjes en nog veel meer leuke dingen
.
Van nieuwigheden en verbeteringen
Van alles wat er is op dit gebied
En vaantjes en nog veel meer leuke dingen
Zo’n lage prijzen vindt u nergens niet
.
Van alles wat er is op dit gebied
Om van wat hier nog verder ligt te zwijgen
Zo’n lage prijzen vindt u nergens niet
Hier kunt u dingen voor uw rijwiel krijgen
.
Wat is mogelijk?
Adrienne Rich
.
Adrienne (Cecile) Rich (1929 – 2012) was een politiek en sociaal geëngageerde Amerikaanse dichter, docent, essayist, woordvoerder voor de lesbische belangen en feministe. Rich studeerde in 1951 af aan Radcliffe College met een Bachelor of Arts-graad. Op de universiteit las ze moderne Britse en Amerikaanse dichters zoals Wallace Stevens, Robert Frost en W. H. Auden. Haar debuut als dichter met de bundel, ‘A Change of World’, gepubliceerd in hetzelfde jaar dat ze afstudeerde, toont de invloed van deze dichters. Haar carrière als schrijver werd gelanceerd toen ze in 1951, op 22-jarige leeftijd, door W. H. Auden werd gekozen voor de Yale Younger Poets Award.
Adrienne Rich werd een van de meest gelezen en invloedrijkste dichters uit de tweede helft van de 20e eeuw. In de vele dichtbundels die ze schreef is een stilistische evolutie merkbaar vanaf formele poëzie naar een meer persoonlijke en krachtige stijl. Tot haar bekendste gedichten behoren. Met ‘Diving into the Wreck’ (1973) won ze de National Book Award. Ze accepteerde deze prijs samen met twee finalisten, Audre Lorde en Alice Walker, in naam van alle vrouwen. Daarnaast werd ze onder meer bekroond met de Bollingen Prize in 2003 en in 2010 ontving zij de ‘Lifetime Recognition Award’ van de Griffin Poetry Prize.
Door de redactiefilosoof van MUGzine Marie-Anne Hermans werd ik gewezen op een bijzonder gedicht van Adrienne Rich getiteld ‘What is possible’. Wil je het gedicht luisteren? Ga dan naar https://comraderadmila.com/tag/adrienne-rich/ of lees het hieronder.
.
What is possible
.
A clear night if the mind were clear
.
If the mind were simple, if the mind were bare
of all but the most classic necessities:
wooden spoon knife mirror
cup lamp chisel
a comb passing through hair beside a window
a sheet
thrown back by the sleeper
.
A clear night in which two planets
seem to clasp each other in which the earthly grasses
shift like silk in starlight
If the mind were clear
and if the mind were simple you could take this mind
this particular state and say
This is how I would live if I could choose:
that is what is possible
.
A clear night. But the mind
of the woman imagining all this the mind
that allows all this to be possible
is not clear as the night
is never simple cannot clasp
its truths as the transiting planets clasp each other
does not so easily
work free from remorse
does not so easily
manage the miracle
for which mind is famous
or used to be famous
does not at will become abstract and pure
.
this woman’s mind
.
does not even will that miracle
having a different mission
in the universe
.
If the mind were simple if the mind were bare
it might resemble a room a swept interior
but how could this now be possible
given the voices of the ghost-towns
their tiny and vast configurations
needing to be deciphered
the oracular night
with its densely working sounds
.
If it could ever come down to anything like
a comb passing through hair beside a window
.
no more than that
a sheet
thrown back by the sleeper
.
but the mind of the woman thinking this is wrapped in battle
is on another mission
a stalk of grass dried feathery weed rooted in snow
in frozen air stirring a fierce wand graphing
.
Her finger also tracing
pages of a book
knowing better than the poem she reads
knowing through the poem
through ice-feathered panes
the winter
flexing its talons
the hawk-wind
poised to kill
.
O kus mij, omarm mij
Hans Lodeizen
.
Gelukkig lijkt het erop dat er vanaf deze week weer wat meer mogelijk is als het gaat om ontmoeting en intermenselijk verkeer. Om iedereen een hart onder de riem te steken dacht ik maar weer eens een liefdesgedicht te plaatsen. Dit keer van Hans Lodeizen (1924 – 1950), de op jonge leeftijd overleden dichter die niet meer achterliet dan één bundel en een aantal nagelaten gedichten. Hoewel Lodeizen geldt als een van de Vijftigers schreef Peter Berger over Lodeizen en zijn poëzie in het boek ”t Is vol van schatten hier’ uit 1986:
“Weliswaar vertoont Lodeizen een zekere verwantschap met deze naoorlogse dichters (de Vijftigers), maar bij lezing van zijn werk valt het eigen, persoonlijke karakter op. ‘De gedichten van Hans Lodeizen, met hun sfeer van jong-zijn en kleurige feestelijkheden, lijken in hun luchtige elegantie een beetje boven de wereld te zweven. Ze zijn licht en onaards, maar toch zeer autobiografisch.”
Uit de bundel ‘Het innerlijk behang en andere gedichten’, samengesteld door J.C. Bloem, Jan Greshoff en Adriaan Morriën en gepubliceerd 6 jaar na zijn dood (1956) staat het gedicht ‘3’ waarin de beginzin voor veel mensen momenteel heel na aan het hart zal liggen.
.
3
.
o kus mij, o omarm mij
ik heb lang in de regen gestaan
ik heb lang op de bus gewacht
ik heb geen taxi kunnen krijgen
ik heb lang wakker gelegen
ik heb ontzettend gedroomd
ik heb niets gegeten
ik heb gestolen
.
o kus mij, o omarm mij
ik ben de witte slanke jongen
ik ben degene die droomde
ik ben de schim in de regen
ik ben de danser, de dirigent
ik ben de man bij het avondrood
ik ben het lichaam
ik ben de enige
.













