Categorie archief: Bibliotheken
Poëziepodia
Voordragen
.
Toen in 2007 mijn debuutbundel werd gepubliceerd bij uitgeverij de Brouwerij, stelde mijn uitgever voor dat ik mijn poëzie zou voordragen op een poëziepodium in Brielle. Dit kleinschalige podium werd georganiseerd in een café met de prozaïsche naam ‘De kont van het paard’. Ik wist niet precies wat ik me moest voorstellen bij een poëziepodium maar daar aangekomen voelde ik me al snel op mijn gemak. De organisatoren vertelde me waar in het programma ik mocht voordragen, hoe lang ik had voor mijn voordracht en ik kreeg een paar consumptiebonnen.
En meer heb je als beginnend dichter ook eigenlijk niet nodig. Een kleinschalig podium met andere dichters (waarvan sommige ook beginnend maar de meeste vaak al ervaring hebben. En juist door het contact met die andere dichters, met het publiek, met de organisatoren leer je hoe een poëziepodium werkt, leer je welke gedichten goed en minder goed werken en leer je dat het om de poëzie draait (nog te vaak zie ik dichters die een gedicht met een heel verhaal inleiden waardoor de aandacht niet zozeer meer op het gedicht ligt en waardoor je minder gedichten kan voordragen (de tijd is meestal beperkt tussen de 5 en 10 minuten.
Reden waarom ik nog steeds graag poëziepodia bezoek (om te luisteren en om voor te dragen) is de ontdekkingstocht naar nieuwe, mij nog onbekende dichters, een vernieuwde kennismaking met dichters die ik al ken en om mezelf beter te maken, verder te leren hoe een goede voordracht te brengen. In de afgelopen 14 jaar heb ik op heel veel poëziepodia gestaan, op ongelofelijk mooie en heel verschillende plekken mijn gedichten voorgedragen, prachtige dichters gehoord en gezien en ja, ook soms dichters die het in mijn ogen niet goed doen of het wel nooit zullen leren.
En juist dat maakt poëziepodia zo belangrijk voor jonge maar ook beginnende dichters (ik was al in de 40) die willen leren hoe je een goede voordracht brengt. Daarom ben ik ooit op dit blog de categorie ‘poëziepodia’ begonnen. En dat is waarom ik hier vandaag weer een aantal poëziepodia onder de aandacht wil brengen. Een greep uit het aanbod van de afgelopen weken:
- De Groene Fee van Louis van Londen in Het Belcrumhuis, Pastoor Pottersplein 12 Breda (elke maand nog dit jaar) https://www.facebook.com/groenefee/
- Dichter bij de dood, begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag https://www.facebook.com/dichterbijdedood
- Dichter in de dop van Jeroen den Harder, elke maand nog dit jaar in bibliotheek de Lier (Westland)
- WoordKunst van o.a. Jelle Ravestein, elke maand in Kevin’s Grand café in Maassluis https://www.facebook.com/WoordKunstMaassluis/
- Open Podium in de bibliotheek Huizen, elke maand in de Bibliotheek Huizen | Plein 2000-1, 1271 KK Huizen https://www.bibliotheekhlb.nl/actueel/agenda/OpenPodium26juni.html
- De Poetsclub in café de Schouw in de Witte de Withstraat 80 in Rotterdam https://www.facebook.com/poetsclubrotterdam
Als je zelf googled op poëziepodium dan zul je er nog veel meer vinden, bij jou in de buurt of wat verder weg. Mij heeft het bezoeken van poëziepodia veel gebracht, doe er je voordeel mee.
Tot slot een gedicht over voordragen, een oud gedicht van mij (iets bewerkt) dat ik schreef toen ik nog zoekende was.
.
De dichter ontmaskerd
.
Je sprak over peilloze diepten
en omfloerste gedachten,
doorwrochte zinnen en
latent temperament.
En ik vroeg me af
waar zich dat dan
allemaal wel bevond?
.
Bij mij?
Hoe kon ik dat geloven.
Ik deed maar wat
tenslotte.
.
Dementie
Jean Pierre Rawie
.
Komende week worden er in twee bibliotheken (waar ik van weet) dementheken geopend. Een dementheek is eigenlijk een punt in de bibliotheek waar informatie en boeken te vinden zijn met informatie over dementie. Met de vergrijzing is dementie een steeds vaker voorkomende aandoening en door een dementheek te openen willen de bibliotheken ook op dit gebied mensen informeren en helpen. Het is geen toeval dat er dan (op 21 september) twee dementeheken worden geopend, het is dan namelijk Week van de dementie (21 tot en met 27 september).
Ik zal bij de opening van de twee dementheken een gedicht voordragen dat ik schreef toen mij vader tekenen van ouderdomsdementie ging vertonen, je kunt het gedicht hier lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/07/06/nieuw-gedicht-42/
Dichter Jean Pierre Rawie (1951) heeft in zijn gedicht ‘Bejaardenhuis’ uit de bundel ‘De tijd vliegt maar de dagen gaan te traag’ uit 2012 hier ook over geschreven en dit gedicht wil ik hier, naar aanleiding van de week van de dementie, graag met jullie delen.
.
Bejaardenhuis
.
Ik ging ooit bijna elke dag
naar het bejaardenhuis, en zag
er telkens tegenop. Ik weet
niet of het haar genoegen deed
dat ik vaak kwam. Ik kwam gewoon.
Of zij nog wist dat ik haar zoon
was bleef onzeker, maar ze keek
mij aan of ik op iemand leek.
.
Het was een deftig huis. Zij had
een kamer met uitzicht, dat
ze koppig niet wou zien (ik wees
wel eens op iets, maar tevergeefs).
Ik kwam er jarenlang. De deur,
het trappenhuis, de gang. de geur,
herken ik met mijn ogen dicht.
Ik was haar zoon, ik deed mijn plicht.
.
Jaargetijden
Dubbel-gedicht
.
Van Juliana kreeg ik een doos met dichtbundels van haar opa en oma Cor en Juul Nobel. Bundels uit de jaren ’30, ’40 en ’50 met een paar hele mooie titels (daarover later zeker meer). Lezend in de bundels kwam ik op het idee van een dubbel-gedicht.
In ‘Het zilveren boek van de W.B.-Vereniging’ uitgegeven ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan der Wereldbibliotheekvereniging in 1950 las ik het gedicht van Mies Bouhuys (1927 – 2008) ‘Winter’. Ze schreef dit gedicht op jonge leeftijd dat waarschijnlijk ( ik heb het niet kunnen ontdekken in de bundel) is genomen uit haar debuutbundel. Zij debuteerde in 1948 bij D.A. Daamen’s Uitgeversmaatschappij met de gedichtenbundel ‘Ariadne op Naxos’, waarvoor zij de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving.
Het andere gedicht las ik in ‘Dichters van deze tijd’ uit 1941. Hier betreft het het gedicht ‘Najaar’ van de dichter N.E.M. Pareau. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in De Gids in 1941. N.E.M. Pareau is het pseudoniem van Herman Jan Scheltema (1906 – 1981) een jurist en een Nederlandse hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen van 1945 tot 1977 en tevens schrijver/dichter.
.
Winter
.
Vogel, nu het bos verdorde
om uw zomernachtverblijf,
is de wereld klein geworden,
kleiner dan uw eigen lijf.
.
En de ander lokt geen fluiten
meer naar ’t nest o middelpunt;
enkel leegte ligt daarbuiten,
tot op het eigen hart gedund.
.
En gij lokt nog, maar al zachter,
uit een keel, die angst voorspelt,
en een vogelstrik kan achter
iedre stam zijn opgesteld.
.
Stilte hangt tussen de bomen
en uw vleugels zijn verstard,
nu de lege dagen komen
en het sneeuwt over uw hart.
.
Najaar
.
Nu gagel bruint en thijm en heidebloemen
gekruide geuren stuwen in het laat getijd’,
nu blinde bijen in het zonlicht zoemen
en ’t kouter door de stoppelvelden snijdt,
.
praat nu niet over ergerlijke dingen
maar ziet in ’t bloemrijk bermgras zittend naar
den dans der barrevoetse dorpelingen
met eikenloof gewonden in het hair.
.
De oogst gaat uit. Twee maal de zeisen zwaaiden
door ’t zware gras. De graanschuur beidt zijn last.
Bergt met getaande landlieden ’t gemaaide
op ’t stoffig veld in garven opgetast;
komt dan als nachtegalenzangen klinken
krachtigen wijn uit tinnen kroezen drinken.
.
Rafaello
De donkere bloei
.
In de bundel ‘De donkere bloei’ van Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning, 1887 – 1939) uit 1926 dat ik in bezit heb, is op de titelpagina een blad geplakt van de Chr. Reciteerclub “Da Costa” Schiedam. De eerste prijs werd toegekend in den onderlingen wedstrijd op maandag 15 juli 1929 aan den heer C.J. Nobel, in de afdeeling Ernst, Klasse A.
Kom daar nog maar eens om, een reciteerclub. Het voordragen van gedichten is tegenwoordig voorbehouden aan poëziepodia en dichtersclubjes waar men gedichten aan elkaar voorleest of voordraagt. Maar een club voor het reciteren van gedichten door jongelui (dat laatste bedenk ik erbij) is vooral iets vanuit een ver verleden. Grappig genoeg droeg C.J. Nobel geen gedicht voor uit de bundel ‘De donkere bloei’ en ook niet van Willem de Mérode maar het gedicht ‘De Vreemde Tocht’ van François Pauwels (1888 – 1966).
De bundel van Willem de Mérode bevat vele religieus getinte gedichten en een aantal gedichten gewijd aan kunstenaars zoals Michelangelo, Lionardo en Raffaello. Het gedicht over de laatste wil ik hier met jullie delen.
.
Raffaello
.
Hij houdt zoo argeloos van bonte kleuren,
Een kind, dat blij zijn fijnste verfjes nam,
En wachtte pooplend, of er iemand kwam,
Om met zijn glanzend bonte prent te geuren.
.
Hij schildert het verschrikkelijke gebeuren
Met lossen zwier en vol lieftalligheid
’t is alles zalig en gebenedeid,
Al moet de hemel ook van droefheid scheuren.
.
Hoe weent en dondert Michel Angelo,
Hoe hemels glimlacht Fra Angelico?
Maar hij werd nooit gestoord door moeite en zorgen.
.
Zijn naam is als een levend klankenspel.
Gods jongste engel heet zoo: Rafaël.
En wie bemint geen lichte lentemorgen!
.
Varkenspest
Ramsey Nasr
.
Een van de huidige Nederlandse dichters waar ik een zwak voor heb is Ramsey Nasr (1974). Sinds ik bij de bibliotheek in Delft een uitgebreid vraaggesprek bijwoonde met hem (toen gewoon nog live) in 2013 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/24/dichter-draagt-voor/ ben ik meer van hem gaan lezen en zien (op You Tube bijvoorbeeld).
Onlangs kocht ik de bundel ‘onhandig bloesemend’ uit 2004 van hem en opnieuw werd ik niet teleurgesteld. Een bundel vol kleurrijk taalgebruik zoals je van Nasr mag verwachten, onderwerpen die heel actueel aandoen (‘het complot’), gedichten over wetenschap, Frederik die in verschillende gedichten voorkomt en een hoofdstuk Wintersonate met drie lange proza-achtige gedichten.
Er ontbreekt maar een stuk aan deze bundel en dat is de CD die erbij hoort (helaas) maar ik kocht hem dan ook in een tweedehandswinkel. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘bse mkz dioxine varkenspest’ een gedicht met een stevige aanklacht tegen de mens en zijn omgang met dieren (bio industrie) getuige de titel waarin de gekke koeienziekte, Mond- en Klauwzeer, de dioxine in kippenmest en als klap op de vuurpijl de varkenspest genoemd worden.
.
bse mkz dioxine varkenspest
.
dag gijs het leven zit erop mijn jong
er werd niet veel gelachen dat is waar
maar zie het ook van onze kant de dood
wat is de dood het is maar een gebaar
.
in elk geval er valt niet veel te zeggen
dit was het dan
god heeft nog een verrassing
wanneer je boven komt het is óf óf
.
de hel is rot maar alles is er gratis
dus laat je niet misleiden beste gijs
want in de grijze hemel en voor geld
daar wonen wij onreine kankerlijders
.
alles is
App van Spinvis en International Silence
.
Regelmatig verschijnen er apps die over poëzie gaan of zijdelings met poëzie te maken hebben. Daarnaast komen er ook nog steeds apps bij die voor de poëzieliefhebber een meerwaarde kunnen hebben door hun vorm en inhoud. De app ‘alles is’ is daar een voorbeeld van. Spinvis en International Silence (die ik ken van hun project ‘Wolk’, een app met augmented reality poëzie die voor bibliotheken is ontwikkeld waaronder mijn bibliotheek https://digitalliterature.uvt.nl/wolk-poezie-in-augmented-reality/) is er nu een nieuwe app ‘alles is’.
Deze app bevat een augmented reality mini concert met vijf songs in exclusieve uitvoeringen, om te bekijken en te beluisteren waar en wanneer je dat zelf wilt. Of zoals de makers Erik de jong, Saartje van Camp, Twan Janssen en Johannes Verwoerd zelf zeggen: Een concert op afstand, maar ook heel dichtbij. Omdat alles wat ons nu gescheiden houdt ons eigenlijk nog meer verbindt met elkaar en met alles wat er is.
Terwijl Spinvis (Erik de Jong) en cellist/zangeres Saartje Van Camp vijf nummers spelen, zeilen alledaagse voorwerpen (bestek, citroenen, tandenborstels, poëzieplaatjes, koortsthermometers, doosjes valium) door de ruimte van je eigen kamer (of in mijn geval door mijn tuin).
Ga die app vooral bekijken, zeer de moeite waard. En als opwarmertje hier een songtekst van Spinvis ‘Hallo, maandag’.
.
Hallo, Maandag
.
Hallo halte, hallo flat
Hallo namen bij de bel
Hallo kamer, hallo bed
Hallo daar, kom maar met de rest
Beelden van een kampioen
En dan een pretpark en een vrouw die iets verkoopt
Ik weet niet wat
En dan een kind dat niemand wou
Oud en dom, maar alles went
En boven maandag is het grijs
Denk ook voor jou, waar je ook bent
Mensen komen, mensen gaan
Wat is gezegd, wordt altijd waar
Wat is geweest, heeft nooit bestaan
Hallo maandag, hallo mij
Hallo uitzicht, hallo tijd
Draag mijn kleren, neem mijn hart
Welkom weemoed, welkom storm
Hallo schaduw op de grond
Van wat wat nog moet, en zal
En alles wat nog komt
Er wordt een huisraad op gehaald
Tienduizend folders op de mat
Van de dunne man, die met zijn hond
Vaak op het winkelcentrum zat
Je wordt hier dagelijks gemist
Je wordt hier dagelijks verwacht
Je brieven worden goed bewaard
Gelezen wat er niet in staat
Er schuiven geesten door de gang
En wat ik verder ook probeer
Het wordt niet minder, alleen maar meer
Steeds meer sterren op mijn huid
Steeds meer beelden in een uur
En steeds meer stappen naar de muur
Hallo maandag, hallo mij
Hallo uitzicht, hallo tijd
Draag mijn kleren, neem mijn hart
Welkom weemoed, welkom storm
Hallo schaduw op de grond
Van wat wat nog moet, en zal, en nog komt
Hallo maandag, hallo mij
Hallo uitzicht, hallo tijd
Draag mijn kleren, neem mijn hart
Welkom weemoed, welkom storm
Hallo schaduw op de grond
Van wat wat nog moet, en zal, en alles wat nog komt
Leegstand
Esther Jansma
.
Ik was op de website van de KB (Koninklijke Bibliotheek) wat aan het rondstruinen in de sectie Nederlandse Poëzie en daarbinnen weer in de afdeling Moderne Nederlandse dichters (het blijft een bibliotheek) en daar kwam ik bij Esther Jansma een term tegen die ik nog niet kende: dendrochronologe. De definitie die ik vond is: Dendrochronologie of jaarringonderzoek is de wetenschapsdiscipline die zich bezighoudt met het dateren van houten voorwerpen of archeologische vondsten aan de hand van in de voorwerpen herkenbare groeiringen.
Esther Jansma (1958) is dan ook naast dichter en schrijfster van proza ook archeologe. In 1988 debuteerde Jansma met de bundel ‘Onder mijn bed’ waarna nog 11 dichtbundels (sommige met vertalingen) van haar hand zouden verschijnen waaronder haar laatste bundel ‘Reizen naar het einde van de honger’ uit 2020.
In 2015 verscheen de bloemlezing ‘Voor altijd ergens’ met een keuze uit haar gedichten en in die bloemlezing staat het gedicht ‘Leegstand’. Ik vind het altijd bijzonder om te merken dat ik bij gedichten blijf hangen in bundels die een losse of wat vastere referentie hebben met gedichten die ik zelf schreef. In dit geval aan het gedicht met dezelfde titel die hier te lezen is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/12/04/beeldgedichten-2/ . Het gedicht van Jansma verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Hier is de tijd’ uit 1998.
.
Leegstand
.
De manier is steeds anders, een vuist
balt zich en valt, uit het water lekt langzaam
de kanker van schimmels, maar daarna
is altijd hetzelfde weg: samenhang,
.
de glans van gebruik. Hier staat geen wand
zichzelf te betekenen, geen raam speelt
voor spiegel, geen hoek is nog recht.
Nutteloosheid is de schoonheid van verval en later
.
wil ik ook zo zijn, zo vanzelf
door leeftijd als gras overgroeid
scheef zitten in mijn stoel
en daar heel goed in zijn.
.
Hier openen
Anne Vegter
.
In de bibliotheek van Maassluis, waar ik werk, is bij de nieuwbouw in 2000 in het kader van de 1% regeling beeldende kunst door Geerten ten Bosch en Moritz Ebinger in 6 weken een organisch ontstaan kunstwerk op de muren van de jeugdbibliotheek gemaakt. Beide hadden een aantal afbeeldingen die ze wilden schilderen en tekenen op de muren en als zo’n afbeelding (bijna) af was van de een, dan ging de ander erop verder. Zo ontstond een bijzonder fantasierijke muurschildering die zelfs na 20 jaar zijn kracht nog niet heeft verloren.
Ik moest hieraan denken toen ik op de Wikipedia van dichter. proza-, toneel- en kinderboekenschrijfster Anne Vegter (1958) las, dat ze met Geerten ten Bosch had samengewerkt. Ik ken Anne Vegter dan ook in eerste instantie van haar kinderboeken. Pas later, toen ze dichter des vaderlands werd van 2013 tot 2017 begon ik me ook in haar als dichter te interesseren. Inmiddels is ze sinds begin dit jaar stadsdichter van Rotterdam en denk ik bij haar naam als eerste aan haar als dichter.
Haar laatste dichtbundel is alweer van 2019 ‘Big data’ maar het gedicht ‘Hier openen’ komt uit haar bundel ‘Eiland berg gletsjer’ uit 2011 hetzelfde jaar waarin ze de Awater Poëzieprijs ontving.
.
Hier openen
.
Ik heb een inkomentje van niks,
liefste, iets voor ouden van dagen.
Uit mijn broekje hangt een sliert
want moeder fokt, je moeder fokt.
Ik had een moeder die op zoek was
naar een bekendstaand psycholoog.
Ik hielp haar zoeken, zoekende
word je alleen anders dol. Werken,
tweede onderwerp. En mijn rug
was niet zo sterk. Wat doe je liefste,
als de mannen je willen. Eentje kwam
maar half, eentje bracht het tot vader.
De resten heb ik uitgekotst. Het was
een kwestie van dagen. Nu lig ik
op mijn moeder en gek van verdriet
zoek ik een ouder voor mijn kind.
De brief moet naar mijn zoon.
.



















Het nieuwe doen
22 sep
Geplaatst door woutervanheiningen
Paul van Capelleveen
.
De Nijmeegse dichter Paul van Capelleveen was enige jaren tegelijkertijd verbonden aan de Koninklijke Bibliotheek en aan het Museum Meermanno, beide in Den Haag. Hij is auteur van een reeks boeken en artikelen, met name over boekgeschiedenis. Hij publiceerde ook essays en gedichten die deels in beperkte oplagen zijn verschenen. In 1992 werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs met zijn poëziedebuut ‘Altijd commentaar’ (winnaar werd Anna Enquist dat jaar met ‘Soldatenliederen’).
In 2004 verscheen van zijn hand de bundel ‘Laatste metamorfosen’ bij uitgeverij Meulenhoff. Op de achterflap van de bundel wordt hij omschreven als “de messenwerper van de Nederlandse poëzie, zijn dolken treffen zijn lieftallige assistente, de Muze, altijd recht in het hart. Zijn verrassende en expliciete regels zijn opgestapeld als muzikale variaties op een thema, vermomd als definitie of nieuwsfeit. Alles lijkt te berusten op de travestie van de vraag: wat wil de lezer? De lezer wordt voortdurend uit zijn tent gelokt en uitgedaagd om weerwoord te geven.”
Volgens mij heeft hier een copywriter met een reclameachtergrond zichzelf overtroffen in overdrive maar leesbaar is de bundel zeker. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Het nieuwe doen’.
.
Het nieuwe doen
.
Lees een gedicht, desnoods van mij.
Schrijf zomerbrieven. Evenaar
de poolnacht van een schone lei.
Niet, niet doen.
Voel je knoken,
doe wat je wilt – ik doe het ook.
Verwijder dagelijks smeerboel.
Niet, niet doen.
Maak je op voor de grote trek.
Doe je te goed aan het nieuwe jaar.
.
Dit delen:
Geplaatst in Bibliotheken, Dichtbundels, Favoriete dichters
Een reactie plaatsen
Tags: 'k Verzoek de zee, 1992, 2004, achterflap, Altijd commentaar, Anna Enquist, artikelen, auteur, boeken, boekgeschiedenis, C. Buddingh' prijs, copywriter, De Muze, dichtbundel, dichter, essayist, expliciete regels, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, Het nieuwe doen, KB, Koninklijke Bibliotheek, Laatste metamorfosen, messenwerper, Museum Meermanno, muzikale variaties, nijmegen, Paul van Capelleveen, poëzie, poëziebundel, Soldatenliederen, uitgeverij Meulenhoff, vertaler